Wat is er mis met gezag?

boek

JurriŽn Rood

We zullen zelf onze houding tegenover gezag moeten veranderen vanuit het besef dat de overheid niet alleen voor, maar ook van ons allemaal is. Dat stelt filosoof en filmmaker JurriŽn Rood (1955) en volgens hem kunnen we daarbij leren van de politie. Rood merkt terecht op dat hij geen politieboek en ook geen puur filosofische verhandeling heeft geschreven. In het boek deelt en combineert de schrijver zijn filosofische kennis met zijn praktische ervaringen bij de Amsterdam-Amstelse politie maar hij levert toch vooral een historische en filosofische analyse af.

Wie dit boek ter hand neemt en een praktische handleiding voor politiewerk verwacht zal dan ook op zijn honger blijven zitten. Rood zijn hoofddoel is niet een efficiŽntere politie. Waar het Rood om te doen is, is niet minder dan een cultuuromslag waar alle burgers dienen aan mee te werken. Dat het traditionele gezag onthoofd werd in een antiautoritaire revolte na 1968 is het basisidee van het boek. Ondertussen loopt het positieve doel van de rechtsstaat wat mank. Het bevorderen van het vrije, geweldloze samenleven van verschillende groepen mensen in een rechtsstaat, in welvaart en welzijn, loopt niet lekker. Daarom zou Rood de revolte van 1968 alsnog graag voltooid zien in een 'humanitair' gezag.

Rood stelt dat het begrip 'gezag' besmet is geraakt en daarbij zit vooral het idee van de onwenselijkheid van alle gezag ons in de weg. Hoewel hij vooral focust op het gezagsprobleem in Nederland, zijn die uiteraard geen uitsluitend Nederlands fenomeen. Rood legt de problemen slechts ten dele bij gezagsdragers, ook de gezagstoekenners (de burgers) dragen verantwoordelijkheid. We moeten op weg naar een vrijwillig aanvaard en kritisch gedragen gezag; V-gezag noemt hij dat. De auteur heeft daarvoor een 'rechtsstaatoffensief' voor ogen, "een enorme operatie die precies moet worden voorbereid en geduldig uitgevoerd, met een looptijd van een meerjarenplan." Rood waarschuwt ons omdat we ons laten regeren door 'het recht van de sterkste'. "De teloorgang van onze gemeenschappelijke ruimte door geweld en geweldsdreiging kan heel goed een voorbode zijn van de ondergang van de rechtsstaat. Dat moeten we niet laten gebeuren."

Het boek telt drie grote delen. In het eerste deel put de filosoof uit praktische ervaring, en is getiteld Heeft de politie echt geen gezag meer? Rood brengt er een onderzoeksverslag van 'politiestraatgezag'. De auteur liep anderhalf jaar mee bij de Amsterdam-Amstelse politie in het kader van het Juxta programma. Daarna was hij er nog eens drie jaar bij als filmer en als onderzoekend filosoof. Juxta (van juxtapositie) is een project dat bedacht werd door de Amsterdam-Amstelse korpsleiding. Die gebruikte een creatieve techniek uit de organisatiekunde waarbij contrasterende invalshoeken naast elkaar worden opgesteld. Het Amsterdam-Amstelse politiekorps deed beroep op pas afgestudeerde doctorandi uit verschillende richtingen. Met opzet werden geen juristen of criminologen ingeschakeld maar werd er gekozen voor ĎnaÔevelingení op politiegebied. Het bracht de Amsterdamse gemeenteraad ertoe om ongeruste vragen te stellen of een politiekorps wel geld moet steken in zo'n project. Waarom Juxta als je ook een blik agenten open kan trekken? Rood verdedigt het project: "als je nooit de tijd neemt om na te denken over werkwijze en uitgangspunten, zal je organisatie nooit veranderen en blijf je altijd hetzelfde doen."

