Fundamentalisme

boek vrijdag 01 juni 2007

Malise Ruthven

Sinds de aanslagen van 11 september in New York en Washington, de terreurdaden in Madrid en Londen, en de moord op Theo Van Gogh in Amsterdam wordt het begrip fundamentalisme in het Westen doorgaans vereenzelvigd met de radicale islamwereld. Nochtans is het een verschijnsel dat zich wereldwijd en in alle religies voordoet. Meer nog, fundamentalisme is het ‘logische’ resultaat van elk geloof in de absolute waarheid van ‘heilige’ teksten of andere aannames waarop religies en wereldbeelden gebaseerd zijn. In zijn boek Fundamentalisme gaat de Amerikaanse hoogleraar Malise Ruthven op zoek naar de oorsprong en de betekenis van het woord. Fundamentalisme werd voor het eerst gebruikt door Noord-Amerikaanse evangelische groeperingen in de jaren twintig van de vorige eeuw. Tegenwoordig wordt het gebruikt met betrekking tot orthodoxe moslimstrijders, Israëlische kolonisten, boeddhistische nationalisten, hindoe extremisten, christelijke premillennialisten en andere bewegingen die hun radicale politieke agenda’s op grond van hun religies of andere dogma’s proberen te rechtvaardigen. De auteur vraagt zich af of dit terecht en nuttig is. Aan de hand van concrete voorbeelden gaat Ruthven het vaak polemische en stereotiepe gebruik van het woord te lijf.

Fundamentalisten volgen de mythen van een gouden tijd, aldus de auteur. Ze vereren een periode of gebeurtenis die heel bijzonder was voor hun (geloofs)gemeenschap. Zowel radicale islamieten, joden, christenen als hindoes streven daarbij ‘naar de vestiging van een utopische samenleving die is gebaseerd op het gezag van God’. Ondanks de secularisering tijdens de voorbije twee eeuwen zien we nu een comeback van die ‘orthodoxe’ interpretaties en dat is geen geruststellende gedachte. De controversiële Cambridge-theoloog Don Cupitt schreef in zijn boek The Sea of Faith van 1984 dat de confrontatie tussen de wereldreligies nog maar begonnen is. Dat is vandaag meer dan ooit het geval. Orthodoxe religieuzen verwerpen het pluralisme en de diversiteit die zo kenmerkend zijn voor de moderne wereld, en daarmee ook de individuele keuzevrijheid. En net die ontkenning van de pluraliteit vormt de broeihaard voor conflicten. Fundamentalisten uit alle religies willen dat gelovigen de ‘heilige’ teksten letterlijk nemen. Hun grootste vijanden zijn dan ook de wetenschap, kritische boeken en andersdenkenden. ‘Godsdiensten zorgen voor coherentie en loyauteit in een groep,’ zo constateert Geert Lernout in zijn boek Als God spreekt. Om die coherentie vol te houden grijpen ze steeds naar onderdrukking en geweld, beschouwen ze niet-leden als minderwaardig en keren ze zich tegen de twijfelaars in eigen groep.

Het letterlijk interpreteren van de ‘heilige’ teksten levert tal van problemen op. De teksten werden door meerdere auteurs geschreven, ze zijn onlogisch en vaak tegenstrijdig. Wat ook met de letterlijke oproepen tot haat, geweld en moord tegenover niet gelovigen? Zo gebiedt God in de Bijbel aan de kinderen van Israël om de Amalekieten, een inheems Kanaänitisch volk, volledig uit te roeien. Volgens Ruthven beschouwen bepaalde joodse militante fundamentalisten de huidige Palestijnse Arabieren als de Amalekieten. Een letterlijke toepassing van de eeuwenoude bepalingen is vooral nefast voor vrouwen. De auteur verwijst naar een bekend geval van sati, de rituele weduweverbranding in India, in oktober 1987. Een praktijk die door de wet verboden is maar nog steeds wordt toegepast en aangemoedigd als een spirituele daad volgens de hindoetraditie. En ook binnen de islam is er een heropleving van contrafeminisme. ‘Het fundamentalisme is een protest tegen de aanval op de patriarchale principes in de familie, de economie en de politiek’, schrijft Ruthven en daarmee raakt hij de kern van de zaak. De gevolgen zijn zelfs zichtbaar in de kledingcodes die zowel christelijke Amerikaanse vrouwen treffen – lang haar en een rok voor de vrouwen en een kort kapsel voor de mannen – als de moslims – een sluier voor de vrouwen en een baard voor de mannen.

