Mister Nice Guy

boek vrijdag 13 februari 2009

Peter Moors

18 juni 2004. In de immense vergaderzaal van het Justius Lispsiusgebouw zitten in de late namiddag twee eenzame heren. Ze kijken somber, praten op gedempte toon, de spanning is te snijden. Guy Verhofstadt en zijn diplomatieke medewerker Peter Moors houden een laatste keer krijgsberaad. Zopas werd duidelijk dat Verhofstadt geen kans meer maakt om Romano Prodi als Commissievoorzitter op te volgen. Iedereen beseft het, behalve Verhofstadt. De premier wil van geen wijken weten en blijft op een formele stemming aandringen. Moors probeert hem het zinloze van zo’n kamikazedaad uit te leggen. Tevergeefs. Even later wandelt de Franse president Jacques Chirac binnen. Jacques Chirac praat twintig minuten op Verhofstadt in. Aan het eind van het gesprek legt hij de hand op de schouder van Verhofstadt en fluistert hem nog iets toe. Minutenlang blijft Verhofstadt voor zich uitstaren, doet vervolgens enkele telefoontjes en wenkt Moors. Of hij EU-voorzitter Bertie Ahern wil laten weten dat hij zijn kandidatuur intrekt. ‘Het doek is gevallen’, zo schrijft Moors in zijn pas verschenen Mister Nice Guy, een inside-verhaal over het buitenlandbeleid van Guy Verhofstadt tussen 1999 en 2004.

Het manuscript lag al enige tijd op publicatie te wachten, maar om onduidelijke redenen werd ze voortdurend uitgesteld. Deze week ligt ‘Vijf jaar buitenlandbeleid van Guy Verhofstadt door de ogen van zijn diplomatieke adviseur’ dan toch in de boekhandel. Het is een vlot geschreven tekst en na lectuur is duidelijk waarom de publicatie werd afgeremd. Moors wist veel en registreerde bijna alles. Hoewel dit relaas de volledige en de objectieve waarheid niet nastreeft, is het wel verplichtte lectuur voor iedereen die deze bewogen en dramatische periode van het Belgisch buitenlandbeleid wil begrijpen. Met ‘nine eleven’; de strijd tegen het terrorisme en de oorlog in Irak kwam België in het oog van een Amerikaans-Europese storm terecht. De relaties tussen de VS en België, dat sinds het einde van de tweede wereldoorlog en de installatie van het Navo-hoofdkwartier altijd een voorbeeld van Atlantische braafheid en volgzaamheid was, ontspoorden compleet. Voor een regering en een eerste minister van een complex en moeilijk te besturen land als België is dat genoeg voor een meer dan volledige dag- en nachttaak. In de Wetstraat 16 zagen ze dat anders en vonden ze de tijd en de goesting om de Europese architectuur te vertimmeren. De verklaring van Laken, de Europese Conventie, het grondwettelijk verdrag, ze kwamen er slechts omdat Verhofstadt en de Belgische diplomatie er zich in vastbeten. Oh ja, daar bovenop kwam nog een nieuw Afrika-beleid en waren er voortdurend aanvaringen en incidenten met Oostenrijk, Pinochet, Silvio Berlusoni en Ariel Sharon. Het waren hectische, bij momenten dolle, maar wel boeiende en bovenal belangrijke tijden. Wie later de geschiedenis van dat tijdsgewricht schrijft, zal het boek van Moors voortdurend bij de hand moeten hebben.

Met de titel ‘Mister Nice Guy’ kwam Verhofstadt in december 2000 uit Nice terug. Hij was toen anderhalf jaar premier en had er zijn stageperiode in de Europese Raad opzitten. Tijdens de ultieme onderhandeling over het verdrag van Nice maakten zijn collega’s regeringsleiders voor het eerst kennis met het fenomeen-Verhofstadt. Omdat hij maar niet wou afgeven, duurde de top twee dagen en nachten langer dan gepland. Er werd eindeloos over stemverhoudingen en parlementszetels geruzied. Op zeker ogenblik hing zelfs een Belgisch veto in de lucht. Een struikelpunt was immers de Nederlandse eis om in de raad meer stemmen dan België te krijgen. Daarmee schoffeerde Den Haag het laatste restje Belgische nationale trots. Omdat Raadsvoorzitter Chirac zich geen mislukking kon veroorloven, kreeg Verhofstadt enkele snoepjes toegestopt. Zo kreeg België de toezegging dat de Europese toppen in de toekomst altijd in Brussel zouden plaatsvinden, maar ook de belofte dat Nice geen eindpunt was. Het Belgisch voorzitterschap dat tijdens de tweede helft van 2001 zou plaatsvinden, mocht een nieuw rondje institutionele verdieping opstarten. Twaalf maanden later was er de geruchtmakende verklaring van Laken en midden 2003 stond de Europese grondwet op papier. In Nice kreeg Verhofstadt zijn selectie voor het fanionteam van de EU te pakken. ‘Daar is, aldus Moors, zijn Europese reputatie geboren.’ Indien hij zich nadien bedaarder, volgzamer, zeg maar opportunistischer had opgesteld, was hij in 2004 allicht Romano Prodi als Commissievoorzitter opgevolgd.

