Rondas’ Wereldbeeldenboek

boek vrijdag 02 maart 2007

Jean-Pierre Rondas

De globalisering zorgt voor de ineenstorting van mentale en fysieke grenzen. Geen enkel land kan zich nog ontrekken aan de rest van de wereld. Noord-Korea is de uitzondering die de regel bevestigt. De natiestaten kunnen bijna geen mensen meer tegenhouden aan de grenzen, laat staan ideeën. Via de moderne communicatiemiddelen zoals satelliettelevisie, internet en mobiele telefonie staan we in verbinding met de rest van de wereld. Sommige regimes trachten deze vormen van interactie nog hopeloos aan banden te leggen maar het lukt hen steeds minder goed. De macht van regeringen om hun onderdanen bepaalde informatie te onthouden of te manipuleren smelt als sneeuw voor de zon. Dit is een van de krachtigste motoren voor een verdere individualisering, waar noch tradities, gewoontes of religies tegen op kunnen. Misschien nog enkele jaren, desnoods een decennium, maar dag na dag zullen ‘vreemde’ denkbeelden de geesten van de mensen inspireren, beïnvloeden en, vanuit het standpunt van de machthebbers, ‘besmetten’. Nieuwe denkbeelden en informatie zullen ertoe leiden dat mensen gaan nadenken, vergelijken, afwegen en kiezen. En keuzes zijn zowat het meest hinderlijke dat ondemocratische regimes, tradities en gewoontes kunnen verdragen.

Vandaar dat de filosofie steeds meer spreekt in termen van wereldbeelden en antwoorden tracht te verschaffen op problemen die de eigen kerktoren overstijgen. Onder de titel Rondas’ Wereldbeeldenboek bundelde de Vlaamse cultuurjournalist Jean-Pierre Rondas een reeks diepgravende interviews die hij de voorbije vijftien jaar had met vooraanstaande filosofen uit diverse taalgebieden. Het resultaat is een boeiend boek waarin de belangrijke vraag ‘Hoe te leven’ en vooral ‘hoe samen te leven’ centraal staat en vanuit diverse perspectieven wordt beantwoord. Daarbij treedt de interviewer en samensteller niet op als een klassieke journalist met een lijstje evidente vragen, maar als een socratische gesprekspartner die met zijn gekende hardnekkigheid de deelnemers tot de kern van de zaak dwingt. Het boek opent met de inmiddels overleden Vlaamse filosoof Leo Apostel die stelt dat wereldbeelden niet vanzelf ontstaan, maar dat men ze bewust moet construeren. Toch is het zo dat we willens nillens te maken hebben met zowat alle culturen op de aarde en er zijn thema’s, zoals de milieuproblematiek, ‘die als zodanig het probleem van de totaliteit van de aarde is geworden’. Het vernieuwende bij Leo Apostel is dat het bij hem om de constructie van een niet dogmatisch wereldbeeld gaat als een noodzakelijke zet tegen angst en apathie. Een visionaire stelling wetende dat na zijn dood religies weer onfeilbaarheid en universaliteit claimen.

Martha Nussbaum is een van de belangrijkste filosofen van onze tijd, maar dat had Rondas bijna tien jaar geleden al ingezien. Haar theorie van het mededogen mondt uit in een soort compassieus of stoïcijns kosmopolitisme, aldus Rondas en dat klopt ook. Net als Immanuel Kant en Thomas Paine heeft ze het wereldburgerschap als doel maar dan wel via de weg van de multiculturele opvoeding. Voor haar is elk individu een organisch deel van het gehele mensdom en daar trekt ze verstrekkende conclusies uit: ‘Ik ben groot geworden in een enorm rijke en bevoorrechte omgeving. Pas later zag ik mensen die moesten knokken om te overleven en om hun basisrechten te verkrijgen’, aldus Martha Nussbaum die samen met Nobelprijswinnaar Amartya Sen de ‘capabilities approach’ ontwikkelde als een theoretisch en praktisch concept ter benadering van fundamentele rechtvaardigheid. In die zin gaf ze de voorbije jaren vorm aan een minimale theorie van sociale rechtvaardigheid. Een ambitieus project waarmee ze in de voetsporen treedt van grote denkers als Kant en Rawls. In die zin zet ze zich ook af tegen tribale en eng patriottistische gevoelens waarbij mensen zich gaan afzetten van vreemdelingen.

