De Verlichting. Pijler van onze beschaving

boek vrijdag 06 maart 2009

Karel Poma

We leven in tijden van angst en onzekerheid. De burgers worden niet alleen geconfronteerd met de financieel-economische crisis, maar ook met een vermeende morele crisis die het gevolg zou zijn van onze moderne samenleving. Vooral extreemrechtse, populistische, religieusconservatieve en intellectuelen wijzen daarbij met een beschuldigende vinger naar het liberalisme en de sociaal-democratie. Die vertegenwoordigers van de Verlichting zouden immers zijn doorgeschoten en mee verantwoordelijk zijn voor het materialisme, het individualisme en de afbraak van gewoontes en tradities. De Verlichting staat opnieuw ter discussie. John Gray, hoogleraar European Thought aan de London School of Economics, ziet in de ideeën van de Verlichting de kiem van het kwaad dat de twintigste eeuw overspoelde en de eenentwintigste eeuw bedreigt. De Britse historicus Michael Burleigh heeft het dan weer niet begrepen op de trend naar meer secularisering die door de Verlichting in gang werd gezet. Maar ook zogenaamde postmoderne denkers zoals Herbert Marcuse, Jean-François Lyotard en Jacques Derrida keerden zich tegen de Verlichting omdat die zou geleid hebben tot de enorme catastrofes die we in de 20ste eeuw hebben meegemaakt zoals het communisme, het nazisme, de Holocaust, de atoombom en tal van andere mistoestanden.

In zijn boek De Verlichting. Pijler van onze beschaving veegt gewezen minister Karel Poma deze kritiek van tafel. In 300 bladzijden maakt hij brandhout van de argumenten van de tegenstanders. Sterker nog, de inmiddels 89-jarige liberale staatsman gaat voluit in het offensief en stelt dat een nieuwe Verlichting nodig is, namelijk ‘een Verlichting die gebaseerd is op de propositie dat de mens het juiste studieobject van de mensheid is’. Dat betekent niet dat Poma blind is voor een aantal ontwikkelingen in de geschiedenis die deze beweging van emancipatie zo zwaar heeft ondermijnd. Daarbij heeft hij het over het marxisme, het fascisme, het religieus fundamentalisme, maar ook over het ‘doctrinaire liberalisme’ die elk op zich de kantiaanse imperatief dat de mens geen middel is, maar een doel op zich, verraden hebben. Die ontsporingen mogen echter niet doen vergeten dat de Verlichting fantastische realisaties heeft opgeleverd, zeker in Europa. Denk aan de enorme stijging van de welvaart, de realisatie van de mensenrechten, de democratie, de sociale zekerheid en de grondwettelijke verankering van een aantal vrijheden waar onze voorouders alleen maar konden van dromen. We moeten de Verlichtingsidealen dus niet opbergen, maar juist met luide stem uitdragen. Niet dat die idealen ooit volledig zullen gerealiseerd worden, het blijft een utopie, maar dan wel een utopie die als motor dient voor de nooit aflatende strijd voor verdere vooruitgang.

De kern van de Verlichting en aldus van de West-Europese cultuur is voor Karel Poma ‘de menselijke waardigheid’, namelijk het aanvaarden van de andere, het respect voor de andere. Maar in tegenstelling tot cultuurrelativisten wil hij zich niet neerleggen bij de vele vormen van onderdrukking die in bepaalde culturen schering en inslag zijn, noch wil hij een rabiate monocultuur die ingaat tegen de diversiteit en de individuele vrijheid van elke mens. In die zin sluit hij nauw aan bij het ‘Moreel Esperanto’ van de Nederlandse filosoof Paul Cliteur die als derde weg een ‘universele seculiere moraal’ bepleit als basis voor harmonieus samenleven van mensen met uiteenlopende politieke, maatschappelijke en religieuze overtuigingen. De kern van Poma’s mensbeeld is het individu, zijn vrijheid en zijn waardigheid. Juist daarom keert hij zich als overtuigde liberaal tegen elke vorm van machtsconcentratie. Waar het bij hem om gaat is een juist begrepen verdraagzaamheid, iets waar religies het zo verdomd moeilijk mee hebben. Dat was vroeger zo, denk aan de problemen die Copernicus, Galilei en Giordano Bruno gehad hebben, maar ook vandaag nog. Niet alleen in het christendom, maar ook in de orthodoxe islam en het jodendom.

Ondanks die religieuze tegenstand is de Verlichting, het geloof in de vooruitgang en het zelfbeschikkingsrecht van elke mens, doorgebroken. Ze werd door Karl Popper in 1943 goed omschreven als ‘het einde van een gesloten samenleving van een tribale maatschappij’. Heel wat denkers als Locke, Hume, Smith, Montesquieu, Voltaire, Holbach en Rousseau hebben ertoe bijgedragen, maar de belangrijkste stem blijft voor Karel Poma toch Immanuel Kant. ‘Verlichting is het uitreden van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft’ of ‘Sapere aude’. Cruciaal is de rede. Daarmee hebben de Verlichtingdenkers nooit beweerd dat de rede en de wetenschap alle problemen zou oplossen. Zij hebben nooit aangestuurd op een vernietiging van het geloof, wel op een scheiding van Kerk en Staat. Cruciaal stond evenwel het morele principe dat mensen het goede moeten doen omwille van het goede en niet omwille van een beloning of straf in het hiernamaals, want dan is er van goedheid geen sprake, alleen van opportunisme. Dit en vooral dit is het verschil tussen de Verlichting en alle andere vormen van moraal die uitgaan van het belang van een groep, geloof, traditie, volk of ras. En daaraan is verdraagzaamheid gekoppeld, alhoewel die, in de zin van Popper, niet mag leiden tot een vorm van tolerantie voor intoleranten.