Moors geeft toe dat er geblunderd werd tijdens de campagne. De entourage van Verhofstadt minimaliseerde de rol van het Europees Parlement en schatte bijgevolg het gewicht van de EVP-fractie en het verzet van haar toenmalige leider Hans-Gert Poettering tegen Verhofstadt foutief in. Daarnaast was er het noodlot. De Spaanse conservatief José Maria Aznar, die over zowat alles – Cubaanse sigaren uitgezonderd - met Verhofstadt van mening verschilde maar wel een boon voor de Belgische premier had, verloor in maart 2004 totaal onverwacht de verkiezingen. Daardoor speelde Verhofstadt een belangrijk steunpunt in de Europese Volkspartij kwijt. Daar bovenop kwam het eigenzinnig optreden van de premier zelf. Enkele weken voor de Europese Raad de benoemingsknoop moest doorhakken, vond Verhofstadt het absoluut nodig om de puntjes nog eens op de Europese i’s te zetten. Hoewel zijn medewerkers er vierkant tegen waren, dreef de premier zijn zin door. In Brussel hield hij twee opgemerkte pleidooien voor meer Europese integratie, ondermeer op sociaal en fiscaal vlak. Meer is er niet nodig om Londen in de gordijnen te jagen. Zelfs Stephen Wall, de Europese adviseur van Tony Blair en één van de meest uitgesproken pro-Europeanen in de Britse administratie, ging nu heel actief tegen de Belgische kandidaat campagne voeren. ‘Hij sloot een verbond, zo noteert Moors, met de eurosceptici Brown en Straw. Hij liet kopieën maken van de toespraken en stuurde die naar politici, journalisten en ambtenaren. Met een gele fluostift markeerde hij de voorstellen die niet door de beugel konden.’ Met brio de eigen ruiten ingooien, ook dat kon Verhofstadt als geen ander.

Toch betwijfelt Moors of Verhofstadt de koers naar de top van de Europese Commissie ooit had kunnen winnen. Volgens zijn analyse was het niet de EVP en zeker Wilfried Martens niet die de kandidatuur torpedeerde, wel Blair. “Zonder de hulp van de sociaaldemocraat Blair, aldus Moors, zou een verdeelde EVP er nooit in geslaagd zijn.” Volgens Moors heeft de Britse premier het verzet van Verhofstadt tegen de oorlog in Irak en organisatie van de omstreden Pralinetop over de Europese defensie van 29 april 2003 nooit vergeven. Als dat klopt, had Verhofstadt het in Londen reeds midden 2003 verkorven. Hoe extreem gevoelig Irak bij Blair lag, had de Belgische premier reeds een jaar voordien, op de EU-top van Barcelona, gemerkt. Toen Verhofstadt bij de open haard de kwestie Irak wou aankaarten, werd hij door Aznar en vooral Blair afgeblaft. ‘In behoorlijk brutale bewoordingen,’ zo verduidelijkt Moors, die er verder aan toevoegt dat Verhofstadt er een gedeukt ego aan overhield. Het was in 2002 dat de diplomatieke adviseur de eerste tekenen zag dat Verhofstadt een Europese topjob ambieerde. Ondanks die ambitie en de wetenschap dat Blair in deze ‘incontournable’ was, bleef Verhofstadt de volgende maanden op de lange, militaire en Atlantische tenen van de Britse premier trappen. Eerst was er zijn brief aan Chirac en Blair om de Europese defensie een nieuwe impuls te geven. Londen was ‘not amused’. Klap op de vuurpijl was de Pralinetop in het Brusselse Egmontpaleis. Op uitnodiging van België deden Duitsland, Frankrijk en Luxemburg concrete voorstellen om de Europese defensie sterker en geloofwaardiger te maken. Voor Londen en Washington was dat er ver over en vooral initiatiefnemer en gastheer Verhofstadt moest het ontgelden.

