Pelgrim in Auschwitz

boek vrijdag 11 november 2005

Jos Pauwels

Auschwitz-Birkenau is in de loop van de jaren uitgegroeid tot een symbool, tot de meest afschuwelijke plaats op aarde, de anus mundi waar meer dan een miljoen mensen vergast en vermoord werden, voornamelijk joden, Sinti en Roma, maar ook Poolse burgers en Russische krijgsgevangenen. Auschwitz vormde een van de pijlers van de ‘Endlösung’, het plan van de nazi’s om alle bevolkingsgroepen die een gevaar zouden vormen voor de status van de ariërs om te brengen. In zijn boek In Europa schrijft Geert Mak zelfs ‘Auschwitz is de kern van alles’. Dat klopt ook. Het vormt immers het vreselijke, maar in feite logische eindpunt van elk denken waarin mensen niet als gelijkwaardig worden beschouwd. Het is het resultaat van de miskenning van de uniciteit van elk individu. Het weerspiegelt de weerzinwekkende negatie dat de mens geen doel op zich is, maar alleen een middel ten bate van een ander doel. Juist daarom is het belangrijk dat men over deze vreselijke plaats en gebeurtenis blijft schrijven. Dat begreep ondermeer Primo Levi, een overlevende van Auschwitz. ‘Het is gebeurd en kan dus weer gebeuren, dat is wat we te zeggen hebben’. En de befaamde filosoof en socioloog Theodor Adorno ging in zijn essay Opvoeding na Auschwitz nog een stap verder. ‘Dat Auschwitz niet nog eens zal voorkomen, is de allereerste eis die men aan opvoeding dient te stellen’. Daarom moet men in het onderwijs – meer dan ooit – aandacht schenken aan deze tragedie. Over de anus mundi schreef Jos Pauwels een beklijvend boek onder de titel Pelgrim in Auschwitz.

Eind 2002 trokken dertig mensen vanuit Antwerpen met de trein naar Oswiêcim, een plaatsje vlakbij Krakau, de vroegere hoofdstad van Polen, dat door de Duitsers Auschwitz werd genoemd. Ze maakten de reis als een soort pelgrimage waarvan dit boek het ‘verslag’ is. Het is evenwel veel meer dan een loutere reisbeschrijving. In het eerste deel bespreekt Jos Pauwels de ontstaansgeschiedenis van het kamp, de evolutie van een soort laboratorium naar een ware uitroeiingsfabriek, de indeling en werking van het kamp, de beulen en slachtoffers, de hoofdrolspelers en diegenen die van het bestaan van het kamp afwisten maar niets deden zoals grote industriëlen en het Vaticaan. Het levert niet echt nieuwe informatie op – in die zin is het boek Auschwitz van de Britse journalist en BBC-programmamaker Laurence Rees veel gedetailleerder – maar net de kernachtige en gedreven schrijfstijl van de auteur maakt dit boek zo leesbaar. Treffende foto’s en afdrukken van originele documenten maken de teksten voor wie nooit het kamp bezocht aanschouwelijk en dragen bij tot een didactische waarde van het boek. Daarbij citeert Jos Pauwels ook uit gesprekken en schrijfsels van directe getuigen zoals Heinrich Himmler, Adolf Eichmann en de kampcommandant Rudolf Höss. Maar ook van gewezen gevangenen zoals Primo Levi, Elie Wiesel, Tobias Shiff en Gerhard Durlacher.

