Auschwitz

boek vrijdag 03 juni 2005

Laurence Rees

Zestig jaar geleden werd Auschwitz, een van de meest beruchte concentratiekampen uit de nazi-tijd, door het Rode Leger bevrijd. Naar aanleiding hiervan werd op 27 januari 2005 in het voormalige kamp een indrukwekkende herdenking gehouden waarop naast tal van staats- en regeringsleiders, ook de laatste overlevenden aanwezig waren. Het sneeuwde toen hard en de deelnemers hadden zich omwille van de kou flink ingeduffeld. Die erbarmelijke weersomstandigheden maakten op de aanwezige prominenten nog meer indruk dan de toespraken. Op diezelfde plaats hadden immers vele tienduizenden mensen in afschuwelijke omstandigheden geleefd, gewoond en in de dagelijkse appèls gestaan, maar dan zonder enige bescherming. Auschwitz-Birkenau is in de loop van de jaren uitgegroeid tot een symbool, tot de meest afschuwelijke plaats op aarde, de anus mundi waar meer dan een miljoen mensen vergast werden, voornamelijk joden, Sinti en Roma, maar ook Poolse burgers en Russische krijgsgevangenen. Auschwitz vormde een van de pijlers van de ‘Endlösung’, het plan van de nazi’s om alle bevolkingsgroepen die een gevaar zouden vormen voor de status van de ariërs om te brengen. Over de geschiedenis, de werking, het belang en de morele impact van het kamp schreef de Britse journalist en BBC-programmamaker Laurence Rees het boek onder de eenvoudige titel Auschwitz.

Over de uitroeiing van de joden bestaan twee theorieën. Volgens de intentionalisten is de jodenmoord van begin af aan het doel van de nazi’s geweest met een duidelijk methodisch plan. Volgens de functionalisten is het besluit voor de Endlösung geleidelijk tot stand gekomen, of zelfs, zoals sommigen denken, buiten Hitler om. Rees sluit aan bij de functionalistische theorie maar laat er geen twijfel over bestaan dat Hitler zelf in elk stadium op de hoogte was, zijn invloed liet gelden en mee aan de basis lag voor elke volgende stap. Auschwitz is in tegenstelling tot wat velen denken niet gestart als een vernietigingskamp, maar net als Dachau als een kamp waar eerst politieke gevangenen werden opgesloten. Concentratiekampen waren geen gewone gevangenissen. De gevangenen waren er voorwerp van willekeur, wisten niet hoelang ze er moesten verblijven en kregen geen enkele bescherming van buitenlandse organisaties. Al snel zag de SS het nut van de gevangenen als goedkope werkkrachten in, zodat ze overal werden ingezet ten bate van het Reich.

De ontwikkeling van de kampen hield sterk verband met de migratie die in die jaren door de nazi-politiek op gang kwam. Tal van etnische Duitsers in de Baltische staten, Bessarabië en andere oosterse landen kregen toestemming om terug te keren naar het Reich, maar daar had men een gebrek aan plaats. Hoe moest men tienduizenden ‘volksgenoten’ op korte termijn een woning bezorgen? In 1939 wilden de nazi’s Polen nog opdelen in een etnisch Duits, Pools en joods gebied, met enorme bevolkingsdeportaties vandien. Duitsers kregen Poolse eigendommen toegewezen, en Polen kregen op hun beurt beschikking over joodse eigendommen. Een van de middelen om ‘plaats te maken’ was de installatie van joodse getto’s ‘teneinde meer woonruimte te genereren’. Een ander belangrijk element in de ontwikkeling van de kampen was de toenemende noodzaak aan arbeidskrachten voor de oorlogsindustrie. Daarbij speelde de beslissing van Himmler om met de SS in zaken te gaan ook een belangrijke rol. Omgekeerd zagen ook bedrijfsleiders het nut in van goedkope arbeidscapaciteit en zochten locaties voor hun bedrijven in het Oosten.

De stelling van Rees is dat Auschwitz zich voortdurend moest aanpassen aan evoluties die men vooraf niet had voorzien. Op die manier veranderde het doel van het kamp voortdurend en moesten de Duitsers als het ware improviseren. Rudolf Höss werd in 1934 door Heinrich Himmler aangesproken om lid te worden van de SS en in datzelfde jaar begon Höss zijn ‘carrière’ als bewaker in Dachau. Al snel klom hij op, eerst als SS-Untersturmführer in Saksenhausen, nadien als commandant van een nieuw te bouwen kamp in Polen, Auschwitz. Oorspronkelijk dacht men er een centrum voor landbouwkundig onderzoek te bouwen waarbij de gevangenen zouden ingezet worden om greppels te graven en moerassen droog te leggen. Maar na de start van de Operatie Barbarossa kreeg het andere doelen. De inval in Rusland werd gevolgd door de beruchte Einzatsgruppen die achter de oprukkende linies zoveel mogelijk communistische politici, commissarissen en vooral joden, ook vrouwen en kinderen moesten vernietigen. Die moorden zorgden voor zware psychische belasting op de uitvoerders en Himmler liet onderzoeken hoe men de uitroeiing op een meer efficiënte en minder belastende manier kon uitvoeren.

