Een kleine geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog

boek vrijdag 20 oktober 2006

Paul Preston

Paul Preston is al decennia de autoriteit op het gebied van de Spaanse geschiedenis. Zijn Francobiografie uit 1993 is nog altijd een standaardwerk. En met die van Juan Carlos maakt hij de kring rond. Een kleine geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog verscheen voor het eerst in 1986 en werd zorgvuldig bijgewerkt in de volgende herdenkingsjaren 1996 en 2006. Die bewerking bestaat vooral in het verwerken van het grote aantal wetenschappelijke publicaties die verschenen zijn in het Spaans, Catalaans en Engels en zijn eigen onderzoek naar Franco, de franquistische repressie en de rol van Mussolini. Daardoor telt het boek nu ruim 100 paginaís meer dan tien jaar geleden. De Russische archieven, die door Anthony Beevor onderzocht werden in zijn boek De strijd om Spanje, komen hier niet aan de orde.

Paul Preston is, in tegenstelling tot Anthony Beevor, milder voor de Republikeinen, die volgens hem een serieuze poging ondernamen om de sociaal zwakkeren een beter leven en onderwijs te geven en om Spanje in de twintigste eeuw te trekken. Hij is harder voor Franco en stelt dat de militaire opstand en de overwinning van de nationalisten niets goeds heeft gebracht in Spanje. Preston tekent eerst een portret van de verdeelde Spaanse samenleving vůůr 1930, de vele interne en onverzoenlijke tegenstellingen, de hervormingspogingen van links, de staatsgreep van rechts. Hij verwijt Engeland dat het niet enkel EthiopiŽ, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije en Polen, maar ook Spanje opofferde aan de expansiedrang van ItaliŽ en Duitsland, hoewel de meerderheid van het Britse volk pro-republiek was. Hij verwijt de Britten ook nog dat ze meer oog hadden voor hun commerciŽle belangen in Spaanse mijnen, sherry, textiel, olijfolie en kurk dan voor de meerderheid van het Spaanse volk. Mussolini besloot tot hulp aan Franco zodra hij door had dat hij niets te vrezen had van de Britten, de Fransen en de Sovjet-Unie. De USA hield zich afzijdig. De Franse premier Lťon Blum zag niet graag dat zijn land ingesloten werd door drie fascistische landen, maar durfde uiteindelijk niet verder te gaan dan een paar vliegtuigen te leveren aan de republikeinen.

80.000 Italianen, 20.000 Duitsers, 8.000 Portugezen, 1.000 ŗ 1.500 vrijwilligers, onder wie 700 katholieke Ieren, vochten mee met Franco. De houding van Stalin was complexer: internationale machtspolitiek en eigenbelang kregen voorrang op solidariteit. Daardoor kwam zijn hulp traag op gang; ze bestond uit voedsel, een klein contingent militairen, schepen met wapens, adviseurs die tegelijk spion waren. Preston analyseert de houding en de motieven van Engeland, Frankrijk, ItaliŽ, Duitsland en de Sovjet-Unie heel kritisch. Bij de motieven van de Franco-vrijwilligers heeft hij het moeilijker om ze objectief weer te geven. Hij beweert zelfs dat de coup in 1936 mislukt zou zijn, als Mussolini en Hitler niet ter hulp waren gekomen. Men kan zich afvragen of het leger zonder hen ook niet zou gewonnen hebben. Franco kon dus Spanje veroveren, te beginnen met Toledo, zoals destijds bij de Reconquista op de Moren. Op 6 november 1936 kwam de regering al in moeilijkheden en vluchtte uit Madrid naar Valencia. Toch duurde de belegering nog bijna drie jaar en leed ook het rebellenleger nog een nederlaag, namelijk op 22 november 1936.

Overal blijkt dat zowel nationalisten als republikeinen de rechten van de mens op gruwelijke wijze schonden, zeker de communisten en nog meer de nationalisten. Preston vermeldt onder andere de rol van de communistische leider Santiago Carillo bij de executie van 1.200 gevangenen en de wederzijdse verwijten van communisten en anarchisten aan elkaar. In verband met het Spaanse goud, beweert Preston dat de Sovjet-Unie de republiek niet echt bedrogen heeft. Dit is een moeilijke discussie, te meer omdat er eerst sprake is van 500 ton, dan van 400, en omdat de kwaliteit van een aantal Russische wapens in vraag wordt gesteld. De republiek had ook geen andere keuze om aan wapens te raken. De bijstand van de Sovjet-Unie diende ook om de invloed van de PCE (communistische partij) te vergroten, wat voor veel ruzie zorgde binnen de republikeinse gelederen. De Russische ambassadeur Rosenberg en de Russische geheime dienst veroorzaakten niet alleen verdeeldheid in het linkse kamp, ze moordden ook trotskisten en anarchisten uit. In zijn boek Spain betrayed is Ronald Radosh nog strenger voor Stalin en beweert op basis van 81 documenten uit Russische archieven dat deze enkel oog had voor zijn eigen belangen. Ook Beevor is veel strenger voor Stalin: uit zijn archiefonderzoek in Moskou blijkt dat Stalin enkel wapens leverde na contante betaling in goud en de precieze boekhouding toont aan dat de Russen woekerprijzen aanrekenden en de republiek dus opgelicht hebben.

