Ons betere ik

boek vrijdag 20 januari 2012

Steven Pinker

De gerespecteerde Britse historicus Eric Hobshawn noemde de voorbije eeuw de gewelddadigste ooit, iets waar de controversiële politieke filosoof John Gray zich nadien volmondig bij aansloot. En dat is best te begrijpen natuurlijk, want Hitler, Stalin en Mao waren met hun drietjes goed voor zo’n honderd miljoen doden, en dan zwijgen we nog over hun kleinere evenknietjes als Pol Pot of Idi Amin. En toch zijn ze mis, aldus Steven Pinker in zijn nieuwste boek, de mens wordt steeds minder gewelddadig, en de twintigste eeuw was een paradijs van vredelievendheid in vergelijking met de eeuwen die eraan vooraf gingen.

Laat ons bijvoorbeeld een kijkje nemen in het Gentse Gravensteen, waar tientallen Middeleeuwse folterwerktuigen te kijk liggen die niet alleen gericht waren op het pijnigen van verdachten, maar ook blijk geven van een pervers soort plezier dat gepaard ging met dit pijnigen. Een man een trechter in de keel steken en hem volgieten tot zijn maag barst, leek toen een doodgewone straf, terwijl de wereld vandaag steigert bij het idee van waterboarding als ondervragingstechniek. Geweld was vroeger iets doodgewoons, leren we ook uit de klassieken. Homerus beschrijft in zijn Ilias hoe een overwonnen volk volledig uitgemoord werd, en het verkrachten van vrouwen was onder de Trojaanse soldaten net zo gewoon als het slijpen van hun zwaarden. En dan is er natuurlijk nog de Bijbel, met zijn Oude Testament waarin God boekenlang goedkeurend knikt bij het moorden, verkrachten en brandschatten uitgevoerd door zijn uitverkoren volk.

In The Better Angels of Our Nature, in het Nederlands uitgebracht als Ons betere ik betoogt psycholoog Steven Pinker iets wat we in feite al lang wisten, maar waar we om een of andere reden toch maar niet van overtuigd raakten: dat het vroeger echt niet beter was dan vandaag. Wie als jager-verzamelaar ter wereld kwam had vijftig procent kans om op een gewelddadige manier aan zijn eind te komen, terwijl dit vandaag in West-Europa nog slechts een fractie daarvan is. Tijdens de Middeleeuwen vonden er van de honderdduizend Belgen – wat een anachronisme! – bijvoorbeeld 47 een gewelddadige dood, terwijl dat getal vandaag teruggelopen is tot 2,1.

De voornaamste reden waarom we volgens Pinker toch denken dat we in extreem gewelddadige tijden leven is de mediatisering van onze samenleving, in combinatie met de explosieve bevolkingsgroei. Over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust verschijnen er wekelijks wereldwijd een paar containers boeken, terwijl die slachtpartij slechts op de negende plaats komt in het lijstje met meest bloederige confrontaties. Er vielen toen 55 miljoen doden, terwijl de dertiende-eeuwse veroveringen van de Mongolen 40 miljoen doden eisten. Wanneer we dat getal relateren aan de toenmalige wereldbevolking en dit extrapoleren naar de situatie midden twintigste eeuw, komen we op een equivalent van niet minder dan 278 miljoen slachtoffers, en zo bekeken kostte – volgens Pinker de meest gewelddadige gebeurtenis uit de geschiedenis – de An Lushan-rebellie in de achtste eeuw 429 miljoen hedendaagse mensenlevensequivalenten. Maar wie heeft daar recent nog een boek over gelezen? En zo gaat het ook op kleinere schaal natuurlijk. Door de overdreven aandacht die figuren als Marc Dutroux, Ronald Janssen en Kim De Gelder krijgen, kweken we een volstrekt verkeerd beeld van onze au fond bijzonder veilige samenleving.

Zoals Pinker al meer dan eens in een interview heeft gezegd was hij aanvankelijk een aanhanger van het anarchisme, tot hij in zijn geboortestad Montreal getuige was van rellen tussen de politie en een stel zelfverklaarde anarchisten en hij van het ene moment op het andere zijn intellectuele kar keerde. De menselijke natuur was niet goed, besefte hij opeens, en als je de centrale macht wegnam kreeg je echt geen Hof van Eden, maar wel een speeltuin van Beëlzebub. De mens is voor de andere mens een wolf, houdt hij sindsdien bij hoog en bij laag vol en dat is ook in zijn nieuwe boek te merken. Wanneer hij het heeft over de redenen waarom de mens steeds vredelievender is geworden, haalt hij er meteen Thomas Hobbes’ Leviathan bij. Deze filosoof stelde dat de samenleving nood heeft aan een sterk centraal gezag. Dat is immers de enige manier waarop de mens in het gareel gehouden kan worden, hij zijn medemens kan vertrouwen en er vervolgens ook welvaart kan ontstaan.

