Vaderland

boek vrijdag 02 mei 2008

Joseph Pearce

Joseph Pearce vernam op 14 jarige leeftijd dat hij van joodse afkomst was. Zijn vader was immers geen Brit, maar een Duitser van joodse origine (zijn naam was Peritz). Een jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij naar Engeland. Hij veranderde van naam en identiteit. Door zijn huwelijk met een Vlaamse belandde hij uiteindelijk in België (Vilvoorde), waar in 1951 Joseph werd geboren. Sindsdien laat het verleden van zijn familie en volk hem niet meer los. Pearce probeert zijn familiegeschiedenis te verwerken in verschillende romans. In 1999 debuteert hij met het Land van Belofte, een autobiografische familiekroniek. Later volgen nog drie romans: Koloniale waren, Maanzaad en Met gebalde vuisten.

Vaderland, zijn vijfde roman, gaat over de geschiedenis van de Europese joden tijdens de voorbije 200 jaar. Joseph Pearce tekent het verleden van een joodse familie die met haar identiteit en haar lot in het reine probeert te komen. Deze retrograde vertelling begint in België in 2008 en eindigt in een joodse shtetl in Russisch gebied aan de Pools- Pruisische grens in 1826. Hij probeert zich in te beelden wat met die familie (Löwenthal) gebeurd is op beslissende ogenblikken in haar geschiedenis. Vijf generaties, vijf plaatsen, vijf scharniermomenten.

België 2008

‘…Hij kon nauwelijks geloven dat hij na de korte wandeling naar de bakker aan het einde van de straat had besloten om een eind te laten maken aan zijn leven’ Sigmund lijdt reeds vijf jaar aan kanker en de uitzaaiingen bevestigen zijn vermoeden dat zijn lichaam onherstelbaar ziek is. Dus wil hij zichzelf en zijn familieleden niet langer bedriegen. Alleen weet hij niet goed hoe hij hen moet uitleggen dat hij opeens klaar is om te sterven. ‘Veroordeel mij niet! Zouden deze drie woorden volstaan?’ Het liefst zou hij, zoals een kat die haar einde voelt naderen,ergens in een hoekje wegkruipen om daar te wachten op de dood. Maar mensen zijn geen katten, dus moet hij het mensenspel meespelen. Vermits hij in een tijd leeft waar kanker geen taboewoord meer is en een wettelijke beëindiging van het leven mogelijk, kiest hij voor euthanasie. Hoewel hij een seculiere jood is heeft hij de vonk van zijn afkomst nooit willen laten uitdoven. Dus schrijft hij, voor de laatste keer, aan zijn neven in Amerika en Israël, want zij zijn de laatste joden van zijn stad. Op het afgesproken moment neemt hij met weinig woorden afscheid van zijn geliefden en als het infuus in zijn arm is ingebracht zegt hij: ‘Ik heb altijd mijn plicht gedaan.’

Amerika 1956

Sinds mensenheugenis had Heinrich Löwenthal met vader en broer in Duitsland gewoond, en toch een jaar te lang,want hun vluchtweg was afgesloten. De concentratiekampen heeft hij alleen overleefd; niemand heeft hij ooit teruggezien; zelfs geen foto heeft hij kunnen redden. Na de oorlog belandt hij eerst in een vluchtelingenkamp en nadien in een Amerikaans industriestadje met vrouw en kind. Daar probeert hij onder de naam Lowe zijn verleden te vergeten. Naar Israël hoeft hij niet! ‘Naar Israël? Indianen hebben een reservaat, tijgers een kooi in een dierentuin, joden een gevangenis in de woestijn.’ Hij twijfelt of hij zijn zoon wel als Jood wil opvoeden. Het is 1956 en de Suez- oorlog herinnert hem aan de joodse kwetsbaarheid. Een brief uit België zet hem aan het twijfelen, want… ’Wij joden, schreef Sigmund, geloven pas in de mogelijkheid tot verlossing wanneer we uitgeteld in een hoek op de genadestoot wachten.’ Welk recht had hij dan om zijn eigen vuur te doven?

