Beminde ongelovigen. Atheïstisch sermoen

boek vrijdag 14 maart 2008

Anne Provoost

De meeste moslims aanvaarden de evolutietheorie niet, maar geloven in de scheppingsleer zoals die beschreven staat in de Koran. Het hedendaagse creationisme is geen fenomeen dat alleen in de moslimwereld bestaat. Ook evangelische christenen grijpen steeds meer terug naar de Bijbel als bron van alle kennis en waarheid. In haar boek Uw koninkrijk kome geeft Michelle Goldberg een onthutsend beeld van de opmars van het christelijk nationalisme en dominionisme in de Verenigde Staten, dat zich keert tegen het individualisme, feminisme en secularisme. Ook zij verwerpen Darwin en geloven in het scheppingsverhaal zoals beschreven in de Bijbel. Het gaat bij de hedendaagse apologeten van het godsgeloof niet alleen om de juiste datum waarop de aarde en de mens geschapen zijn, maar nog meer om de onvoorwaardelijke aanvaarding van alle geopenbaarde teksten zoals die in de Bijbel en de Koran staan neergeschreven en die in hun ogen de alomvattende waarheid bevatten en daar kan en mag niets aan veranderen.

Religies zijn bezig aan een indrukwekkende comeback. Tot enkele jaren terug dachten we in onze contreien dat het geloof in een almachtige en rechtvaardige God langzaam uitdoofde en dat de secularisering zich onweerstaanbaar doorzette in alle geledingen van onze samenleving. Blind geloof had plaats gemaakt voor kritisch rationalisme, onfeilbaarheid van de paus voor de falsificatiemethode van Karl Popper, de maatschappelijke dwang tot onderwerping van de mens aan God voor het recht op zelfbeschikking van elk individu. Religieuze leiders, maar ook heel wat intellectuelen en politieke leiders willen de mens opnieuw ondergeschikt maken aan traditie en geloof. Zij willen niet dat mensen voor zichzelf kunnen kiezen, zij willen gehoorzaamheid. Zij bespleiten een nieuwe vorm van gezag en hiërarchie in naam van een almachtige God waaraan de mens zich moet onderwerpen. Dat blijkt alvast uit tal van publicaties die de voorbije jaren verschenen over de zogenaamd nefaste rol van het individualisme en de vermeende positieve bijdrage van religies aan de sociale cohesie van de samenleving. Daarbij staat vooral het atheïsme, de overtuiging dat God niet bestaat, opnieuw onder druk. Meer nog, in bepaalde radicaal gelovige kringen, wordt het atheïsme afgedaan als een immorele en derhalve onaanvaardbare levenshouding die desnoods met geweld moet bestreden worden, iets wat Salman Rushdie, Taslima Nasrin, Ayaan Hirsi Ali en Afshan Elian aan den lijve ondervinden.

Tegen deze trend van een hernieuwd religieus offensief publiceerde de Vlaamse schrijfster Anne Provoost het essay Beminde ongelovigen met als ondertitel Atheïstisch sermoen. In navolging van bekende atheïsten als Richard Dawkins, Sam Harris, Christopher Hitchens en Etienne Vermeersch probeert ze weerwerk te bieden tegen deze opstoot van irrationaliteit. Net zoals tal van ongelovigen die de voorbije decennia geen probleem hadden met hun ongeloof en er ook niet mee werden lastig gevallen, stelt ze vast dat die tolerante houding de voorbije jaren in snel tempo afbrokkelt. Ongeloof staat opnieuw ter discussie. Nog belangrijker zijn volgens haar de tendensen om het mythische denken op gelijke voet te plaatsen met het rationele denken. In Nederland knipte de Evangelische Omroep passages over de evolutietheorie uit een BBC-documentaire. Maria Van der Hoeven, de voormalige christelijke Nederlandse minister van Onderwijs en Wetenschappen (let vooral op die laatste titel), opperde in 2005 dat Intelligent Design misschien wel aangewezen was om onderwezen te worden naast de wetenschappelijke evolutietheorie. Ook in andere Europese landen groeit de discussie over het creationisme, zeker sinds de massale verspreiding van het boek The Atlas of Creation van de Turkse auteur Harun Yahya waarin de evolutietheorie van Darwin de grond wordt ingeboord. Het zijn tekenen aan de wand, aldus Provoost, dat we als atheïsten opnieuw in het verweer moeten gaan.

