Russisch dagboek

boek vrijdag 22 juni 2007

Anna Politkovskaja

Op 7 oktober 2006 werd Anna Politkovskaja vermoord, in de lift van haar appartement in Moskou. Ze was 48 en moeder van 2 kinderen. De daders bleven onbekend. De moord maakte alvast weinig indruk op de Russische president Poetin. Hij reageerde pas een paar dagen later met de opmerking dat het werk van Politkovskaja maar weinig invloed had op het politieke leven in Rusland. En helaas was en is dat ook zo: de oplage van haar weekblad is klein en verdwijnt in het niets vergeleken met de grote kranten en televisiezenders van regimegetrouwe oligarchen.

De moord gebeurde waarschijnlijk ‘op bestelling’ en kwam niet onverwacht. Anna Politkovskaja zag immers te veel, ze had te veel door en ze had ook de moed om de wanpraktijken van het totalitaire en corrumperende Poetinsysteem en de schendingen van de mensenrechten in Rusland en Tsjetsjenië aan te klagen. Ze deed dat in Novaja Gazeta, het bescheiden weekblad waaraan ze verbonden was en in twee boeken die ze eerder al geschreven had over Poetins Rusland en over Tsjetsjenië.

Wantoestanden aanklagen is dodelijk in het huidige Rusland, waar de geheime dienst FSB en de maffia bepalen wie overleeft. Politkovskaja weigerde te zwijgen en zei de waarheid. “Ik zie alles, dat is het probleem. Ik zie wat goed en kwaad is. Ik zie dat mensen graag willen dat het leven ten goede zou veranderen, maar niet in staat zijn dat te laten gebeuren”, zo schreef ze. Haar Russisch dagboek is een half jaar na haar dood uitgegeven. En eveneens postuum kreeg ze er in mei 2007 de Wereldprijs voor de Persvrijheid van de UNESCO voor.

De dagboeknotities beslaan de periode tussen 7 december 2003 (parlementsverkiezingen) en 31 augustus 2005. Het is niet duidelijk waarom ze niet verder is gegaan. In die periode werd Poetin (op 14 maart 2004) herkozen als president en zijn programmaloze partij Verenigd Rusland. Die partij was al de grootste in het parlement, zodat de oppositie weinig in te brengen had. Tegenkandidaat Rybkin verdween voor korte tijd spoorloos en durfde na zijn vrijlating niet verder mee te dingen.

Anna Politkovskaja noteert droogjes de gebeurtenissen van elke week. Ze interviewt niet de corrupte ambtenaren of zichzelf verrijkende politici, maar de slachtoffers van het beleid, namelijk de moeders van kinderen die omkwamen in Beslan, moeders van Russische soldaten die in Tsjetsjenië moeten gaan vechten, moeders van verdwenen Tsjetsjenen en van afgeslachte kinderen in Ingoesjetië. In Tsjetsjenië werd ze ook even ontvoerd door Russische terroristen. Het drama van Beslan (331 doden, van wie de helft kinderen) vindt ze zelf zo verschrikkelijk, dat ze het niet de moeite vindt om te vermelden dat zij zelf op het vliegtuig vergiftigd werd, maar het overleefde.

Slachtoffer is ook Michael Khodorkovski, die het waagde zich kandidaat te stellen bij de presidentsverkiezingen. Zijn oliebedrijf werd ingepalmd door hebzuchtige ambtenaren, die zelf superrijk wilden worden en die nu samen met vele andere corrupte figuren schaamteloos miljoenen verteren in het peperdure en afgrijselijk decadente Alpenhotel Le Cheval Blanc (van Albert Frčre en kok Wout Bru) in Courchevel, het meest mondaine Franse skioord. Ze ontleedt haarfijn de politieke toestand en de kruiperijen van de intimi rond Poetin en vindt langs haar interviews de juiste toedracht van de officiële feiten. Het is een scherpe kroniek op een regime dat steeds meer autoritair werd, de laatste kritische debatten van het scherm haalde wegens ‘niet meer relevant’ en toestaat dat de politie gebruik maakt van criminelen om critici onder druk te zetten en af te tuigen.

Over haarzelf, haar kinderen en haar man (of ex-man ?) vernemen we te weinig. Ze schuift niet alle schuld in de schoenen van Poetin. Ze veroordeelt ook de liberalen en democraten, die onderling ruzie maken in plaats van samen te werken en zo de kiesdrempel te halen. Ze veroordeelt ook haar cynische en passieve medeburgers, die instemmen met de restauratie van het sovjetsysteem, die vrije meningsuiting onbelangrijk vinden, die de meeste zaken in de grootste apathie laten gebeuren en pas reageren als de regering aan hun geld komt. In buurland Oekraďne toonde de Oranje revolutie alvast aan dat reactie tegen een autoritair regime wel kan lonen.

De enige opposant die nog haar respect geniet, is Kasparov. Die is blijkbaar zo wereldwijd bekend dat Poetin hem (nog) niet laat uitschakelen. Maar zelfs zijn aanhangers beschouwt ze als onbenullen. Ze verwacht ook niets van de wereldleiders. Die koesteren Poetin aan hun hart wegens zijn olie en aardgas. Dit klopt grotendeels, maar niet helemaal: Angela Merkel durft Poetin soms wel op zijn tekorten wijzen. Anna Politkovskaja signaleert ook de toenemende onverdraagzaamheid van ultranationalisten en skinheads tegenover de vele ‘vreemdelingen’ uit de voormalige Sovjetrepublieken, die in Moskou, Sint-Petersburg en andere Russische steden het vuile werk opknappen en op markten proberen wat te verkopen. Een onverdraagzaamheid die zich niet enkel uit in woorden, maar ook in moorden op straat op klaarlichte dag en lijsten met namen van… toekomstige doden op hun sites. De schrijfster onderging hetzelfde lot.

We vernemen ook hoe het eraan toegaat in de voor ons zeer ingewikkelde Kaukasische republieken, waar de corruptie nog groter is dan in Moskou, waar mensen afgeslacht worden en verdwijnen en waar jonge Russische rekruten worden doodgefolterd door hun oversten. Ze interviewt er ook big boss en nouveau riche Kadirov, die van zijn baas Poetin onlangs de eretitel president van Tsjetsjenië kreeg.

Haar weinig bemoedigend en zwaarmoedig dagboek sluit ze af met een krachtige oproep tot de overheid: doe iets voor onze kinderen; doe iets aan de armoede, het alcoholisme en het drugsgebruik, die ervoor zullen zorgen dat Rusland in tien jaar tijd bijna 20 miljoen mensen zal verliezen. Schuif de schuld niet in de schoenen van de CIA, Israël of Al Qaida. Schaf het vernederend bijstandssysteem af en zorg dat de armen hun medische zorgen weer kunnen betalen. Ze zwijgt over de bedreigingen die ze zelf ontvangt en de angst waarin ze moet leven, omdat ze zich vastberaden en vol durf inzette voor de waarheid.

Wie het nog aangrijpender dagboek Ik wil leven van Nina Loegovskaja gelezen heeft, merkt dat er tussen 1932-1937 en 2003-2005 wel wat veranderd is, maar dat er ook afgrijselijke gelijkenissen zijn.


Recensie door Jef Abbeel



Nina Loegovskaja, Ik wil leven. Het geheime dagboek van een Russisch meisje tijdens het Stalin-bewind, WPG, Antwerpen, 2004.

Anna Politkovskaja, Russisch dagboek, De Geus, 2007, 448 p. ; verklarende namenlijst.

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be