Duitsland 1916

Als het verhaal begint is soldaat Léon Löwenthal gelegerd op een steenworp afstand van het front in Frankrijk in de mijnstreek Picardië. Voor actieve dienst afgekeurd om gezondheids-redenen, doet hij dienst als kantoorklerk. Zijn lievelingsbroer Lothar vecht nabij Verdun en zijn andere broer Ludwig in Vlaanderen dicht bij de Noordzee. Binnen twee dagen zal hij met de trein naar huis(Breslau) reizen om zijn vader en broers terug te zien. Het is een wonder dat ze alledrie tegelijk verlof hebben gekregen. Net voor zijn verlof wordt Léon op de generale staf ontboden. Van een majoor krijgt hij te horen dat hij de gesneuvelde joden afzonderlijk moet registreren en tellen. Toen de oorlog uitbrak voelde hij zich eerst Duitser en daarna pas Jood. De majoor heeft hem,met zijn vreemde verzoek, de ogen geopend. Zijn patriottisme is verdwenen, want hij realiseert zich dat Joden altijd zullen gewantrouwd worden en nooit Duitsers zullen zijn. Wanneer hij uiteindelijk thuiskomt is het een vreemde die hem begroet. ‘De man die hem de hand drukte was niet Samuël Löwenthal.’ Zijn jongere broer Lothar, zwaar verbrand door een vlammenwerper, herkent hij nauwelijks. Ludwig komt niet opdagen. Léon krijgt het angstige voorgevoel dat Joden op een keerpunt zijn aanbeland.

Pruisen 1870

In deze gezegende tijd heeft een aantal joden begrepen dat het niet onverstandig is hun afkomst te verloochenen als ze carrière willen maken in het leger en het ambtelijke apparaat. De jonge Samuël Löwenthal is een volgzame jood, die een religieuze opvoeding noodzakelijk vindt en die er prat op gaat tot het uitverkoren volk van God te behoren. Toch geeft hij zijn arme kleermakersbestaan op voor het twijfelachtige leven van een zakenman. Hij blijft schipperen tussen optimisme en wantrouwen, en voelt het gemis van een oude wereld.

Polen 1829

In het laatste hoofdstuk zit het spook van een terechtgestelde revolutionair op het dak van zijn ouderlijk huis. We bevinden ons in een joodse shtetl aan de Pools-Pruisische grens. Taal en verbeelding krijgen hier een merkwaardige chassidische toets. De chassidische stijl is er een met veel beelden, spreuken en vergelijkingen en meanderend langs vele zijpaden. Hier alvast een voorproefje: ‘Een worm eet een appel van binnen naar buiten op. Zodra de worm te voorschijn komt, is de vrucht te rot om op te eten’ of ‘Een jood krabt zich altijd in de baard. Of wel hij heeft zorgen, ofwel hij heeft luizen.’ Alles in dit laatste deel draait rond de vraag waarom van alle mensen het juist de Joden zijn die het zwaarst beproefd worden.

Vaderland tekent aan de hand van concrete mensen (met allemaal een borstelige wenkbrauw als verbindend familieteken) de diverse stadia in de ontvoogding van de Europese Joden die uiteindelijk op een mislukking zou uitlopen. Ook is het een roman over vaders en zonen. Zwijgzame vaders, eerlijk en fatsoenlijk maar gesloten, en zonen die op een armlengte afstand blijven. Dit is een onvergetelijke roman waarin Joseph Pearce, vanuit zijn eigen jeugdervaringen, erin slaagt de sfeer van een maatschappij te vatten die op het punt staat om de grote zekerheden los te laten.


Recensie door Sonja De Schaepdryver

Joseph Pearce,Vaderland, Meulenhoff/Manteau, Antwerpen/Amsterdam, 2008, 269 pp., ISBN 9789085421382

Links
mailto:sonja.de.schaepdryver@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be