Auschwitz werkte als een efficiënte moordmachine. Jos Pauwels verwijst ondermeer naar de manier en het tempo waarop de nazi’s in de zomer van 1944 de Endlösung in een nog hogere versnelling uitvoerden. ‘In 56 dagen tijd worden 437.402 Hongaarse joden in de gaskamers van Auschwitz vermoord’, zo schrijft hij. Een gigantisch aantal en dat op een ogenblik dat de Duitsers zelf al wisten dat de oorlog definitief verloren was. Het toont het fanatisme aan waarmee Hitler en zijn moordenaars te werk gingen. De joden zouden en moesten van de aardbol verdwijnen. En de nazi’s beseften bijzonder goed hoe moeilijk deze opdracht was en hoezeer het de uitvoerders mentaal en fysiek zou belasten. De eerste massamoorden gebeurden door de beruchte Einzatsgruppen, SS-ers die achter het oprukkende leger in het Oosten, zoveel mogelijk joden en andere ‘vijanden’ vermoordden. Een gruwelijke taak die de zenuwen van de beulen dermate belastten dat men al snel op zoek ging naar een meer afstandelijke manier van moorden. Jos Pauwels wijst erop dat die manschappen dat wel degelijk vrijwillig deden, en dat zij die weigerden om mee te doen niet gesanctioneerd werden. Hij haalt het voorbeeld aan van het Reservebataljon 101, een politie-eenheid die werd ingezet als Einzatsgruppe. Van de 500 man waren er nauwelijks 12 die verzaakten aan hun wrede opdracht. Juist om efficiënter en afstandelijker te kunnen uitroeien werd Auschwitz zo belangrijk. Daarbij lieten de Duitsers vanuit hun rationele en cynische houding het smerigste werk doen door de joden zelf. Via de Joodse Raden die de joden moesten registreren, lokaliseren en op transport zetten en via de Sondercommando’s die de lijken uit de gaskamers moesten halen en verbranden in de crematoria.

In het tweede deel, De tentakels van de swastika, legt Jos Pauwels de relaties bloot tussen het nazisme en de politieke tijdsgeest, de economie, de wetenschap en de magie. Het hoofdstuk begint met een opmerkelijke – voor mij tot dan onbekende – foto van Hitler die als een mannequin aan de voet van een boom in de natuur poseert. Hij draagt een zwart hemd met het bekende swastikateken om de linkerarm, een donkere korte broek tot net boven de knieën, lange witte kousen en lage schoenen. Het is een hilarisch beeld als dat van een plechtige communicant of een clown, maar dan met de gekende zwarte snor onder in de plaats van een rode bol op de neus. Wie de foto bekijkt, zal maar moeilijk begrijpen hoe zo’n schertsfiguur kon uitgroeien tot een van de meest populaire en tegelijk meest wreedaardige man uit de wereldgeschiedenis. Iemand die op de handen werd gedragen door miljoenen fanatieke supporters die hun Führer als de ratten van Hamelen volgden tot de totale ‘Üntergang’. Onder hen overtuigde partijleden, onverschillige burgers maar ook en vooral opportunisten. Om wat aanzien en macht te verwerven, om zich gewillig te conformeren en zo met rust gelaten te worden of om een graantje mee te pikken van de joodse ‘schatten’. Niet in het minst door belangrijke bedrijfsleiders die Hitler al in een vroeg stadium financieel steunden en later begunstigde partners werden van het nazi-systeem. Zoals IG Farben die de Buna-fabrieken bouwden in het bedrijvenpark Morowitz (Auschwitz III) voor de productie van synthetische olie, rubber en chemische producten. Daarbij konden ze ‘gebruik’ maken van dwangarbeiders uit de omliggende kampen, waarvoor ze een klein bedrag betaalden aan de SS.

