Archives clandestines du Ghetto de Varsovie

boek vrijdag 07 december 2007

Emanuel Ringelblum

In de getto’s van Polen onder het schrikbewind van de nazi’s, toen het dagelijks leven afschrikwekkend was en de toekomst beperkt door een meer om meer waarschijnlijke dood in de loop van de komende maanden, hebben de joden met grote hardnekkigheid de lijdzaam ondergane realiteit willen vastleggen en hebben tegelijk getuigenis afgelegd over het lot dat hun gemeenschap beschoren was. De kroniekschrijvers van de ramp, zoals de dichter Wladyslaw Szlengel hen noemde, die zelf omgekomen is tijdens de opstand van het getto van Warschau in april 1943, hebben deze teksten en documenten verstopt om ze te behoeden voor vernietiging.

Een groot deel van deze clandestiene archieven, samengesteld onder de hoede en de directie van de historicus Emanuel Ringelblum in het getto van Warschau, waar ze onder de grond werden verstopt in melkkannen en metalen kisten, zijn aldus teruggevonden onder het puin, dankzij de preciese aanwijzingen van één van de zeer zeldzame overlevenden. In het geheel werden 28.648 documenten, kronieken, literaire werken, geheime dagboeken, officiële teksten, statistieken, correspondentie, schoolopstellen van leerlingen, voedselbonnen en testamenten teruggevonden… een massa documenten in het jiddisch, het hebreeuws, het pools en het Duits, evenals talrijke tekeningen en foto’s.

Vanaf november 1940, na de sluiting van het getto, heeft Emanuel Ringelblum een ploeg samengesteld van een twaalftal personen om de organisatie van de inzameling van deze documenten te verzekeren. De groep, die ‘Oneg Shabbat’ (De heerlijkheden van de Shabbat) als codenaam droeg, verzamelde op zaterdag en kon rekenen op een dicht netwerk van medewerkers. Deze schrijvers, journalisten, maar ook talloze andere medewerkers, leden van vluchtelingenorganisaties, van sociale hulpverleningscomités of jeugdbewegingen, die de getuigenissen inzamelden en de ingezamelde informatie opstapelden, maakten er samenvattingen van op basis van de instructies en vragenlijsten die door de ploegen waren voorbereid. Want Ringelblum en de zijnen hadden hun taak opgevat als deze van een pluridisciplinair onderzoekscentrum, dat alle soorten documenten onderzocht: sociologische, economische, etnografische en historische materialen betreffende de situatie van de joden, in de hoop er naderhand zelf een analyse van te maken.

Het groeiende gevaar heeft hun project gewijzigd, zonder het ooit te onderbreken. Na maart 1942, toen de joden van Lublin werden vermoord, hebben zij de wereld willen waarschuwen voor de aan de gang zijnde uitroeiing dor het toesturen van getuigenissen en verslagen. Vervolgens, na de eerste ‘Aktion’ (22 juli-21 september 1942), waarbij meer dan 300.000 slachtoffers gedeporteerd of ter plaatse neergeschoten werden, hebben de overlevende kroniekschrijvers hun ultieme hoop en energie gevestigd op het redden van archiefstukken die konden dienen als bewijsstukken voor de eraan komende geschiedenis. Hun geloof in een wetenschappelijk omschreven verleden was ook een vorm van secularisatie van de traditie.

De sterk aanwezige wil om schriftelijke sporen te redden is verankerd in het zorgvuldig memoriseren in de traditie van het judaïsme, en meer bepaald, in een rabbijnse wet die aanspoort tot het beschermen van de Naam van God en als gevolg daarvan, van elke drager waarop deze boodschap is neergeschreven. Daar het Joods Bestaan zelf in het gedrang kwam, moest elk spoor, elke tekst, elke getuigenis, worden bewaard. Emanuel Ringelblum was niet gelovig, maar in een van zijn laatste teksten vergeleek hij zijn opdracht met die van de heilige taak van de sofer, die de Tora overschrijft: Het is met een bevend hart dat de sofer de pen ter hand neemt, want de kleinste vergissing in de kopie betekent dat het ganse oeuvre wordt vernietigd. Het is met net hetzelfde gevoel dat ik tewerk ben gegaan in mijn taak.

