Plastic Panda’s. Over het opheffen van de natuur

boek vrijdag 27 april 2012

Bas Haring

‘Ik zie een morele plicht jegens levende wezens. Laten we er een mooie wereld van maken, een fijne wereld om op te leven. Dat is iets anders dan een wereld waarin we alle labels, hokjes en categorieën die we hebben bedacht angstvallig in stand houden. We zitten onszelf dwars met de plicht die we voelen om het bestaande te bewaren.’ In Plastic Panda’s. Over het opheffen van de natuur vraagt filosoof Bas Haring zich af wat de waarde is van biodiversiteit. Er wordt vaak vanuit gegaan, zoals 2010 het UN Jaar van Biodiversiteit was, dat het goed is als er zoveel mogelijk soorten blijven behouden. Door menselijk handelen neemt de biodiversiteit drastisch af. Is dat erg? Veel mensen en organisaties menen van wel. De campagnes van het WNF voor het behoud van de panda en de orang oetan zijn algemeen bekend.

Maar wat is de waarde van het behouden van een soort? Zou het uitmaken als een groot deel van de soorten zou uitsterven? Haring betoogt dat wij mensen heel goed kunnen overleven met minder biodiversiteit. Haring verwerpt de notie van intrinsieke waarde. Hij gaat uit van het sentientisme: lijden is wat er toe doet. Individuele dieren kunnen lijden, soorten niet. Zo stuit Haring op twee soorten activisten: de dierenactivisten die begaan zijn met het lijden van dieren en voor wie de intensieve veehouderij een kerndoel is. En anderzijds de natuurbeschermers die natuur willen behouden, of restaureren, met zoveel mogelijk biodiversiteit, maar die zich niet zo bekommeren om het lijden van dieren. Er zijn verschillende argumenten voor biodiversiteit. Neem het stabiliteitsargment. Een ecosysteem met een hoge biodiversiteit zou stabieler zijn dan een ecosysteem met een lagere biodiversiteit. Echter, dit is nergens aangetoond (volgens Haring). Dan is er het argument dat het uitsterven van een soort een heel ecosysteem kan doen instorten. Ook dat is niet bewezen, volgens Haring.

Niet dat Haring ervoor pleit dat er maar diersoorten moeten/mogen uitsterven, maar hij wijst erop dat de hoeveelheid mensen toeneemt en voorlopig nog wel zal toenemen. En de groei van het aantal mensen zal leiden tot habitatdestructie, zoals ontbossing, wat tot gevolg heeft dat er soorten zullen uitsterven. Is dat erg? Zal een teruggelopen biodiversiteit een ramp voor de mens inhouden? Haring ziet daar geen directe reden voor. Het is natuurlijk wel spelen met vuur, want als een soort is uitgestorven komt deze nooit meer terug (hoewel er wel uitgestorven soorten worden teruggefokt, zoals het Heckrund dat in de Oostvaardersplassen graast). Maar goed, stel dat er consensus is dat er voor de mens weinig risico is voor het voortbestaan van de eigen soort, wat voor reden is er dan voor het behoud van biodiversiteit? Esthetische redenen bijvoorbeeld, want een wereld met panda’s (in het wild) zullen veel mensen mooier vinden dan een wereld zonder. Maar geldt dat ook voor de vele plant- en diersoorten die veel minder aantrekkelijk worden gevonden? Zolang de bevolkingsgroei doorzet, is er voor veel soorten geen ruimte meer. Dat is de harde realiteit. Daar moeten we dan maar mee leren leven. En zo erg is het ook niet, volgens Haring.

Concluderend betoogt Haring dat het natuurbeleid niet primair op het behoud van soorten moet worden gericht: ‘Ik vind het onverstandig ons te blijven richten op het voortbestaan van soorten. In een toekomstige, met verstand en mededogen vormgegeven wereld zullen er minder soorten leven dan in de wereld van nu. Maar ik zie niet in waarom dat een ramp zou zijn. Hoogstens is het jammer.’ En hij vervolgt: ‘[…] ik maak me zorgen over klimaatverandering, de mondiale voedselvoorziening en de bio-industrie. Maar niet over soorten.’ En wat verder: ‘Uiteindelijk denk ik dat een wereld als een groot park wel kan. […] Eigenlijk is zo’n groot park een nieuw ecosysteem. Een ecosysteem dat helemaal bij ons past. Er leven talloze planten en beesten – maar een stuk minder dan nu. Het levert ons voedsel, zuurstof, energie, bouwmaterialen en ruimte om te fietsen en te wandelen. Ons ecosysteem.’

Het is echter wel de huidige generatie mensen die bepaalt in wat voor soort wereld toekomstige generaties terecht komen. Wij bepalen daarmee voor anderen hoe die wereld er uit gaat zien en dat panda’s er hooguit in dierentuinen zullen zijn. Een vraag die rest is wat voor milieubeleid Haring voor ogen heeft. Of dat we ons daar helemaal niet mee bezig moeten houden en ons richten op klimaatverandering, de mondiale voedselvoorziening en de bio-industrie en dat we de natuur net zo goed kunnen opheffen en er park aarde van maken.


Recensie door Floris van den Berg

De recensent doceert (milieu)filosofie aan de Universiteit Utrecht.

Bas Haring, Plastic Panda’s. Over het opheffen van de natuur, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2011, p. 236.

Links
mailto:F.vandenberg@geo.uu.nl
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be