Gedurende de laatste decennia van de vorige eeuw hebben overheden overal ter wereld zich op diverse manieren ingespannen (via grote fiscale kortingen, gemakkelijk tot relatief gemakkelijke toegang tot hypothecaire kredieten, etc.) om het eigenwoningpercentage in hun landen te doen stijgen. Ook in de media werd de stelling dat woningeigendom de beste optie is en dat het goed is voor het pensioen voortdurend gepropageerd. Dit zorgde voor een sterke groei van de huizenmarkt en de woningprijzen. Het resultaat van dit proces is dat een steeds grotere hoeveelheid kapitaal in eigen woningen kwam opgehoopt te zitten. Zelfs het uitbarsten van de crisis op de huizenmarkt in 2007 en de daaruitvolgende financiŽle en economische crisis heeft er niet kunnen voor zorgen dat er nog heel veel onroerend vermogen is (toegegeven, de situatie verschilt sterk van land tot land, met landen zoals Spanje, Griekeland en Ierland met een sterke terugloop en landen zoals BelgiŽ en Duitsland met nauwelijks dalingen in het onroerend vermogen).

De financiŽle en de economische crisis, met onder andere de financiering van de redding van de banken, heeft echter wel de financiŽle slagkracht van heel wat Westerse overheden uitgehold. De zware besparingen in combinatie met de lage economische groei (en dus lagere overheidsinkomsten) hebben er namelijk voor gezorgd dat overheidsbudgetten onder grote druk zijn komen te staan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat overheden steeds meer naar hun welvarende inwoners en hun onroerend vermogen kijken om voor de financiering van een deel van de welvaartstaat (zoals de kosten van de vergrijzing) in te staan (men spreekt van een housing Ďasset-based welfare systemí). Een belangrijke vraag die zich dan ook stelt, is in welke mate de burgers bereid zijn het vermogen dat in hun woningen zit opgehoopt, te gebruiken om bepaalde aspecten van de welvaartsstaat (zoals de ouderenzorg, pensioenen, etc.) te financieren. Het is onder andere deze vraag die een belangrijke insteek vormde voor de door de Europese Commissie gefinancierde wetenschappelijke onderzoeken die aan de basis lagen van dit boek.

Pascal De Decker beschrijft in Eigen woning: geldmachine of pensioensparen de resultaten voor Vlaanderen van twee onderzoeken (Security and Insecurity for Homeowners in EU Member States of OSIS, en Demographic Change and Housing Wealth of DEMHOW) die plaatsvonden in negen verschillende landen naar onder andere de factoren en processen die een impact hebben op de levenstandaard van individuele huishoudens en op hun positie als huiseigenaar of huurder op de huizenmarkt alsook naar de rol die woningeigendom speelt of kan spelen bij de voorbereiding van pensionering en de financiering van zorg op hoge leeftijd. Voor Vlaanderen bestonden deze onderzoeken uit een beperkt kwantitatief luik en een meer uitgebreid kwalitatief luik.

De kwantitatieve analyse van de officiŽle statistieken toont dat Vlaanderen tot de absolute top behoren wat betreft het eigenwoningbezit. Zo tonen de cijfers dat vandaag ongeveer 75 ŗ 80% van de Vlaamse huishoudens eigenaar is van hun woning. Voor wat betreft de 65-plussers bedraagt dit percentage ongeveer 75%. Voor alle Vlamingen samen kwam dit neer op een netto-vermogen van meer dan 1.000 miljard euro in 2012. De kwalitatieve analyse bestond uit diepte-interviews afgenomen bij 30 Gentenaars, waarvan 20 van woningeigenaars en 10 huurders. Er werd daarbij gestreefd naar een goede mix inzake huishoudensamenstelling, leeftijd, geslacht en tewerkstellingsgraad. Uit deze interviews komen tal van gelijkluidende stemmen naar voor. Zo blijkt dat wanneer naar de betekenis van huren of kopen wordt gevraagd, voor de meesten eigendom positieve connotaties oproept, terwijl huren met negatieve kenmerken wordt geassocieerd.