Een belangrijk moment was ook de intrede van de Verenigde Staten in de oorlog na de Japanse aanval op Pearl Harbor in december 1941. Hitler verklaarde de VS de oorlog en verwees toen naar zijn profetische woorden dat als ‘de joden opnieuw een wereldoorlog zouden veroorzaken (zoals hij de deelname van de VS aan de oorlog zag), zij hun eigen vernietiging zouden beleven’. Het betekende een beslissende stap in de Endlösung, die later meer werd uitgewerkt op de Wannsee-conferentie begin 1942. De eerste plaats waar joden op systematische manier werden vergast was niet in Auschwitz maar in Chelmno, later in Belzec, Sobibor, Majdanek en Treblinka. Daar werden ongeveer 1,7 miljoen mensen vermoord. Dat die plaatsen thans minder tot de verbeelding spreken komt door het feit dat ze qua oppervlakte kleinschaliger waren en de moordinstallaties in de loop van de oorlog totaal werden vernietigd. Auschwitz kwam grotendeels ongeschonden in handen van de geallieerden (men had wel de gaskamers en crematoria opgeblazen).

Het boek van Rees is niet alleen bijzonder interessant omdat het de ontwikkeling van de kampen koppelt aan de politieke en militaire gebeurtenissen, maar vooral omwille van de vele individuele getuigenissen en minder bekende voorvallen die in de schaduw van de uitroeiing gebeurden. Gruwelijk was alvast de houding van de Slowaakse regering onder leiding van Josef Tiso – notabene een katholiek priester – die zich wilde ontdoen van haar 90.000 joodse medeburgers en daarover een deal sloot met de Duitse overheden. Voor elke gedeporteerde jood betaalde de Slowaakse regering 500 Reichsmark. Ze werden naar Auschwitz gestuurd. Daar had Höss eind maart 1942 een eerste gaskamer in gebruik in Bunker I en later een tweede gaskamer in Bunker II. Vanaf de zomer 1942 begonnen de deportaties van de Belgische, Nederlandse en Franse joden naar Auschwitz. In het daaropvolgende jaar waren in Auschwitz-Birkenau vier crematoria annex gaskamers operationeel waar men dagelijks 4.900 mensen kon liquideren. In het voorjaar 1944 werd ook de ‘Rampe’ afgewerkt, de kade langs de doodlopende spoorlijn in Birkenau, waarlangs nadien honderdduizenden Hongaarse joden de dood werden ingejaagd.

Rees heeft het in zijn boek ook over het dagelijks ‘leven’ in de kampen, de bestiale mentaliteit van de bewakers en Kapo’s en de manier waarop sommige gevangenen zich in leven hebben kunnen houden. Hiervoor ondervroeg hij de laatste getuigen en het valt op hoe bewakers van toen nog steeds geen last hebben van gewetenswroeging. Velen waren ervan overtuigd dat ze het morele recht hadden en zelfs de plicht om het (joodse) volk te vernietigen dat ons (Duitsers) wilde vernietigen. De auteur wijst vooral met de vinger naar de nazi-artsen die een cruciale rol speelden bij de selecties, de rol van firma’s zoals Bayer die joden gebruikten als proefkonijnen voor hun onderzoek naar nieuwe medicijnen en de enorme corruptie en diefstal in het kamp waarbij Kapo’s en SS-ers zichzelf verrijkten. Hij vermeldt de rol van de Sondercommando’s, joden die het eigenlijke vuile werk moesten doen bij het leeghalen van de gaskamers en het bedienen van de crematoria. Hij doorprikt ook de mythe dat de joden zich zomaar lieten afslachten en verwijst naar de opstand van het getto van Warschau, de opstand van de Sondercommando’s in Sobibor en Auschwitz.