Aangezien de politie geen honderd procent veiligheid kan bieden, zou je ze 'dweilers met de kraan open' kunnen noemen. Maar de politie is onontbeerlijk in onze samenleving. Volgens Rood zou de politie die benaming dan ook als geuzennaam moeten voeren. Het blazoen van de politie was en is nochtans niet altijd even fraai. De schrijver herinnert ons er aan dat de Amsterdamse politie in de oorlog heeft meegewerkt om Joodse families uit hun huizen te halen. De politie was een instantie om bang van te zijn. Rood werd echter aangenaam verrast door de mentaliteit die hij aantrof bij de politie, en hij moest al snel zijn beeld bijstellen. Het treft Rood om te zien hoeveel en hoe actueel er binnenskamers wordt nagedacht over de werking en opdracht van de politie. En die politie geraakt soms in conflict met haar eigen opdrachtgever. In plaats van beschermer van het status quo of de gevestigde belangen wordt ze soms de verdediger van de wet en het algemeen belang. Rood ziet dat de politie daarmee in een gat springt dat bestuur en politiek hebben laten vallen. De politie kan een leegte opvullen die midden in onze welvaartsstaat is ontstaan: de verwaarlozing van de publieke zaak.

In het tweede deel, De gezagsarme maatschappij, typeert Rood 1968 als een revolutiejaar in de westers wereld waarin niet een maatschappelijke structuur werd omver geworpen maar een onderliggend idee. Die anti-autoritaire revolte ziet de filosoof als oorzaak van een ingrijpende wijziging van ons idee van 'gezag in de maatschappij' De consequenties van deze revolte zijn volgens Rood nog overal merkbaar. De opstandigen traden in de voetsporen van een klassiek filosofisch debat over menselijke (on)gelijkheid. Wat volgt is zowel een historische als filosofische beschouwing waar de auteur Hegel, Rousseau, Marx, maar ook Weber, Fromm, Adorno en nog vele anderen aan bod laat komen. Rood wijst op de 'paradox van de anti-autoritaire burger'. Die burger is ontevreden over 'institutionele autoriteiten' en staat er wantrouwig tegenover.

Anderzijds blijkt er een duidelijke behoefte te blijven bestaan voor een ouderwets autoritaire aanpak. De anti-autoritaire burger heeft niet zozeer behoefte aan de politie als vriend, maar eerder aan een politie als autoriteit die zo nodig hard optreed om norm-overschrijdend gedrag aan te pakken. Het brengt de burger ertoe twee rollen aan te nemen: in het hart zijn we risicorealisten, maar naar buiten vaak klagers of bangeriken omdat dat laatste meer oplevert bij overheid en media. Ondertussen merkt Rood bij een aantal gezagsdragende professionals (naast politie, ook leraars, personeelchefs, e.d.) een concrete angst op voor degene over wie men gezag zou moeten uitoefenen. De gezagsdragers hebben angst voor de gezagstoekenners. Een bijzondere omkering van zaken die door de betrokkenen meestal om het hardst wordt ontkend of gebagatelliseerd.

In het derde deel gaat de auteur het anti-autoritaire denken voorbij en brengt hij een nieuw filosofisch geÔnspireerd toekomstperspectief op gezag. JurriŽn Rood gaat er te rade bij Martha Nussbaum. Rood is geÔnspireerd door Nussbaums antwoord op cultuurrelativisme, en hij ziet met haar de mogelijkheid om universele voorschriften op te stellen op basis van lichamelijk gefundeerde essentialia. Uit de lijst van capabilities ziet hij de 'vormgeving van de eigen omgeving' (het in staat zijn om een eigen leven te leiden, in een zelf vormgegeven omgeving, zowel in politiek als in materieel opzicht) als een duidelijke grond voor onafhankelijkheid, en een bescherming tegen dwang vanuit gezag maar ook tegen groepsdwang. Nadat hij ons een boek lang heeft gewezen op de invloed van ideeŽn vindt Rood het dus nodig om de richting die we zouden moeten nemen te funderen op basis van de capablities approach van Nussbaum en lichamelijk gefundeerde essentialia.

