Wij zelven

boek vrijdag 21 februari 2003

Koen Raes

Er zijn heel wat aanwijzingen dat in vigerende vertogen het 'wij' van de gemeenschap en de politiek moeten wijken voor het 'ik' van het zelf en diens eigenbelangen. We zien ons op de eerste plaats als 'zelven' die slechts via zelfbeschikkingsrechten in relatie staan met anderen. Dat heeft ongetwijfeld emancipatorische implicaties waar het erom gaat on te bevrijden uit paternalistische keurslijven, maar er zijn ook problematische kanten aan, bijvoorbeeld waar het tot gevolg heeft dat sociale netwerken eroderen of waar de egocratie de democratie onmogelijk dreigt te maken. De zelfideologie heeft levenskunst tot een zeer centrale waarde gemaakt in onze opvattingen van geluk, maar ze dreigt ook bij te dragen tot vereenzamingsprocessen in onze samenleving of tot het responsabiliseren van mensen die juist onze solidariteit broodnodig hebben. Wij zelven is een bundel columns van hoogleraar en socialistisch raadslid Koen Raes, die verschenen in De Morgen en in Samenleving en Politiek, waarin de implicaties van dergelijke zelfopvatting op een diversiteit van domeinen wordt onderzocht: van zelfbankieren tot multiculturalisme, van aanrakingen tot vrijwilligerswerk, van gen-ethica tot het electronisch 'chatten'.

In zijn column over Wat we zelf doen, doen we beter? focust hij op het valse gevoel van toegenomen vrije keuzes van de moderne mens. De realiteit is dat we vandaag tal van handelingen stellen die we vroeger zouden hebben uitbesteed aan anderen, denk aan de wasserij, de langs huis komende melkboer, drankleverancier, messenslijper en groenteman, de bediening aan tankstations, de vakmensen die nu verdrongen worden door zogenaamde doe-het-zelf-zaken. Nu doen we dat allemaal zelf en 'verliezen' we op die manier heel wat nuttige tijd. Opvallend is dat er voor de zorg van kinderen net een omgekeerde beweging bezig is met voorschoolse en naschoolse opvang en zelfs buitenschoolse opvang. Raes trekt deze visie door in het stuk over Zelfbevrediging. Thuisbankieren of selfbanking toont aan hoe fel de samenleving doordrongen is van de doe-het-zelf gedachte. In hun streven naar originaliteit verwordt de individuele expressie echter tot een volgen van collectieve trends. Hier wijst hij op het verschijnsel egocratie als gevaar voor de democratie. Mensen leggen zich niet meer neer bij beslissingen die door een meerderheid genomen worden maar tegen hun eigenbelang ingaan. Zo is de enige goede verbrandingsoven, gsm-mast of windmolen die die niet in de eigen buurt staat. Wat Raes hier beklemtoont is de groeiende autonomie van de mens, en dat is in sť niet af te keuren. Zijn beeld van de consument die gevangen zit in een dolgedraaid systeem klopt ook niet helemaal. Tijdens het weekend lopen winkelcentra in zowat alle steden vol met mensen die winkelen als een prettig tijdverdrijf beschouwen. Maar het algemeen beeld klopt dat mensen zich, ondanks de 'vooruitgang', geleefd voelen.

In De queeste naar zekerheid wijst Raes op dat de angst voor onzekerheid van mensen op zowat alle mogelijke terreinen. Onzekerheid bestaat op politiek vlak, over onze fysieke veiligheid, over verkeer, voedsel, vrijen, rechtszekerheid, arbeid, enz. Vormen van onzekerheid vloeien ook voort uit onbehagen, gebrek aan geborgenheid, sociale uitsluiting, de erosie van sociale netwerken, het gebrek aan duurzaamheid en vertrouwen. Het is een wat pessimistisch stuk en Raes komt ook niet toe aan mogelijke remedies. Gelukkig eindigt hij met de zekerheid dat niet iedere zekerheid de moeite is en niet iedere onzekerheid bedreigend. Dit besluit vormt mijn inziens juist het begin van de discussie over zekerheid. Wie voedt die angst voor onzekerheid? Alvast extreem rechts met zijn vrees voor alles wat vreemd is. En conservatieven die elke verandering als ondermijnend beschouwen. Maar ook antiglobalisten en socialisten die omwille van de verworven rechten hun 'zekerheden' niet willen in vraag stellen. Hier schuilt een belangrijke maatschappelijke opsplitsing, nl. tussen behoudsgezinden die beweren dat ze opkomen voor zekerheid maar met hun status-quo alleen een 'valse zekerheid' creŽren, en vooruitstrevenden die sociale, economische en maatschappelijke wijzigingen willen doorvoeren juist om nieuwe zekerheden te vormen.

Ook in het stuk For we are wanderers beschrijft de auteur een nogal pessimistisch beeld van jongeren die zouden beseffen dat de toekomst er voor vorige generaties beter uitzag en die het nu moeten stellen zonder perspectief. Ondermeer omdat de waarde van een diploma niet duurzaam blijkt te zijn. Jongeren zijn op zoek maar weten niet goed naar wat. Alvast willen ze wegvluchten uit deze 'dolgedraaide samenleving' zoals Raes stelt. Een dergelijke houding lijkt me evenwel van alle tijden. Belangrijker lijkt me de vaststelling, zoals ook Raes doet, dat jongeren zich meer dan vroeger losmaken van traditionele conventies en hun eigen leven inhoud geven. Jongeren vormen zich steeds meer een eigen identiteit op basis van alle ervaringen die ze meemaken en waarvoor ze meer mogelijkheden hebben dan ooit te voren. Een positieve evolutie die samenhangt met de toenemende individualisering van de maatschappij.

