Een zwak voor Nederland

boek

Dick Pels

Nederland stond jarenlang symbool voor openheid, verdraagzaamheid en kosmopolitisme. Een opvallend progressief land dat voorop liep in ethische kwesties als abortus, euthanasie en het homohuwelijk en zich als een van de eerste landen keerde tegen het apartheidssysteem in Zuid-Afrika. Na zijn bevrijding kwam Nelson Mandela naar Amsterdam om er zijn dank uit te spreken voor de jarenlange steun, een eer die België (terecht) niet te beurt viel. Een land ook waar werkgevers en werknemers de handen in elkaar sloegen om via het beruchte poldermodel te komen tot een hoge graad van welvaart en sociale bescherming. Nog opvallender was het schijnbaar enorme gemak waarmee Nederlanders omgingen met nieuwkomers, de gastarbeiders uit de jaren zestig en later de vele politieke en economische vluchtelingen. Jarenlang fungeerde Nederland als een soort gidsland voor de rest van Europa waar de spanningen tussen de autochtonen en allochtonen steeds zichtbaarder werden en diverse extreem-rechtse partijen electorale successen boekten. Zoals Nationaldemokratische Partei in Duitsland, de Freiheitliche Partei Österreichs, de Lega Nord in Italië, het Front National in Frankrijk en het Vlaams Blok in Vlaanderen. Het leek wel of Nederland immuun was voor extreem-rechtse tendensen.

Sinds de moord op Pim Fortuyn in 2002 en op Theo Van Gogh in 2004 is de mentaliteit in Nederland volkomen veranderd. De gekende openheid veranderde in wantrouwen, de grote tolerantie maakte plaats voor angst voor het vreemde en het kosmopolitisme verschrompelde tot een enge bekrompenheid. De succesvolle multiculturele samenleving bleek een reus op lemen voeten, een illusie, een fata morgana. De relaties tussen autochtonen en allochtonen bleken niet opgegaan in een vorm van wederzijds respect en verstandhouding, maar eerder in segregatie en onverschilligheid. De Nederlandse politieke elite had niet door dat het gevoerde beleid zorgde voor een onmiskenbare tweespalt in de samenleving. Geen enkele politicus – op Frits Bolkestein na – had dit voorspeld en geen enkele politieke partij was erop voorbereid. Honderdduizenden kiezers verlieten in 2002 hun voormalige partij en kozen voor het LPF dat met simpele slogans als ‘Nederland is vol’ de buikgevoelens aansprak. Sindsdien wordt in Nederland een heftige strijd gevoerd tussen monoculturalisten die van nieuwkomers verwachten dat ze de Nederlandse taal kennen maar ook dat ze zich op alle vlakken assimileren, en de cultuurrelativisten die blijven geloven dat integratie en wederzijdse verstandhouding een kwestie van tijd en geduld is.

Over deze tweedeling schreef de Nederlandse publicist Dick Pels een intrigerend boek onder de titel Een zwak voor Nederland waarin hij een reeks ideeën voor een nieuwe politiek uiteenzet. Dick Pels was jarenlang hoogleraar aan de Brunel Universiteit in Londen maar keerde terug naar Nederland als een succesvol publicist voor diverse dag- en weekbladen als de Volkskrant, NRC-Handelsblad en Vrij Nederland en medeoprichter van de progressieve denktank Waterland op het internet. Hij beschouwt zichzelf als een ‘oude’ socialist die later inzag dat liberale verworvenheden op het vlak van vrijheid en tolerantie belangrijk zijn. Die mentale wijziging is geen manco, maar een bewijs dat Pels oog en oor heeft voor de wezenlijke veranderingen in onze samenleving en de politieke antwoorden hierop. In zijn betoog poneert hij een andere tweedeling: die tussen het relativisme enerzijds en het neoliberalisme en neoconservatisme anderzijds. Die laatste twee trekken zich in hun afkeer voor het religieus fundamentalisme terug in een soort liberaal-conservatief eenheidsdenken waarbij een krachtige, weerbare en trotse nationale identiteit als wapen dient tegen de religieuze ondermijnende krachten van het kritische denken.