Het heeft een halve eeuw gekost opdat dit werk uiteindelijk gepubliceerd werd. De volledige Poolse editie is op het getouw gezet door het Joods Historisch Instituut van Warschau. Drie delen zijn reeds verschenen, men weet nog niet precies hoeveel er in het totaal zullen zijn. In de twee eerste delen van de Franse uitgave, die thans in mijn bezit zijn, zijn de documenten vertaald uit de originele teksten. Het eerste deel omvat de brieven die door de joden uit de provincie gericht zijn aan hun familieleden in de hoofdstad. Het zijn eigenlijk kaarten die door de postdiensten van de getto’s geraakt zijn, het enige communicatiekanaal dat door de Duitse autoriteiten werd opengehouden. Zij stammen bijna allemaal uit de periode 1942 en verhalen over de vernietiging van de getto’s en de uitroeiingsacties. De laatsten zijn vanuit een transport naar Auschwitz gegooid. Op een van de kaarten staat geschreven: ‘Blijf waakzaam, want wij gaan met z’n allen naar de bruiloft’. De meeste brieven gebruiken aldus camouflage, metaforen, allusies, en soms bijbelse referenties, om de boodschap doorheen de censuur te kunnen loodsen. Hartverscheurend als ze zijn, mengen zij boodschappen van wanhoop met aanmoedigingen van de naasten.

Het tweede deel is aan de kinderen gewijd. Het bevat ontroerende en essentiële teksten van scholieren, over wat in hun leven is gewijzigd door de oorlog. Het bevat ook studies over straatkinderen, verhalen van opvoeders die in weeshuizen werken en die de verschrikkelijke gevolgen van de angst, de honger en de ziektes beschrijven. Het hergroepeert eveneens pedagogische werkmethodes, liederen, aankondigingen van vertoningen die met leerlingen en kostschoolkinderen zijn opgezet, die getuigen van een bewonderenswaardige en obstinate wil om de dagelijkse strijd om het bestaan aan te binden. Al deze teksten zijn testamenten geworden, geschiedenisbronnen en geheugensteunen. Zij zijn dragers van de directe en verscheurende echo van de stemmen, de gevoelens, van de hoop en de verschrikkingen van de joden uit het getto. Het zijn interpellaties geworden van ons afstervend geweten.

Wie was Emanuel Ringelblum? De geheime archieven van het getto van Warschau zijn genoemd naar de bezieler van deze immense en indrukwekkende onderneming, Emanuel Ringelblum. Geboren op 21 november 1900 te Buczacz (Oost-Gallicië), maakte hij deel uit van een nieuwe generatie historici, opgeleid in de jaren 1920 en die, naar het voorbeeld van hun leermeester, Ignacy Schiper, het onderzoek naar de sociaal-economische en culturele geschiedenis van de joden ontwikkeld hebben. Hij wijdde zijn eindverhandeling aan de Joodse Gemeenschap van Warschau, vanaf zijn ontstaan tot het begin van de 16de eeuw. Hij zal uiteindelijk de historicus zijn van het Joodse Warschau tot aan zijn vernietiging. Zijn methode van archivering zal zich inspireren op de originele manier van verzamelen van materiaal door niet-professionelen, gevormd door het Joods Wetenschappelijk Instituut van Wilno (YIWO), met wie hij samenwerkte.

Als geleerde bleef Ringelblum ook een politiek en sociaal zeer geëngageerde man van de actie. Als lid van de Poale Tsinpartij (links) hield hij zich ondermeer bezig met volksopvoeding in het jiddisch. Hij speelde ook een belangrijke rol in de joodse sociale instellingen van de Stad, die zich naderhand zouden ontwikkelen tot een clandestien systeem van wederzijdse hulp. Binnen hetzelfde gedachtegoed heeft zijn belangstelling voor de geschiedenis nooit gestaakt, en hij heeft nooit opgehouden zich te bekommeren om het lot van zijn medeburgers. Vanaf de eerste maanden van de bezetting was hij één van de belangrijkste organisatoren van de burgerlijke weerstand in het getto. Hij is dit tot op het laatste ogenblik van zijn korte leven gebleven.

Na te zijn aangehouden, werd hij in een kamp in de omgeving van Lublin gestopt. Hij slaagde erin te ontsnappen en kon zich opnieuw verbergen in de hoofdstad. Hij werd door de nazi’s ontdekt in maart 1944 en gefusilleerd in de gevangenis van Pawiah te Warschau, samen met zijn vrouw Judith, en hun zoon, Uri. Emanuel Ringelblum, die het jiddisch verdedigde als behorend tot de joodse volkscultuur waarvan hij zoveel hield, was zoals men dat in die taal zei een mensch, een opmerkelijk man.


Présentées et éditees par Ruta Sakowska. Traductions collectives. Responsible de l’édition française: Jean-Claude Famulicki.



Recensie door Yves Van de Steen

Emanuel Ringelblum, Archives clandestines du Ghetto de Varsovie, Tome I. Lettres sur l’anéantissement des juifs de Pologne, 334 p., 26 euro. Tome II. Les enfants et l’enseignement clandestin dans le ghetto de Varsovie, 360 p., 28 euro, Fayard, 2007

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be