Vooral de opkomst van het Intelligent Design, de idee dat iemand met de wereld en de mens een bepaald plan had en dit ten uitvoer bracht, baart de auteur zorgen. Ze heeft het over Mieke Van Hecke, de baas van het katholiek onderwijs in Vlaanderen, die ooit verklaarde dat ze op een bepaald ogenblik op het nippertje ontsnapt was aan een auto-ongeval en daarvoor God bedankte. Blijkbaar geloofde Van Hecke in het plan van de ‘Almachtige’ om haar daarvoor te behoeden. Maar wat dan met al die mensen die intussen wel worden aangereden, waaronder tal van schoolkinderen? Wat met de vreselijke menselijke drama’s ingevolge natuurrampen, terreur en oorlogsgeweld? De auteur stelt dat we dat niet moeten proberen te begrijpen, maar ik doe het toch. Mocht dit alles het plan zijn van een almachtige God dan kan er nog enkel een ‘theodicee van de apathie’ bestaan. In dat geval is God ongevoelig voor elk menselijk lijden en voor het kwaad. Onze problemen interesseren hem gewoonweg niet. Maar dat staat haaks op de vermeende rechtvaardigheid van God en bewijst dan ook De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen zoals Karel van het Reve God treffend typeerde. Wie gelooft dat God hem of haar welgevallig is, moet ook aanvaarden dat God tegenover anderen bijzonder ongevoelig is, ik denk aan de zes miljoen Joden, de zigeuners, de homoseksuelen, de Getuigen van Jehova, de politiek andersdenkenden, de fysiek en mentaal gehandicapten die onder het nazisme massaal werden vermoord.

‘God is vlees geworden, een avatar met een wil, een plan, een project, een focus, een lotsbestemming voor elk van ons. (…) In het kielzog van zijn persoonsbeschrijving kwamen mantra’s en sharia’s, theorema’s en dogma’s, postulaten en leerstellingen’, zo schrijft Provoost. Hier raakt ze de kern van het probleem. Godsdiensten en ‘heilige’ teksten werden opgesteld, vertaald, gekopieerd, en geïnterpreteerd door uitsluitend mannen. Ze dienen om de patriarchale voorrechten te bevestigen en te beschermen. Ze dienen om groepen mensen te vangen binnen collectieve identiteiten waarin ze verplicht zijn tot blinde gehoorzaamheid teneinde te kunnen weerstaan aan de boze buitenwereld. Ze creëren en voeden een ‘wij’ tegen ‘zij’ beeld dat net oorzaak is voor zoveel spanning, geweld en moord. De gelovige wetenschapper Gerard Bodifee beweert dat het wegkwijnen van het geloof Europa verzwakt. Dit is absurd. Naast de enorme toename aan welvaart zorgt de Europese Unie immers al meer dan vijftig jaar voor welvaart, vrede, vrijheid en verdraagzaamheid. En dat na tweeduizend jaar van strijd, geweld en doodslag in het christelijke Avondland waarin het geloof geen teken van verbinding was, maar de cruciale oorzaak voor verdeling, haat en doodslag. Europa is niet verzwakt door een wegkwijnen van een geloof, maar net sterk geworden omdat men het geloof verving door onaantastbare wetten die de mens zelf, en geen God, in stenen tafelen beitelde.

Maar wat is dan de boodschap van het atheïsme, zo vraagt Provoost zich af. Hoe kunnen we mensen daarvoor enthousiasmeren? ‘Er moet een betere uitleg zijn bij onze godverzaking, een die uitdaagt maar niet op zielen trapt’, aldus de auteur. Hier heeft ze een punt. Al te lang hebben ongelovigen het atheïsme beschouwd als een evidentie zonder dat ze er de noodzaak, laat staan de werfkracht, voor uitlegden aan hun gelovige medeburgers. Ze dachten dat de secularisering een onstuitbare evolutie was die ‘verstandige’ mensen als vanzelf in de richting van de rationaliteit zou stuwen. Heel terecht stelt de auteur de vraag ‘of er iets is dat we tegenover die (blijkbaar opnieuw aantrekkelijke) God kunnen zetten.’ Het lijkt paradoxaal, maar in feite stelt ze de vraag naar de rationaliteit van het rationele denken. Waarom moeten we atheïst zijn? Wat zijn er de voordelen van? Hoe kunnen we het atheïsme aantrekkelijk maken? Dat zijn geen eenvoudige vragen en tal van atheïsten weten er zelfs geen treffelijk antwoord op. Het lijkt mij zelfs een van oorzaken van de bestaanscrises van verenigingen als het Humanistisch Verbond en andere verenigingen voor vrijdenkers. Zo plaats Provoost haar vinger in de vrijzinnige wonde.

