De kruistocht van Benedictus

boek vrijdag 14 januari 2011

Alan Posener

De voorbije maanden zijn niet de beste geweest in de public relations van de katholieke kerk en de paus. De ronduit abominabele communicatie vanuit het Vaticaan over de uitbarsting van de schandalen rond het seksueel misbruik van kinderen door priesters en geestelijken, heeft diepe wonden geslagen bij tal van gelovigen. Zo probeerde de kerk haar eigen verantwoordelijkheid zoveel mogelijk af te wentelen op anderen. Pater Cantalamessa, die Prediker is van het Pauselijk Huis, trok in zijn toespraak op Goede Vrijdag 2010 een gelijkenis tussen kritiek op de vele schandalen in de kerk en ‘de meest schandelijke aspecten van het antisemitisme’. Nog erger was de uitspraak van de gewezen bisschop Giacomo Babini die in april 2010 stelde dat de berichtgeving over de seksuele misbruiken van kinderen in de kerk ‘een Joods complot’ zijn. “Ze willen niet dat de kerk er is, ze zijn de natuurlijke vijand van de kerk. En uiteindelijk zijn de Joden, historisch gezien, Christusmoordenaars”, aldus Babini, en hij verwees naar Joodse journalisten die werken bij The New York Times. Enkele dagen voordien had de kardinaalstaatssecretaris Bertone gesteld dat er een verband bestaat tussen de misbruiken in de kerk en homoseksualiteit. Zelf heeft de paus nog steeds geen excuses aangeboden voor deze mensonterende praktijken door de kerk als instituut.

De onwil van de paus en de kerk als instituut om haar verantwoordelijkheid op te nemen in zaken die regelrecht ingaan tegen elk normaal ethisch gevoel is symptomatisch en werd onder paus Benedictus XVI alleen maar sterker. Veel mensen, zowel gelovigen als niet-gelovigen, denken dat de vele problemen waarmee de huidige paus te maken heeft een toevallige samenloop van omstandigheden betreft. Pure pech dus. Maar de Duits-Britse schrijver Alan Posener toont in zijn boek De kruistocht van Benedictus duidelijk aan dat met de verkiezing van Ratzinger tot het hoogste kerkelijke ambt een waar offensief van het Vaticaan is begonnen tegen de moderne samenleving op zich. Hij wil van Europa opnieuw het christelijke continent bij uitstek maken en schuwt daarvoor geen enkel middel. Wat Benedictus XVI drijft is volgens Alan Posener zijn ‘intrinsieke afkeer van de moderniteit, terugdraaien van de Verlichting, inperking van de democratie, afscheid van wetenschappelijk denken, einde van de vrouwenemancipatie en van de seksuele vrijheid van alle mensen’. Veel westerse intellectuelen keren zich frontaal tegen de orthodoxe islam, en met reden. Maar ze mogen niet vergeten dat zowel in Europa, de VS als tal van andere landen het katholieke integrisme bezig is aan een comeback waarbij het recht op zelfbeschikking opnieuw moet wijken voor geloof en traditie.

Eén van de belangrijkste strijdpunten van de huidige paus is die tegen de democratie op zich. Dat is natuurlijk niet nieuw. Eeuwenlang heeft de kerk de democratie bestreden, tot het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren 60, maar nu plaatst de kerk opnieuw de ‘dictatuur van de waarheid’ als alternatief. Hiermee volgt Benedictus XVI de lijn van zijn voorgangers Pius XI en Pius XII die concordaten sloten met totalitaire dictators als Mussolini, Hitler, Franco, Salazar, Tiso en Pavelic. Dat lijken allemaal relikwieën uit het verleden, maar de huidige paus bekritiseert de democratie opnieuw als een ‘waagstuk’ en claimt een ‘uitzonderingsstatus’ voor zijn geestelijken. Hoe reactionair de huidige paus is, bleek uit zijn debat met Jürgen Habermas in 2004 waarin hij het seculiere rationalisme als ‘niet universeel’ benoemde. Daarbij keerde Ratzinger zich frontaal tegen de pre-implantatiediagnostiek om zware handicaps bij baby’s te vermijden, alhoewel het Vaticaan zich in die woorden nooit had gekeerd tegen de moord op de fysiek en mentaal gehandicapten door de nazi’s van 1939 tot 1941. Hiermee zaaide de paus doelbewust verwarring tussen vrijwillig gekozen oplossingen om onverdraaglijk lijden te vermijden en de door een totalitair regime opgelegde moord op minder bekwamen. Wie de geschiedenis van de kerk en de veroveringen en kolonisaties in haar naam onderzoekt, weet dat het de kerk niet ging om mensen, maar om macht.

