Profanaties

boek

Giorgio Agamben

Wie denkt in het boek Profanaties van Giorgio Agamben een heldere en logische filosofische uiteenzetting te vinden is er aan voor de moeite. Agambens literaire ontboezemingen zweven tussen breedsprakerige rationaliteiten en irrationaliteiten, indringende emotionele ervaringen en erudiete wetenswaardigheden, zoals verweven rond de Oudromeinse Genius, de god van het individuele ontstaan die zich in de duisternis van het prereflexieve schuil houdt, maar elk leven bezielt. Zijn poëtisch taalgebruik suggereert, meer dan zij uitspreekt, een wereld van verschijnselen. De ontwikkeling van de mythologie rond Genius is een leiddraad, evenals diens betekenis in het oude Rome, met aanknopingspunten in de christelijke voorstellingen en in het manicheïsme.

Het is een pluspunt als de lezer over enige belezenheid beschikt, want Agamben maakt af en toe vergelijkingen die hij niet nader toelicht, zoals met het portret van Dorian Gray, voor wie het nog niet door zou hebben, uit een roman van Oscar Wilde, maar vooral heel wat Italiaanse beroemdheden passeren de revue. Indien bepaalde verwijzingen de lezer onbekend zijn, zou dat kunnen leiden tot het missen van een pointe. Het verschijnsel magie behandelt hij al even magistraal. Daarbij schuwt hij de verrassende kracht van de paradox niet en hij toont aan dat magie als katalysator functioneert voor een leven dat als geslaagd en gelukkig ervaren wordt. Even verrassend spitsvondig is zijn vaststelling dat in een foto het laatste oordeel gepresenteerd wordt, omdat in een beeld de zin van een geheel leven bevat zit, zelfs in de meest irrelevante houding.

Een begrip dat vaak terug komt is ‘geste’ en dat woord heeft bij Agamben een zeer speciale betekenis. In alledaagse zin verwijst het woord naar een intentionele handeling, maar bij hem is de doelgerichtheid afwezig. Het concept blijft al bij al vrij vaag en het blijft hangen in de sfeer van het verbeelden. Het spreekt de mensen aan zonder dat precies de bedoeling opgeklaard kan worden. Het is niet verwonderlijk dat hij representaties op foto’s aanhaalt alsof ze een soort onbestemd visueel genot oproepen. Hij spreekt ook van een oneindige recapitulatie van een bestaan, alsof in één handeling het geheel vervat is. Dat is de wijze waarop hij beroemde foto’s van Mario Dondero, een bekende fotoreporter, karakteriseert.

Het vergt heel wat openheid en bereidwilligheid van de lezer om Agamben in zijn fantasierijke en idiosyncratische wereld te volgen, hoewel dat ongetwijfeld een utopie blijft. Ik onderneem een poging, maar daarin slaag ik ongetwijfeld niet helemaal. Onbestemd is aanvankelijk ook zijn beschrijving van een type van mensen die hij de assistenten noemt. Hij ontbolstert vanuit de schemering van de massa van wezens één bepaald soort individuen die gaandeweg zijn beschrijving gestalte krijgen en op den duur herkenbaar naar voor treden. Dan blijkt het niet enkel om mensen te gaan maar om fantasiewezens, zelfs dingen, die enkel fungeren als faciliteerders voor andermans doelstellingen. De parodie wordt in de literatuur met historische uitweidingen geduid als een mysterieus gegeven dat zich van het profane afzet. Dat is overigens de gehele teneur van het boek en de verklaring voor de keuze van de titel: Profanaties. Profanatie betekent immers een gebrek aan respect voor het heilige.

Aan profanatie weidt hij overigens een afzonderlijk hoofdstuk. In de Oudromeinse juridische zin, is profaneren het terug brengen in het gemeenschappelijk gebruik van de mensen wat voorheen sacraal was en tot de goden behoorde. Die transitie verloopt via rituelen, zoals ook de sacralisering verloopt tussen beide gescheiden sferen. Het offer is de materialisering van het gehele gebeuren, het spel is de profanering ervan omdat ‘het spel de mensheid bevrijdt en onttrekt aan de sacrale sfeer, zonder deze sfeer simpelweg te vernietigen’. Agamben vestigt terloops de aandacht op de etymologische oorsprong van het woord religie. In tegenstelling tot wat meestal beweerd wordt en ik ook dacht, komt het woord niet voort van religare dat verenigen betekent, maar van relegere dat verwijst naar de vereiste houding ten overstaan van de goden, namelijk een ‘ongeruste aarzeling’, ‘een nauwgezette en geconcentreerde houding’.

