De mythe van het glazen plafond

boek vrijdag 26 maart 2010

Marike Stellinga

‘Vrouwen stuiten op hun weg naar de top nog steeds op een ondoordringbaar glazen plafond’, zo bleek uit een onderzoek van de Volkskrant onder 29 beeldbepalende Nederlandse bedrijven. ‘Alle pogingen van de overheid of het bedrijfsleven zelf om meer vrouwen te laten doorstromen naar de top, stranden steeds op dezelfde hardnekkige vooroordelen. Werkgevers zeggen dat ze geen geschikte – oftewel écht ambitieuze – vrouwen kunnen vinden, ambitieuze vrouwen op hun beurt zeggen dat ze hun vinger wel degelijk opsteken, maar stelselmatig worden overgeslagen’, zo luidde het commentaar. Het is een problematiek die niet alleen in Nederland voorkomt, maar in zowat de hele ontwikkelde wereld. Vrouwen geraken moeilijk aan de top. Maar ook op andere vlakken blijven ze met problemen kampen. Zo zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in politieke functies en ontvangen ze gemiddeld minder loon dan mannen. Dat komt voor een groot deel omdat vrouwen, ondanks allerhande campagnes, vaak als enige de zorg blijven dragen voor de kinderen, geconfronteerd worden met een gebrek aan (betaalbare) kinderopvang, en minder tijd hebben dan mannen om te netwerken. Vrouwenorganisaties blijven op elk van die terreinen dan ook actie voeren. Zo klinkt de roep naar quota voor vrouwen in topfuncties van grote (beursgenoteerde) bedrijven en bij de overheid steeds luider.

Tegen deze trend in schreef de Nederlandse econome Marike Stellinga, die als redactrice schrijft voor Elsevier, een fors weerwoord. Aan de hand van cijfers en voorbeelden uit de praktijk keert ze zich tegen een aantal stellingen van feministen die ze ‘fabeltjes’ noemt. Zo hebben werkende moeders het niet zwaarder dan werkende mannen, verdienen vrouwen terecht minder dan mannen, zijn vrouwen geen betere (of aardigere) bazen dan mannen, willen vrouwen niet even graag dan mannen carrière maken en bestaat er ook geen glazen plafond. Volgens Stellinga zijn Nederlandse vrouwen gewoon minder ambitieus en voelen ze zich al bij al heel gelukkig. Daarbij keert ze zich keihard tegen de feministen die in haar ogen vrouwonvriendelijk zijn, zich met alles en nog wat willen bemoeien en, via de overheid, het leven van vrouwen (en mannen) willen sturen. Haar zwarte beest is Noorwegen (en ook de andere Scandinavische landen) dat zichzelf beschouwt als ‘the most gender equal country in the world’. Sinds 2008 bestaat daar een door de wet opgelegd quotum van 40 procent vrouwen voor de raad van commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen. Volgens de auteur een miskleun, want tal van goede mannelijke commissarissen hebben de baan moeten ruimen voor vrouwen met minder ervaring, en jonge mannelijke talenten hebben daardoor minder kans om ooit commissaris te worden. Discriminatie dus, en dat vind ze schokkend.

Het kan best zijn dat Stellinga oprecht geschokt is, maar ik vermoed dat vóór die wet van kracht was tal van vrouwen geschokt waren door het feit dat ze in de praktijk geen kans kregen om tot de top door te dringen. Het is opvallend hoe in het verleden door politici en bedrijfsleiders zoveel aanbevelingen en vrijblijvende intentieverklaringen werden gedaan om vrouwen te laten doorstromen, maar dat dit in geen enkel land, geen enkel, op spontane wijze heeft geleid tot een significante toename van het aantal vrouwelijke topfuncties. Het is juist dat een quotum een vorm van positieve actie is, maar die komt er dan wel na decennialange negatieve discriminatie door mannen die er blijkbaar goed in slagen de gelederen gesloten te houden. Of moeten we denken dat vrouwen minder intellectuele capaciteiten hebben? Dat blijkt alvast niet uit de cijfers van het hoger onderwijs waar meisjes steeds duidelijker in de meerderheid zijn. Stellinga schrijft dat ze het erg vindt voor de Noren, maar hebben die dan niet zelf hun politici verkozen? En wat verder in de tekst moet de auteur zelf toegeven dat ‘het quotum verrassend pijnloos is ingevoerd’. Een beetje vilein schrijft ze dat Noorwegen door zijn natuurlijke rijkdommen ‘zich dit soort experimenten kan veroorloven’, waarmee ze insinueert dat de Noorse bedrijven zelfs door (vrouwelijke) klungels kunnen bestuurd worden, want efficiëntie is daar niet zo nodig. Voor zover ik weet worden Noorse bedrijven niet slechter bestuurd dan Nederlandse of Belgische.

