Gesprekken met Hitler

boek

Hermann Rauschning

Gespräche mit Hitler uit 1939 is een van de meest invloedrijke, maar ook een van de meest omstreden boeken die ooit over Hitler verschenen. Het boek zou de letterlijke weergave zijn van een reeks gesprekken die Hitler met hem en andere aanwezigen voerde. De eerste naoorlogse generatie historici en biografen hebben er rijkelijk uit geput, maar hun latere collega's hebben de nodige terughoudendheid betracht. En met reden, want inmiddels is duidelijk dat Rauschning zijn onderwerp regelmatig woorden in de mond legt met een aantoonbaar andere herkomst. Desondanks zijn er nog altijd historici die Rauschning zien als een belangwekkend getuige, een man die Hitler zo niet naar de letter, dan toch naar de geest goed heeft geciteerd. Misschien heeft Rauschning daarom altijd meer krediet gehad bij filosofen en literatoren, onder wie bijvoorbeeld Abel Herzberg, Harry Mulisch, George Steiner en Rüdiger Safranski. De laatste brak in 1996 een lans voor Rauschning in zijn essay Het kwaad: “Men heeft de authenticiteit van de door Rauschning opgetekende gesprekken bestreden. De discussie daarover is onvruchtbaar en louter academisch eenvoudigweg omdat Hitler zoals bekend niets heeft na gelaten om te proberen alle in die gesprekken ontwikkelde ideeën in daden om te zetten. Hitlers politiek is het bewijs van de authenticiteit van die gesprekken.”

Dr. Hermann Rauschning, een historicus gepromoveerd in muziekgeschiedenis, was senaatsvoorzitter van Danzig, toen hij in november 1934 na een conflict uit de NSDAP werd gezet. Hij ontpopte zich tot een fel tegenstander van het nazi-regime en werd ooit door Goebbels getypeerd als ‘de vuilste propagandist van de tegenpartij’. In 1936 emigreerde hij naar Zwitserland, in 1940 vestigde hij zich definitief in de VS. Rauschning verwierf internationale roem met Die Revolution des Nihilismus (1938), in Nederland vertaald door Menno ter Braak. Deze schreef in 1940 ook het voorwoord bij de vertaling van de Gespräche. Dit voorwoord is nu ook opgenomen in de nieuwe vertaling die uitkwam bij uitgeverij de Prom. De eerste vertaling die in maart 1940 op de Nederlandse markt verscheen, onder de titel Hitlers eigen woorden, werd al snel na publicatie uit roulatie gehaald en verboden. Duitsland had de Nederlandse regering immers gewezen op de onneutrale inhoud van het boek, waarna het op basis van artikel 119 van het Wetboek van Strafrecht wegens belediging van een vreemd staatshoofd verboden werd. De huidige vertaling is dan ook de eerste sinds dat verbod.

De woorden die Rauschning in de mond van Hitler legt zijn niet correct. Zo verzinde hij gesprekken die hijzelf zou gevoerd hebben met de Führer. Intrigerend is echter de accuraatheid van de voorspellingen die Rauschning in naam van Hitler deed. Het doet de vraag rijzen naar de ware bedoeling van Rauschning toen hij met dit boek uitpakte in 1939. Wou hij de wereld waarschuwen voor het gevaar van het nationaal-socialisme? In elk geval verliepen de historische gebeurtenissen na de verschijning van zijn boek net zoals het in het boek zogenaamd letterlijk door Hitler voorspeld werd. Dat Rauschning wel degelijk met de Führer gesproken heeft staat ook vast. Als senaatspresident van de vrije staat Danzig ontmoette hij Hitler verschillende malen. De logische vraag is dan ook: waarom schreef Rauschning een dergelijk waarschuwend boek? Zelf heeft Rauschning, die in de VS overleed in 1982, er nooit iets over willen zeggen.