De Vlaamse godsdienstfilosoof Louis Dupré komt dan weer op voor de verlichting tegen het postmoderne antirationalisme. Voor hem ligt de oorsprong van het denken in de synthese van joods en Grieks denken die het christendom biedt. Of anders gezegd, de moderniteit begon niet bij de denkers van de verlichting maar in de renaissance, waarbij Louis Dupré verwijst naar Italiaanse humanisten als Petrarca, Dante en Landino. Alhoewel de hier onvermelde Pico della Mirandola met zijn stelling van ‘de mens als zijn eigen Schepper’ een beter voorbeeld is. Het humanisme van de Renaissance betekende inderdaad een eerste golf van modernisering, maar dat betekent niet dat elke scheppende kracht van de mens als religieus moet worden beschouwd. Het is alsof Dupré de doelstellingen van de verlichting post factum wil claimen vanuit een religieuze inspiratie. De ware doelstelling van de verlichting is echter, zoals Jürgen Habermas terecht stelde, de emancipatie van de mens, ook en vooral ten aanzien van de godsdienstige dogmatiek. Ik ben het dan ook niet eens met Duprés’ conclusie dat het meest fundamentele van de mens in het religieuze ligt. Het ligt in de rede, maar dan niet de rede die aanstuurt op absolute waarheden, maar de kritisch rationalistische benadering van Popper. ‘Eén van de uitdrukkingsvormen van het transcenderen is de religie’, aldus de Duitse filosoof Rüdiger Safranski. Ja, maar zoals Gÿorgy Konrad scherp opmerkte is de wereldliteratuur het ware voertuig van de transcendentie want ‘die omvat, beschouwt en bespot de religies’.

Waarmee we bij het belang van de geschiedenis en de herinnering komen, een thema dat Rondas bespreekt met de inmiddels overleden Duitse schrijver W.G. Sebald. Zijn boeken zijn pogingen om de geschiedenis, die zich in tal van objecten zoals foto’s en documenten heeft gecondenseerd, te vertellen. Op die manier betovert hij als het ware zijn publiek en voert hen ongemerkt naar de oorsprong van zoveel leed, heimwee en verdriet. Als een archeoloog reconstrueert hij het verleden en confronteert hij zijn lezers met ogenschijnlijk evidente keuzes. Keuzes zijn evenwel nooit evident. Ze sturen ons leven onverbiddelijk in een bepaalde richting en dan is er geen weg terug met alle gevolgen vandien. Maar Sebald vertelt Rondas dat het bewustzijn van de geschiedenis radicaal aan het verdwijnen is. Ooit sprak hij over ‘de onvermijdelijke fictionalisering van het verleden’, toen hij het had over Schindlers List van Steven Spielberg. Een angstaanjagende gedachte die hij nog versterkt met de uitspraak dat geschiedenis iets is ‘wat men niet nodig heeft’ en ‘waarmee men zich niet kan belasten’! Een vreselijke stelling, want hebben we niet steeds geleerd dat we lessen moeten trekken uit de geschiedenis? De geschiedenis enkel zien als een ‘antiquiteit’ lijkt me een drama. Maar iedereen beseft natuurlijk dat afstand ook wegdeemstering betekent. ‘Vergeten maakt deel uit van het leven’, aldus Gÿorgy Konrad, en dat is de harde realiteit. De blik op het heden en de toekomst dus, en dan komt de Engelse filosoof Roger Scruton in beeld die met zijn cultuurpessimisme ophef maakt. Tegen de globalisering in houdt hij opnieuw een pleidooi voor een nationale identiteit als ‘iets wat we allemaal hebben of nodig hebben’. Hij haalt scherp uit naar de verdedigers van het multiculturalisme die in zijn ogen ‘in feite een non-cultuur, een soort lege hutsepot waarin je maar gooit wat je wil’ bepleiten. Hij ziet religie als de fundamentele beweging binnen een cultuur, als ‘de slagader waardoor de gemeenschapszin vloeit’. Hij plaatst zich met zijn ideeën uitdrukkelijk in het conservatieve kamp dat ‘waardevolle verworvenheden van orde en cultuur wenst te behouden’ tegenover het liberale temperament dat ‘met die verworvenheden wil experimenteren’. En haalt fel uit naar het Parijse mei ‘Achtenzestig’, en zaken als ‘de drugscultuur, de seksuele promiscuïteit, het hanggedrag en de weigering om ergens toe te behoren’. Een indrukwekkend betoog, maar zijn voorstellen tot restauratie van de natiestaat en religie bieden geen duurzame oplossing voor de toekomst. Het religieus fundamentalisme en het westerse cultuurrelativisme moeten niet bestreden worden met een restauratie van de vroegere waarden en de macht van de natiestaat, maar met een radicale en wereldwijde promotie van het individualisme.

