Te wapen voor Hitler

boek vrijdag 25 april 2008

Flore Plisnier

Vlaanderen versus Wallonië

De repressie in Vlaanderen vergelijken met die in Wallonië is een delicate oefening. In Vlaanderen werden veel meer collaborateurs door het gerecht getroffen dan in Wallonië, leren de absolute cijfers. Die constatering leidt tot heftige polemieken in het noorden van het land, want daar vindt men dat de repressie tegen hen is gericht. Dit is een foute intuïtie, want wanneer men de cijfers van dichtbij gaat bestuderen, blijken de Waalse krijgsraden meer en zwaardere straffen te hebben opgelegd, en dat voor alle vormen van collaboratie. In het Franstalige landsgedeelte zijn er ook meer doodstraffen uitgesproken en uitgevoerd.

Om te verklaren waarom in Vlaanderen de indruk bestaat dat men het voornaamste slachtoffer is van de repressie, moet dus naar andere elementen worden gekeken. In Vlaanderen zijn meer mensen berecht op grond van artikel 118 bis van het Strafwetboek, en dit zowel inzake repressie als epuratie. Dat artikel zegt dat iedereen bestraft zal worden die ‘ wetens enige propaganda leidt ,door enigerlei middel voert, ze uitlokt of begunstigt, welke propaganda gericht is tegen het verzet tegen de vijand’. Ook vandaag nog wordt het bestraffen van politieke collaboratie gecontesteerd. Vaak gaat dat samen met een Vlaams- nationalistisch engagement. In die visie zou men mensen gestraft hebben voor feiten die in werkelijkheid minder belangrijk waren. Zo is in het noorden van het land de overtuiging gerijpt dat de repressie een tegen de Vlamingen gericht systeem was. Andere punten zijn ook belangrijk bij de vorming van deze illusoire vergissing. Andere punten worden zelfs niet aangeraakt.

Schaarse bronnen

In dit boek geeft de auteur zelf toe dat in het Zuiden van het land de studies over de collaboratie in het algemeen bijzonder schaars zijn. Men kan zelfs stellen dat, op het meesterwerk van de Britse historicus Martin Conway na, over de drijvende kracht achter de collaboratie in Wallonië- namelijk het rexisme tijdens de oorlog- geen synthesewerk is gepubliceerd. Wat ook opvalt is het ontbreken van bronnen met betrekking tot de andere onderzochte problemen. Soms ontbreken ze helemaal,soms zijn ze in bedenkelijke staat, soms valt het gebrek aan medewerking vanwege de bestaande archieven sterk op. Verder is een deel van de sociologische gegevens gewoon verdwenen omdat veel soldaten niet terugkeerden van het front. Dat is bijvoorbeeld het geval voor het Légion Wallonne (Waals legioen), een nochtans belangrijke organisatie.

Naast de schaarsheid aan bronnen en de traagheid van de ambtelijke molens waarop de auteur beroep doet vallen nog andere lacunes in vergelijking met Vlaanderen op. Waar er in Vlaanderen een goedgestructureerde organisatie bestaat als het Vlaams- nationalisme, gegroepeerd in één partij, het VNV, ontbreekt deze in Wallonië totaal. De rol van de clerus in de Franstalige collaboratie is ofwel onbestaande, ofwel een voetnoot in de geschiedenis, ofwel door de auteur terecht of ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Een andere belangrijke factor, die hier ontbreekt, is de rol van het antisemitisme. Die moet nochtans een rol gespeeld hebben in de Waalse collaboratie, maar komt hier nagenoeg niet aan bod. Tenslotte zijn in Wallonië slechts een paar extreem- rechtse collaborerende organisaties werkzaam, zoals Rex, Les Amis du Grand Reich Allemand ( AGRA), Le mouvement Socialiste wallon (MSW), L’ Union des Travailleurs Manuels Intellectuels (UIMI) franstalige evenknie van de Unie van Hand en Geestesarbeiders (UHGA) en de National-sozialistisches Kraftfahrtkorps (NSKK). Men kan het hele zootje terugbrengen tot Rex, zijn tijdschrift Le Pays Réel en de Formations de Combats (FC). Anders dan in Vlaanderen vindt men weinig gestructureerde Bewegingen en Partijen terug, maar eerder Bendes en individuele misdadigers: de Bende Jayé, de Bende Duquesne, de V- Männer, de Bende Cheron, Jules Funken, Charles Lambinon, Jean Pirmolin, de Brigade Fisette, de Police Merlot, Auguste Sceauflair, Jacques Lefèvre… etc. Meestal zijn deze bendes samengesteld uit ongure elementen uit de onderwereld. Het is het geliefkoosde stramien dat Hitler hanteerde om zijn SS en SA te bevolken. Ook het lompen-proletariaat is rijkelijk vertegenwoordigd in diverse rangen van de FC en het ‘Légion Wallonne’.

