Het klauwen van de Leeuw

boek vrijdag 02 mei 2003

Marc Reynebeau

In Het Klauwen van de Leeuw geeft Marc Reynebeau ons een interessant inzicht in de zogenaamde Vlaamse identiteit en het Vlaams nationalisme. Hoe is het ontstaan? Bestaat het echt? En vooral, heeft het een toekomst? Daarbij vertrekt hij van de uitdagende stellingname dat Vlaanderen pas bestaat sinds 21 mei 1995 toen het voor het eerst, autonoom en rechtstreeks een eigen parlement verkoos, nl. de Vlaamse Raad. Hiermee maakt hij in feite komaf met het romantisch nationalisme dat uitgaat van “mythen en rituelen, waarmee het een schijn van onontkoombare werkelijkheid wekt en respectabiliteit en legitimiteit probeert af te dwingen. Het herformuleren van het nationalisme in rationeel-analytische termen doorbreekt die sacraliteit en is fundamenteel strijdig met het idealisme dat het zelf voorop stelt, vooral wanneer blijkt dat de veronderstelde absolute waarden meestal bijzonder tijdgebonden zijn.” In die zin herleidt hij de Guldensporenslag tot zijn ware betekenis. Een slag tussen het centraal gezag en de stedelijke autonomie die niets te maken heeft met het begin van een soort Vlaams bewustwording. Deze mythe is eigenlijk pas ontstaan na het verschijnen van De Leeuw van Vlaanderen van Hendrik Conscience, een historisch incorrecte en geromantiseerde versie van die gebeurtenis.

Reynebeau gaat ook in op het natiebegrip. “Het bestaan van een natie is afhankelijk van het geloof erin, want wat niet in de alledaagse realiteit zichtbaar is, moet voor waar worden aangenomen.” Hierbij vergelijkt hij het nationalisme met een godsdienst waar individuen elkaar ook niet kennen maar wel samen in iets geloven. Dat ‘iets’ is hier het bestaan van een gemeenschappelijk kenmerk, van één volk, een gezamelijk bloed of ras. De verwantschap tussen de leden van de gemeenschap is niet materieel maar emotioneel of geestelijk. De ‘gelovigen’ moeten daar trouwens voortdurend aan herinnerd worden door allerlei rituelen en diensten, zoals zangfeesten, vlaggen zwaaien en slogans. Gevaarlijker is evenwel het autoritair exclusivisme (iets waar we behoed moeten voor zijn moest het Vlaams Blok eventueel aan de macht komen, nvdv). Dit exclusivisme gaat uit van een “historische traditie, een natuurlijke volksaard en een overgeleverde cultuur, waarvan het automatisch eist dat elk individu daar trouw aan blijft, op straffe van degenereren.” Vlamingen worden aldus verondersteld ‘trouw’ te zijn aan de natie en een bepaalde gedragscode te volgen.

Voor alle duidelijkheid: al wat hiervoor staat geldt ook voor de ‘Belgische nationaliteit’. De term België begon pas in de 18de eeuw ingang te vinden en werd pas rond 1790 algemeen gebruikt om de huidige geografische omschrijving aan te duiden. Reynebeau beklemtoont dat in die periode er geen culturele eenheid bestond, noch Belgisch, noch Vlaams. “De nadruk lag integendeel op een zo groot mogelijke culturele differentiëring, horizontaal tussen de sociale lagen, verticaal tussen de kleine gemeenschappen in de bevolking.” Nationalisme wordt vaak omschreven als de reactie van een groep tegenover vreemden. In onze contreien ging het daarbij niet om een verzet tegen Fransen of franstaligen, maar veeleer een verzet tegen een (of dé) staat in het bijzonder. De staat werd aanzien als een vreemde bezetter omdat deze de lokale machtsstructuren, tradities, gewoontes en zelfs de taal wou opzijzetten voor een van bovenaf opgelegde structuur. Het verzet tegen de keizer-koster mentaliteit is waarschijnlijk diepgaander dan het verzet tegen een andere taal of gewoonte.