De nationalisten kwamen aan genoeg geld door schenkingen, leningen en doordat ze voor veel steun uit ItaliŽ niet hoefden te betalen. Desondanks toonde Franco weinig respect voor de Italiaanse hulp. Bij Guernica (26 april 1937) noteert Preston dat de franquisten eerst nog de durf hadden te ontkennen dat het gruwelijke bombardement plaatsgevonden had en dat ze daarna beweerden dat het oudste Baskische stadje door de Basken zelf opgeblazen was. De Duitsers hadden hun nieuwe luchtmacht genadeloos uitgetest en het Baskische moreel gebroken. Twee maanden later viel ook Bilbao, mede door verraad van een Baskische officier, weer twee maanden later Santander. In augustus 1937 werd Franco erkend door het Vaticaan. In ruil gaf hij alle onderwijs terug aan de Kerk. In 1938 was het duidelijk dat Franco gewonnen had. Engeland sloot in april 1938 een verdrag met ItaliŽ, waardoor het de Italiaanse interventie impliciet goedkeurde.

Op 29 oktober 1938 vond in Barcelona de afscheidsparade plaats voor de Internationale Brigades, met een toespraak van Dolores Ibarruri, La Passionaria. Uit 50 landen waren ongeveer 50.000 linkse helpers gekomen, dus 30 tot 50 keer meer dan rechtse. Velen werden nadien uitgemoord door de naziís in Frankrijk ofÖ door Stalin, enkel en alleen omdat ze het Westen hadden gezien. Pas in 1995 kregen de overlevenden het Spaanse burgerschap. Nog voor de oorlog afgelopen was, had Franco een lijst met twee miljoen roden die gestraft zouden worden. Op 26 januari 1939 viel Barcelona. Honderdduizenden vrouwen, kinderen en bejaarden gingen op de vlucht. In Frankrijk kwamen ze terecht in concentratiekampen! In februari 1939 vluchtten de republikeinse president Azana, premier Negrin en generaal Rojo naar Frankrijk, premier Negrin en anderen vervolgens verder naar Mexico. De PCE-leiders volgden. Engeland en Frankrijk erkenden Franco, dus wel heel snel. Madrid viel op 27 maart 1939, wat er nog restte van Spanje op 31 maart.

Preston schat het aantal doden op een half miljoen tijdens en nog veel meer na de oorlog, toen executiepelotons honderden mensen per jaar ombrachten. Ook nu vinden archeologen nog massagraven met soms 1.000 tot 2.000 doden. Tot 1947 waren er concentratiekampen, waar in totaal 400.000 mensen mishandeld zijn en dwangarbeid verricht hebben. In Duitse werkkampen sneuvelden tienduizenden gevluchte Spanjaarden. De Catalaanse bevolking leefde nog tien jaar in honger, repressie en angst. Maar er is nog steeds geen landelijke telling van het aantal doden. De regeringen hebben er nooit werk van gemaakt. Massaís archieven werden in de jaren í40 tot í70 bewust vernietigd. En publicaties van rechtse historici, die de executies goedkeurden, haalden de bestsellerlijsten. Preston eindigt met de machtsoverdracht van Franco aan Juan Carlos, die vanaf 1977 de democratie in ere herstelde.

In de bijlagen zit een lijstje van de hoofdrolspelers, een verklarend woordenlijstje, afkortingen, een register en vooral een interessante bibliografische verhandeling. Daarin staan de voornaamste boeken over de burgeroorlog, in al zijn aspecten, met de nodige toelichtingen: algemene werken, oorzaken, de tweede republiek, het leger, de verdeeldheid binnen links, het radicalisme onder de arbeiders, de rol van extreemrechts, het Volksfront, de internationale brigades, de rechtse vrijwilligers, de militaire gebeurtenissen (met verwijzing naar Beevor), de belegeringen, de oorlog in de lucht, memoires, trotskistisch, communistisch of rechts gekleurde verhalen, racties van schrijvers en kunstenaars, de houding van het buitenland, de rol van de katholieke kerk (met veel lof voor het boek van de Spaanse Benedictijn Dom Hilari Raquer: The Catholic Church and the Spanish War, 2006), de ongenadige repressie, het leven onder Franco en na zijn dood. Ik mis een chronologische lijst van de landen die Franco erkenden en een kaart met de vele plaatsnamen. Voor dit laatste is Beevor beter. Kennis van het Spaans is handig om meer te genieten van de talrijke citaten. Samengevat: een republikeins- geŽngageerd, maar schitterend en meeslepend boek.


Recensie door Jef Abbeel

Paul Preston, Een kleine geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog, Atlas/Houtekiet, 2006

Links
Mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be