Al bij zijn eerste gesprek met Hitler (in 1933) zou de Führer hem duidelijk gemaakt hebben dat oorlog onvermijdelijk zou zijn. “Oorlog is leven. Oorlog is inherent aan elk streven. Oorlog is de oertoestand.” Die hang naar verandering door geweld kenmerkt zowat alle uitspraken van Hitler en werd als vanzelf overgenomen door zijn politieke naasten. Uit een gesprek tussen Hitler, Göring en Himmler begreep Rauschning dat de brand van de Rijksdag geen aanslag was van de communisten maar was aangestoken door de nationaal-socialistische leiding zelf. Göring, op dat ogenblik voorzitter van het parlement, zou daarbij gezegd hebben dat hij geen geweten had. “Mijn geweten heet Adolf Hitler”, zo noteert Rauschning die verklaart onthutst te zijn over het cyniscme en de zelfvoldaanheid van de aanwezigen.

Nog treffender is zijn beschrijving van een scène waarbij Hitler ter ore kwam dat er protest rees tegen de schandelijke behandeling van vooral joodse burgers. Hitler toonde zich daarbij niet verontwaardigd over de excessen tegen die mensen maar viel uit naar diegenen die zoveel ophef maakten van dergelijke ‘onbeduidende’ voorvallen. Hij heeft het over het nut van terreur en de noodzaak aan concentratiekampen. Rauschning heeft ook weet van het feit dat asociale en erfelijk belaste personen geselecteerd werden voor bewakingsfuncties in concentratiekampen. Hier zou een juiste tijdsorde interessant zijn. Als Rauschning dit reeds wist in 1933 dan moet dit ook bij heel wat anderen bekend zijn geweest, maar het boek zelf verscheen pas in 1939 en het kan dus later door de auteur zijn toegevoegd. In elk geval toont dit voorval aan dat er al vroeg kritiek bestond op het kampensysteem.

Vast staat ook dat Hitler zowel in een besloten bijeenkomst bij de thee als op het podium voor duizenden aanwezigen steeds terugkwam op de noodzaak om van Duitsland de leidende natie van de wereld te maken. En dat daarvoor alle middelen goed waren. Zelfs het elimineren van partijgenoten die de uitvoering van zijn grootse plan in de weg stonden. Zo heeft Rauschning het over de tragische 30ste juni waarbij de leider van de SA Röhm samen met meer dan duizend andere partijgenoten zonder gerechtelijk vonnis vermoord werden. Hij schrijft dat hij getuige was van een rusteloze Hitler die op en neerliep en zich via een woordenstroom verantwoordde voor wat gebeurd was. Ze verdienden het om neergeschoten te worden omdat ze zijn plannen in de weg stonden. Rauschning heeft het regelmatig over de woedeaanvallen afgewisseld met apatisch gedrag van Hitler. Hij schrijft dat hij aan zijn ogen zag dat ‘deze man (Hitler) niet normaal is’. Het geschreeuw, getier, stampvoeten, driftbuien en hysterisch gillen wijzen aldus Rauschning op een man met een gespleten persoonlijkheid, iets grotesks en afschuwelijks.

In het nawoord bij dit bijzondere boek stelt prof. Von der Dunk dat veel van de zogenaamde ‘gesprekken’ eigenlijk een samenraapsel waren van passages uit Mein Kampf en Hitlers redevoeringen. Toch blijft het merkwaardig dat iemand reeds in zo een vroeg stadium de plannen van Hitler zo accuraat weergaf. Plannen die nadien ook werkelijk uitkwamen zoals het verbond met de Sovjetunie en later de aanval erop, de noodzaak aan Lebensraum in het Oosten, de deportatie van minderwaardige volken, en een orde die in beginsel ook al de fysieke uitroeiing van de joden impliceerde. Alvast zitten er in de Gespräche ook elementen van daadwerkelijke ontmoetingen die de auteur met Hitler had. In die zin blijft het boek een belangrijke waarde behouden. Dit wordt vaak aangevochten met het argument dat wie in 1932 nog lid werd van de nazi’s geen fatsoenlijk mens kan zijn geweest. Maar in die jaren hebben heel wat mensen, zelfs joden, zich verkeken op de essentie van het nationaal-socialisme.


Recensie door Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Herman Rauschning, Gesprekken met Hitler, de Prom, 2003

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be