Worlds at War

boek vrijdag 17 oktober 2008

Anthony Pagden

Grote intellectuele werken vinden hun oorsprong in dagdagelijkse ervaringen. Een mooi bewijs hiervan is de genesis van de geschiedenis van de opkomst en ondergang van het Romeinse Rijk van de hand van de vooraanstaande Engelse historicus Edward Gibbon. Zoals traditionele analyses ons willen doen geloven geraakte Gibbon geboeid door het vraagstuk van de ondergang van het oude Rome tijdens een bezoek aan de eens zo bloeiende beschaving van de Romeinen, een glorierijke beschaving waarvan tijdens zijn tijd nog maar weinig te bespeuren viel. Toen hij aan het einde van de 18de eeuw wandelde langsheen de oude culturele centra zoals het Colloseum lieten bepaalde intellectuele vraagstukken hem niet meer los. Veelbesproken is de passage in de memoires van Gibbon waar het exacte moment van het ontstaan van zijn idee mooi staat beschreven: ďIt was at Rome on the fifteenth of October 1764, as I sat musing amidst the ruins of the Capitol, while bare-footed fryars were singing vespers in the temple of Jupiter, that the idea of writing the decline of the city first started to my mind.Ē Nadien zou en moest hij te weten komen hoe het mogelijk was dat een rijk waarin de zon nooit ten onder ging, en grote delen van gekende beschaafde wereld controleerde, zomaar kon vervallen in chaos en anarchie tot de Visigotische bendeleider Alaric na een martelgang van enkele eeuwen de finale doodsteek toekende. Het resultaat is gekend. Tussen 1776 en 1788 verscheen in zes delen zijn befaamde The History of the Decline and Fall of the Roman Empire. Een mijlpaal in de westerse geschiedschrijving had het daglicht gezien. Niet alleen leverde Gibbon intellectuele inzichten die ons beeld van de geschiedenis voor goed zouden gaan bepalen, evenzeer produceerde hij een werk dat methodologisch baanbrekend zou blijven voor de westerse geschiedschrijving en het denken en schrijven over de westerse cultuur.

Een gelijkaardig verhaal als dat van Gibbon valt te lezen in de inleiding van het nieuwe boek van de historicus Anthony Pagden. Dit keer is het echter niet de ondergang van een rijk dat de stimulans vormde voor een adembenemende intellectuele onderneming maar de confrontatie met hardnekkige etnische conflicten en geweld. Tijdens het einde van de jaren zestig verbleef Pagden op het eiland Cyprus als geattacheerde van de British High Commission. Al wandelend in de straten van Nicosia en converserend met de diverse bewoners van het eiland kwam hij tot belangrijke inzichten die hem uiteindelijk bijna 40 jaar later zouden brengen tot het schrijven van Worlds at War. The 2500 Year Old Struggle between East and West. Ik citeer de volgende regels uit de inleiding uitvoerig om duidelijk te maken welke ideeŽn opgang maakten binnen het brein van Pagden: ďCyprus, the legendary birthplace of Venus, to which, so myth had it, some of the Greek heroes from the Trojan War had come to settle, which had been Egyptian or Persian, Macedonian and Roman before becoming the refuge of the Crusader king Guy de Lusignan, and then Venetian and Ottoman and finally British, lay squarely across the fault line which, ever since antiquity had divided Europe and Asia.Ē Een analyse van dit citaat brengt ons bij de basis van het boek van Pagden. Het conflict tussen het oosten en het westen wordt benaderd vanuit een veelomvattend historisch perspectief. Meer dan louter te poneren dat er een moeilijke relatie bestaat tussen het oosten en het westen maakt de auteur van dit werk ons bewust van het feit dat dit conflict wordt bemoeilijkt, zo mogelijk zelfs veroorzaakt, door de complexiteit van historische interpretaties ten gevolge van concrete historische gebeurtenissen. Pagden gebruikt zijn ervaringen in Cyprus als een microkosmos om de macrokosmos van de eeuwenoude strubbelingen tussen het oosten en het westen te kunnen begrijpen. Deze extrapolatie levert een indrukwekkend historisch werk op. Op basis van dit boek is het noodzakelijk om het westerse debat over culturele diversiteit te herbekijken vanuit een liberaalconstructivistische benadering die rekening houdt met de rol van interpretaties van het verleden binnen culturele identiteitsvorming.