Het interessante is dat waar Hobbes zich in de eerste helft van de zeventiende eeuw louter op speculaties kon baseren, Pinker heel wat cijfer- en statistisch materiaal ter beschikking heeft. Bij de Waorani, een stam uit de Amazone, stierf gemiddeld zestig procent van de bevolking ten gevolge van de oorlog, terwijl dit in Europa tussen 1900 en 1960 slechts een paar procent was. Staatsvorming leidt dus tot een monopolie van het geweld en zo ook tot een vermindering ervan. Misschien nog wel belangrijker voor het verdwijnen van het geweld, maar veel langer geleden en daardoor ook minder zichtbaar, was de overgang van een maatschappij van jager-verzamelaars naar landbouwers. Mensen werden sedentair en het geweld daalde met een factor vijf. En ook het ontstaan van de handel had een positieve invloed. Een handelsrelatie is immers in se vriendschappelijk. Je wil de ander iets verkopen, of iets kopen wat je nodig hebt, en zo ga je langzamerhand inzien dat die ander in feite niet zoveel verschilt van jezelf.

Fundamenteel zegt Pinker dus dat de geschiedenis een civilisatieproces is, en dat brengt ons bij die andere held uit zijn universum: socioloog Norbert Elias. Deze Duitser poneerde reeds voor de Tweede Wereldoorlog dat het invoeren van een centraal gezag gepaard ging met de introductie van gedragsregels op het gebied van tafelmanieren, persoonlijke hygiëne, sociale omgang en taalgebruik. Deze etiquetteregels gericht op zelfbeheersing worden na verloop van tijd geïnternaliseerd en beginnen zo deel uit te maken van de persoonlijkheid van het individu, wat enerzijds natuurlijk aanleiding gegeven heeft tot het ontstaan van de burgerman, maar anderzijds ook onze gewelddadige uitspattingen danig aan banden heeft gelegd. Elias volgend toont Pinker op overtuigende wijze aan dat de terugval van 110 moorden per 100.000 inwoners per jaar die Londen in de dertiende eeuw kende tot 1 per 100.000 zeven eeuwen later het resultaat is van dit civilisatieproces.

Pinker is beroemd geworden met zijn boeken over psycholinguïstiek, zoals The Language Instinct en Words and Rules, waarin hij beweerde dat onze taalvaardigheid het resultaat is van de evolutie, een biologische aanpassing van onze hersenen ontstaan door natuurlijke selectie dus, en dat een mens dus niet als een tabula rasa geboren wordt, zoals de titel van een ander boek van hem, The Blank Slate doet vermoeden. In dit boek vermeldt hij niet alleen de neurologische aanwijzingen die er zijn om aan te nemen dat de menselijke geest niet als een onbeschreven blad ter wereld komt, hij gaat ook de politieke weg op. Zij die beweren dat we allemaal ter wereld komen met dezelfde capaciteiten, zijn ook nogal eens geneigd tegen sociale hulpprogramma’s te reageren. Wat zou je immers die man in de goot gaan helpen? In essentie had hij dezelfde capaciteiten als ons, dus waar hij ligt is zijn eigen verantwoordelijkheid.

In Ons betere ik kiest Pinker opnieuw voor wat we – een beetje generaliserend – het Europese sociale model zouden kunnen noemen, en niet voor het Amerikaanse. Wat bijvoorbeeld te denken van de moordstatistieken van steden als Detroit en New Orleans, die cijfers laten optekenen (jaarlijks 40 moorden per 100.000 inwoners) die Europa tijdens de Middeleeuwen behaalde. Hebben die steden het civilisatieproces gemist? Wel nee, zegt Pinker, het is nog veel erger, zij zijn nooit aan Hobbes’ Leviathan toegekomen. De bevolking van die steden bestaat voor het grootste deel immers uit zwarten die van generatie op generatie buiten de samenleving staan. Het idee van een centraal gezag is hen volstrekt vreemd.

Maar meer nog dan enig centraal gezag is het volgens Pinker de ontwikkeling van het humanisme, en dus breder gezien de rede die de mensheid opgestuwd heeft tot het niveau waarop ze zich qua moraliteit vandaag bevindt. We zijn empathischer geworden, houden onszelf beter onder controle, hebben van nature toch iets minder gewelddadige vrouwen een grotere rol gegeven in de maatschappij en zijn er met zijn allen een stuk kosmopolitischer op geworden. Er mogen dan nog oorlogen voorkomen, als individu zijn we alleszins een stuk vredelievender geworden. Denken we bijvoorbeeld aan de rechtenbewegingen die de voorbije eeuw zo veel invloed hebben gehad en waarvoor de interactie van publieke opinie en wetgeving zo belangrijk was. Rechten voor vrouwen en kinderen, voor homoseksuelen, de Amerikaanse burgerrechten uit de jaren vijftig en vandaag de dierenrechten, hebben heel wat klein, minder zichtbaar, maar daardoor niet minder pijnlijk geweld de wereld uitgebannen.

En dat het daarbij vlug kan gaan mag blijken uit de geschiedenis van ons eigenste Gaia. Bij zijn oprichting in 1992 werd deze organisatie door velen nog gezien als een stelletje gevaarlijke extremisten met zotte ideeën, terwijl twee decennia later het idee een trechter in de keel van een gans te steken om haar zo vol te proppen dat ze een buitenmaatse lever ontwikkelt ons meteen doet denken aan die arme man in het Gentse Gravensteen.


Recensie door Marnix Verplancke

Deze recensie verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijlage van De Morgen


Steven Pinker, Ons betere ik, (oorspronkelijke titel: ‘The Better Angels of Our Nature’), Contact, 2011

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be