Het valies van mijn vader

boek vrijdag 12 oktober 2007

Orhan Pamuk

‘Ik ben ervan overtuigd dat literatuur de waardevolste verzameling is van wat de mens heeft gecreëerd om zichzelf te begrijpen’. Het is een uitspraak van de Turkse schrijver Orhan Pamuk bij de aanvaarding van de Nobelprijs voor Literatuur in 2006. Daarmee spoort hij met literaire grootheden als György Konrad en Susan Sontag die de wereldliteratuur als het enige middel tot transcendentie beschouwen. De redevoering van Pamuk maakte over de hele wereld reacties los. In tegenstelling tot wat de aanwezigen verwacht hadden, sprak hij niet over zijn politieke problemen met de Turkse overheid omwille van zijn controversiële uitlatingen over de Armeense kwestie. Hij wou bewust geen tweede Aleksandr Solzjenitsyn worden die de prijs kreeg omwille van zijn ideologische moed, maar wel omwille van zijn talent als schrijver. ‘Twee jaar voor zijn dood gaf mijn vader me een klein koffertje met teksten, manuscripten en schriften van hemzelf’, zo begint Pamuk zijn essay Het valies van mijn vader. Het is niet alleen een ontroerende ode aan zijn vader die al heel vroeg besefte dat zijn zoon een begenadigd auteur zou worden, maar ook een hartstochtelijk pleidooi van het schrijversberoep en het belang ervan voor de mensheid.

We hechten allemaal veel te veel belang ‘aan het idee dat de wereld een centrum heeft’, schrijft Pamuk. Het is een diepzinnige gedachte met een cruciale betekenis. De wereld heeft geen centrum en al wie het in de loop van de geschiedenis probeerde vast te leggen kwam bedrogen uit. Het is de illusie van nationalisten die hun land, hun volk, hun ras zo bijzonder en verheven vinden tegenover de Ander. Vandaar de voorkeur van de voorstanders van het ‘eigen volk eerst’ voor de zogenaamde ‘heimat’ literatuur, voor het provincialisme en hun wantrouwen tegenover het kosmopolitisme. Schrijvers zonderen zich af in eenzaamheid om dan alle grenzen te doorbreken en in hun verbeelding een eigen wereld te scheppen. Daar heeft zijn vader zeker toe bijgedragen want die bracht uit Parijs regelmatig ‘vreemde’ boeken mee, ondermeer van Pamuks lievelingsauteurs Tolstoj, Dostojevski, Kafka en Mann. En toch schreef hij vooral over zijn Istanbul waar hij meer dan drie decennia lang vertoefde. ‘Ik schrijf om de hele wereld te laten weten wat voor leven ik, de anderen, wij, wij allemaal in Istanbul, in Turkije geleid hebben, en leiden’, aldus Pamuk, maar hij doet het op zijn eigen manier, met een open blik vanuit een stad die door haar geschiedenis en ligging op het snijpunt ligt van de oosterse en westerse cultuur.

Pamuk ervaart de emotie van de schaamte die verborgen ligt in de betrekkingen tussen Oost en West, tussen islam en christendom, of zoals hijzelf definieert, tussen traditie en moderniteit. ‘Schaamte, trots, vernedering en woede vormen belangrijk materiaal voor mijn romans. En omdat ik uit een land kom dat bij Europa aan de deur klopt, weet ik hoe makkelijk deze gevoelens gekrenkt kunnen worden en hoe gevaarlijk ze dan kunnen oplaaien’. De tekst In Kars en in Frankfurt die hij uitsprak naar aanleiding van zijn aanvaarding van de Vredesprijs van de Duitse boekhandel in 2005, is politiek de belangrijkste van dit boekje. Pamuk is een groot voorstander van de toetreding van zijn land tot de Europese Unie. Het is goed om zijn argumenten te plaatsen tegenover die van de tegenstanders, zoals bijvoorbeeld Frits Bolkestein die in 2004 in Die Zeit zijn afwijzend standpunt toelichtte aan de hand van drie overwegingen: ‘ten eerste, dat Turkije geen Europees land is; ten tweede, dat Turkijes toetreding zou leiden tot de toetreding van Oekraïne, Wit Rusland en Moldavië en misschien zelfs van de Kaukasische republieken Georgië, Armenië en Azerbeidjan; en ten derde, dat de meerderheid van de burgers van de Europese Unie het Turkse lidmaatschap verwierp’.

