Garibaldi

boek

Jasper Ridley

Mazzini, Cavour en Garibaldi, drie Italiaanse staatsmannen die Italië in de XIXe eeuw vorm hebben gegeven. Maar wie van hen is de grootste? Hun levens zijn verweven met de Italiaanse eenmaking in de XIXe eeuw, de Risorgimento. Alledrie behoorden ze op hun eigen manier tot de liberale stroming in de XIXe eeuw. Cavour (1810-1861) was een redelijk tacticus. Hij was van 1852 tot 1861 bijna onafgebroken regeringsleider in de constitutionele monarchie Piëmonte (onder Victor Emanuel van Savoie) en vervolgens de allereerste Eerste Minister van Italië. Zijn liberale visie was dat Italië naar het voorbeeld van Piemonte een moderne, geïndustrialiseerde en constitutionele natie moest worden. De links-radicalen waren in zijn ogen tijdelijke bondgenoten in zijn strategie tegen de reactionaire en conservatieve krachten (zoals de kerk, de Paus en de Keizer van Oostenrijk die het grootste deel van Italië regeerde). Maar hij aarzelde nooit een revolutie bloedig te onderdrukken. Het eengemaakte Italië leek ongetwijfeld het meest op wat Cavour ermee voor ogen had.

Mazzini (1805-1872) daarentegen was een radicaal en republikein die school maakte in de Italiaanse diaspora over de hele wereld. Hij had één doel: Italië eenmaken als republiek. Republiek stond in de XIXe eeuw als vanzelfsprekend synoniem met vooruitstrevend. Hij werd door radicale liberalen in het buitenland bewonderd, maar niet door de eerste socialisten en dat was wederzijds. Socialisme stond synoniem met afschaffing van het eigendomsrecht en dat was voor hem meer dan een brug te ver. Mazzine en zijn aanhang waren bij iedere poging tot revolutie, opstand, iedere politieke coup en alle mogelijke intriges, waar dan ook in Italië, 40 jaar lang van de partij.

Tussen het ultrarealisme van Cavour en het zuiver idealisme van Mazzini in treffen we Garibaldi (1807-1882) aan: een vat vol tegenstellingen, een mythe, een romantische held, een ware vrijheidsstrijder, de Italiaanse Bolivar, maar dan nog populairder. Garibaldi was een vedette met hysterische fans, groupies, talrijke aanbidsters en de XIXe eeuwse variant van paparazzi en sensatiepers. In de geest van de Italianen zal Garibaldi dus wel de grootste van de drie zijn. De klassieke Garibaldi biografie van Jasper Ridley benadert dan ook in eerste instantie het ‘fenomeen’ Garibaldi. “Er zijn wijzere politici geweest dan Garibaldi en grotere generaals: maar geen enkele was beminnelijker noch geliefder dan hij,” besluit hij zijn boek.

Geboren in 1807 in Nice in gezin van zeevaarders, zal Garibaldi op 17-jarige leeftijd zeeman worden. Voor een matroos genoot hij wel eerst een opvallend goede algemene vorming. Op jonge leeftijd raakt hij in de ban van Mazzini’s aanhang en wordt hij lid van La giovane Italia of ‘Jong Italië’, een geheim verzetsnetwerk. Hij vervult zijn militaire dienst bij de zeemacht van Piemonte (Het Koninkrijk Sardinië). In 1835 deserteert hij om in Genua deel te nemen aan een algemene opstand die Mazzini op touw heeft gezet. Het hele opzet is een absoluut fiasco. Maar als deserteur moest Garibaldi op de vlucht slaan voor de Piemontese politie. Hij trekt naar Rio de Janeiro in Brazilië.

De mislukte ervaring in Genua leidt voor Garibaldi een leven van revoluties en oorlogen in. In 1935 was de meest zuidelijke provincie van Brazilië, Rio Grande del Sul, in opstand gekomen tegen de keizer in Rio. Er ontstond een onafhankelijke Riograndese republiek. Garibaldi zal zijn eerste jaren in Zuid-Amerika (van 1835 tot 1841) de Riograndese zaak dienen. Eerst als kaperskapitein op zee in zijn eerste eigen boot, de Mazzini waarmee hij tal van Braziliaanse schepen kaapt. Later gaat hij mee de guerrillaoorlog voeren in de afgescheurde provincie. In 1941 trekt hij naar Montevideo (Uruguay) waar hij voor zeven jaar deel zal uitmaken als generaal van het Uruguayaans leger in de strijd met Argentinië en de door Argentinië gesteunde oppositie. Dit conflict was in grote mate een propagandaoorlog waar iedere vechtende partij de steun van de Europese mogendheden zocht. De gevoerde propaganda bracht Garibaldi’s heldendaden naar Europa waar ze in de Uruguayaans gunstig gezinde pers, de liberale en radicale pers doorgaans, breed werden uitgesmeerd. Hij raakte in Europa bekend als de held van San Antonio, naar een veldslag - een veldslagje in vergelijking met de Europese oorlogen - die hij op heroïsche wijze zou gewonnen hebben.