Opmerkelijk is ook de band die de auteur ziet tussen fundamentalisme en nationalisme. ‘Overal is het nationalisme doordrongen van religieuze symbolen’, schrijft Ruthven, die het nationalisme niet ziet als een tegenpool van het fundamentalisme, maar net als een variant of aanvulling ervan. Dat bleek in het verleden voortdurend toen geestelijken de nationale legers en vlaggen zegenden in hun strijd tegen de vijand. De nazi’s kregen steun van hun geestelijke leiders in hun strijd tegen de vijanden van het volk. Meer recent stelde ayatollah Khomeini dat elke maatregel in belang van de islamitische staat Iran was toegestaan, ‘zelfs als die in strijd was met de traditionele interpretatie van de islamitische wet’. In diezelfde zin stellen religieuze zionisten dat de Thora hen verbiedt om ook maar één centimeter grond van het bevrijde land prijs te geven. En de Goesj Emoenim negeert publiekelijk het verbod van de Israëlische regering om nieuwe nederzettingen te bouwen op Arabisch grondgebied omdat de Bijbel en de religieuze voorschriften in hun ogen boven de wet staan. Het is trouwens opvallend dat zowel de Egyptische president Anwar Sadat als de Israëlische premier Yitzhak Rabin werden vermoord door eigen mensen die hun daad nadien verantwoordden met een soort religieus bevel tot collectieve zelfverdediging. ‘Het religieus nationalisme wakkert de nationalistische retoriek nog verder aan’, aldus de auteur en hij ziet dit dan ook als de cruciale struikelblok voor een mogelijk compromis in het Midden-Oosten. Ook hindoes in India maakten zich in 1992 nog schuldig aan pogroms waarbij duizenden moslims het leven lieten. En in Sri Lanka leidde de ‘verboeddhisering’ van de politiek tot conflicten met Tamils en moslims waarbij al meer dan zestigduizend doden vielen in de voorbije twintig jaar.

Tot diep in de twintigste eeuw dachten we dat de politiek zich losmaakte van de religie. Sindsdien weten we beter. In 1979 was er de opstand in Iran. In de Verenigde Staten groeide de invloed van de New Christian Right. In Oost-Europa, Latijns-Amerika, Afrika, Japan en Zuid-Korea zijn religies aan een indrukwekkende opmars bezig. Blijkbaar ontsnappen enkel Oceanië en West-Europa aan deze tendens, zo schrijft Ruthven, maar ook hier zien we tekenen van een heroplevend christendom. Verrassend is zijn stelling dat het postmodernisme, dat afrekende met het geloof in de Verlichting en de aanname van een universele vooruitgang die gebaseerd is op de rede, de factor was die opnieuw ruimte gaf aan de religie. In die zin ziet hij het fundamentalisme zoals we dat nu kennen dan ook als een ‘modern’ verschijnsel. Maar er is natuurlijk meer. Tal van fundamentalistische organisaties bieden in deze wereld van onzekerheid via hun sociale netwerken een zeker houvast bij de mensen. Via televisie en andere media bereiken ze talloze, vaak arme en perspectiefloze sympathisanten. Dat laatste is heel terecht en heeft ook te maken met de vaak eenduidige kleuring van het nieuws waarbij moslims worden geconfronteerd met gruwelijke daden van Israëli’s tegen Palestijnen, en westerlingen met de gruwelijke zelfmoordaanslagen van Palestijnse terroristen.

Ruthven wijst in een somber slot op het feit dat binnenkort twee islamitische staten over kernwapens zullen beschikken, en daartegenover Israël. Misschien ‘ligt dan de weg open voor het armageddon dat de premillenialisten voorzagen’. Intussen zorgen fundamentalistische christenen in de Verenigde Staten voor een beangstigende sfeer waarin artsen die abortus uitvoerden worden vermoord en kinderen het creationisme aangeleerd krijgen. Misschien zijn de ‘Oude Europeanen’, zoals hij schrijft, nog de enigen die vanuit hun historisch besef over de vorige eeuw beseffen tot welke rampen een dergelijk armageddon kan leiden. Dit boek geeft een verrassend en indringend beeld over het fundamentalisme. Het komt net op tijd om velen de ogen te openen voor het acute gevaar dat het onvermijdelijk inhoudt.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Malise Ruthven, Fundamentalisme, Ambo, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be