Ik ben bevreesd voor Scrutons hang naar die vermeende ‘orde en cultuur’ van vroeger, voor zijn nostalgie naar die vermeende vanzelfsprekende ‘gemeenschapszin’ die de religie zou bevorderen, naar zijn pleidooi om de vrijheid weer ondergeschikt te maken aan die vermeende geborgenheid die een natiestaat zou bieden. Dat de multiculturele samenleving zou leiden tot een non-cultuur en we behoefte zouden hebben aan een nationale identiteit is vals. De globalisering geeft mensen juist de kans om zich een eigen identiteit te vormen en net die culturele aspecten op te nemen die men echt waardevol vindt. Net als Mario Vargas Llosa vermoed ik achter elk pleidooi voor de verdediging van de identiteit van een groep een complot tegen de individuele vrijheid. Scruton ridiculiseert de beweging van mei ’68 met zijn aanval op de gezagsvijandige jeugd die sympathiseert met collectivistische waanbeelden. De opstand van 68 betekende iets fundamenteel anders, iets meer verhevens. Hier ligt de basis van de ontkerkelijking, de ontzuiling, het antiautoritarisme, de verdraagzaamheid, de mensenrechten, de gelijkheid der seksen, het antiracisme en de vrijheid. De bevrijding van de ketenen van de opgelegde moraal, de vrije geest die doorheen alle barrières dringt, de definitieve afrekening met de censuur en de index, de bevrijding van de vrouw uit het keurslijf van de kerkelijke dogma’s. Op slag werd een einde gemaakt aan de uniformiteit, de maakbaarheid van de samenleving en het geloof in de onfeilbaarheid van Partij, Leider of Geloof.

Scruton pleit voor een periode van twintig jaar waarin niets zou mogen veranderen, onder meer om ecologische redenen. Dit lijkt me niet alleen een slechte zaak voor onze samenleving maar ook een gruwelijke gedachte voor de miljoenen armen die thans in andere delen van de wereld leven. Een vorm van capitulatie tegenover de gedachte dat we voortdurend moeten vechten tegen onvrijheid en onrechtvaardigheid, en elke kleine belemmering daartoe moeten wegnemen. Ook de Franse filosoof Alain Finkielkraut staat gekend als een cultuurcriticus van de moderniteit. Hij kiest echter voor een andere invalshoek, namelijk een aanval op het cultuurrelativisme dat nog steeds een sterke stroming vormt in de discussie rond de multiculturele samenleving. Zo vindt hij het schandelijk dat men vanuit die hoek wel fors uithaalt naar het Westen en Israël in het bijzonder als plaatsen van onverdraagzaamheid, maar als vermoord zwijgt over de vormen van uitsluiting in de Arabische en de moslimwereld, denk aan de onderdrukking van de vrouw aldaar. Categorieën als links of rechts mogen ons denken niet langer intimideren. Het pleidooi van Finkielkraut is geen oproep tot een soort morele herbewapening, maar wel een verzet tegen elke moraal die de menselijke autonomie onderdrukt in naam van de ‘toekomstige vrijheid’.

Een bijzondere stem in de wereldbeeldenboek is die van de Franse filosoof Alain Badiou. Zijn stelling dat echte revoluties universalistisch zijn, is een diepzinnige gedachte en sterkt me in de overtuiging dat we de verlichtingsstrijd steeds en overal verder moeten voeren. Zoals Sebald, zegt hij dat de herinnering aan Auschwitz helemaal geen waarborg biedt ‘tegen de mogelijkheid van de herhaling van de verschrikking’. Dat zien we vandaag in tal van landen waar in naam van God de mens ten onder gaat. Tegelijk verwerpt hij de these van een uniek en absoluut wereldbeeld. Er bestaat nu eenmaal een veelvuldigheid van werelden. ‘Er is niet één wereld, dat is een verzinsel en een totalitaire gedachte’, zo zegt Badiou. Voor hem komt het er niet op aan de wereld te veranderen, maar van wereld te veranderen. Daarmee gaat hij echter voorbij aan één universeel gegeven: het feit dat elke mens, in elk land en in elke cultuur, zich verzet tegen het onvrijwillig ondergaan van pijn. Uit die universele vaststelling vloeit de gelijkwaardigheid van elke mens en het recht op zelfbeschikking voort. En die morele code moeten we steeds op zak hebben, zelfs als men van wereld verandert.

Dit alles is maar een greep uit de veelheid aan prikkelende gedachten die in de gesprekken met Jean-Pierre Rondas voorkomen. Het boek geeft een indrukwekkend overzicht van het hedendaagse politiek filosofische denken waaraan we meer dan ooit behoefte hebben. In elk geval zet het aan tot een verdere reflectie over de mondiale problemen, en voedt het ons beeld op de wereld van vandaag en morgen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Jean-Pierre Rondas, Rondas’ Wereldbeeldenboek, Pelckmans-Klement, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be