In het revolutiejaar 1848 keert Garibaldi terug naar Italië waar hij door Mazzini’s aanhang triomfantelijk wordt ingehaald. Hij stelt zich ten dienste van het Piemontese leger in de op til staande confrontatie met Oostenrijk. Amper heeft hij de gelegenheid om ten strijde te trekken in de guerrillaoorlog die hij in de streek van de Lago Maggiore moet voeren of Piemonte staakt de strijd. Garibaldi negeert het bestand en zet op eigen houtje de oorlog verder. Zijn legertje wordt verdreven en hij slaat op de vlucht. Voor de tweede maal is hij persona non grata in Piëmonte, maar zijn naam is nu wel definitief synoniem voor de Italiaanse eenheid.

Datzelfde jaar nog trekt hij met een vrijwilligersleger naar Rome om de Romeinse republiek te gaan verdedigen. Een revolutie had de paus uit Rome verjaagd. Louis Napoléon, President van Frankrijk, beter bekend als de latere keizer Napoléon III, stuurt in 1849 het Franse leger naar Rome om de stad te beleggen en de geestelijke leider van de Kerk terug op zijn wereldlijke troon te plaatsen. Tegen dit leger zijn de republikeinen niet opgewassen. Rome geeft zich over. Iedereen behalve Garibaldi eens te meer; hij trekt met een vrijwilligersleger door de Romeinse campagna achtervolgd door het Franse en het pauselijke leger.

Eens deze strijd verloren slaat Garibaldi op de vlucht en wordt in Piëmonte onderschept. Aangezien je de held van de Italiaanse éénmaking moeilijk tegen de algemene bewondering van de bevolking in kunt berechten en opsluiten, regelt de koning een ballingschap voor Garibaldi. Hij trekt via Marokko naar New York.Voor het eerst sinds 1835 moet Garibaldi iets anders doen dan vechten. Zijn laatste ervaringen hebben zijn geloof in de haalbaarheid van de Italiaanse eenmaking gekraakt. Hij tracht nu als handelaar zelf zijn brood te verdienen in Amerika. Als koopvaarder reist hij tot in Chili en China. Maar zakendoen ligt hem niet echt en winst is er al evenmin. In 1852 keert hij dan maar terug naar Piëmonte en trekt zich terug op een eiland naast Sardinië. Pas in 1859 neemt hij weer dienst als generaal in het Piëmontese leger en draagt zodoende bij tot de eenmaking van Noord-Italië (Piemonte, Modena, Parma, Toscane en Romagna…).

In 1860 volgt dan Garibaldi’s coup de gloire. Van alle politieke krachten (Cavour, de Koning Victor Emanuel,…) krijgt hij subtiele signalen dat de tijd van de Risorgimento aangebroken is. Met duizend vrijwilligers (waanzinnig weinig) verovert hij Sicilië. Een jaar later doet hij de oversteek naar Calabrië, en brengt met de verovering van Napels heel het Koninkrijk van de twee Siciliën ten val. Als dictator van Napels en van Sicilië draagt de republikein Garibaldi de macht over aan Victor Emanuel, die de eerste Koning van Italië wordt. Op de Pauselijke Staten en Venetië na is heel Italië nu één.

Jaspers Ridleys biografie van Garibaldi staat niet stil bij de verschillende XIXe eeuwse visies op de Risorgimento. Hij geeft wel aan dat voor velen Italië een geografisch begrip was, net als bijvoorbeeld Scandinavië, en geen politiek begrip. Voor Cavour en de nieuwe industriële liberale burgerij betekende de éénmaking van Italië eigenlijk de éénmaking van Noord-Italië. Met het zuiden hadden zij noch culturele, noch historische affiniteit. Het zijn mensen als Mazzini en Garibaldi die de ‘pan-Italiaanse’ identiteit hebben gecreëerd of versterkt. Met de toevoeging van Napels en Sicilië kreeg het Noorden er in eerste instantie een soort kolonie bij die ze volledig moest opbouwen qua instellingen, infrastructuur, maar ook qua taal. Maar nu het een politiek gegeven was geworden was het ook een onaf gegeven: Rome en Venetië ontbraken (zie hierover Sergio Romano’s, Histoire de l’Italie du Riosorgimento à nos jours, Point histoire 1977) .