In de loop van de 19de en het begin van de 20ste eeuw werd het nationalisme ook verbonden aan het racisme. Bij nationalismen worden individuele belangen ondergeschikt aan het belang van de natie. Maar in zekere zin kon je daar als individu nog zelf over beslissen. Met racisme en etniciteit is dat anders omdat het toebehoren tot een natie in de ‘natuur’ ligt en dus buiten de wil van het individu. “Het voordeel van het ras-concept is dat het macht onttrekt aan het individu en daardoor diens handelingsvrijheid inperkt. Tot een ras behoren is iets waar het individu niet kan kiezen.” Etnicisme leidt evenwel automatisch tot collectieve plichten. In die zin waren de extreem-rechtse partijen tussen de twee wereldoorlogen ook bijzonder gevaarlijk. Volgens Vlaams nationalisten werd iedereen geacht zijn ‘plicht’ te doen voor de gemeenschap (een retoriek die ook vandaag nog terug te vinden is in het programma van het Vlaams Blok en waar te weinig mensen aandacht aan schenken, nvdv). Een van de gevolgen is ook dat men onderscheid begint te maken tussen het ‘eigen volk’ en de anderen. Hier wijst Reynebeau op een door het nationalisme versterkend effect. “Xenofobe gevoelens zijn meestal vaag en ongearticuleerd, en velen beseffen ook dat ze niet ‘politiek correct’ zijn. Wanneer ze echter nationalistisch worden vertaald, krijgen ze een betekenis in een ruimer en schijnbaar ook respectabeler concept.

Interessant is de vaststelling van Reynebeau dat dit ook grond krijgt ten aanzien van Europa. Hier is het niet zozeer de angst voor het vreemde of de vreemdeling (alhoewel, nvdv), maar veeleer de heterofobie, de angst voor diversiteit, voor meervoudigheid en pluraliteit. Het geeft het Vlaams-nationalisme alvast een anti-Europese dimensie. Ze voedt de vrees dat ‘onze’ cultuur zal ten ondergaan in een soort melting pot waarin steeds meer Amerikaanse invloeden aan bod komen. Reynebeau is terzake optimistisch. Onze taal zal niet verdwijnen want weinig talen op de wereld, behalve het Frans in Canada, genieten een dermate wettelijke bescherming (toch gaat hij hier wat snel overheen, ik denk dat vooral in een groeiend Europa aandacht voor onze taal essentieel blijft al is het maar om de kennisdrempel zo laag mogelijk te houden, nvdv).

Belangrijk is zijn vaststelling dat de opeenvolgende staatshervormingen het dagelijks leven in Vlaanderen niet bijzonder zichtbaar veranderd, laat staan verbeterd, heeft. Naar aanleiding van de grondwetsherziening van 1970 waren er nog hooggespannen verwachtingen waarbij Vlaanderen op weg zou zijn naar “politieke rijpheid, geestelijke bevrijding, economische welvaart, sociaal welzijn, naar een meer volwassen geluk (…) De Vlaamse Beweging nadert haar voltooiing. De Vlamingen beginnen een nieuw bestaan”. Drie grondwetswijzigingen later zou niemand dat nog uit zijn pen kunnen krijgen schrijft Reynebeau. Hij merkt dat Vlaanderen zich gelukkig niet heeft opgesloten in eng nationalisme maar integendeel de deuren opengooit. Zo zoeken jongeren een deel van hun identiteit uitdrukkelijk transcultureel, ingebed in de internationale commerciële cultuur. “In die context zou een gesloten lokale eenheidscultuur zelfs dysfunctioneel zijn en, in evolutionaire termen, het overleven van de dragers ervan niet kunnen garanderen.” Toch ziet hij nog een plaats voor Vlaanderen en voor België. Daarbij citeert hij Jacques Sojcher in La Belgique malgré tout: “Dat nationaal en Europees uitgeholde België, deze niet-meer-staat met zijn niet-meer-nationaliteit, heeft toch nog iets van belang te bieden: het is een werkplaats, ‘een mogelijkheid om ruimte te scheppen, een tussenpositie, een voortdurend bewegend kruispunt, oversteekpunt, dwaalpunt, een barokke en verstrooide sedentariteit, een mogelijkheid tot bastaardij”.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Marc Reynebeau, Het Klauwen van de Leeuw, Van Halewyck, 1995.

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be