In het onderdeel De hoogmoed van het kapitaal neemt Raes de toenemende globalisering en de macht van het kapitaal onder de loepe. Daarin wijst hij op het feit dat antiglobalisten in feite gewoon antikapitalisten zijn. Ze verzetten tegen de opmars van een eenvormig economisch systeem dat op steeds grotere schaal opereert en steeds dieper binnendringt in de leefwereld van mensen. Deze analyse is juist maar bewijst nog niet haar ongewenstheid of onomkeerbaarheid. Wie het kapitalisme en de vrije markt in vraag stelt moet met een alternatief voor de dag komen en dat is er vooralsnog niet. De enige tegenpool is een 'niet-vrije markt' maar daarvan kennen we in de geschiedenis de gevolgen, zowel op economisch als op politiek en persoonlijk vlak. In deze column gaat Raes ook te snel voorbij aan de positieve kanten van de globalisering zoals de dalende armoede, de langere levensverwachting en de daling van de kindersterfte. Uit tal van studies blijkt dat landen die hun grenzen openstellen en deelnemen aan de vrije markt sneller tot ontwikkeling komen en welvaart kennen dan landen die dat niet doen.

De belangrijkste column is alvast het del onder de titel Wij en zij waarbij Raes het heeft over het integratiedebat en de participatierechten voor allochtonen. De ganse discussie moet volgens hem verkopen vanuit een ethiek van gelijkheid en wederzijds respect, hoe fundamenteel oneens men het ook moge zijn. En verder dat het organisatieleven van migranten op een gelijkaardige manier moet worden behandeld en gesubsidieerd dan elk ander organisatieleven. Dit lijkt op het eerste zicht evident maar mag niet leiden tot een overdreven vorm van cultuurrelativisme. Al te lang hebben we gedacht dat het tolereren en zelfs subsidiŽren van de allochtone cultuur een tussenstap was in hun noodzakelijke integratie. Vraag is of we bepaalde aspecten van onze cultuur niet als essentieel en onvoorwaardelijk mogen opleggen? Zoals de gelijkwaardigheid van alle mensen, en van man en vrouw in het bijzonder, de scheiding van kerk en staat en de vrijheid van meningsuiting. De vraag stelt zich dan ook of de overheid initatieven die juist de culturele gewoontes van allochtonen die daar tegen ingaan nog langer moet ondersteunen? In zijn volgende column over De grenzen van het multiculturalisme geeft Raes daar een antwoord op. "Cultuur mag geen dekmantel zijn om fundamenteel onethische praktijken in stand te houden." Daarbij haalt hij tal van voorbeelden aan die ondanks het tolerantieprincipe niet aanvaardbaar zijn in onze westerse samenleving. Zoals de clitoridectomie, het weigeren van bloedtransfusies aan kinderen, het dragen van kirpans op openbare plaatsen, enzovoort. De grens tussen wat kan en niet kan is evenwel niet altijd duidelijk. Toch eindigt de auteur met een een sterk statement. "Ik heb de tradities en gebruiken uit mijn eigen cultuur nooit zomaar klakkeloos aanvaard, maar kritisch en vooral ethisch bevraagd. Ik zie daarom geen enkele reden waarom ik dat niet ook met andere culturen zou mogen doen."

Doorheen het ganse boek verwijst Raes naar de toenemende individualisering en het eroderen van het gemeenschapsleven. Daarbij beschrijft hij tal van maatschappelijke ontwikkelingen die aantonen dat mensen vereenzamen en zich onzeker voelen in onze snel wijzigende samenleving. Heel wat die vaststellingen zijn terecht maar betekenen niet dat het 'individualisme' als zodanig de oorzaak is. Individualisme is immers niet hetzelfde als egoÔsme of zelfzucht. Daarbij komt ook dat heel wat spontane verbondenheid tussen mensen juist door een overmatig overheidsoptreden wordt aangetast. Zo bestaat de trend om tal van zaken die thans vrijwillig gebeuren op een of andere manier te 'professionaliseren'. De vraag naar statuten en vergoedingen voor mensen die zich vrijwillig inzetten voor anderen gaat daarbij meestal uit van de centrale zuilen die op een of andere manier de inzet van hun leden willen bestendigen. Ook dit is een trend die niet onbesproken mag blijven.

De columns van Koen Raes zetten in elke geval aan tot nadenken. In tegenstelling tot heel wat andere columns in kranten en weekbladen, zijn deze van Raes ook goed doordacht en gaan ze verder dan de dagelijkse actualiteit. Hij bespreekt belangrijke trends en dieper liggende gevoelens en problemen die raken aan het wezen van de mens of de gemeenschap zelf. Dit boek biedt dan ook een goed inzicht in de problemen waarmee de hedendaagse mens worstelt.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Koen Raes, Wij zelven, Pelckmans, 2002

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be