Drie fases

De geschiedenis van de collaboratie in Wallonië blijft warrig. Deze studie heeft vooral aandacht voor de rexistische organisatie aangezien deze de voornaamste beweging van collaborateurs in Wallonië was en vrijwel de enige groepering die gevechtseenheden op de been bracht. Deze studie schetst het profiel van hen die wapens droegen in Franstalig België, dat wil zeggen in de Waalse provincies en in Brussel, voor zover ze Frans spraken. De eerste periode loopt van het begin van de bezetting tot aan de Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941. Zij wordt gekenmerkt door de oprichting van Duitse instellingen, de gedwongen pacificatie en de heropleving van de organisaties van collaborateurs na een korte periode van lethargie. Deze organisaties profiteren immers van de bezetting om zich te doen gelden. Aanvankelijk gelooft de bevolking in de definitieve overwinning van Duitsland en de noodzaak om zich aan te passen aan de aanwezigheid van de bezetter. Maar toch merkt men reeds na enkele maanden dat er beweging in de geesten komt. Het Britse verzet tegen de Duitse bombardementen en de honger en koude van de eerste oorlogswinter veroorzaken een breuk tussen de aanhangers van de Nieuwe Orde en de meerderheid van de bevolking. Zonder dat hij de steun van de Duitsers heeft kunnen werven, kiest Léon Degrelle voor de onvoorwaardelijke collaboratie met de bezetter.

De tweede periode loopt van de zomer 1941 tot de zomer van 1943. Zij wordt gekenmerkt door de opkomst van het verzet, de toegenomen spanning op het binnenlandse front en de eerste tegenslagen die het Duitse leger ondervindt op het buitenlands front. Inderdaad, als gevolg van de invasie van het Duitse leger in Rusland, houdt de Communistische Partij van België zich niet langer stil. Zij organiseert zich om de opstand tegen de bezetter voor te bereiden en de vijand te verjagen. Het aantal sabotagedaden en aanslagen tegen de volgelingen van de Nieuwe Orde neemt toe. Van hun kant maken de collaborateurs gebruik van het scheppen van een gecentraliseerde, autoritaire staat om te infiltreren in het raderwerk van de macht. Daardoor nemen de spanningen in de samenleving verder toe. Rex beslist om aan de zijde van de strijdkrachten van het Rijk te vechten aan het Oostfront. De invoering van de verplichte tewerkstelling in Duitsland leidt tot nieuwe geweldexplosies en talrijke jonge mensen duiken onder. Ook binnen de collaboratie zelf worden de spanningen groter. Niet alleen wedijveren de verschillende groeperingen met elkaar, velen houden het ook voor bekeken na de toespraak van Degrelle over het Germaanse karakter van het Waalse volk.

De derde periode spitst zich vooral toe op het laatste jaar van de bezetting. Er is nu een burgeroorlog aan de gang. De collaborateurs vormen nog slechts een zeer kleine minderheid en zijn geïsoleerd van de rest van de bevolking. Tijdens de laatste periode richten de aanhangers van de Nieuwe Orde, die zich daarvoor probeerden te nestelen in het staatsapparaat, structuren op die tegen de Belgische Staat ingaan. De collaborateurs moeten zich beschermen tegen aanslagen. Zowel op het binnenlandse als op het buitenlandse front kampen zij met tegenspoed. Ze richten eenheden op om inlichtingen te verzamelen en politieke tegenstanders in de gaten te houden. De volgende stap is de contraterreur: zij nemen het recht in eigen handen en maken korte metten met het alleenrecht van de overheid inzake het gebruik van legitiem geweld. Op de aanslagen reageren zij met nog meer geweld. Geweld lijkt de enige uitweg. Het terrein lijkt open voor een wanhopig anarchistische terreur met alle gevolgen van dien: moord, doodslag, foltering, gijzeling, sadisme etc…

Rex

De wortels van een politieke partij als Rex bevinden zich in het midden van de jaren dertig. Tijdens het interbellum manifesteert zich in bijna geheel Europa een sterke politiek- intellectuele stroming die de principes en de waarden van de democratie verwerpt. Oorspronkelijk is Rex een beweging van studenten en intellectuelen verbonden met de Universiteit van Leuven. Degrelle leidt de katholieke uitgeverij Christus Rex en verspreidt langs die weg zijn politieke ideeën. Hij heeft een populaire boodschap en zij slaat aan bij jonge intellectuelen die streven naar een herkatholisering van de samenleving. Ontevreden over de voorzichtige politiek van hun partij, gaan zij op zoek naar een persoon of een groep die in staat is om dat streven te verbinden met een beweging die de massa op straat brengt. De rexisten beschouwen zich als de voorvechters van een vurig en integralistisch katholicisme, dat een eind zal maken aan de corruptie van de oude wereld. Een nieuw tijdperk, gedomineerd door de Christelijke waarden is in hun ogen in aantocht.