De voortdurende vereenzelviging van liberale met conservatieve denkers als tegenpool voor een gematigd relativistisch alternatief die Pels hanteert, wordt al snel doorzichtig en houdt in het licht van de politieke realiteit geen stand. Zo maakt hij een amalgaam van liberalen en conservatieven, terwijl de kern van hun respectievelijke ideologieën in feite diametraal tegenover elkaar staan. Zo stelt de auteur de ideeën van de neoconservatieve Edmund Burke Stichting en Geert Wilders die een duidelijk wij/zij discours voeren zonder enige nuance gelijk met die van Ayaan Hirsi Ali en Paul Cliteur die net afstand nemen van collectieve identiteiten en opkomen voor de rechten en vrijheden van elk individu ongeacht volk, afkomst of religie. Dick Pels pleit voor een kritisch relativisme maar vergeet dat net gemeenschapdenkers, zowel van links als van rechts, zich zowel in het verleden als vandaag uitspreken tegen het individualisme. Meer nog, Pels beseft onvoldoende hoezeer het cultuurrelativisme van heel wat zelfverklaarde progressieve intellectuelen spoort met het monoculturalisme van de ware conservatieven en behoeders van de nationale identiteit. Net liberalen, met hun geloof in het individualisme, staan daar tegenover.

De auteur waarschuwt voor een kruistocht van de Verlichters tegen de fundamentalistische islam en vreest dat ze net als de radicale moslims even onverdraagzaam zijn. Hij verzet zich tegen een liberale democratie die zich zou uitroepen tot een soort ‘morele waarheid’ van onze beschaving. Daarmee miskent hij de inherente zelfkritiek van het liberalisme die gebaseerd is op het kritisch rationalisme van de filosoof Karl Popper. Die stelde dat ‘dé waarheid’ niet bestaat, hooguit zijn er hypotheses, die dan wel voortdurend aan de meest onbarmhartige kritiek moeten worden onderworpen. Dat neemt niet weg dat Popper geloofde dat er heel sterke hypotheses bestonden die tot bewijs van het tegendeel een zo groot mogelijke geldingskracht hadden. Pels betwijfelt of de westerse liberale waarden wel universeel geldig kunnen zijn. Maar wat met bijvoorbeeld de gelijkheid van elke mens? Kunnen we daar ook maar één uitzondering op toepassen? Bepaalde zaken zijn universeel of worden toch als bijzonder sterke hypotheses beschouwd. Denk aan het onvrijwillig ondergaan van pijn, iets wat in alle culturen erkend en beleefd wordt. De weerstand tegen onvrijwillig ondergane pijn is universeel en maakt juist dat er ook universele regels kunnen en moeten tegen bestaan, tenzij we ons onverschillig voor andermans leed terugtrekken in onze eigen veilige omgeving. Net de toenemende kennis via televisie en internet van lijden in andere culturen en delen van de wereld maakt dat we als mens niet langer onverschillig kúnnen blijven en we ons moeten verzetten tegen elke vorm van onderdrukking. Het feit dat elke mens onvrijwillig pijn kan lijden en er zich wereldwijd tegen verzet, maakt de hypothese van de gelijkwaardigheid van elke mens zo sterk en tot bewijs van het tegendeel onbetwistbaar.

Volgens Dick Pels is een derde positie mogelijk. Die van een volgehouden twijfel en zelfbewust relativisme. Het is een eerbare houding voor zover er niets echt op het spel staat. Maar zodra dat wel het geval is, kan men niets anders dan de liberale visie van de bescherming van de rechten van het individu volgen. Net dit verschil loopt doorheen het ganse boek. ‘Het relativisme dat ik in dit boek bepleit keert zich tegen het ongedifferentieerde pleidooi voor hardheid’, zo schrijft Pels, en hij heeft gelijk voor zover de tegenstanders van de individuele vrijheid diezelfde mens niet fysiek bedreigen of doden. In de Volkskrant van 11 november stond een bericht dat een 22-jarige moslim werd veroordeeld tot 12 jaar cel wegens eremoord op zijn 18-jarige zus. De vrouw was zwanger van haar geliefde die niet door de familie was aanvaard. Ze deed aangifte bij de politie en dook onder. Eind december beviel ze van een dochter. Twee weken later hoorde ze van haar tante dat haar familie de baby had geaccepteerd en dat zij gerust weer bij haar tante op visite kon komen. Het bleek een valstrik. Toen de vrouw bij haar tante op bezoek kwam, pakte haar broer een mes en stak haar zestien keer. Waar sta je dan je dan met het door Dick Pels zo geprezen relativisme? Als we het hebben over aantasting van de menselijke integriteit dan kunnen we niet hard genoeg zijn en moeten we net als Ayaan Hirsi Ali fors reageren tegen huiselijk geweld, verplichte sluiering, gedwongen huwelijken, genitale verminkingen en eremoorden.

