Lijden aan de tijd

boek vrijdag 02 april 2010

Marleen Rensen

‘De storm is geluwd en toch zijn we nog steeds rusteloos, voelen ons niet op ons gemak, alsof de storm ieder ogenblik opnieuw kan losbarsten’, aldus de Franse filosoof en schrijver Paul Valéry die deze profetische uitspraak al deed in 1922. Het einde van de Eerste Wereldoorlog zorgde er inderdaad niet voor dat de Europese mens zich afkeerde van de haat en het geweld dat aan miljoenen mensen het leven had gekost. Alhoewel de democratische bestuursvorm zowat overal in het Avondland werd toegepast, bleef het zwaar onder druk staan van zowel extreem links als extreem rechts. Sterker nog, er heerste een sfeer van pessimisme zoals verwoord in Der Untergang des Abendlandes van Oswald Spengler. Daarin betoogde hij dat de moderne mens als een bezeten klokkijker die als het ware verlamd werd door de angst voor de dood, of juister nog, de angst om niet ‘geleefd’ te hebben. Die obsessie voor de tijd en de vergankelijkheid bestond ondermeer tijdens het interbellum in Frankrijk en uitte zich daar in zowat alle kunstvormen, maar het meest expliciet in de literatuur. Over die obsessie schreef de Nederlandse Marleen Rensen haar proefschrift Lijden aan de tijd. Franse intellectuelen in het interbellum dat onlangs in boekvorm verscheen. Daarbij zoomt ze in op het werk en de ideeën van vier Franse schrijvers uit die tijd, de fascisten Robert Brasillach en Pierre Drieu la Rochelle, de communist Paul Nizan en de linkse fellowtraveller André Malraux.

Deze vier intellectuelen verdedigden dan wel twee verschillende wereldbeelden, het fascisme versus het communisme, maar hadden ook heel wat gemeen. Zo keerden ze zich allen tegen de kleinburgerlijkheid van de bourgeoisie, tegen de zwakheid van de liberale parlementaire democratie, en vooral tegen het zelfbeschikkingsrecht van het individualisme. Ze stonden niet alleen, integendeel. Rensen toont aan hoezeer die houding leefde bij heel wat intellectuelen, zowel in Frankrijk als daarbuiten. Ze keerden zich ook tegen de literatuur van voor de oorlog, in het bijzonder tegen de inhoud en de stijl van de romancyclus A la recherche du temps perdu van Marcel Proust die vooral de ‘individuele tijdservaring’ van zijn protagonisten beschreef. En die ervaring kabbelde rustig in de traditionele cycli van de ‘oude’ tijd. ‘Het leven leek steeds gejaagder te worden’, schrijft Rensen, en ze verwijst naar de opkomst van trams, auto’s en vliegtuigen, maar vooral naar het internationaal treinverkeer dat het nodig maakte ‘om de klokken over de hele wereld gelijk te zetten’. Dat gebeurde reeds in 1884 met de invoering van de internationale standaardtijd gebaseerd op de Britse Greenwichschaal. Voor de nieuwe generatie schrijvers was niet zozeer het verleden, maar het hier en nu belangrijk. Ze gingen op zoek naar de zin van de geschiedenis en wilden er mee vorm aan geven. Ze wilden zich engageren en ‘schrijven als een vorm van politiek bedrijven’.

Drieu had aan het front gevochten, keerde zich tegen de in zijn ogen decadente samenleving en koos resoluut voor het fascisme. Brasillach werd hoofdredacteur van het pro-nazistische en antisemitische blad Je Suis Partout. Nizan was dan weer een overtuigde communist (tot 1939 toen Hitler en Stalin hun duivelspact sloten) die zijn sympathieën voor het Sovjetsysteem trouwens deelde met zijn studiegenoot Sartre. Malraux stond ook aan de linkerkant, maar niet zo partijgebonden alhoewel hij goede contacten had met ondermeer Trotski. Hun analyses liepen grotendeels gelijk. Frankrijk was in hun ogen een decadent en spiritueel leeg land geworden. Ze keken op naar de vitaliteit van de nieuwe politieke systemen die opkwamen en de macht veroverden in Italië, Duitsland en de Sovjet-Unie. Vanuit hun land dat ze als onmachtig beschouwden keken ze toe op de enorme schokgolven die tijdens de jaren dertig Europa opjaagden zoals de machtsovername van Hitler in 1933, de oproer in februari in 1934 in Frankrijk en later de overwinning van het Volksfront, de Spaanse burgeroorlog in 1936, de Anschluss van Oostenrijk in 1938 en later het begin van de Tweede Wereldoorlog waarbij Frankrijk op zes weken tijd was uitgeteld. Rensen schrijft dat die laatste gebeurtenis ervoor zorgde dat veel Fransen zo snel het collaborerende Vichy-regime accepteerden.

