De first lady van GeorgiŽ

boek vrijdag 06 mei 2005

Sandra Elisabeth Roelofs

Sandra Roelofs is een eenvoudig meisje afkomstig uit Terneuzen, in Zeeland dicht bij Gent. Door haar talenkennis kwam ze in contact met Misja, een ambitieuze GeŲrgische student met interesse voor de politiek. In 2004 werd haar man de nieuwe president en zijzelf de first lady van een land dat jarenlang geboekt stond als een van de meest corrupte van de wereld. Over haar leven en de politieke opgang van haar man schreef Sandra Elisabeth Roelofs het boek De first lady van GeorgiŽ. Het verhaal van een idealiste. In feite is het een dubbel verhaal. Enerzijds vertelt Sandra Roelofs over haar jeugd, haar verliefd worden op Misja, de aanpassing aan GeorgiŽ en tegelijk de heimwee naar Nederland, de geboorte en opvoeding van haar zoontje, en tal van andere kleine en grote gebeurtenissen uit haar leven. Anderzijds schetst ze een interessant beeld van de overgang van GeorgiŽ van een vroegere Sovjetrepubliek tot de onafhankelijke staat die het vandaag is met alle overgangsproblemen vandien.

GeorgiŽ kende van de elfde tot de dertiende zijn gouden eeuw, maar daarna ging het ten onder door de Mongoolse invallen. De val van Byzantium in 1453 sneed het land af van Europa waardoor het de Renaissance en de Verlichting misliep. Later kwam het land onder controle van de Russische tsaren en werd het een onderdeel van de Sovjet-Unie. Pas na de val van de Muur en de ineenstorting van het communisme werd het op 9 april 1991 opnieuw een onafhankelijke staat. Ongeveer de helft van de 4,4 miljoen inwoners leeft in de hoofdstad Tbilisi en de belangrijkste politicus van die tijd werd Eduard Sjevardnadze die jarenlang de steun genoot van de westerse machtsleiders. De relatie tussen GeorgiŽ en Rusland was een haat-liefde verhouding, zo schrijft ze. Liefde omwille van de gedeelde cultuur maar ook haat omwille van de gedwongen collectivisering en nationalisering. Toch leidde de val van het communisme niet tot vrede en welvaart. In Zuid-OssetiŽ en AbchaziŽ zorgden burgeroorlogen voor duizenden doden. En de omschakeling naar de Ďvrije marktí zorgde voor heel wat ongenoegen. ĎVroeger betaalde je met gehoorzaamheid zonder vragen te stellen, nu waren slechts nog harde valutaís welkom maar werd trouwens niet gevraagd waar die vandaan kwamení, zo schrijft Sandra Roelofs.

Desondanks beschrijft ze Tbilisi als een geslaagde combinatie van oosterse en westerse denkbeelden. Een stad met een etnisch zeer verscheiden bevolking waar synagogen, Russisch orthodoxe kerken, Georgisch orthodoxe kerken, rooms-katholieke kerken en moskeeŽn vredig naast elkaar bestaan. En alhoewel de Georgisch-orthodoxe kerk bijna zeventig procent van de bevolking als volgeling telt zijn er nauwelijks problemen met de andere gemeenschappen. Niet het geloof zorgde voor problemen, maar wel de dagelijkse levensomstandigheden zoals de energievoorziening. Sabotage, doorverkoop, misbruik en het massaal aftappen van de hoofdleidingen door diverse clans zorgen ervoor dat het netwerk voortdurend problematisch blijft. Het is een thema dat regelmatig in het boek voorkomt en blijkbaar symptomatisch is voor de Georgische samenleving.

Intussen werd Misja parlementslid voor de Burgerunie, de partij van de toenmalige president Eduard Sjevardnadze. Die laatste schopte het in de Sovjet-Unie ooit tot eerste secretaris van de communistische partij en Minister van Buitenlandse Zaken onder Mikhail Gorbatsjov en na de val van het communisme werd hij president van GeorgiŽ. Dat veranderde evenwel weinig voor de bewoners. De corruptie bleek ingebakken in het systeem en uiteindelijk scheurde Misja zich los van het systeem. In 1999 stelde hij zich kandidaat als onafhankelijk parlementslid onder de slogan ĎGeorgiŽ zonder corruptieí waarmee hij de strijd aanging tegen illegaal verworven eigendom, waaraan vooral hooggeplaatste ambtenaren zich schuldig hadden gemaakt. Het leidde tot fysieke bedreigingen waarbij hun auto tweemaal werd aangereden. Maar Misja zette door en won een zetel in het district. Hij voerde campagne tegen de stijgende olieprijzen en de toenemende criminaliteit. Op een avond werd Misja op straat aangevallen door enkele mannen maar wist te ontkomen. Hij verdedigde de aansluiting van GeorgiŽ bij Europa en Sandra Roelofs beschrijft dat goed. ĎDe GeorgiŽrs beschouwen zichzelf graag als de oudste Europeanen van het continentí, zo schrijft ze en het land heeft inderdaad een Europees gezicht met sterke oosterse trekken.

