De Verlichting belicht

boek

Karel Poma

We leven in tijden van angst en onzekerheid. De burgers worden niet alleen geconfronteerd met de financieel-economische crisis, maar ook met een vermeende morele crisis die het gevolg zou zijn van onze moderne samenleving. Vooral extreemrechtse, nationalistische, populistische en religieus-conservatieve denkers en politici wijzen daarbij met een beschuldigende vinger naar het liberalisme en de sociaal-democratie. Die vertegenwoordigers van de Verlichting zouden immers zijn doorgeschoten en mee verantwoordelijk zijn voor het materialisme, het individualisme en de afbraak van gewoontes en tradities. De Verlichting staat opnieuw ter discussie. John Gray, een hoogleraar European Thought aan de London School of Economics, ziet in de ideeën van de Verlichting zelfs de kiem van het kwaad dat de twintigste eeuw overspoelde en de eenentwintigste eeuw bedreigt. De Britse historicus Michael Burleigh heeft het dan weer niet begrepen op de trend naar meer secularisering die door de Verlichting in gang werd gezet. Maar ook zogenaamde postmoderne denkers zoals Marcuse, Lyotard en Derrida keerden zich tegen de Verlichting omdat die zou geleid hebben tot de enorme catastrofes die we in de 20ste eeuw hebben meegemaakt zoals het nationalisme, het communisme, het nazisme, de Holocaust, de atoombom en tal van andere mistoestanden.

In zijn boek De Verlichting belicht veegt minister van Staat Karel Poma deze kritiek van tafel. In 370 bladzijden maakt hij brandhout van de argumenten van de tegenstanders. Sterker nog, de inmiddels 94-jarige liberale staatsman gaat voluit in het offensief en stelt dat een nieuwe Verlichting nodig is, namelijk ‘een Verlichting die gebaseerd is op de propositie dat de mens het juiste studieobject van de mensheid is’. Dat betekent niet dat Poma blind is voor een aantal ontwikkelingen in de geschiedenis die deze beweging van emancipatie zo zwaar heeft ondermijnd. Daarbij heeft hij het over het marxisme, het fascisme, het religieus fundamentalisme, maar ook over het ‘doctrinaire liberalisme’ die de mens en zijn waardigheid verpulverd hebben. Die ontsporingen mogen echter niet doen vergeten dat de Verlichting fantastische realisaties heeft opgeleverd, zeker in Europa. Denk aan de enorme stijging van de welvaart, de realisatie van de mensenrechten, de democratie, de sociale zekerheid en de grondwettelijke verankering van een aantal vrijheden waar onze voorouders alleen maar konden van dromen. We moeten de Verlichtingsidealen dus niet opbergen, maar juist met luide stem verder uitdragen. Niet dat die idealen ooit volledig zullen gerealiseerd worden, het blijft een droom, maar dan wel een droom die als motor dient voor de nooit aflatende strijd voor verdere vooruitgang.

De kern van de Verlichting en aldus van de West-Europese cultuur is voor Karel Poma ‘de menselijke waardigheid’, namelijk het aanvaarden van de andere, het respect voor de andere. Maar in tegenstelling tot cultuurrelativisten wil hij zich niet neerleggen bij de vele vormen van onderdrukking die in bepaalde culturen schering en inslag zijn, noch wil hij een rabiate monocultuur die ingaat tegen de diversiteit en de individuele vrijheid van elke mens’. In die zin sluit hij nauw aan bij het Moreel Esperanto van de Nederlandse filosoof Paul Cliteur die als derde weg een ‘universele seculiere moraal’ bepleit als basis voor harmonieus samenleven van mensen met uiteenlopende politieke, maatschappelijke en religieuze overtuigingen. De kern van Poma’s mensbeeld is het individu, zijn vrijheid en zijn waardigheid. Juist daarom keert hij zich als overtuigde liberaal tegen elke vorm van machtsconcentratie. Waar het bij hem om gaat is een juist begrepen verdraagzaamheid, iets waar religies het zo verdomd moeilijk mee hebben. Dat was vroeger zo, denk aan de problemen die Copernicus, Galilei en Giordano Bruno gehad hebben, maar ook vandaag nog. Niet alleen in het christendom, maar ook in de radicale islam en het orthodoxe jodendom.