Markant is het onderscheid tussen secularisatie en profanatie. De secularisatie verplaatst de krachten van een hemelse naar een aardse monarchie, terwijl de inhoud intact gehouden wordt. Bij profanatie wordt ook de inhoud aangetast. Met het profanatiemodel doet Agamben aan maatschappijkritiek onder meer middels het marxisme en het consumentisme, maar hij bestempelt het kapitalisme ook als een religie, waarin onder meer het museum de vervreemding vertegenwoordigt. Handelingen worden slechts doelloze activiteiten, zoals van een kat die met een kluwen speelt.

Literatuur, film en andere kunstuitingen wisselen af met filosofische inzichten in een schijnbaar chaotische verhaaltrant, die soms aan Nietzsches Zarathoestra doet denken, soms aan pedante koketterie. Een enkele keer komen theologische onderwerpen om de hoek loeren, maar niet altijd is klaar en duidelijk wat hij nu precies bedoelt, vooral niet als gezochte en onverwachte contradicties zijn vertoog reliëf moeten verlenen. Beweringen met een hoog Agambengehalte worden als universele waarheden voorgesteld. Ten einde zijn vertoog te larderen, neemt hij uitgebreid de tijd om etymologische verantwoordingen van gehanteerde begrippen aan te bieden, iets waar één van zijn leermeesters, Martin Heidegger, ook vaak toe over ging.

Een andere filosoof die Agamben heeft beïnvloed is Michel Foucault. In een apart hoofdstuk belicht hij diens opvatting over het auteurschap. Agamben interpreteert, becommentarieert en vult aan, maar hij doet dat in een traditie die terug gaat tot de fenomenologie, zonder daartoe herleid te zijn, waardoor er zich, als te verwachten in deze benadering, enige vrijblijvendheid manifesteert, terwijl toch een veelheid aan inzichten tot uiting komt. De indruk die Agamben bij mij wekt is dat hij een wereld beschrijft die geleefd wordt en niet echt beleeft en als een ziener projecteert hij op die wereld zijn verklaringsmodellen. Die wereld die onprofaneerbaar is geworden vraagt om profanatie en dat noemt hij de politieke opgave van de komende generatie. Een onmogelijk opdracht dus.

Een bijkomende indruk die hij bij mij achterlaat is dat hij de lezer provoceert met eigenzinnige contradicties en moedwillige ineptie om de lezer in verwarring te brengen, maar dat hij tevens originele en rake dingen stelt. Is dat de boodschap van het laatste hoofdstuk van het boek? Een filmbeeld verdwijnt in de scheur die het hoofdpersonage van de film zelf, de knotsgekke Don Quichot, in het filmdoek heeft gemaakt. Blijkbaar ben ik niet de enige die de esoterische teksten van Agamben met de nodige argwaan benader, want de vertaler, Ype de Boer, die overigens een huzarenstukje heeft verricht, heeft het nodig geacht een nawoord toe te voegen, waarin hij het denken van Agamben nog even duidelijk beschrijft. Hij is wel heel wat milder dan ik en neemt een gedegen poging om dat denken uit de doeken te doen.

Men zou kunnen van mening zijn dat mijn relatief negatieve beoordeling, niet van het boek, maar van het denken van Agamben, er toe geleid heeft dat ik het dan maar zou afraden een de potentiële lezer. Niets is minder waar. Ik moet zelfs bekennen dat het voor mij een uitdaging geweest is om er zo veel mogelijk van op te steken en dat is dan ook gelukt, denk ik. Bovendien heeft Agamben een zwierige schrijfstijl en is hij zeer erudiet. Zijn zonderlingen genialiteit neem je er dan maar op de koop toe bij.


Recensie door Hendrik Vanmassenhove, Ph.D

Giorgio Agamben, Profanaties, Amsterdam, Boom, 2015, 112 p.

Links
mailto:hendrik.vanmassenhove@hotmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be