De auteur verhaalt ook de sporadische ontsnappingen uit Auschwitz en het feit dat de geallieerden al sinds 1942 kennis hadden van de gruweldaden door de nazi’s in het kamp. In 1943 schreef de Times al over ‘Beestachtig Nazioptreden tegen Joden’ in Auschwitz en in 1944 kregen de geallieerden gedetailleerde informatie. Ondanks verschillende vragen om de aanvoerroutes en het kamp zelf te bombarderen (althans de gaskamers en crematoria) deden de Britten en Amerikanen dat niet. Men wou immers geen toestellen onttrekken aan ‘beslissende operaties’ die elders gaande waren. Het is een uitleg die weinigen zal voldoen, maar Rees wijst op een nog fundamentelere vraag, namelijk die van de geallieerde immigratiepolitiek voor en tijdens de oorlog en de onwil om bedreigde joden op te nemen.

In januari 1945 hebben de nazi’s de crematoria in Auschwitz opgeblazen. De bedoeling was om de overgebleven kampbewoners uit te moorden maar de snelle opmars van het Rode Leger kon dat beletten, een kleine 8.000 mensen werd gered. De bevrijding van Auschwitz bleef jarenlang in de schaduw van de bevrijding van andere kampen zoals dat van Bergen-Belsen. Dat kwam omdat de Britten filmbeelden van de afschuwelijke omstandigheden in dat kamp doorstuurden naar de rest van de wereld terwijl de gruwel in Auschwitz binnen de Sovjetzone minder aandacht kreeg. Daardoor ontstond na de oorlog heel wat verwarring tussen concentratiekampen en de echte vernietigingskampen. De auteur wijst op de verschillende houding die Hitler en Himmler op het einde van de oorlog aannamen. Terwijl de eerste tot het einde wou doorvechten, probeerde Himmler contact te krijgen met de Britten en Amerikanen om samen op te trekken tegen de Sovjets. Hij gaf ook het bevel aan zijn SS-mannen om onder te duiken en op te gaan in de Wehrmacht, iets wat velen onder hen gedaan hebben, ondermeer Höss. Het bood hen de mogelijkheid om op korte termijn uit de handen van geallieerden te blijven.

Tenslotte gaat Rees nog in op de vreselijke gebeurtenissen na de oorlog. Zo heeft hij het over de verkrachting van vele honderdduizenden vrouwen door sovjetsoldaten (zelfs vrouwen die in Auschwitz hadden gezeten), over de deportatie van heel wat sovjetkrijgsgevangenen naar Siberië op bevel van Stalin (ze hadden zich nooit mogen overgeven), en het feit dat de overlevende joden bij thuiskomst vaststelden dat hun woonst ingepalmd was door lokale bewoners. De auteur maakt zelfs melding van Slowaken die de joodse overlevenden met stokken te lijf gingen, in de zomer van 1945 – dus na de ‘bevrijding’ – omdat ze hun rechtmatige eigendom kwamen opeisen. Rees staat ook stil bij het delicate punt van de massale bombardementen op Duitse steden waarbij talloze slachtoffers vielen (zie op deze site de bespreking van het boek De Brand van Jörg Friedrich). Die bombardementen keurt de auteur af, maar het blijft toch iets van een andere orde dan de Endlösung. Hij wijst terecht op het feit dat het Duitse regime als eerste begonnen was met het bombarderen van Britse steden en dat het onmiddellijk een einde had kunnen maken aan de bombardementen door te capituleren. De ultieme verantwoordelijkheid ligt hier bij Hitler die zelf vond dat het Duitse volk het ‘verdiende’ om mee ten onder te gaan.

Himmler pleegde zelfmoord en Höss werd uiteindelijk opgepakt, veroordeeld en opgehangen. Daarnaast zijn er in feite maar relatief weinig betrokkenen gestraft. ‘Van de ongeveer 6.500 SS-ers die tussen 1940 en 1945 in Auschwitz hadden gewerkt en die de oorlog hadden overleefd, werden er inderdaad zo’n 750 op de een of andere manier gestraft’. Van de 1,3 miljoen mensen die in Auschwitz terecht kwamen, werden er 1,1 miljoen vermoord. Het is een bittere vaststelling. Naar aanleiding van de herdenking zei Joschka Fischer als Minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland: “60 years after the liberation of the concentration camps, the community of survivors is getting smaller by the day. No archive, film or history book can portray their painful experiences as effectively as their personal account. We who can listen to the survivors bear a responsibility to recount their story to future generations.” Het boek van Rees kan de geleden pijn natuurlijk niet echt verwoorden, maar het is een noodzakelijk werkstuk voor iedereen die iets wil begrijpen over allicht het grootste dieptepunt in de menselijke beschaving.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Laurence Rees, Auschwitz, Anthos/Manteau, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be