Ondanks die religieuze tegenstand is de Verlichting, het geloof in de vooruitgang en het zelfbeschikkingsrecht van elke mens, doorgebroken. Ze werd door Karl Popper in 1943 goed omschreven als ‘het einde van een gesloten samenleving van een tribale maatschappij’. Heel wat denkers als Locke, Hume, Smith, Montesquieu, Voltaire, d’ Holbach, Diderot hebben ertoe bijgedragen, al heeft Karel Poma één cruciale naam vergeten: de Italiaan Cesare Beccaria, auteur van het boek Dei delitti et delle pene (Over misdaden en straffen) dat hij exact 250 jaar gelden schreef. Beccaria was de ontwerper van ons modern strafrecht en vader van de rechtsstaat, waarover Etienne Vermeersch het volgende schreef: ‘Wie een lijst wil opstellen van weldoeners van de mensheid, in de meest authentieke betekenis van dit woord, die moet Beccaria helemaal bovenaan plaatsen.’ Hij zou in een volgende druk van dit boek met stip moeten vermeld worden. Karel Poma vermeldt wel Immanuel Kant: ‘Verlichting is het uitreden van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft’ of ‘Sapere aude’. Cruciaal is de rede. Daarmee hebben de Verlichtingdenkers nooit beweerd dat de rede en de wetenschap alle problemen zou oplossen. Zij hebben nooit aangestuurd op een vernietiging van het geloof, wel op een scheiding van Kerk en Staat. Cruciaal stond evenwel het morele principe dat mensen het goede moeten doen omwille van het goede en niet omwille van een beloning of straf in het hiernamaals, want dan is er van goedheid geen sprake, alleen van berekening en opportunisme. Dit en vooral dit is het verschil tussen de Verlichting en alle andere vormen van moraal die uitgaan van het belang van een groep, geloof, traditie, volk of ras. En daaraan is verdraagzaamheid gekoppeld, alhoewel die, in de zin van Popper, niet mag leiden tot een vorm van tolerantie voor intoleranten.

Dat laatste is bijzonder actueel in moslimlanden, denk aan Boko Haram in Nigeria en IS in Irak en Syrië, maar ook binnen orthodoxe islamgroepen in het Westen. Hoe tolerant we ook moeten zijn tegenover hun geloof en tradities, toch mogen we nooit aanvaarden dat ze de fysieke en mentale integriteit van de mens zouden schaden. In die zin is de sharia inderdaad een inferieur en te bestrijden systeem. En de orthodoxe islam is een regelrechte vijand van de vrijheid omdat ze zich keert tegen al wie kritiek heeft, tegen al wie zijn of haar eigen leven zelf vorm wil geven, en niet wil buigen voor mystieke bepalingen. En Poma haalt met overtuiging Henri Poincaré aan: ‘Het denken mag zich nooit onderwerpen, noch aan een dogma, noch aan een partij, evenmin aan een hartstocht, aan een belang, aan een vooroordeel, aan om ’t even wat, maar uitsluitend aan de feiten zelf, want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken.’ Juist daarom kiest Poma de kant van het atheïsme als ‘iemand die vrij is in het geven van zin aan zijn leven’ en bekent hij zich openlijk tot de vrijmetselarij.

Zijn voornaamste boodschap is echter dat de idealen van de Verlichting nog altijd niet verwezenlijkt zijn. Daarvoor rekent hij op alle vrijdenkers. We moeten de moed hebben om weer aan te knopen bij de Verlichting. Om die idealen te verwezenlijken roept hij de liberalen maar ook de sociaaldemocraten op om geen compromissen te sluiten met conservatieve, extreemrechtse, nationalistische en religieuze dogmatici. We mogen geen enkele toegeving doen aan de enorme realisaties van de Verlichting zoals de rechtstaat, de sociale zekerheid, het democratisch onderwijssysteem en de gelijkberechtiging tussen mannen en vrouwen. We moeten ingaan tegen al wie de Verlichting aanvalt. Zoals de cultuurrelativisten, postmodernisten en antiglobalisten. Zo wijst hij erop dat armoede in de wereld vooral schrijnend is in die landen die de vrije markt de rug toekeren. Hun alternatieven deugen niet, aldus Karel Poma. Hun pleidooien voor een door de overheid geleide economie hebben in het verleden geleid tot collectieve verarming, onvrijheid en dictatuur. ‘De filosofie van de Verlichting gaat uit van de perfectibiliteit van de mens en verwijst naar de toekomst. Het is de filosofie van het optimisme,’ schrijft Poma in navolging van Popper die stelde: ‘Optimism is a moral duty.’