Deze houding kwam extreem tot uiting op 29 mei 2006 toen Benedictus XVI Auschwitz bezocht. De toespraak die de paus daar hield, was volgens Posener ‘een document van intellectueel en moreel falen’. De paus onderkende geen enkele algemene christelijke of Duitse medeplichtigheid aan de Holocaust. De paus had het enkel over ‘een groep criminelen’ die verantwoordelijk zou geweest zijn en dat het Duitse volk tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘gebruikt en misbruikt’ was als een instrument ten behoeve van de honger naar vernietiging en macht van het nazi-regime. Het geeft de indruk dat alle Duitsers het slachtoffer waren van misleiding. Dit is een complete negatie van het feit dat grote delen van de bevolking het beleid van Hitler actief en passief ondersteunden. In september 1930 haalde de NSDAP bij de verkiezingen voor de Rijksdag 6,4 miljoen stemmen en werd ze de tweede partij van Duitsland. Twee jaar later stemden reeds 14 miljoen Duitsers voor de nazi-partij die daarmee de grootste werd. Bij het referendum van 19 augustus 1934 verklaarden ruim 38 miljoen Duitsers, of 88,2% van de kiezers, zich ermee akkoord dat de rijkskanselier ook Führer werd. De Anschluss kreeg op 10 april 1938 de steun van 99,7% van de Oostenrijke kiezers. Dat de nazi’s terreur toepasten was duidelijk, maar het kan niet ontkend worden dat brede lagen van de bevolking Hitler steunden, dat ze de rassenwetten goedkeurden, dat ze zijn overwinningen bejubelden, dat ze nauwelijks protesteerden tegen de discriminatie, deportatie en vernietiging van de Joden, en dat ze tot het einde van de oorlog fanatiek bleven doorvechten.

Laat ons de zaken benoemen zoals ze zijn. De paus loog toen hij zei dat het Duitse volk tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt en misbruikt door ‘een groep criminelen’. Dat was de uitvlucht van tal van Duitsers die na de oorlog zeiden ‘Wir haben est nicht gewusst’. Juister is dat het door de nazi’s gestuwde antisemitisme in goede aarde viel bij miljoenen Duitsers, dat de Kerk niets deed om de Joden ter hulp te komen, en dat het Duitse episcopaat zonder enige schroom de kant koos voor Hitler en zijn trawanten. Alan Posener beschrijft die ongevoeligheid voor de slachtoffers door de paus goed door zijn verslag van het bezoek van Benedictus XI (in de rand van de herdenking van de 60ste verjaardag van de landing in Normandië) aan het oorlogskerkhof van La Cambe, waar de moordenaars van de slachtoffers van Oradour begraven liggen. De toenmalige Bondspresident Schröder ging er niet naartoe. Die besefte dat het Duitse katholicisme gecapituleerd had voor de nazi’s en dat de Duitse schuld niet mag gerelativeerd worden, maar dat wil het Vaticaan natuurlijk niet toegeven.