Het land schoof intussen verder naar de afgrond. Publieke monopolies kwamen in handen van particuliere monopolies, wanbeheer en corruptie zorgden ervoor dat toegezegde gelden misbruikt werden, ambtenaren werden omgekocht en intussen groeide de Georgische schuldenlast. Sandra Roelofs beschrijft in haar boek enkele concreet voorbeelden. Modale burgers moeten rondkomen met een maandsalaris van zestien euro. Medicijnen en schoolboeken zijn luxeproducten en ruim zeventig procent van de activiteiten verlopen in de schaduweconomie. In feite bestond er geen staat meer. Om de opkomende hervormer in toom te houden benoemde de president Misja als Minister van Justitie die zich onmiddellijk concentreerde op hervorming van het gevangeniswezen. Dat lijkt voor buitenstaanders wat vreemd, maar GeorgiŽ had toen een kwalijke reputatie inzake het aantal ontvluchte misdadigers, en Misja ontsloeg tal van gevangenisdirecteuren vanwege hun aandeel in de handel in drugs en wapens.

Uiteindelijk keerde het Georgische volk zich tegen de president en wou leiders die echte hervormingen doorvoerden. Toen de regering een populaire journalist liet vermoorden was het hek van de dam. De burgers keerden zich tegen hun president en Misja nam ontslag als minister en zetelde voortaan als onafhankelijke. In oktober 2001 stelde hij zich opnieuw verkiesbaar als parlementslid en haalde 66 procent van de stemmen. Het land ging intussen van kwaad naar erger. Rusland verleende niet langer energie en het IMF weigerde nog leningen toe te staan aan een corrupt regime. Bij lokale verkiezingen in Tbilisi haalde Misja ťťn derde van de stemmen, maar iedereen besefte dat de uitslag vervalst was en dat zijn partij veel meer had behaald. Als hoofd van Tbilisi zorgde hij voor speeltuintjes in achtergestelde buurten, de goede werking van liften, het herstellen van honderden daken en een harde strijd tegen de illegale handel op straat. Zo won hij stilaan maar zeker de sympathie van de lokale inwoners die vroeger zo afhankelijk waren van concurrerende machtsgroepen.

Het land gleed verder af naar een non-staat waarin private groepen het voor het zeggen hadden, zowel op economisch, sociaal als politiek vlak. Diverse clans voerden de macht over bepaalde delen van het grondgebied en de president greep niet in. Waarschijnlijk zaten zijn vrienden en familie mee betrokken in de corruptie. Er kwamen nieuwe verkiezingen maar die werden dermate vervalst dat zelfs de regering een onderzoek moest instellen, en belangrijker, het volk begon op straat te komen en schreeuwde om vrijheid. De leider van de beweging was Misja en op een dag trok hij met zijn aanhangers naar het parlement en eiste het ontslag van de president. Na drie weken staking plooide de regering en werden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven. Die ganse actie ging de geschiedenis in als de ĎRozenrevolutieí in GeorgiŽ. Misja werd met een grote meerderheid verkozen als president en beloofde zich in te zetten voor de heropbouw van zijn land en de integratie van zijn land in de Europese Unie.

Intussen is Misja een jaar aan het bewind. Heel duidelijk zijn de hervormingen in het land alsnog niet. Dat ligt niet aan de first lady die zich nog steeds engageert voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Ze schrijft zelf hoe ze bij de presidentiŽle inauguratie op ongemakkelijke hoge hakken moest lopen. Hopelijk blijft ze zich alleen goed voelen in die lage stapschoenen waarmee ze de boerderijen van de gewone GeorgiŽr bezocht. Sandra Roelofs schreef een opmerkelijk boek. Alhoewel ze de band met haar thuisland Zeeuws-Vlaanderen niet loslaat, ging ze toch volledig op in de Georgische cultuur, tradities en gewoontes.

Relevant is alvast haar analyse van de taak van de overheid. Onder de communisten en Sjevardnadze betekende dat alles of niets. Prioritair waren toen de belangen van allerhande groepen die de overheid als een melkkoe zagen. Het zorgde ervoor dat de staat en haar leiders steeds meer impact kregen op het leven van de gewone mensen. Wie leiding had over de grote staatsbedrijven had meteen ook economische en politieke macht. Met het wegvallen van de Berlijnse Muur hoopten sommige economische spelers het heft in handen te houden. Publieke monopolies gingen over in handen van private monopolisten, vaak vroegere communisten, zodat de modale burger er niet beter van werd, integendeel. Sommige kritikasters van de situatie in de gewezen republieken van de Sovjet-Unie na de val van het communisme wijzen met een beschuldigende vingen naar het liberalisme. Die kritiek klopt niet. Wat in die landen gebeurde heeft niets met liberalisme te maken maar met een losgeslagen systeem waarin de overheid zo zwak is dat ze geen voldoende rechtszekerheid kan bieden. Het gevolg is een doorkruising van de noodzakelijke scheiding der machten, waardoor willekeur, chantage en vervalsing van kiesuitslagen mogelijk worden. In een liberale rechtstaat is de scheiding der machten van fundamenteel belang. Het noodzaakt ook, in weerwil van sommige libertarische denkers, een goed functionerende overheid die mensen gelijke kansen biedt. Het liberalisme staat steeds wantrouwig tegenover een te grote machtsconcentratie, of die nu in handen van de overheid of van private monopolies ligt.

Intussen moeten we hopen dat Misja en Sandra niet bezwijken onder de onvermijdelijke bekoringen van de macht, maar verder hun idealen volgen voor een beter lot voor hun volk. Als ze dat doen en mee zorgen voor de installatie van een echte liberale democratie in GeorgiŽ dan moeten we de deur openen voor haar toetreding tot de Europese Unie.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Roelofs Sandra, De first lady van GeorgiŽ, Archipel, 2005.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be