Daarmee wil ik nog even ingaan op de actualiteit. Op al die doemdenkers die beweren dat het vroeger zoveel beter was en dat de komende generaties het slechter zullen hebben dan de vorige. Op diegenen die vanuit hun nationalistische retoriek de mens opnieuw ondergeschikt wil maken aan de natie, of diegenen die vanuit hun marxistische retoriek de mens opnieuw ondergeschikt willen maken aan het collectief, of diegenen die vanuit hun religieuze retoriek de mens opnieuw ondergeschikt willen maken aan hun heilige teksten. Daar moeten alle Verlichte geesten waakzaam voor zijn en tegen ingaan. Ook in de partijpolitiek. Er is nu een nieuwe Vlaamse en er komt een nieuwe federale regering van christendemocraten, nationalisten en liberalen. Aan die laatste zou ik, met het boek van Karel Poma in de hand, op deze symbolische plek die het Antwerpse stadhuis is, het volgende willen zeggen. Het is natuurlijk democratisch legitiem om met NVA en CD&V in een coalitie te stappen. Het is evident dat daarvoor een evenwichtig regeerakkoord met een eerbaar compromis, wordt afgesloten. Geen probleem. Maar aan de liberale leiders, ministers en vertegenwoordigers in het Vlaams Parlement, Kamer en Senaat, aan de liberale verkozenen in de vele provincies, steden en gemeenten, en aan alle rechtgeaarde liberalen zeg ik tegelijk: ‘Wees waakzaam. Let op onze fundamentele liberale verworvenheden. Vergeet nooit dat nationalisten en christendemocraten geen liberalen zijn. Vergeet nooit dat ze in de loop van de geschiedenis tegen de Verlichting gekant waren. Vergeet nooit dat hun uiteindelijke bedoelingen zowel politiek als ideologisch lijnrecht tegenover het Verlichte liberale denken staat. Wie het pad van het Verlichte liberale denken verlaat, zal de stem van Karel Poma op zijn weg vinden, en met hem duizenden stemmen die blijven ijveren voor een verdere radicale Verlichting.’

‘Dit boek’, zo schrijft Poma, ‘is geschreven voor de onwetenden over de Verlichting, voor de aarzelenden, voor de onverschilligen. Voor diegenen die niet de tijd hebben om na te denken over het probleem van onze beschaving, de overgrote meerderheid van de bevolking.’ Dit boek komt dus net op tijd. Juist op een ogenblik dat zoveel mensen twijfelen aan de kracht van de rede en de vooruitgang maakt de 94-jarige staatsman ons weer duidelijk waarvoor we moeten strijden. In een tijd waarin nationalisme, conservatisme en populisme hoogtij voeren, waarin mensen omwille van hun geloof op een gruwelijke manier vermoord worden, komt dit boek als een verademing en als een politiek testament van iemand die heel goed beseft en zelf ervaren heeft wat onvrijheid betekent. Het is aan de nieuwe generaties om de draad die Karel Poma hier aanreikt weer op te nemen en door te trekken, tegen de angst en onzekerheid in. We hebben geen andere keuze zo citeert Karel Poma nog eens Karl Popper: ‘Er ligt maar één weg open, de weg die leidt naar een open samenleving. We moeten de confrontatie aangaan met het onbekende, het onzekere en het onveilige, en wat wij aan rede bezitten zoveel mogelijk gebruiken om zo goed als wij kunnen plannen te maken voor veiligheid en vrijheid.’


Recensie door Dirk Verhofstadt

Karel Poma, De Verlichting belicht, Garant, 2014

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be