Zij blijven zich vastklampen aan de heel uitzonderlijke vormen van protest, zoals de Joods-katholieke non Edith Stein die vermoord werd in Auschwitz. Uiteraard een moedige daad van Stein, maar dan wel nadat ze het Vaticaan vergeefs gevraagd had om het nationaal-socialisme te veroordelen. In een brief van 12 april 1933 aan de paus schreef ze: ‘Niet alleen de Joden, maar ook duizenden trouwe rooms-katholieken in Duitsland verwachten en hopen al weken dat de Kerk van Christus haar stem verheft om dit misbruik van de naam van God te doen beëindigen.’ Het Vaticaan reageerde niet. Want dit is de voortdurende strategie die de Rooms Katholieke Kerk volgt: kiezen voor de machthebbers om haar belangen veilig te stellen, zelfs als die machthebbers ordinaire criminelen waren die er niet voor terugschrokken om massaal mensen te vernietigen, zoals bijvoorbeeld bleek uit de sympathie van Pius XII voor de Kroatische massamoordenaar Anté Pavelic die hij in privé-audiëntie ontving. Zo blijft de vraag actueel waarom de kerk niets gedaan heeft om de moord op zes miljoen Joden ter veroordelen. Bij zijn bezoek aan Auschwitz zei Benedictus XVI letterlijk: ‘God, waarom hebt u gezwegen?’. Volgens Posener had hij zich eerder moeten afvragen waarom Pius XII en zijn kerk gezwegen heeft tijdens het grootste dieptepunt in de menselijke geschiedenis.

Dat de huidige paus geen ‘vernieuwer’ is maar juist een overtuigde tegenstander van de moderniteit, blijkt ook uit zijn welwillende houding tegenover het oerconservatieve PiusX-genootschap. Richard Williamson werd in 1988 samen met drie anderen tot bisschop gewijd door de Franse aartsbisschop Marcel Lefèbvre, die zich vanaf de jaren zestig fel verzette tegen kerkhervormingen. Lefèbvre werd later door paus Johannes Paulus II geëxcommuniceerd en ook zijn volgelingen werden door de Heilige Stoel in de ban gedaan. Die vier volgelingen stonden aan het hoofd van de ultraconservatieve Maatschappij van Sint Pius X (SSPX), die zich steeds gekant heeft tegen de moderniseringen binnen de kerk. In januari 2009 nam het Vaticaan de zwarte schapen met open armen terug in haar kudde op nadat ze beloofd hadden de kerkleer en het gezag van de paus te accepteren. Op zich lijkt er niets aan de hand, ware het niet dat SSPX en diverse van haar leiders felle antisemieten zijn. In 1985 stelde Lefèbvre nog dat de ‘Joden’, samen met de communisten en vrijmetselaars, de ware vijanden van de kerk waren. Bisschop Richard Williamson ontkent de Holocaust en verwijt de Joden dat ze de katholieke kerk willen ondermijnen. En bisschop Bernard Tissier de Mallerais had het in 1997 nog over de Joden als de ‘actiefste medewerkers van de Antichrist’. Hiermee geeft de huidige paus weer zuurstof aan het latente antisemitisme dat zoveel leed veroorzaakte in de wereld.

Ook op ethisch vlak stuurt Benedictus XVI zijn kerk in een steeds radicaal-conservatievere hoek. In maart 2009 trok hij naar Kameroen en Angola om er te pleiten tegen het gebruik van condooms als middel om aids te beperken. Dat de ziekte al het leven kostte aan 25 miljoen Afrikanen, hoofdzakelijk vrouwen en kinderen, lijkt hem niet te deren. Dat zijn pleidooi voor onthouding en seks buiten het huwelijk weinig effect heeft, toont Posener goed aan met zijn verwijzing naar het land met het hoogste aantal katholieken in Afrika, namelijk Lesotho, dat ook het hoogste aantal aidslijders kent. Hetzelfde met zijn houding tegenover abortus. De auteur verwijst naar het bekende voorbeeld van het 9-jarige meisje Carmen in Brazilië dat verkracht werd door haar stiefvader, een tweeling verwachtte en de geboorte niet zou overleven. De abortusdokters werden door de plaatselijke bisschop – in overeenstemming met de richtlijnen van het Vaticaan – geëxcommuniceerd. De dader daarentegen niet. Ook homoseksualiteit blijft voor de paus een absoluut kwaad. Toen de VN een resolutie wou aannemen voor de depenalisering van homoseksualiteit sloot het Vaticaan zich aan bij de tegenstemmers, allemaal streng islamitische landen die homoseksuele handelingen zelfs bestraffen met de dood.