Eigenlijk geeft Provoost in haar inspirerende betoog zelf het antwoord. ‘We bevinden ons aan de vooravond van hete tijden (waarbij ze verwijst naar de opwarming van de aarde), beminde ongelovigen’, zo schrijft ze. ‘Er is behoefte aan een atheïstische missie, een stappenplan van het niet-geloof.’ Daarop vervalt ze evenwel zelf in een vorm van relativisme dat ‘het redelijke aan de rede juist (is) dat ze haar grenzen niet onderkent’, en dat de atheïst geen behoefte voelt om ‘tegenover zijn feilbaarheid een onfeilbare macht te zetten.’ Dat klopt natuurlijk, maar dat wil niet zeggen dat het atheïsme geen wervend project heeft. Zeker in deze tijden van migratie, globalisering en toenemende spanningen binnen onze multireligieuze samenleving maakt de hypothese dat God niet bestaat de weg vrij voor een universele seculiere moraal die ervoor zorgt dat mensen met uiteenlopende ideeën toch harmonieus kunnen samenleven. De aanvaarding van een aantal liberale grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, de gelijkwaardigheid van elke mens, de scheiding van geloof en staat, en het recht op zelfbeschikking, zorgt voor twee essentiële zaken. In de eerste plaats voor de bescherming van de unieke rechten en vrijheden van elk individu. Ten tweede zorgt het voor de ruimte waarin alle mogelijke diversiteit in denken en handelen mogelijk is, voor zover die niet in strijd zijn met het eerste punt. Daarmee wordt de werfkracht van het atheïsme duidelijk: wie wil dat onze kinderen in de multireligieuze samenleving van morgen in harmonie kunnen samenleven, kiest voor een autonome moraal.

‘Boodschappen van heil en redding, daar heeft ook de atheïst behoefte aan’, aldus Provoost en ze heeft gelijk. Maar die heil en redding zullen van de mens zelf moeten komen. Het is de mens zelf die voor betere levensvoorwaarden op aarde moet zorgen. En dat beseft de auteur ook wanneer ze het heeft over de plicht om onze planeet leefbaar te houden, die ze terecht als ‘heilig’ bestempelt, om ervoor te zorgen dat ook de toekomstige generaties kunnen leven in menswaardige omstandigheden. De plicht tegenover anderen vloeit niet voort uit ‘heilige’ teksten, maar uit het rationele besef dat we alleen door solidariteit met anderen kunnen komen tot een rechtvaardige samenleving. Die plicht vloeit dus niet voort uit een Bijbel of Koran, maar uit de categorische imperatief van Immanuel Kant dat we zodanig moeten handelen waardoor het maxime van onze handeling tot algemene wet wordt. We mogen een medemens niet doden omdat het een goddelijk gebod is, maar omdat de rede zelf zegt dat dit niet kan. In die zin getuigde de houding van Abraham die zijn zoon mee de berg opnam om hem te doden, maar dat op het ultieme moment niet deed op vraag van een engel, van een morele wandaad. Hij had onmiddellijk moeten zeggen: ‘wat voor een wrede God zijt gij die mij vraagt mijn kind te doden’. Godsdienst kan een mens blijkbaar blind maken, juist door de gehoorzaamheid. Goed doen moet voortvloeien uit ons menszijn zelf, en niet omdat men er later voor beloond, of bij gebreke ervoor, voor gestraft wordt.

‘We moeten aan het werk, beminde ongelovigen’, zo besluit Provoost haar boeiende essay. Het gaat daarbij niet alleen over het terugdringen van opvallende religieuze symbolen in de publieke dienstverlening. Het gaat over iets veel belangrijker, namelijk het verzet tegen het gelijkwaardig achten van het mythische denken met het rationele denken, bijvoorbeeld binnen het onderwijs. Het gaat erom de burgers te overtuigen dat de liberale grondrechten essentieel zijn en dat hierop geen toegevingen kunnen gedaan worden aan ondermeer religieuze groepen. Daarom moeten we het cultuurrelativisme en het monoculturalisme verwerpen, en de noodzaak benadrukken van een ethiek die ontdaan wordt van elke religie. Alleen het atheïsme als basis voor de moraal vormt de waarborg voor een harmonieuze samenleving.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Anne Provoost, Beminde ongelovigen. Atheïstisch sermoen, Querido, 2008

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be