Quota roepen altijd weerstand op, al was het maar omdat een bepaalde groep, hier de mannen, heel goed beseffen dat ze een stuk van hun quasi exclusieve macht moeten afstaan. In België klaagde men decennialang dat er zo weinig vrouwen aan politiek deden. De doorgaans mannelijke partijleiders stelden dat vrouwen blijkbaar minder interesse hadden, maar dat was niet de echte reden. In de praktijk werden vrouwen gebruikt als opvulsel voor de lijsten. In 2002 werd een wet aangenomen om op de kiezerslijsten evenveel mannen als vrouwen op te nemen, en sindsdien is het aantal vrouwelijke kandidaten (alhoewel ze maar zelden als lijsttrekker mogen fungeren) en verkozenen fors toegenomen. En die politica doen het minstens evengoed dan hun mannelijke collega’s. Zonder dat quotum was dat geheid veel minder. In een opiniestuk voor NRC (26 november 2008) schreef publicist Rob Wijnberg dat ‘vrouw zijn ook een verdienste is’. Hij verwees naar de Amerikaanse filosoof Stanley Fish die aantoonde dat een door discriminatie veroorzaakte onrechtvaardige situatie (zoals de achtergestelde positie van vrouwen) niet op te lossen is door op te houden met discrimineren, zoals de logica doet vermoeden. Integendeel, zegt Fish, door niet meer te discrimineren wordt de historisch gegroeide onrechtvaardigheid juist in stand gehouden. Vrouwen zitten vast in een self-fulfilling prophecy: door hun historisch bepaalde positie werken ze minder, waardoor hun (economische) prestaties achterblijven, waardoor ze minder snel carrière maken.

Vrouwen zitten niet aan de top ‘omdat ze dat zelf niet willen’, schrijft Stellinga. Dat kan voor veel vrouwen (net als voor heel wat mannen) wel juist zijn, maar dat neemt niet weg dat er tal van vrouwen zijn die dat wél willen. Datzelfde geldt voor het arbeidsproces. Nederlandse vrouwen kiezen heel vaak doelbewust voor deeltijdse jobs (die blijkbaar goed betaald worden) en ze zijn bijzonder tevreden over de taakverdeling met hun partner, aldus de auteur. Niets aan de hand dus, tot ze schrijft dat vrouwen ‘terecht’ minder verdienen dan mannen. Hiervoor wijst ze op het feit dat mannen vaak langer in het arbeidsproces zitten (en dus al meer verdienen), dat vrouwen pas later aan de slag gingen, dat mannen meer uren werken en dat vrouwen bewust kiezen voor minder betaalde jobs omdat die vaak flexibeler zijn. Opnieuw een veralgemening want heel wat vrouwen willen wél vooruit maar hebben minder loopbaankansen. En dat geeft ze in een treffend voorbeeld ook zelf toe. ‘Sinds orkesten de eerste auditierondes achter een scherm laten plaatsvinden zodat de selecteerders kandidaten niet zien, schijnen er meer vrouwen te worden aangenomen’, noteert Stellinga. Eenvoudig gezegd: een vrouw die solliciteert, heeft minder kans omdat ze een vrouw is. Dat vrouwen vaak de eerste slachtoffers zijn bij een economische recessie of crisis blijkt ook uit een rapport van de Britse Guardian in augustus 2009. ‘Door de crisis worden zwangere of pas bevallen vrouwen nog meer gediscrimineerd dan anders op de arbeidsmarkt’, zo was de conclusie.

Er zijn dus toch nog heel wat problemen en het is opvallend hoe Stellinga die negeert. Want daarmee dreigt een belangrijke boodschap van haar onder te sneeuwen. Namelijk de al te grote sturingsdrang van politici om te bepalen wat goed is voor vrouwen (en mannen), de ongewenste neveneffecten ervan en de al te opportunistische verkiezingsbeloftes van de politieke partijen. Zo verwijst ze naar de campagne voor de Kamerverkiezingen van 2006 toen zowat alle partijen in Nederland gratis en kwalitatief hoogstaande kinderopvang beloofden, een enorm dure kwestie, in de hoop dat dit de tewerkstellingsgraad onder vrouwen zou verhogen. De uitgaven gebeurden, maar de verwachte inkomsten – in de vorm van belastingen die de vrouwen door aan de slag te gaan zouden betalen – bleven uit. De subsidies werden wel massaal aangevraagd en er waren nogal wat misbruiken. Sindsdien is de ‘gratis’-rage in Nederland, net zoals in België trouwens, flink bekoeld. Daarnaast moeten we inderdaad accepteren dat tal van vrouwen vrijwillig kiezen voor een deeltijdse baan of een job met minder doorstroommogelijkheden. Essentieel is immers dat mensen datgene doen wat ze graag doen en willen, en dat ze niet gedwongen worden om een bepaald leven te leiden.

‘Het is mijn overtuiging dat vrouwen en moeders in Nederland geen noemenswaardige problemen hebben’, schrijft Stellinga en voor de rest luidt haar advies: ‘geef het tijd’. Daar zullen nogal wat lezers moeten van slikken. Heel wat vrouwen, zeker alleenstaande met kinderen, hebben het bijzonder moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen, en om hun al dan niet deeltijdse baan te combineren met de bijzonder zware opvoedingstaak voor hun kinderen. En dan mag een statistiek nog aangeven dat drie kwart van de vrouwen gelukkig is, één kwart is dat niet. Tenslotte ontbreekt in dit boek een cruciale kwestie. Er staat niet één zin over de erbarmelijke positie van heel wat allochtone vrouwen en meisjes in Nederland die in grote mate vastzitten in patriarchale culturele en religieuze gebruiken. Meisjes en vrouwen die zich verplicht moeten sluieren, die niet verder mogen studeren, die gedwongen worden om te huwen met een man die ze niet zelf gekozen hebben, die genitaal verminkt worden, die mishandeld of verstoten worden. Als er voor één grote groep vrouwen en meisjes nog een militant feminisme nodig blijft, dan is het wel voor hen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Marika Stellinga, De mythe van het glazen plafond, Balans, 2009

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be