Een tijd van duisternis

boek vrijdag 04 maart 2011

Laurence Rees

De Endlösung der Judenfrage of de moord op zes miljoen Joden was enkel mogelijk door een efficiënt overheidsapparaat waarin talloze personen hun expertise leverden. Dat ging over ambtenaren die moesten bepalen wie Jood was, wie in aanmerking kwam voor deportatie naar het Oosten, wie ze ging ophalen en naar de treinen bracht, wie de treinen bestuurde, wie besliste wie in de kampen nog kon blijven werken of onmiddellijk naar de gaskamers werd gestuurd, en wie eventueel nog nuttig was voor de oorlogsmachine van de nazi’s. Al die taken werden uitgevoerd door individuele personen die onderdeel vormden van de grootste georganiseerde moordoperatie in de menselijke geschiedenis. Tegelijk gebeurde dit in een samenleving waarin de overgrote meerderheid van de bevolking afwijzend, of op zijn minst, onverschillig stond tegenover het lot van de Joden, hierin gesteund door de kerken. Dat deden velen uit overtuiging en nog veel meer vanuit een vorm van opportunisme. De slachtoffers waren doorgaans Joden die het ongeluk hadden om op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te wonen en te leven. In tal van boeken en documentaires zijn reeds heel wat getuigenissen neergeschreven en opgenomen van zowel de daders als de slachtoffers van het nazisme, en ook van het lot van onschuldige burgers aan beide kanten tijdens de oorlogstijd.

In zijn boek Een tijd van duisternis verzamelde Laurence Rees de meest schokkende van deze getuigenissen. Als directeur van de BBC History Programmes maakte Rees verschillende bekroonde documentaires over de Tweede Wereldoorlog in het algemeen en van het nazisme in het bijzonder. Daarvoor filmde hij honderden personen waarvan er in dit boek 35 aan bod komen. In het deel Massamoord laat hij enkele mensen aan het woord die grote aantallen mensen vernietigd hebben dank zij technieken waardoor ze zich minder persoonlijk betrokken voelden. Zo vertelt een Amerikaanse piloot van een bommenwerper op de Japanse steden dat hij perfect wist dat hij naast militaire doelen ook burgerlijke doelen trof. Zo kwamen er bij het bombardement op Tokio op 9 maart 1945 ongeveer 100.000 Japanners om. Toch blijkt ook persoonlijke betrokkenheid niet altijd een bezwaar om te moorden. De leden van de Einsatzgruppen hebben vanaf de zomer van 1941 honderdduizenden Joden en Russen persoonlijk afgemaakt. Daarbij speelde alcohol een grote rol, aldus Rees, maar ook dat biedt geen sluitende verklaring waarom mensen in staat zijn anderen letterlijk en van nabij af te maken. Kijk maar naar de slachting in Rwanda in 1944 waar bijna één miljoen mensen werden afgemaakt met machetes, een soort kapmessen, waarbij men de ander letterlijk doodsloeg.

Toch besefte Himmler al snel dat het dagelijks vermoorden van mensen een zware geestelijke belasting vormde op de daders. Vandaar zijn politiek om het zwaarste en gruwelijkste ‘werk’ te laten uitvoeren door speciale Sondercommandos die door de Duitsers verplicht werden de lijken uit de gaskamers te halen, de gaskamers te ontluchten, de lijken te ontdoen van waardevolle zaken zoals gouden tanden, het sorteren van de kledij, en het verbranden van de lijken. Dat alles werd gecontroleerd door een kleine groep SS-ers die in het hoofdkamp woonden en er beschikking hadden over een bioscoop en zelfs een theater waar regelmatig optredens werden georganiseerd. De gewezen SS-er Oskar Gröning die in Auschwitz actief was, vertelde Rees dat hij niet zoveel bezwaren had omdat de geallieerden de Duitse steden bombardeerden. ‘Dit is een oorlog die van twee kanten op een dergelijke manier gevoerd wordt’, aldus Gröning. Maar Rees wijst op een cruciaal verschil. De bombardementen dienden om de vijand op de knieën te dwingen. Door zich over te geven hadden Duitsland en Japan die vernietigingen in één klap kunnen stopzetten. Daartegenover stond ‘dat de joden niets (konden) doen om hun eigen uitroeiing te voorkomen’. Zelfs de moord op 200.000 kinderen in Auschwitz werd door de SS-er weggeredeneerd omdat de mogelijkheid bestond dat als ze verder zouden leven ooit zouden wraak nemen als Joden. Ze moesten er dus allemaal aan geloven.