Een van de meest schrijnende voorbeelden was de ‘bestelling’ door de farmacieafdeling van IG Farben voor de geneesmiddelenfabrikant Bayer. Jos Pauwels wijst op correspondentie tussen Auschwitz en Bayer waarin die laatste ‘een contingent van 150 vrouwelijke gevangenen vraagt voor experimentele doeleinden’. In een antwoord schrijft Bayer dat alle proefpersonen stierven en dat ze binnenkort opnieuw contact zouden opnemen voor ‘een nieuwe levering’. De managers van IG Farben werden na de oorlog veroordeeld tot lichte straffen, kwamen na enkele jaren al vrij en bekleedden daarop belangrijke posten in allerlei bedrijven. De Nederlandse petroleummaatschappij Shell volgde dit procédé eveneens. De toenmalige koningin Wilhelmina was een van de aandeelhoudsters van het bedrijf. Het brengt Jos Pauwels tot de volgende onthutsende conclusie: ‘Hoe meer Nederlandse onderdanen of Joden als dwangarbeider in de Duitse kampen uitgebuit werden, hoe groter de buit voor de koninklijke holding. Terwijl het koningshuis zijn ‘vaderlandse’ rol vervulde en koningin Wilhelmina voor haar Nederlandse onderdanen een symbool van hoop werd, stroomde het bloedgeld binnen’. Ook IBM verdiende grof aan de Endlösung. Zij leverden immers de beruchte Hollerith-machines waarin de gegevens van de gevangenen ‘gecomputeriseerd’ werden bijgehouden. De Amerikaanse onderzoeksjournalist Edwin Black beschreef deze merkwaardige ‘samenwerking’ in zijn bekende boek IBM en de Holocaust. Jos Pauwels wijst aan de hand van twee foto’s op het feit dat de geallieerden – blijkbaar op vraag van enkele multinationals – bepaalde fabrieken bij hun luchtbombardementen ‘spaarden’. De eerste foto is een tot puin verwoest Hamburg, de tweede foto de quasi intacte industriële site van Monowitz. Het maakt de vraag waarom men Auschwitz, of althans de toevoerlijnen, niet gebombardeerd heeft alleen maar pertinenter.

Het openlijke racisme en de eugenetica van de nazi’s werd door heel wat wetenschappers ondersteund. Een van de meest fascinerende projecten was alleszins ‘Lebensborn’, het experiment om een Arisch superras te kweken. Daarvoor werden duizenden kinderen met Arische raskenmerken uit de bezette gebieden ontvoerd en (geselecteerde) Arische vrouwen aangemaand om zoveel mogelijk kinderen te baren. Aan de keerzijde werden de ‘onzuivere’ elementen geëlimineerd ondermeer via het beruchte T4-euthanasieprogramma waarbij tienduizenden ‘minderwaardige wezens’ werden vermoord. ‘Het nazisme brak met een heel moreel universum’, zo schrijft Jos Pauwels. Het moorden gebeurde steeds afstandelijker en zonder enig gevoel. Dat kwam nooit zo duidelijk tot uiting dan bij het proces van Adolf Eichmann in Jerusalem. De verantwoordelijke voor de deportatie van honderdduizenden joden achtte zich onschuldig omdat hij had enkel maar een bevel uitgevoerd. Het toont aan dat de collectiviteit de mogelijkheid schept voor een sujet om zijn eigen moraal opzij te zetten en zijn meest barbaarse instincten binnen de anonimiteit van de groep aan bod te laten komen. Het gebeurde onder de nazi’s, maar ook in communistische en theocratische systemen waar elk respect voor de uniciteit van het individu ontbrak, en beulen hun geweten konden uitschakelen door zich moreel te verstoppen achter de wil van de Führer, de richtlijnen van de Partij of de bepalingen van de heilige tekst, ten bate van een zogenaamd hoger belang.

De ontmenselijking van het individu was een van de specifieke doelstellingen van Auschwitz. Een foto in het boek van de linkerarm van een gevangene waarin een nummer getatoeëerd staat, staat daarvoor symbool. De mens, niet langer een uniek persoon met een eigen naam, maar een nummer, een ding, iets dat men kon gebruiken en nadien vernietigen. Dat is het vreselijke maar logische gevolg van elk totalitair denken. Dit boek is zestig jaar na de herdenking van de bevrijding van Auschwitz actueler dan ooit. Het is een noodzakelijke gids voor wie wil begrijpen dat het onvoorstelbare toch gebeurd is. Wie meer wil weten moet op pelgrimage gaan naar het kamp van Breendonk, het Joods Museum van Deportatie en Verzet in Mechelen, het Kamp Vucht, het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, de Holocaust Exhibition in het Imperial War Museum in Londen of naar Auschwitz zelf. Afdalen in de anus mundi om er de donkerste kant van de menselijke ziel te aanschouwen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Jos Pauwels, Pelgrim in Auschwitz, EPO, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be