Dat laatste is bijzonder actueel in moslimlanden en binnen orthodoxe islamgroepen in het Westen. Hoe tolerant we ook moeten zijn tegenover hun geloof en tradities, toch mogen we nooit aanvaarden dat ze de fysieke en mentale integriteit van de mens zouden schaden. In die zin is de sharia inderdaad een inferieur en te bestrijden systeem. En de orthodoxe islam een regelrechte vijand van de vrijheid omdat ze zich keert tegen al wie kritiek heeft, tegen al wie zijn of haar eigen leven zelf vorm wil geven, en niet wil buigen voor mystieke bepalingen. En Poma haalt met overtuiging Henri Poincaré aan: ‘Het denken mag zich nooit onderwerpen, noch aan een dogma, noch aan een partij, evenmin aan een hartstocht, aan een belang, aan een vooroordeel, aan om ’t even wat, maar uitsluitend aan de feiten zelf, want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken.’ Juist daarom kiest Poma de kant van het atheïsme als ‘iemand die vrij is in het geven van zin aan zijn leven’ en bekent hij zich openlijk tot de vrijmetselarij.

Zijn voornaamste boodschap is echter zijn boodschap dat de idealen van de Verlichting nog altijd niet verwezenlijkt zijn. Daarvoor rekent hij op niet doctrinaire liberalen en socialisten. Het doctrinair liberalisme en het marxistisch socialisme hebben in die taak immers gefaald. Daarmee keert Poma zich zowel tegen neomarxisten als tegen libertariërs en citeert hij uit De weg naar de slavernij van Friedrich Hayek dat we de moed moeten hebben om weer aan te knopen bij de Verlichting. Om die idealen te verwezenlijken roept hij de liberalen en sociaal-democraten op om geen compromissen te sluiten met conservatieven, extreemrechts en religieuze dogmatici. Ze mogen geen enkele toegeving doen aan de enorme realisaties van de Verlichting zoals de rechtstaat, de sociale zekerheid, het democratisch onderwijssysteem en de gelijkberechtiging tussen mannen en vrouwen. Ze moeten ingaan tegen al wie de Verlichting aanvalt. In die zin sluit hij zich ook aan bij de grote Duitse filosoof Jürgen Habermas die het Verlichtingsideaal steeds trouw bleef en aantoont dat de verwezenlijkingen van de democratie geleid hebben ‘tot een relatieve toestand van gelijkheid en veiligheid, althans in West-Europa’.

In zijn gloedvol pleidooi voor de Verlichting keert Poma zich ook tegen de zogenaamde anti-globalisten. Zo wijst hij erop dat armoede in de wereld vooral schrijnend is in die landen die om politieke redenen de vrije markt de rug toekeren. Hun alternatieven deugen niet, aldus Poma. Hun pleidooien voor een door de overheid geleide economie hebben in het verleden al te vaak geleid tot collectieve verarming, onvrijheid en dictatuur. Wel begrijpt hij de voorstellen van de zogenaamde anders-globalisten die met de vinger wijzen naar een reeks excessen: de beursspeculatie, de ongecontroleerde hebzucht van banken en de subsidiepolitiek door rijke landen die arme landen benadelen. Net als Jacques Attali pleit Poma voor een wereldwijde oplossing om wilde speculatie tegen te gaan of aan strenge normen te onderwerpen. En keert hij zich voluit tegen het Europese landbouwbeleid met haar nefaste subsidiesysteem. ‘Subsidies op het economisch vlak zouden dus volledig, op alle niveaus, afgeschaft moeten worden’, zo schrijft hij.

Dit boek komt net op tijd. Juist op een ogenblik dat zoveel mensen twijfelen aan de kracht van de rede en de vooruitgang maakt een 89-jarige denker ons weer duidelijk waarvoor we moeten strijden. In een tijd waarin nationalisme, conservatisme en populisme hoogtij voeren komt dit boek als een verademing en als een politiek testament van iemand die heel goed beseft en ervaren heeft wat onvrijheid betekent. Het is aan de nieuwe generaties om de draad die Poma hier aanreikt weer op te nemen en door te trekken, tegen de angst en onzekerheid in.


Recensie door Dirk Verhofstadt



Liberales en het Provinciaal Kaderinstituut organiseren op donderdag 19 maart om 20 uur een discussieavond in Antwerpen over de Verlichting en dit naar aanleiding van de publicatie van het boek 'De Verlichting. Pijler van onze beschaving' van gewezen minister Karel Poma. De tweede spreker is de Nederlandse rechtsgeleerde en filosoof Paul Cliteur, auteur van ondermeer het ophefmakende boek 'Moreel Esperanto'. Plaats van het gebeuren is Het Liberaal Huis, St. Aldegondiskaai 19 te Antwerpen. De avond start om 20 uur. Na afloop wordt een receptie aangeboden. Inkom is gratis, maar gelieve wel op voorhand in te schrijven op onderstaande link.

Karel Poma, De Verlichting. Pijler van onze beschaving, Garant, 2009, 302 p.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be