Dick Pels geeft ook toe dat we allemaal liberalen zijn geworden, zelfs Wouter Bos noemt zich een ‘sociaal-liberaal’ en Femke Hansema heeft het over de vrijheid als ideaal. Daarmee verzet Pels zich tegen de Verbrugges van deze tijd die de gemeenschap belangrijker vinden dan de mens. Toch blijft hij wantrouwig tegenover het individualisme zonder voorvoegsel ‘sociaal’. Dat is raar, want individualisme is een bijzonder positieve kracht die mensen de kans geeft om zelf hun levensplan te bepalen. Zelf opteert Pels voor een ‘sociaal-individualisme’, waarmee hij suggereert dat hét individualisme zou leiden tot egoïsme of andere negatieve houdingen, keuzedwang en commercialistisch kuddegedrang. Daar is het opgestoken vingertje dat ons tracht wijs te maken dat mensen zich in onze vrijere samenleving gedragen als schapen en door het grote aanbod tot keuzes ‘gedwongen’ zijn. Dat klopt niet. Consumenten zijn geen schapen maar net wolven. Hun aankopen van duurzame producten zijn doorgaans weloverwogen keuzes waarvoor ze maanden en jaren gewerkt hebben. Veel aankopen dienen juist om het leven eenvoudiger te maken en de menselijke tekortkomingen deels op te heffen, zoals een wasmachine, een computer of een bril. Wij hebben het geluk ‘te kunnen kiezen’, een onvoorstelbaar geluk, dat talloze mensen zowel om economische, maar vaak ook politieke redenen – denk aan de socialistische volksrepublieken – nooit gekend hebben.

Het adjectief ‘sociaal’ voor het individualisme is helemaal niet nodig. Het miskent juist de grote sociale kracht van het individualisme zelf. Het is pas als mensen echt vrij zijn en zelf invulling kunnen geven aan hun levenslot dat ware solidariteit mogelijk is. Ware solidariteit is dat men ‘geeft’ zonder te verwachten dat men er zelf iets voor terugkrijgt. Al de rest is dwang, en afgedwongen solidariteit is geen echte solidariteit. Dat neemt niet weg dat een sterke sociale zekerheid en onderwijs noodzakelijk zijn, net om mensen die daar zelf niet toe in staat zijn, de kans te bieden hun eigen levensplan in te vullen. De notie links- of sociaal-liberalisme dat de auteur verdedigt is derhalve onnodig. Het liberalisme is sociaal op zich. Elk adjectief geeft net de tegenstanders van een welbegrepen liberalisme de kans om te spreken over rechts- of conservatief liberalisme waardoor ze hun eigen egoïsme, conservatisme, nationalisme of etnicisme een geur van waardigheid of beschaafdheid kunnen geven. Als de auteur het écht meent met zijn pleidooi voor een kritisch relativisme dan moet hij het begrip asociaal- of conservatief liberalisme aanvallen als een contradictio in terminis en diegenen die het hanteren beschuldigen van misbruik van de sociale en humane waarden van het liberalisme.

Tal van politici keren zich af van vreemdelingen en opteren voor een nieuw patriottisme. Ze zetten zich af tegen de ‘zachte’ waarden, beklemtonen het belang van een sterke identiteit en opteren voor homogeniteit. Voor Pels is dit een zwaktebod en hier hij heeft volkomen gelijk. De voorstellen om nieuwkomers in Nederland een soort inburgeringsceremonie te laten ondergaan, waarbij ze op de tonen van het Wilhelmus de rug moeten rechten naast de Nederlandse nationale vlag, is te gek voor woorden. Mensen zijn niet zozeer onderdanen van een bepaalde staat of volgelingen van een bepaalde religie, maar wereldburgers met unieke en onvervreemdbare rechten en vrijheden. Deze zienswijze staat lijnrecht tegenover de mensvisie van de filosoof Ad Verbrugge die burgers ziet als een onderdeel van de volksgemeenschap waarin de voortplanting als een plicht wordt beschouwd. Of van een Gert-Jan Oplaat die vindt dat we minimaal het eerste couplet van het volkslied uit het hoofd zouden moeten kennen. De tijd die kinderen daarvoor nodig hebben zouden ze beter kunnen besteden door enkele hoofdstukken van In Europa van Geert Mak te lezen. Zodat ze de geschiedenis van de 20ste eeuw leren kennen en begrijpen tot welke waanzin al dat vlaggezwaai, nationale volksliederen en particularisme kunnen leiden. Pels heeft gelijk dat er frappante overeenkomsten bestaan tussen orthodoxe islamieten enerzijds en radicale communitaristen en conservatieven met hun essentialistische metaforiek van de bloedverwantschap anderzijds.