In het deel over Verzet zoomt Rees in op de enkele moedigen die in Duitsland illegaal pamfletten verspreiden tegen het nazisme. Dat deden onder meer Hans en Sophie Scholl van de verzetsgroep Die Weisse Rose die hun heldendaad moesten bekopen met de dood. Rees haalt Alois Pfaller aan die al vanaf 1934 vanuit zijn communistische overtuiging hetzelfde deed, betrapt werd en opgesloten in het concentratiekamp van Sachsenhausen. Hij overleefde de oorlog maar toen stelde hij iets schokkend vast. Ondanks de denazificatie werd maar een heel klein aantal van de nazi’s en de SS-ers bestraft, de meesten behielden hun burgerrechten en bijhorende voordelen. ‘De SS-ers kregen hun pensioen – ik ben er echt razend over – en ik was lid van de communistische partij, ik had het verkeerde partijboekje. Ik kreeg het niet’, aldus Pfaller. Ook Stalin gebruikte de zogenaamde ‘verzetsmensen’ ten tijde van de Grote Terreur op een bijzondere manier. Hij liet ze uit de Goelagkampen naar het front sturen waar ze de meest gevaarlijk opdrachten kregen in zogenaamde strafbataljons, waar zowat iedereen sneuvelde. Zo werden ze ingezet als eerste stoottroepen in mijnenvelden om de weg ‘vrij’ te maken voor de reguliere troepen. Vladimir Kantovski overleefde het evenwel, maar werd in 1944 teruggestuurd naar de Goelag. Pas in 1951 kwam hij vrij.

De Tweede Wereldoorlog speelde zich ook af aan de andere kant van de wereld waar Japan een gruwelijke strijd voerde tegen de VS. Opvallend is dat zowat alle oorlogspartijen een tactiek van ontmenselijking van de vijand toepasten. Dat deden de Duitsers ten aanzien van de Joden en de Slavische volkeren, maar ook de Japanners tegenover de Chinezen, terwijl de Britten en Amerikanen de Japanners dan weer als minderwaardig beschouwden. Heel wat Amerikaanse mariniers hadden ronduit racistische vooroordelen tegenover de ‘spleetogige apen’, en voor de Japanners die zichzelf beschouwden als ‘een goddelijk volk’, waren de Chinezen nog lager dan varkens. De dehumanisering van de vijand maakte niet alleen het moorden eenvoudiger, maar gaf het juist een rationele betekenis. In die zin zijn er ook gevallen gekend van ouders die bereid waren om hun kinderen op te offeren. Om hun eigen vel te redden waren mensen tot zowat alles bereid. Het lijkt waanzinnig, maar tijdens de oorlog en uit angst voor de dood, zijn zaken gebeurd die het voorstellingsvermogen te boven gingen. Rees verwijst naar Mordechai Chaim Rumkowski, de baas van het getto in Llodz die de Joden opriep om hun kinderen tot tien jaar oud op te geven, evenals oud en de zieken, zodat anderen zouden kunnen overleven.

In het deel over Soldaten van het geloof heeft Rees het over de mate van religieus geloof bij soldaten en hun handelingen. Het is het meest deprimerende hoofdstuk, omdat hieruit blijkt dat geen enkele geloofsovertuiging mensen belet heeft om anderen koelbloedig te vermoorden. Integendeel. In naam van God werden juist de meest gruwelijke misdaden begaan waarvan in het bijzonder de Joden het slachtoffer waren. In die zin werkte geen enkele religie als een rem, maar juist als een vliegwiel op de moordzucht. In het hoofdstuk over Dienaren van het regime gaat Rees verder in op het conformisme van de daders, die elk moreel bezwaar opzij gooiden om hun houding te verantwoorden. Die houding was trouwens niet specifiek voor ongeletterde mensen maar was ook aanwezig onder de zogenaamde elites. En ze tastte zelfs de medici aan die daarmee afstand deden van hun ‘Eed van Hippocrates’. Zo hebben talloze geneesheren in Duitsland, de Sovjet-Unie en Japan meegewerkt aan de creatie van de unieke mens en keerden ze zich tegen de ‘anderen’, de vreemde bacillen die het eigen volk bedreigden en ten onder lieten gaan.

In elk geval toont het boek van Rees goed aan dat geen enkele mens immuun is voor de utopische waanbeelden van totalitaire ideologieën. Heel wat gezagsgetrouwe ambtenaren, rechters en geneesheren hebben meegewerkt aan een regime dat de mens behandelde als een ‘ding’. Iets dat men kon inschakelen of uitschakelen. Als een bestanddeel van een groter geheel dat geen enkele persoonlijke waarde had. Juist de Tweede Wereldoorlog heeft ons aangetoond dat haat tegenover een ander volk kan leiden tot waanzin. De getuigenissen in zijn boek zijn de nodige antidota tegen de xenofobie die nu zo’n opmars kent. Elke mens is deel van de wereldgemeenschap, en juist daarom is zijn afkomst en aanhankelijkheid ten aanzien van een bepaalde natie, volk of religie, totaal irrelevant.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Laurence Rees, Een tijd van duisternis, Ambo, 2010

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be