Garibaldi was meer dan wie ook de incarnatie van dit Italië als politieke identiteit. Hij wou en zou Rome en Venetië er aan toevoegen. Dit botste op de Realpolitik van Cavour en Victor Emanuel die het jonge land een internationale plaats wilden geven en daartoe Napoléon III de beschermer van Rome en de Keizer van Oostenrijk die over Venetië heerste niet wensten te bruuskeren. In 1862 ronselt Garibaldi weerom een vrijwilligersleger en rekent op de stilzwijgende steun van de koning. Hij zet mars op Rome. Een oorlog met de Pauselijke staten staat gelijk met een oorlog aan de katholieke mogendheden. Victor Emanuel houdt de opmars van Garibaldi met geweld tegen. De held Garibaldi wordt onder huisarrest naar zijn eilandje nabij Sardinië verbannen.

In 1866 mag hij weer van de partij zijn bij de inname van Venetië. Maar in 1867 probeert hij weerom met een eigen vrijwilligersleger Rome te veroveren, maar wordt ditmaal door het Franse leger verslagen. In 1870 verliest de Paus de Franse bescherming. Napoleon III moest plaats maken voor de derde republiek in Frankrijk. Victor Emanuel maakt gebruik van dit moment om Rome in te nemen zonder Garibaldi die onder huisarrest in Sardinië zit. De angst voor de waanzinnig grote populariteit van Garibaldi is te groot om hem alsnog toe te laten een rol te spelen. Toch zal Garibaldi, de generaal, noch éénmaal ten oorlog trekken. Hij ontsnapt uit zijn eiland en gaat op vraag van de jonge Franse republiek als generaal meevechten in de oorlog tegen Pruisen. Zijn reputatie was zo groot dat iedere vrijheidsstrijd hem in zijn rangen wenste. Niet zozeer om zijn militaire kwaliteiten, maar omwille van zijn symboolwaarde. De noordelijke staten van Amerika vroegen hem tot tweemaal toe om ook voor hen als generaal dienst te nemen in de strijd tegen het afgescheurde zuiden (1860-1866). Een eerste maal weigerde hij omdat Lincoln de slavernij aanvankelijk niet geheel wou afschaffen in alle staten van de VS. Toen Lincoln in de loop van de oorlog ook de oorlog aan de slavernij in alle staten had verklaard, en hij door Lincoln zelf opnieuw werd uitgenodigd, was Garibaldi ziek en hij voelde zich bovendien te oud om de oversteek naar de VS te maken.

Vanaf zijn terugkeer in Europa in 1848 is Garibaldi een publiek figuur over heel het continent. Zijn bezoek aan Engeland in 1864 is ongetwijfeld de meest waanzinnige illustratie van het fenomeen Garibaldi. Een half miljoen Londenaars kwamen de generaal op Trafalgar Square begroeten. Een dolenthousiaste menigte. Zijn bezoek aan Cristal Palace enkele dagen later was weer goed voor 30.000 fans uit de Londense en Britse high society. Niet enkel liberalen en radicalen koesterden de naam Garibaldi in Groot-Brittannië, ook de aristocratie koketteerde graag met de revolutionaire held.

In 1864 circuleerden er al drie officiële versies van zijn voorlopige memoires in Europa: één in het Engels, één in het Duits en één in het Frans (van de hand van Alexandre Dumas). Zijn eigen afgewerkte Italiaanse versie verscheen in 1872. Maar ondertussen circuleerden er ook talloze onofficiële biografieën in tal van talen over zijn veldtochten en zijn amoureus leven, het ene boek al fantasierijker dan het andere. Zijn liefdesleven ging trouwens niet onopgemerkt voorbij. Zijn grote liefde Anita trok overal met hem mee ten strijde tot ze in 1849 na het beleg van Rome tragisch omkwam. Hij had enkele minnaressen, en buitenechtelijke kinderen, en hertrouwde nog tweemaal. Hij trouwde onder andere met de piepjonge Giuseppina Raimondi, een jonge aristocrate. Maar bij het verlaten van de Kerk overhandigde een afgewezen minnaar van Giuseppina een briefje aan Garibaldi waarin hij de geheime verhouding van Giuseppina met een jonge luitenant van Garibaldi onthulde. Garibaldi barstte uit in woede en verliet de Kerk zonder Giuseppina nog ooit terug te zien. Het sprookje hield nog geen stand van het altaar tot aan de poort van de kerk. Het verhaal versterkte nog meer de mythe rond het leven van Garibaldi.

