The Wealth of Nations van Adam Smith

boek vrijdag 31 oktober 2008

O’Rourke P.J.

Adam Smiths The Wealth of Nations verscheen in hetzelfde jaar dat de Verenigde Staten de onafhankelijkheid uitriepen. Smith verwachtte veel van het nieuwe Amerika, dat op zijn beurt niet vies was van de ideeën van de vader van het liberalisme. Waarom, zo vraagt P.J. O’Rourke zich af, zijn ze vandaag zo ver uit elkaar gegroeid?

In 1772 beleefde Schotland de ergste financiële crisis uit zijn geschiedenis. Van de dertig bestaande banken kwamen er zevenentwintig in liquiditeitsproblemen. Een algehele meltdown kon slechts op het nippertje vermeden worden doordat de drie overige - en veel grotere - banken met leningen het systeem overeind wisten te houden. Welke impact deze crisis exact op het denken van Adam Smith heeft gehad, is natuurlijk moeilijk te achterhalen. Wat we echter wel weten is dat hij in zijn vier jaar later verschijnende The Wealth of Nations onomwonden waarschuwde voor het risicovolle graaikapitalisme dat ook vandaag nog niet uitgeroeid blijkt te zijn. “De uitoefening van de natuurlijke vrijheid door enkele individuen die de veiligheid van de gehele samenleving in gevaar kan brengen, wordt en behoort te worden beteugeld door de wetten van alle regeringen.” Banken dienen dus gereguleerd te worden, en ook Adam Smith wist dat al.

Adam Smith wordt nogal eens gezien als een boeman. Met zijn liberale ideeën zou hij aan de basis liggen van de uitbuiting van het proletariaat ten tijde van de industriële revolutie en het barre leven in de sloppenwijken in de derde wereld van vandaag. Hij zou mensen tegen elkaar opzetten en verantwoordelijk zijn voor ons rijk van de schaarste. Volgens de Amerikaanse libertair P. J. O’Rourke, de man die zichzelf beschrijft als economisch conservatief en ethisch progressief, en waarover de rest van de wereld zegt dat hij zowat de grappigste serieuze mens van Amerika is, is daar niets van aan. Lees Smith eerst, en spreek dan, houdt hij vol, wat hij trouwens zelf gedaan heeft, met The Wealth of Nations van Adam Smith als gevolg, een boek dat Smiths inzichten netjes op een rijtje zet en ze voorziet van een paar hedendaagse voetnoten.

Adam Smith had eigenlijk maar een doel voor ogen: het leven van de mens verbeteren. Als filosoof begon hij zijn carričre dan ook niet met een boek over de prille economische wetenschap, maar wel met eentje over de grondslagen van onze ethiek, The Theory of Moral Sentiments. Wat ons van de dieren onderscheidt en wat ons ethische wezens maakt, stelt Smith hier, is dat wij over inlevingsvermogen beschikken. Hoe zelfzuchtig een individu ook mag zijn, van nature zal het toch belangstelling tonen voor anderen en ermee sympathiseren. Deze sympathie was volgens Smith een uitvloeisel van onze verbeelding, die op haar beurt de Onpartijdige Toeschouwer in ons hoofd voedde. En het is die Toeschouwer die ons vanzelf laat aanvoelen wat goed en slecht is.

Deze verbeelding laat ons ook meeleven met onze medemensen en wat we dan meteen vaststellen is dat sommigen het veel makkelijker hebben dan anderen, iets wat ten tijde van Smith natuurlijk nog meer het geval was dan vandaag. Het zou anders kunnen, fluistert ze ons in, als iedereen vrij zou zijn. En zo kwam Smith bij zijn liberalisme uit, wat echt geen poging is om amoreel gegraai goed te praten. Niets erger voor een land dan oligarchieën en kartels, aldus de filosoof. De grote vijand waar hij zich tegen verzette was het mercantilisme dat toen de wereld overheerste. Dit was een vorm van kortzichtig economisch nationalisme dat steunde op handelsregelingen, belastingen, import- en exportheffingen en voortkwam uit belangenpolitiek, omkoperij en parlementaire vriendendiensten. Economisch gezien was dat voor Smith zoiets als rijden met de handrem op.

Zijn alternatief steunde op drie basisprincipes. Zijn eerste knappe inzicht was dat een bakker geen brood bakt uit liefdadigheid. Hij doet dat puur uit eigenbelang. Als iedereen in staat gesteld zou worden om binnen de ethische grenzen zijn eigenbelang na te streven zouden er heel wat minder mensen aan de bedelstaf staan. Het leven van de ‘leisured classes’ steunde volgens Smith te veel op half gehorige bedienden en de opbrengsten van het kolonialisme. Weg daarmee dus. Wie rijkdom wil creëren, zag Smith ook in, kan maar beter de arbeid verdelen. Stel dat je zelf een speld wil maken, dan ben je daar, van het moment dat je met je houweel op zoek gaat naar ijzererts tot je de prikker in je speldenkussen steekt, zo’n jaar mee bezig. Als je de job verdeelt heb je opeens een heuse speldenfabriek. Vrijhandel, ten slotte, was volgens Smith onontbeerlijk om de gelijke kansen van iedereen te vrijwaren en het economisch systeem vlot te laten lopen, en ook al kwam hij uit een familie van douanebeambten en zou hij later hoofdinspecteur van de douane in Schotland worden, het liefst zag hij deze gewoon afgeschaft. “Rijkdom is geen pizza,” schrijft O’Rourke om Smiths knapste idee te illustreren, “Dat ik te veel punten krijg, betekent niet dat een ander de kartonnen doos moet opeten”. Nee, rijkdom kun je creëren door zelf een pizzeria te beginnen.

Voor de politiek had Smith in feite niet veel woorden veil. Ooit plande hij een derde boek dat over de rol van het recht in het menselijk geluk zou gaan, maar dat is er nooit gekomen. Hoe minder bemoeienis, hoe beter, zou je zijn politiek in een zin kunnen vangen, maar regels moeten er natuurlijk zijn, en het is op dat vlak dat de V.S. nog wel wat kunnen bijleren van Smith. Zo wil O’Rourke alle handelsovereenkomsten zien verdwijnen, de belastingen moeten progressief worden, de banken gereguleerd, successierechten moeten verdwijnen, net als vennootschapsbelasting, die moeten vervangen worden door een vermogensbelasting, en om de scheiding tussen kerk en staat te beschermen moeten religieuzen een door de overheid verstrekt loon krijgen, waardoor ze hopelijk zullen zwijgen over politiek. “Als jij op je centjes let,” vat O’Rourke het mooi samen, “zullen de speculatieve filosofen, de utopisten, de politici, de economen en God wel voor zichzelf zorgen”.


Recensie door Marnix Verplancke

O’Rourke P.J., The Wealth of Nations van Adam Smith, Mets&Schilt/Roularta Books, 2008, 221 p., €18,00

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be