Hegel treedt bij Rood een aantal keer op het voorplan, maar dat voor Hegel het gezin het fundament van de moraal is komt niet aan bod in het boek. Nochtans lijkt me dit niet onbelangrijk, want gezag mogen we niet enkel als een politiek of maatschappelijk gegeven zien. Zoals Rood ook aangeeft is gezag een facet van intermenselijke relaties. Maar hoewel de auteur wel vermeldt dat na 1968 het patriarchale gezag onttroond werd, komt het gezin niet rechtstreeks aan bod. Zo wordt ook de invloed van de seksuele revolutie op het gezin, en bijgevolg op gezag, niet behandeld. De auteur laat wel noteren dat gehoorzaamheid als deugd al sinds de oorlog in diskrediet is gebracht en dat de pedagogiek het 'gehoorzaamheidsprobleem jarenlang heeft geschuwd met verstrekkende gevolgen voor de morele opvoeding. "Gehoorzaamheid, dwang en gezag zijn de nieuwe taboes geworden - waar vrijheid, rechten en zelfbestemming de nieuwe totems zijn."

Misschien moeten we ook de stem van Nietzsche meer recht aan doen dan Rood doet. Met de term nihilisme maakte Nietzsche de analyse van de moderne maatschappij. Hij zag het onmogelijk om een onwrikbaar fundament te vinden voor de moraal. Het feit dat we op zoek zijn en blijven naar fundamenten om vrij en geweldloos samen te leven, is voor Nietzsche een teken dat er met de moraal iets loos is. Door te zoeken naar de fundamenten van moraal dragen we volgens Nietzsche nťt bij tot nihilisme. We zouden beter antwoord bieden op de vraag wat onze waarden zijn. Misschien moeten we overwegen om met Nietzsche meer te gaan focussen op de praktijk van het samenleven. In een samenleving waar verschillende groepen mensen samenleven maar geen gemeenschap vormen (geen cultuur hebben van gedeelde waarden en normen) en waar bovendien het gezin als voedingsbodem voor de moraal verschraalt, ligt de cultuuromslag waar Rood naar streeft niet voor de hand.

Beter communiceren is misschien nuttiger dan een universele fundering voor normen en waarden te proclameren. Deze opmerking gaat niet volledig in tegen Rood want hij stelt ook vast dat we samenlevingsproblemen eerder uit de weg gaan en vooral bespreken in relativerende woorden. Volgens Rood moet de rechtsstaat durven zijn eigen minimumwaarden duidelijk aan te geven. Op die manier brengt Rood in zijn analyse ideeŽn en praktijk samen. Het besmette idee gezag zorgt in combinatie met het niet optreden tegen norm-overschrijdend gedrag voor negatieve impulsen in onze westerse samenlevingen. Rood schreef een coherente en gedetailleerde analyse van gezag. Daarmee is zeker niet alles gezegd, maar hij heeft zeker laten aanvoelen dat de gezagsproblematiek een hoge plaats op de maatschappelijke agenda verdient.

JurriŽn Rood laat zien dat alle burgers, als gezagstoekenners ťn gezagsdragers, daar verantwoordelijkheid in dragen en een rol in hebben te spelen. De spiegel die Rood ons voorhoudt toont ons geen fraai beeld en geeft ons geen gemakkelijk te vervullen opdracht. Maar misschien kunnen nieuwe organisatievormen aan een meer vrije en geweldloze samenleving bijdragen. Politici, filosofen en burgers kunnen daarnaar op zoek gaan, en misschien vinden we wel goede voorbeelden op onverwachte plaatsen. Zoals bij de politie.


Recensie door Claude Nijs

Rood JurriŽn, Wat is er mis met gezag?, Lemniscaat, 2013

Links
mailto:claudenijs@icloud.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be