Bijna alle ondervraagden zijn het bijvoorbeeld erover eens dat huren weggegooid geld is en dat huren in het beste geval een tijdelijke optie is. Ook blijken de respondenten over het algemeen gesproken de betekenis van wonen te associŽren met twee typen factoren. Een factor betreft de meer emotionele aspecten zoals rust, privacy en vrijheid; de andere factor heeft betrekking op financiŽle aspecten. En wat betreft het financiŽle luik geven de respondenten aan een behoorlijk rationele benadering te hebben van woningeigendom. Zo vermelden heel wat van de ondervraagden dat een investering in eigen vastgoed een bewuste keuze is omdat het over een lange periode het meest opbrengt. Velen beschouwen het bezit van een eigen woning en bij uitbreiding ander vastgoed, als een buffer, een zekerheid, een ruggensteun. Een huis wordt ook aanzien als een soort van sparen, want met de hypotheek is men verplicht om Ďgeld per maand opzij te zettení. Het spaaraspect blijkt trouwens voor velen tot de grammatica van het leven te behoren. Zo benadrukken heel wat respondenten dat ze, alvorens een huis te kopen, eerst sparen.

Ook beschouwen velen huurvrij wonen als een soort van veiligheidsnet voor het pensioen, een soort van extra persoonlijk pensioenplan dus. Vandaar dat velen ook als streefdoel hebben om de lening af te betalen alvorens op te pensioen gaan. Hoewel de financiŽle rationaliteit onmiskenbaar belangrijk is, benadrukken heel wat respondenten dat dit niet het enige aspect van belang is. Velen onderbouwen de financiŽle argumenten met de ideologische dimensie van eigendom. Zo geven een aantal respondenten aan dat wonen en het beschikken over een eigen woning onmiskenbaar met Ďstatusí beladen is. Wooneigendom wordt vaak ook gelinkt met vrijheid, privacy, rust en controle. De woning als rustplaats. Benadrukt wordt dat eigenaar zijn, toelaat in de woning te doen wat men wil. Een eigen woning hebben wordt ook vaak geassocieerd met het wat romantisch gegeven van harmonieus familieleven. De woning als iets waaraan men gehecht is, een soort van referentiepunt waar hun leven onder andere rond draait.

Wat betreft de kernvraag van het boek, of het financiŽle en vastgoedvermogen van de gezinnen gebruikt kan worden als verzekering tegen de gevolgen van de oude dag, kan algemeen gesteld worden dat Vlamingen eerder terughoudend zijn. Zo verwachten ze dat, ondanks de eerder pessimistische vooruitzichten en de daaruit volgende onzekerheid over de toekomst van de pensioenen, het wettelijk pensioen de belangrijkste bron van inkomsten na pensionering zal blijven (al hoeft hier gezegd dat vooral de jongeren onder de respondenten weinig vertrouwen hebben in het eigen toekomstig wettelijk pensioen). Een meerderheid vindt het ook geen goed idee dat de woning als back up van het pensioensysteem zou worden gebruikt en ze hopen dat onze sociale zekerheid nooit zo zwak zal worden dat dit nodig zou zijn. Mensen zijn overduidelijk niet bereid het kapitaal van hun woning te consumeren als dit niet nodig is.

Zelfs indien een verhuis naar een serviceflat of bejaardentehuis zich zou opdringen, dan nog zouden weinigen echt happig zijn om hun huis te verkopen. Dat zou enkel gebeuren als er werkelijk geen andere uitweg meer is. Een groot deel van de ondervraagden lijkt daarom ook niet snel geneigd om bijvoorbeeld via een opeethypotheek (waarbij je je huis in pand geeft aan de bank in ruil voor een kapitaal of een maandelijks inkomen) hun inkomen na pensionering aan te vullen. Het huis wordt duidelijk aanzien als iets om te houden en om bij overlijden naar de kinderen te laten overgaan. Niet enkel erfenis is belangrijk, velen lijken hun leven niet met lege handen te willen afsluiten. De meesten blijven daarom in de eerste plaats vooral naar de overheid kijken wanneer het aankomt op het financieren van de pensioenen. Ze hebben er per slot van rekening voor betaald doorheen de vele werkjaren.


Recensie door Nicky Rogge

Pascal De Decker, Eigen woning: geldmachine of pensioensparen, Garant, 2013

Links
mailto:nicky.rogge@hubrussel.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be