In zowat elk van die conflicten spraken de Franse intellectuelen zich uit. Daarbij graaft Rensen diep in literatuur en het gedachtegoed van de vier protagonisten, waarbij ze het element ‘tijd’ als een rode draad gebruikt en op zoek gaat naar hun visie op verleden, heden en toekomst. Dan worden ook de verschilpunten duidelijk. Zo wilden de fascisten terug naar het verleden, dat ze idealiseren als de goede oude tijd. ‘De heimwee naar een mythisch verleden ontstaat vooral in onzekere tijden, waarin politieke en sociale onrust gepaard gaat met snelle, ingrijpende veranderingen die op grote schaal gevoelens van angst aanwakkeren’, zo citeert Rensen uit Mythes et mythologies politiques van Girardet. Het is een treffende vaststelling en zonder twijfel nog steeds actueel. Want ook nu, door de terreuraanslagen, de globalisering, de massale immigratie, de klimaatopwarming en de financiële crisis zien we opnieuw opstoten van bekrompen nationalisme en religieuze orthodoxie met krak dezelfde heimwee naar de vermeende ‘gouden’ tijden. De communisten daarentegen wilden dan weer een totaal nieuwe maatschappij bouwen, alhoewel Rensen aantoont dat ook Malraux en Nizan het verleden idealiseerden. ‘Het is een misvatting dat de cultus van de aarde alleen toebehoort aan nationalisten of rechtse en reactionaire denkers’, zo schrijft ze. Hiermee sluit ze aan bij de visie van Hannah Arendt die in The Origins of Totalitarianism aantoonde dat zowel het nazisme als het sovjetstalinisme manifestaties waren van het politieke kwaad.

Opvallend daarbij was hun nonchalance tegenover de vrijheid. Alleen Malraux bleef wijzen op de noodzaak van de geestelijke vrijheid voor de kunstenaar. De anderen maakten die ondergeschikt aan het grote ‘einddoel’. Wat dat einddoel voor hen echt betekende, is niet duidelijk, maar ze geloofden in een soort eindpunt in de geschiedenis. Rensen toont knap de gelijkenis aan van de totalitaire ideeën met religies, in weerwil van conservatieve christenen die zowel het nazisme als het stalinisme vormen van atheïsme noemen. In feite waren het pseudo-religies (Erzatsreligionen) met aan het hoofd een onfeilbare leider die de weg wees, met een eigen heilsleer, eigen symbolische rituelen, eigen martelaren voor de goede zaak. In tal van Russische huizen stonden zogenaamde ‘Leninhoekjes’, in Duitse huishoudens waren dat ‘Hitleraltaren’. Kruisbeelden maakten plaats voor beeltenissen van Stalin en Hitler. De Geschiedenis van de communistische partij van de Sovjet Unie: een beknopte cursus van Stalin en Mijn Kampf van Hitler werden beschouwd als partijbijbels. Hun uitspraken kregen de macht van een orakel, een godsspraak, die dan door hun volgelingen blindelings moesten gevolgd worden. Brasillach beschreef in Cent heures chez Hitler het partijcongres in Neurenberg in 1937 en had het daarbij over de ‘nieuwe godsdienst’ van nazi-Duitsland. Op die massameetings verdween het individu in een mensenzee die één synchrone beweging maakt. Rensen heeft het treffend over de ‘ritmische mens’.

In haar slot schrijft Rensen dat veel romans die tijdens het interbellum geschreven werden in de vergetelheid raakten omdat ze samenhingen met de specifieke historische context. Dat betekent echter niet dat ze niet lezenswaardig zouden zijn, integendeel. Juist op een ogenblik dat het nationalisme en religieuze orthodoxie weer de kop opsteken lijkt lectuur van deze en andere boeken uit de jaren twintig en dertig juist belangrijk. Vooral dan als waarschuwing dat de geschiedenis geen zin en geen einddoel heeft. Politieke theorieën die de geschiedenis, de samenleving of de mens willen vatten in één groot systeem waren en blijven gevaarlijk zoals Karl Popper ook aantoonde in The Open Society and Its Enemies. Was iedereen dan blind tijdens het interbellum?

En ook na de Tweede Wereldoorlog toen tal van Franse intellectuelen, Sartre op kop, het communisme hardnekkig bleven verdedigen? Niet allemaal. Raymond Aron bijvoorbeeld die al in een vroeg stadium kritiek uitte op die blinde overgave aan totalitaire stelsels en in L’opium des intellectuels aantoonde dat fascisten en communisten in hetzelfde bedje ziek waren. Dat is ook de waarde en de actualiteit van dit boek. Dat het aantoont dat de extremisten van links en van rechts meer met elkaar gemeen hadden en hebben dan dat ze van elkaar verschilden en verschillen. En dat bij sommigen opnieuw het gevoel bekruipt dat de tijd voortholt, dat ze er ‘vat’ op willen krijgen en daarom bereid zijn onze duur bevochten vrijheden te grabbel te gooien in naam van het volk, de natie of God.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Marleen Rensen, Lijden aan de tijd. Franse intellectuelen in het interbellum, Aspekt, 2009

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be