Hoe zwaar Blair aan het gebeuren tilde, kon de Belgische premier midden oktober 2003 vaststellen. Op een vergadering over de defensieproblematiek met Chirac, Schröder en Verhofstadt, presteerde Blair het om de Belgische premier straal te negeren. Niet één keer richtte hij het woord tot hem. Toen al had de Britse premier de bruggen met Verhofstadt opgeblazen, maar in de Wetstraat 16 begrepen ze het zo niet en bleven ze in de goede afloop van de race hopen. Op de beslissende Europese Raad van 18 juni 2004 plooide Blair zich echter dubbel om Verhofstadt uit de Berlaymont, het hoofdkwartier van de Commissie, te knikkeren. ‘Tussen Verhofstadt en Blair, zo concludeert Moors, komt het nooit meer goed.’ Het had nochtans anders kunnen lopen. Toen Verhofstadt in juli 1999 eerste minister werd, wou hij zo vlug mogelijk bij de Britse premier op de thee. Het klikte tussen beide. Verhofstadt bewonderde de Derde Weg van Blair, terwijl de Britse premier op zoek was naar bondgenoten binnen de Unie. Zo ging een Brits-Belgische conferentie van start en in februari 2000 stond Blair al bij Verhofstadt in Gent op de stoep. Dank zij de goede relaties slaagde Verhofstadt er in om een ambitieuze verklaring van Laken door de Europese Raad te loodsen en de Europese Conventie op te starten. Toen voorzitter Valéry Giscard d’Estaing daar met een permanent voorzitterschap van de Europese Raad uitpakte – een idee van Blair – was Verhofstadt het daar onmiddellijk mee eens. ‘Als enige regeringsleider, zo signaleert Moors, van de kleine en middelgrote EU-landen.’ Ook de Belgische diplomatie, inclusief minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel, werden koud gepakt en door Verhofstadt voor het blok gezet. ‘Het was een zootje,’ zo geeft Moors nu toe. Terloops onthult de vroegere medewerker van Verhofstadt dat zijn baas in eerste instantie in dat permanent voorzitterschap was geïnteresseerd. ‘De functie leek op zijn maat gesneden,’ aldus Moors. Omdat het grondwettelijk verdrag vertraging opliep en de ratificatie lang dreigde aan te slepen, was Verhofstadt verplicht om, zoals Moors het formuleert, ‘zijn ambities bij te stellen’. Zo kwam het voorzitter van de Commissie in het vizier.

In Barcelona, maart 2002, kwam het tot een eerste aanvaring tussen Verhofstadt en Blair. Rond Irak. Verhofstadt was toen gewaarschuwd, maar hij hield niet in het minst rekening met het signaal. Uitgerekend op het exclusief speelterrein van Blair – Europese defensie en Atlantische relaties - ging hij steeds nadrukkelijker in punt spelen. Uitgerekend Verhofstadt, die aan het hoofd van een coalitie stond waar het regeerakkoord geen letter over defensie bevatte – ‘gewoon vergeten’, aldus Moors – werd een felle pleitbezorger van een gespierde en autonome Europese defensie. ‘Het incident in Barcelona, zo schrijft Moors, bekende voor Verhofstadt een ware aha-erlebnis.’ Hij kwam tot het besef dat de sequentie tussen het Europees buitenlands beleid en Europese defensie omgedraaid moest worden. “Zolang de Europese Unie haar militaire tanden niet kan laten zien, blijft haar buitenlands beleid louter verbaal. Echte grootmachten dwingen hun beleid met militaire middelen af” Dat was volgens Moors voor Verhofstadt de ontdekking van Barcelona. Omdat hij de daad bij het inzicht en het woord voegde, kwam hij op ramkoers met Blair, Washington en de Navo-top. Zo verspeelde hij allicht zijn kansen om voorzitter van de Europese Commissie te worden.

Waarschijnlijk maakten Verhofstadt & Co dezelfde inschattingsfout als destijds Jean-Luc Dehaene. In Korfoe had die goede hoop dat hij met de steun van Helmut Kohl en François Mitterrand de Britten kon neutraliseren. Nee dus. Tien jaar later kon de Belgische kandidaat opnieuw op de onvoorwaardelijke steun van het Frans-Duitse duo rekenen. Hoe nukkiger en norser Blair tegen Verhofstadt optrad, hoe vriendelijker en charmanter Chirac en Gerhard Schröder werden. De ‘hechte band’ tussen Verhofstadt en Chirac komt bij Moors herhaaldelijk aan bod. Over de relatie met de sociaal-democraat Schröder is hij discreter. Wel signaleert Moors dat het allemaal in Nice begon. Dank zij de Belgische premier kreeg Duitsland het voor elkaar dat het demografisch criterium bij de stemmingen in de Raad ging meespelen. Bingo voor de grootste EU-lidstaat, Duitsland dus. ‘Na afloop van de top, zo herinnert zich Moors, zwaaide Schröder Verhofstadt publiekelijk lof toe. Het was het begin van een jarenlange vertrouwensrelatie.’ Hoe zwaar de Britse diplomatie aan de Verhofstadt-kandidatuur tilde, blijkt uit de Blair-biografie van Anthony Seldon. Hij citeert de Britse EU-ambassadeur John Grant. Voor hem is het kelderen van Verhofstadt Blairs ‘single biggest achievement in Europe.’ ‘Was Blair er niet geweest’, zo weet Grant met zekerheid, ‘was Guy Verhofstadt de voorzitter van de Europese Commissie.’ Overigens, zo vertrouwde Kim Darroch, de nieuwe Europese adviseur van Blair, Seldon nog toe, voor Blair was Verhofstadt een ‘crack-pot federalist with appaling ideas’ en ‘in the pocket of France and Germany’.


Recensie door Paul Goossens



Deze recensie verscheen eerst in Uitgelezen, de boekenbijlage van 'De Morgen' van 11 februari 2009.

Peter Moors, Mister Nice Guy. Vijf jaar buitenlandbeleid door de ogen van zijn diplomatiek adviseur, Uitgeverij Van Halewijck, Leuven, 292 blz., 27,50 euro

Links
mailto:andreas@liberales.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be