Zij populariteit was wellicht zijn voornaamste politiek statement. Mazzini en de radicalen gebruikten die populariteit voor hun zaak, voor hun revoluties. Hij was tenslotte toch een van hen. Cavour en Victor Emanuel gebruikten zijn populariteit als het hen uitkwam in hun strijd voor Italiaanse éénmaking, maar deden al wat mogelijk was om hem onschadelijk te houden (ballingschap of huisarrest) als hij hun politieke plannen wou dwarsbomen. In Londen introduceerde Mazzini Garibaldi tot tweemaal toe in de middens van radicalen die er in ballingschap leefden. Hij ontmoette er de Franse radicaal Ledru-Rollin, maar ook de communist Louis Blanc, de Russische socialist Alexander Herzen, de Hongaarse nationalist Kosuth… Allemaal stonden ze graag even aan Garibaldi’s zijde. Marx en Engels daarentegen, hoe sympathiek ze de Italiaan ook vonden, waren op hun manier realpolitiker en hadden geen boodschap aan de romantische revolutionairen à la Garibaldi, die zich evengoed liet gebruiken door koningen en aristocraten dan meehelpen aan de revolutie.

Maar had de meest populaire Italiaanse politicus aller tijden ook een eigen politieke visie? Uit Ridley’s biografie blijkt vooral dat hij een soort politieke intuïtie had, die hij bovendien niet altijd even trouw volgde. Garibaldi is een republikein, een democraat, een radicaal revolutionair die de bestaande sociale orde wil omverwerpen, een antiklerikaal, een internationalist en een Italiaans nationalist, een anti-esclavagist, een tegenstander van het kolonialisme… Maar hij steunde desgevallend koningen en pausen, het Britse Rijk en vond een sterk dictator in sommige gevallen een goede en efficiënte oplossing. Heel zijn leven lang, ondanks de vele meningsverschillen tussen beiden, kan je Garibaldi als politicus het best typeren als een aanhanger van Mazzini. Mazzini was aanvankelijk een lid van het geheim genootschap de Carbonari, een genootschap dat het midden hield tussen een politieke en een misdaadorganisatie en die terrorisme als middel predikte. Ook Mazzine, zelfs toen hij afstand had genomen van de Carbonari, bleef politieke moorden als legitiem wapen verdedigen. Ook Garibaldi zou die optie in zijn jaren in Zuid-Amerika hebben verdedigd in de oorlog tegen de Argentijnse dictator Rosas.

Mazzini’s Italiaans nationalisme ging gepaard met een visie op een Europa van nationalismen in één federatie. Kort nadat Mazzini zijn La giovane Italia had opgericht (1832), ontstonden er in heel Europa vertakkingen, Jong Polen, Jong Frankrijk, Jong Duitsland en Jong Oostenrijk… en ook een koepelorganisatie Jong Europa. Een geheim en radicaal netwerk. Mazzini was een vijand van de katholieke kerk en elke georganiseerde godsdienst, maar was wel een deïst en zelf diep gelovig. Het atheïsme en het gebrek aan respect voor het privaat eigendom bij socialisten maakten het hem onmogelijk om aansluiting te vinden bij het opkomend socialisme. Het socialisme verbrak in zijn ogen ca. 1848 bovendien de eenheid in de strijd van radicalen en liberalen tegen de restanten en zelfs restauratie van het Ancien Régime. Het socialisme stootte bovendien de katholieke leken en priesters af die tegen hun kerkelijke hiërarchie in overal in Europa wel eens durfden sympathiseren met nationale en radicale bewegingen.

