Eigen Schuld Eerst

boek vrijdag 18 april 2003

Filip Rogiers

Het boek Eigen Schuld Eerst waarin Knack-journalist Filip Rogiers het succes van het Vlaams Blok onderzoekt is een van de betere werken over het fenomeen van extreem rechts in Vlaanderen. Dit boek met als ondertitel Wat we niet willen horen over extreem-rechts in Vlaanderen, is interessant voor al wie bekommerd is om onze democratische samenleving. Ik raad aan het ganse boek te lezen, want elke bespreking (of samenvatting) verliest de nuances die zo nodig zijn om de analyse van Rogiers echt te begrijpen. Wat hierna volgt is niet zozeer een bespreking van het integrale boek, maar een scherpstelling op enkele opmerkelijke stellingen van Rogiers.

De voorpublicatie in het tijdschrift Yang deed al heel wat stof opwaaien. Hierin legde Rogiers al onmiddellijk de toon van zijn betoog. De traditionele partijen hebben uit angst en zelfbehoud het Blok te veel en te lang beschouwd als een politiek probleem en niet als een maatschappelijk probleem. Al sinds de eerste zwarte zondag zoeken politieke partijen daarom naar een politiek en eigenlijk egocentrisch antwoord op het fenomeen. Hét voorbeeld is de omvorming van de PVV naar de VLD en de Burgermanifesten van Verhofstadt waarin hij een rechtstreeks appèl deed tot de burger. "Verhofstadt heeft een burger voor ogen die wakker, ontvoogd en vrij is. Een burger die het recht heeft, en dat recht ook kan grijpen, om de staat de wacht aan te zeggen als die hem teveel betuttelt met verouderde wetten en structuren die de samenleving eerder kapotmaken dan maken. Meer vrijheid leidt automatisch tot meer solidariteit waar het echt nodig is, en niet waar structuren (zoals vakbonden en ziekenfondsen) dat voor hun eigen overleven dicteren. Dat denken heeft een onbedoeld averechts effect. Niet alleen de democratische, vrije, liberale burger herkent er zich in, maar ook de achterblijver. Die vertaalt het idee om uit de staat te stappen in zijn favoriete woord: foert." De daaruitvolgende akties als het Grote Referendum van de VLD en de invoering van allerleid pop-polls en telefonische 'enquêtes' op VTM verwerden tot een vorm van naar-de-mond-praterij of populisme.

Ook andere partijen trachtten steeds meer de burger naar de mond te praten. De VU deed dit met zijn congres in 1988 rond Nieuwe Politieke Cultuur en Rogiers benoemt in dit verband ook Het Signaal van Coppieters en De Batselier. De CVP die er door innerlijke verdeeldheid maar niet in slaagt duidelijke keuzes te maken. Daarbij krijgt de burger te horen dat hij een egoïst is, waarop die op zijn beurt salut en merci zegt. Ook de goedbedoelde acties als Hand-in Hand of van oproepen van vakbonden en bedrijfsleven voor meer democratie maken weinig indruk op de burger die nu eenmaal geconfronteerd is en blijft met concrete dagelijkse problemen. En terwijl de democratische partijen vooral bezig zijn hun eigen gelijk te bewijzen blijft het Blok de misnoegden naar zich kanaliseren. "Pogingen tot democratische zelfkritiek worden gesmoord met de waarschuwing: het is koren op de molen van extreem rechts." Dat verwijt kreeg zelfs Agalev te horen met hun kiescampagne van 1995 en hun slogan 'Begin met een schoon blad'. Persoonlijk denk ik trouwens dat de campagne van 1995 inderdaad in de kaart van het Blok speelde door het voeden van angst bij de burgers voor het beleid van een democratische tegenpartij. Zowel de VLD die zich tegen de regering keerde met grote affiches waarop oudere mensen van hun handtassen beroofd werden en hun pensioen niet meer uitbetaald zouden krijgen. Maar ook van de kant van de SP en vooral Louis Tobback die beweerde dat zieken en sociaal zwakkeren door de liberalen aan hun lot zouden worden overgelaten. Neem daarbij de totale onduidelijkheid van de CVP-campagne die door haar interne belangengroepen niet tot klare standpunten kon komen en de verschillende 'affaires' zoals het Agusta-schandaal en het Blok kon incasseren.