Lang zal Rex echter niet als een contestatiebeweging binnen de katholieke wereld bestaan. Vanaf augustus 1935 beginnen de rexisten hun katholieke aspiraties los te laten, wanneer zij een volksfront oprichten. De propaganda verandert van toon. Behalve de zwakheden van de katholieke partij worden ook die van andere partijen blootgelegd. De breuk met de katholieke partij is onvermijdelijk. Rex neemt deel aan de verkiezingen van mei 1936 als een onafhankelijke politieke formatie die allerlei ontevredenen rond zich verzamelt. In die beweging treft men niet alleen jonge katholieke idealisten aan, maar ook verbitterde oud- strijders, anticommunisten en verarmde middenstanders. Met zijn retorische kwaliteiten, zijn jeugdig dynamisme en zijn striemende kritiek op de weinig geliefde heersende klasse slaagt Degrelle erin veel misnoegden achter zich te krijgen. Rex haalt landelijk 11,49% van de stemmen. In de Kamer telt Rex 21 gekozenen. De kiezers van Degrelle vindt men vooral terug onder de kleine burgerij (handelaren, ambachtslieden) en bedienden die zich aangetrokken voelen door het corporatistisch karakter van de beweging en het poujadisme avant la lettre. Dat allegaartje vormt - ondanks de euforie - een zeer precaire basis van de partij. De staat van genade waarin zij verkeert, duurt niet lang.

De spanningen tussen de verschillende tendensen binnen de beweging komen snel aan de oppervlakte. Rex kampt overigens niet alleen met interne moeilijkheden. De regering van nationale eenheid neemt een aantal maatregelen om de rexistische rivaal de wind uit de zeilen te nemen en het ongenoegen over het parlementaire systeem te doen verminderen. In de lente van 1937 - geïnspireerd door Hitler, maar zonder het pad van de wettelijkheid te willen verlaten - neemt Degrelle deel aan een deelverkiezing in Brussel. Hij is ervan overtuigd die te kunnen winnen, voert een felle campagne, maar lijdt een schrijnende nederlaag. De drie partijen van de meerderheid hebben immers beslist om een eenheidskandidaat te steunen, in de persoon van eerste minister Paul Van Zeeland. Deze nederlaag en interne meningsverschillen zorgen voor een radicalisering van de beweging: de katholieke inspiratie moet nu definitief plaatsmaken voor een banale imitatie van het gedachtegoed van andere Europese autoritaire bewegingen.

Aan de vooravond van WO II is Rex gereduceerd tot een marginale groep die het politieke status-quo niet langer ernstig in gevaar kan brengen. Degrelle komt nog één keer, eventjes maar, opnieuw in de schijnwerpers wanneer het Waals Legioen, ingelijfd bij de Waffen- SS, einde januari 1943, zich tegen de verwachting in, in Tsjerkassy in Oekraïne de omsingeling van het Rode Leger weet te doorbreken en de Duitse linies kan bereiken. Degrelle overleeft deze onderneming en krijgt het Duitse Ritterkreuz uit handen van de Führer. Een dergelijk succes heeft de chef van Rex niet meer geproefd sinds 1936. Hij wil elke gelegenheid te baat nemen om weer van zich te doen spreken. Zijn militaire prestaties ziet hij, enthousiast als altijd, als een springplank naar de macht in Wallonië. De slag om Tsjerkassy was een Pyrrhusoverwinning. Het Legioen is letterlijk doodgebloed. Hij vindt nagenoeg geen manschappen meer. De oorspronkelijke identiteit van het Legioen gaat teloor. Het is bloedarmoede alom, ideologisch zowel als materieel. Rex is op sterven na dood. Rex krijgt de allures van een stelletje ongeregeld. Een voorspelbaar, maar roemloos einde.


Recensie door Yves Van de Steen

Te wapen voor Hitler. Gewapende collaboratie in Franstalig België 1940-1944. Flore Plisnier. Uitgeverij Meulenhoff- Manteau, Antwerpen-Amsterdam, 2008, 178 blz. ISBN 978908542 1429

Links
mailto:Yves.vandesteen@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be