Ondanks alle onenigheden was dit ook de politieke lijn van Garibaldi’s politiek handelen. In 1833 bracht hij een aantal aanhangers van Saint-Simon naar hun ballingschap in Konstantinopel. Zo geraakte hij vertrouwd met het Saint-Simonisme. Jaren later prees hij hen nog in zijn memoires voor hun integriteit, hun moed, hun sociale visies, hun martelaarschap en exiel en hun begrip voor nationalisme en hun internationalisme. Alles dus, behalve het socialisme, alles behalve de afschaffing van het eigendom. Maar waar Mazzini in een dergelijk geval de verschilpunten zou benadrukken, hetgeen hij trouwens ook deed in een omstandig manifest over het Saint-Simonisme, had Garibaldi steeds de neiging om intuïtief de gelijkenissen te zoeken, de nadruk te leggen op de gemeenschappelijkheden en de persoonlijke sympathieën. Dit totaal gebrek aan standvastigheid ergerde Mazzini mateloos bij zijn populaire poulain. Garibaldi glipte hem telkens op de belangrijkste politieke momenten uit de hand, niet in het minst toen hij Sicilië en Napels zonder enige voorwaarde aan Cavour en de koning overhandigde, “uit sympathie”.

In 1870 komt het volk van Parijs in opstand. De leiders van de Commune vragen aan Garibaldi het militair leiderschap te komen opnemen om hen te verdedigen. Zijn leeftijd belet hem op die vraag in te gaan. Toch speelt de Commune van Parijs een belangrijke rol in zijn politiek leven. De Commune trad zelf zeer gewelddadig op en werd al even gewelddadig neergeslagen in 1871. Al wie radicaal en liberaal was in Europa keerde zich af van die bloedige episode. De Commune had geen Marxistische inslag gekend. Maar Marx nam het après coup wel voor hen op. Hij schreef er zijn bekend essay De burgeroorlog in Frankrijk over, en recupereerde het gebeuren voor de Internationale. Mazzini daarentegen veroordeelde de Commune scherp: ze was goddeloos dus immoreel, en ze was collectivistisch en a-liberaal.

Maar Garibaldi vond de Commune fascinerend. Het was een revolutionaire en heroïsche opstand in zijn ogen, doordrongen van een sterk sociaal rechtvaardigheidsgevoel. Garibaldi verklaarde plots dat hij lid was van de Internationale. Hij schreef eerder naïeve brieven over de Internationale naar kranten waarin hij zijn sympathie betuigde. De Internationale dat was de vereniging van alle rassen in hun nationale strijd. Het was een strijd voor de materiële en morele verbetering van de leefomstandigheden van de werkende klasse. Het gaf de arbeiders de kans het product van hun arbeid zelf te plukken. Maar zonder dat hij daar in zijn brieven enige contradictie in zag, veroordeelde Garibaldi de slogan van het ‘eigendom is diefstal’ met klem, alsook het goddeloze van de Commune en argumenteerde zijn steun met opvallend gematigde liberale standpunten.

Eens te meer zal de rol die hij zal spelen, of net niet zal spelen, in de eerste Internationale niet uit van zijn eigenlijke ideeën over de Internationale, maar van de impact van zijn populariteit. Marx was bevreesd dat een eventuele actieve steun van Garibaldi aan de Internationale de Italiaanse branche van de organisatie zou versterken. De leider van die Italiaanse branche was Marx’ opponent Bakounin. Hij deed geen enkele moeite om Garibaldi te overhalen mee te werken, integendeel. Bakounin van zijn kant, die een bewonderaar was van Garibaldi en die hem al meermaals was gaan opzoeken in zijn jaren van ballingschap, besefte dat Garibaldi geen socialist was, maar een brave liberaal met goede bedoelingen. Hij hield Garibaldi dus ook op een afstand van de werking. Zijn medewerking en vooral zijn populariteit zou het radicale en socialistische karakter van de Internationale ondermijnen. Garibaldi’s avontuur binnen de Internationale bleef dus beperkt tot enkele openlijke uitingen van steun.

Garibaldi werd in de loop van zijn leven verkozen in talrijke parlementaire assemblés: het Uruguayaans parlement, het Sardische, het parlement van de Romeinse republiek; het Italiaanse en het Franse. Veel hebben ze hem niet zien opdagen in die assemblés. Hij was een man van de actie, niet van het woord en nog minder van het pragmatisch politieke werk. In 1878 verbaasde hij een laatste maal met de oprichting van een Italiaanse Liga voor de democratie, die dadelijk de actieve steun kreeg van alles wat links was in Italië en de strijd voerde voor o.a. het Algemeen Stemrecht. Op 2 juni 1882 stierf hij.


Recensie door Johan Basiliades


Jasper Ridley, Garibaldi, Phoenix Press, 2001 (1e ed. 1974), 718 blz.

Links
http://www.basiliades.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be