Welk moreel gezag heeft de paus ten aanzien van deze ethische kwesties nog op een ogenblik dat tienduizenden gevallen van seksueel misbruik van kinderen door priesters en geestelijken aan het licht komen, gevallen die dan nog overeenkomstig de pauselijke richtlijnen niet mogen doorgegeven worden aan de gewone gerechtelijke instanties. ‘Elke vorm van kindermisbruik is de vernietiging van een persoon en creëert een onheelbare wond’, schrijft Posener. Daarmee gaat hij onmiddellijk naar de kern van het probleem bij het schandaal rond de pedofilieschandalen. Daarbij merkt hij terecht op dat de huidige paus, die sinds 1981 prefect was van de Congregatie van de Geloofsleer, allicht de best geïnformeerde persoon ter wereld is over deze kwestie. Steeds opnieuw beklemtoonden de kerkleiders, met de huidige paus op kop, dat deze zaken intern moesten gehouden worden. ‘We staan hier voor een moreel falen van catastrofale omvang; een cultuur van het zwijgen tegenover ernstige misdrijven. En in het centrum van dat falen staat Joseph Ratzinger’, aldus de auteur.

Tijdens de enkele jaren dat zijn pontificaat nog maar duurt heeft Ratzinger nog veel meer betwistbare uitspraken gedaan. Zo probeert hij stelselmatig de wetenschappelijke methodes onderuit te halen, omarmt hij het creationisme en probeert hij de verovering van Zuid-Amerika – waarbij miljoenen Azteken, Inca’s en Maya’s werden uitgeroeid – een redelijke onderbouw te geven. Zo heeft hij het regelmatig over ‘de reiniging van de inheemse culturen’ die onbewust op zoek waren naar het ware geloof. Eén maal haalde de paus ook fel uit naar de islam door de woorden van Byzantijnse keizer te citeren die stelde dat Mohammed alleen maar slechte en inhumane dingen heeft gebracht. Daarbij ging hij volkomen voorbij aan de gruwelijke misdaden die in naam van het christendom gebeurd waren, denk aan de inquisitie, de heksenverbrandingen en de pogroms op Joden. Maar onder felle kritiek veranderde de paus toen opvallend snel zijn standpunt en trekt hij sindsdien samen op met radicaal-islamitische leiders in hun gezamenlijke strijd tegen de Verlichting. Zo steunde de kerk de radicale islamieten die zich met geweld keerden tegen de publicatie van de in hun ogen godslasterlijke Deense cartoons.

Dit boek maakt duidelijk dat Benedictus XVI bereid is om heel ver te gaan in zijn afwijzing van de liberale grondrechten die de voorbije eeuwen veroverd werden. Wie denkt dat hij zich als een dam opwerpt tegen de oprukkende intolerante elementen binnen de islam, heeft het verkeerd voor. De radicale gelovigen keren zich vooral tegen de verworvenheden van de moderniteit zoals het recht op zelfbeschikking, de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat, en de gelijkwaardigheid van man en vrouw. ‘Christenen en moslims zijn meer aan elkaar verwant dan aan de seculiere wereld. Op een dag zullen ze zich verenigen en de waardigheid van de mens uit hem knijpen zoals je een tube tandpasta leeg knijpt’, zo schrijft Guus Kuijer in zijn boek Het doden van een mens.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Alan Posener, De kruistocht van Benedictus, Ten Have, 2010

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be