Filip Rogiers reikt ook een oplossing aan. Hij pleit onomwonden voor meer betrokkenheid van de burger. "Die betrokkenheid moet dan wel grondig gebeuren. Het kan zich niet beperken tot een 'hoorzitting' waarin de overheid haar asiel- en migratiebeleid komt 'uitleggen'. In Westende en op andere plaatsen waar de overheid asielcentra opende, konden vele burgers zich na de start van die centra amper nog iets voorstellen bij het enorme voorbehoud dat ze voordien hadden gemaakt. Net zo goed zagen de verantwoordelijken nadien in dat ze bij de conceptie van hun beleid al te angstvallig te werk waren gegaan in hun poging om zo weinig mogelijk mensen 'te storen'. Wat rest is opluchting en een beetje schaamte over de waanbeelden die men gekoesterd heeft. Wat rest is vooral een beter, 'gezelliger' samenleven, een maatschappelijk meer gedragen beleid. Natuurlijk blijven er altijd blockheads over die zich grommend terugtrekken. En sommigen zullen nooit naar een hoorzitting of een ander moment van contact komen, maar misschien doet vandaag de buur dat wel en dan is er via de achterdeur toch nog contact mogelijk. Geen honderd pamfletjes die in de abstracte naam van de democratie en de mensenrechten oproepen tot 'verdraagzaamheid' kunnen dat resultaat bereiken. En ja/neen referenda evennmin." Het is naar mijn oordeel een sleutel-paragraaf in dit boek. Het lijkt me tevens een goed voorbeeld te zijn van de bestaande koudwatervrees bij bepaalde democratische partijen om stemrecht voor migranten te bespreken: de vrees voor extreem-rechts.

"De vervreemding tussen samenleving en structuren, en de vertaling daarvan in onder meer extreem-rechts, is een verhaal van duizenden verbroken contacten (…) klassieke antennes voor contact verloren hun efficiëntie door evoluties zoals ontzuiling, globalisering en individualisering." Het leidt eigenlijk tot mijn persoonlijke conclusie dat ondermeer ook politici terug meer onder de bevolking moeten komen. Het is niet toevallig dat een nationaal minder gekend politicus zoals Frank Beke in Gent zoveel voorkeurstemmen haalt als je weet dat hij elke zaterdag van deur tot deur gaat om te luisteren naar de grote en vooral kleine problemen die leven onder de bewoners. Wie gaat in Antwerpen nog van deur tot deur? Juist, het Vlaams Blok.

Over het samenleven tussen allochtonen en autochtonen wijst Rogiers op de dubbelzinnigheid bij zowel democratisch links als rechts. De enen willen bepaalde problemen helemaal niet zien en stellen de 'goede allochtoon' in de schijnwerper op het zoveelste Feest van de Democratie of als kandidaat op een verkiezingslijst. Ze vrezen verkeerd begrepen te worden als ze het échte samenleven in kaart willen brengen. Conservatieven die assimilatie nastreven beperken zich dan weer tot een aantal vormelijkheden zoals de inburgering via de taal en de dagelijkse gewoontes. "Het resultaat is dat een objectievere, vollediger of structurele integratie (werk, onderwijs, politieke participatie, huisvesting) achterwege blijft of in alk geval maar half werkt. Het is een braakland tussen de polen en de tegenpolen rond het Blok." Rogiers tekent dan ook een duidelijke lijn uit waarover alle democratische partijen zich moeten over buigen. "Er is geen andere weg uit de impasse dan die van het realisme, van een complexloos open en totaal integratiebeleid, totaal omdat het ook en als vanzelf de blanke man (her)integreert. Zo'n beleid gedoogd bijvoorbeeld niet dat scholen zich beroepen op quota in het non-discriminatie-pact om allochtonen de deur te wijzen. Zo'n beleid sluit evenmin de ogen voor klachten over het dalende kwaliteitsniveau door de aanwezigheid van allochtonen. Het zoekt naar instrumenten om objectief vastgestelde hiaten in het samenleven weg te werken, wars van wat populair is bij rechts en links. Zo zou er in een realistische kijk op integratie plaats moeten zijn voor onder andere migrantenstemrecht, voorbereidende Turkse of Marokkaanse klassen voor allochtone kinderen in elke school, de verwijdering van kruistekens en hoofddoeken in de klassen, een verplichting om in de eindtermen van het onderwijs noties van het christendom, de islam en andere godsdiensten in te schrijven, verplichte taalcursussen en een strengere aanpak van jonge autochtone delinquenten."

Rogiers bespreekt de bestaande dubbelzinnigheid ten aanzien van het Blok ook bij de media. "Democraten die inzake veiligheid of migranten de situatie op het terrein proberen in te schatten en uit te leggen, en daar dus ook de pijnpunten in zien, worden door de 'politiek correcte' pers heel snel gestigmatiseerd. Die pers heeft zo in tien jaar tijd vele kritische stemmen feitelijk monddood gemaakt door ze te negeren, of zelfs al dan niet impliciet te veroordelen als 'waterdragers voor het Blok' (…) Dit ganse proces dat alles te maken heeft met een al te intellectualistische afstand tegenover de samenleving, leidt tot een opeenstapelijn van partiële, oppervlakkig beschrijvende eerder dan verklarende analyses. Vanuit redactielokalen, of vanuit de bruine kroegen rond die lokalen, vanuit de vele 'geëngageerde' culturele centra en vanuit de wetstraat en de partijkwartieren wordt die partiële waarneming en vooral de onderliggende democratische 'correctheid' verwelkomd binnen altijd weer dezelfde besloten kringen." Ook dit vormt een probleem. Hoog tijd voor bezinning, en dit los van het enge partijdenken of het regeringswerk.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Filip Rogiers, Eigen Schuld Eerst. Wat we niet willen horen over extreem-rechts in Vlaanderen, 2001

Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be