Geen enkele Europeaan heeft nood aan een nationale historische canon. Geen enkele Europeaan heeft nood aan een versterking van zijn of haar nationale identiteit. Net die opgeblazen historische canon en identiteit hebben miljoenen mensen gedood en verstikt in de loopgraven van Ieper, de Somme en Verdun. Net het superioriteitsgevoel ten aanzien van anderen heeft geleid tot Auschwitz en de genocide in Rwanda. Pels heeft het over de ‘lof der zwakheid’, het belang van een aantastbare identiteit en een kwetsbare eigendunk. Net de twijfel en het besef van de eigen onvolmaaktheid vormen de humus voor een zachtmoedige en menselijke samenleving. De Franse filosoof Pierre Bayle stelde als eerste het principe van de ‘onzekerheid’ als basis voor menselijkheid. Alleen het geweten kon in gevallen van twijfel een oordeel vellen. Het besef van onzekerheid vormde aldus de basis voor verdraagzaamheid, respect voor anderen en de vrijheid om zijn eigen mening te volgen. Onzekerheid en twijfel zijn inherent aan het individualisme en staan haaks op de evidenties en dogma’s die vanuit een collectivistisch gedachtegoed geproclameerd worden. Deze houding is fundamenteel progressief. Het is pas als men aanvaardt dat eigen inzichten geen absolute geldingskracht hebben dat men open kan staan voor de mening van anderen en dat men bereid is om zijn uitgangspunten bij te sturen. Het individualisme erkent niet alleen die onzekerheid en de daaruit voortvloeiende tolerantie, maar ze voedt ze ook.

Net zoals de Spaanse filosoof Fernando Savater erkent Dick Pels het belang van het onderwijs dat kinderen ‘moet opvoeden tot het gebruik van de rede, tot vrijdenkerij, tot het kritisch kunnen beoordelen van overgeleverde tradities’. De auteur stelt vast dat binnen de islam steeds meer jongeren bezig zijn hun geloof zelf in te vullen. Ik denk dat hij gelijk heeft. De felle reactie van orthodoxe moslimmannen is niet zozeer een gevolg van een hernieuwd geloof in de alwetendheid van de Profeet, maar wel een angstreactie tegen de toenemende druk van moslimvrouwen en –jongeren om onder het patriarchale juk uit te komen en hun eigen levensplan te kunnen invullen. Ook hier gaat het om een aanvaarding van de twijfel als tegenpool voor de aloude dogma’s die mensen zolang gevangen hielden. De geest van de Verlichting is al meer dan 200 jaar uit de fles en het is onmogelijk om ze daar opnieuw in op te sluiten. Meer nog, ze stoort steeds meer oorden van geestelijke Duisternis. Dat heeft de auteur goed gezien. Er kan geen licht genoeg zijn, maar Pels betwijfelt dit en haalt hard uit naar Verlichtingsfundamentalisten als Philipse, Cliteur en Ellian. Hier overtuigt hij niet. In zijn boek Verlichtingsfundamentalisme toont Philipse overtuigend aan dat het begrip een contradictio in terminis is. Cliteur zal niemand aanvallen, laat staan (fysiek) bedreigen, omdat die het niet met hem eens is. Dat geldt niet voor orthodoxen voor wie sommige woorden en teksten ‘heilig’ zijn, en derhalve onaantastbaar. De auteur heeft het over ‘verbaal extremisme’ en waarschuwt voor geweld door misplaatst taalgebruik, maar kan dat ook maar de minste reden zijn om een verbale ‘onruststoker’ als Theo van Gogh te liquideren?

Toch is Een zwak voor Nederland een belangrijk boek dat net op tijd komt. Het ontmaskert het populistische discours van conservatieve en extreem-rechtse politici die teren op de angst van de burger voor alles wat vreemd is. Het erkent het belang van de rechten en vrijheden van het individu die zolang genegeerd werden door cultuurrelativisten en zogenaamd progressieve intellectuelen. Maar het belangrijkste is dat hij aantoont dat het beter is te vertrekken van een gezonde nieuwsgierigheid en een zwakke identiteit van de mens om te komen tot sterke burgers die beseffen wat kan en niet kan. Niet omdat een Heilige tekst of een Partij het hen heeft opgelegd, maar omdat ze hun individueel geweten aanspreken en zo tot een rechtvaardig inzicht komen. Twijfel is daarbij geen manco, maar een geruststelling.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Dick Pels, Een zwak voor Nederland, Anthos, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be