Het eerste (en voor Bolkestein het belangrijkste) argument ‘dat Turkije geen Europees land is’, is moeilijk houdbaar. Een niet onbelangrijk deel van Turkije ligt binnen het geografische Europese grondgebied en telt meer inwoners als België. Het land is lid van de Raad van Europa sinds 1949 en van de NAVO sinds 1952. Turkije heeft een Grieks-Romeinse en christelijke invloed gekend. Wie daar mocht aan twijfelen moet het boek De Middellandse Zee van John Julius Norwich lezen. De Griekse cultuur raakte diep verspreid in het Oosten, tot in Afghanistan en de Indusvallei. Ook het Romeinse rijk (in 330 werd Constantinopel er de nieuwe hoofdstad van) en later het Byzantijns-christelijke rijk hadden een grote impact in het Oosten. Het Osmaanse rijk nam zowat gans de cultuur en staatsorganisatie over en tal van Byzantijns-Griekse kunstenaars, architecten en geleerden werkten aan islamitische hoven. Pamuk draagt in zich het verlangen van elke Turk om te worden toegelaten tot de (Europese) deur waarop hij aanklopt. Dat heeft niets te maken met imperialisme, maar met een streven naar vrede, welvaart en bovenal stabiliteit en zekerheid. In feite gaat het volgens de auteur om een fundamentele kwestie tussen vrede of nationalisme, of zoals Pamuk het treffend beschrijft als ‘een keuze tussen de verbeeldingskracht van een romancier en het nationalisme van boekverbranders’.

Bolkestein wijst er terecht op dat elke uitbreiding van de Europese Unie leidt tot een import van instabiliteit en een export van stabiliteit. In het licht van de geschiedenis is evenwel de vraag wat het belangrijkste is. Een definitieve afwijzing van Turkije zou alvast ingaan tegen de geest van de stichters van de Europese Unie. ‘Wij verbinden geen staten, wij verenigen mensen’, aldus Jean Monnet. Natuurlijk kan men kiezen voor het verleden waarin Turken en christenen elkaar bloedig te lijf gingen in naam van een heilige overtuiging. Maar het lijkt Pamuk veel wijzer om die bladzijde om te slaan. Om te kiezen voor respect en waardigheid voor de Ander. Waarbij men zich niet baseert op heilige teksten, maar op de rede. ‘Een Europa dat alleen gebaseerd is op het christendom, zal een plek zijn die niet realistisch is, die niet gericht is op de toekomst, maar op het verleden, die zich in zichzelf keert, net als Turkije wanneer dat enkel aan religie kracht probeert te ontlenen’. De Europese Unie is tot dusver het meest adequate en succesvolle antwoord op het tribalisme, nationalisme en religieus fanatisme die zoveel miserie hebben gebracht over dit continent. De opname van Turkije tot de EU zou alvast een symbolisch belangrijke stap zijn naar de zo nagestreefde wereldvrede. Het zou een land met islamitische roots verenigen met een grotendeels christelijk Europa, waardoor bewezen zou worden dat niet langer een religie, maar de rede aan de basis ligt van elk vreedzaam samenleven.

Orhan Pamuk is een kind van die nieuwe tijdsgeest. Hij beseft het belang van de diversiteit en de verbeeldingskracht als middelen tot verdraagzaamheid, bescheidenheid en mededogen met de Ander. Hij gelooft in de roman als wapen tegen de onverschilligheid en simplificatie. ‘Wat mij betreft is de romankunst, tezamen met de symfonische muziek en de postrenaissancistische schilderkunst, een van de fundamentele bouwstenen die Europa maken tot wat het is’. In die uitspraak schuilt heel wat waarheid. De wereldliteratuur biedt een blik op alles wat we niet kennen en leidt tot een vorm van inleving en interesse tegenover anderen. Ze zorgt ervoor dat we buiten onze grenzen kunnen kijken en kunnen meeleven met het lot van door schrijvers bedachte personen. De wereldliteratuur leidt derhalve tot een vorm van mededogen en begrip tegenover medemensen, een houding die in schril contrast staat met het dogmatisme en autoritarisme dat zolang de toon aangaf in het Avondland en ook dreigt in een Turkije dat niet langer het perspectief zou hebben om deelachtig te zijn van de grote Europese familie. De toetreding van Turkije tot de EU is niet alleen gewenst, ze is noodzakelijk.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Orhan Pamuk, Het valies van mijn vader, De Arbeiderspers, 2007, 80 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be