Zoals we kunnen afleiden uit het reeds aangehaalde citaat van Pagden is de geschiedenis van Cyprus bijzonder complex. Alleen al in de periode tussen de klassieke Oudheid en de kruistochten tijdens de late middeleeuwen onderging dit eiland in de Middellandse Zee verschillende betekenisvolle politieke en culturele veranderingen. Zowel de Turkse Ottomanen als de erfgenamen van de Griekse beschaving stonden alternerend aan het hoofd van Cyprus. De geschiedenis daarna is nog ingewikkelder en vond een soort van eindpunt in de Britse koloniale dominantie. Het minste dat er kan worden gezegd is dat het nietige Cyprus doorheen de eeuwen geconfronteerd werd met zeer verschillende politieke en culturele configuraties. Het is deze historische complexiteit en uiteindelijk onbestendigheid die aan de basis ligt voor de moeilijkheden waarmee Cyprus zich aan het begin van de 21ste eeuw geconfronteerd weet. Het feit dat Turken en Grieken leven in twee afzonderlijke gebieden die jarenlang op voet van koude oorlog hebben gestaan met elkaar, kan alleen maar begrepen worden wanneer we de lange geschiedenis in ogenschouw nemen. Meer dan biologie en cultuur zijn het immers de interpretaties van het verleden die het samenleven tussen verschillende beschavingen bemoeilijken. Veranderende politieke en culturele constellaties brengen verschillende historische interpretaties met zich mee. Bij iedere verandering van de macht is er sprake van een nieuwe visie op het verleden die gepaard gaat met een verschillende interpretatie van het heden en andersoortige anticipaties ten aanzien van de toekomst. Het is de botsing van deze historische narratieven die zorgt voor samenlevingsproblemen. Conflicten tussen verschillende interpretaties van het verleden zijn hardnekkig en zorgen vaak voor het ontstaan van tegenstellingen die ontaarden in regelrecht geweld. In de inleiding van dit boek lezen we immers ook de volgende schrandere observatie met betrekking tot de toestand in Cyprus aan het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw: ďNow on the one side of the line were the Greeks who described themselves as the heirs to the oldest civilization of the West. On the other, were the Turks, who carried the burden of another kind of history.Ē Het is deze waarneming die zorgt voor baanbrekende inzichten. Waarom?

Essentieel is de vaststelling dat het conflict op Cyprus primair verklaard kan worden door de verschillende interpretaties van het verleden die gangbaar zijn onder de eilandbewoners. Dat Grieken en Turken zichzelf beschrijven als leden van verschillende culturen is de reden voor de aanhoudende spanningen tussen beide gemeenschappen. Dit gegeven creŽert een tegenstelling die maar moeilijk kan worden opgeheven. Deze tegenstelling wordt bestendigd in geschiedenisboeken maar ook in de dagelijkse symbolen die het leven kenmerken. Denken we maar aan nationale of religieuze feestdagen, het taalgebruik of circulerende beeldspraak. Het is niet biologie of cultuur op zichzelf dat het samenleven bemoeilijkt, het is geschiedenis dat zorgt voor het ontstaan van breuklijken in het heden. Dat mensen zich beschouwen als leden van deze of gene cultuur is immers vooral een historisch feit dat we moeten onderscheiden van een essentialistische etnische benadering van culturele diversiteit zoals we terugvinden in het boek The Clash of Civilizations van Samuel Huntington en dat latent aanwezig is binnen het denken van veel multiculturalisten. Deze niet-essentialistische benadering steunt sterk op het concept van invention of traditions zoals dat werd geÔntroduceerd door de historici Eric Hobsbawm en Terence Ranger in een gelijknamig boek uit 1992. Het is een benadering die we kunnen beschrijven als een constructivistische interpretatie van culturele en nationale verschillen. Daarnaast is het een visie die zeer goed verzoenbaar is met centrale liberale principes vanwege een aantrekkelijke beschrijving van het ontstaan van culturele verschillen zonder te vervallen in Platonisch essentialisme en zonder de rol van het individu uit het oog te verliezen. Het erkent het bestaan van culturele verschillen zonder een deterministische visie van culturele breuklijnen te omarmen.

Vanuit een liberale visie op gemeenschap en culturele identiteit is het onvermijdelijk om culturele verschillen te verklaren als een gevolg van verschillende interpretaties van het verleden. Een culturele identiteit is geen Platonisch ideaal dat we kunnen beschouwen als iets dat los staat van concrete beslissingen van individuen en collectiviteiten om zich te beschrijven als behorend tot een bepaalde cultuur. Culturele verschillen kunnen zeer reŽel zijn in de praktijk. De moeizame geschiedenis van het samenleven tussen het oosten en het westen zoals uitvoerig beschreven door Anthony Pagden is hier een uitstekend bewijs van. Dit neemt echter niet weg dat deze verschillen altijd gebaseerd zijn op beslissingen en historische contingenties die in geen enkel opzicht kunnen beschouwd worden als onvermijdelijk. Veel multiculturele denkers maakten in het recente verleden de fout om culturen te verheffen tot statische entiteiten die belangrijker zijn dan het individu. Het is een manier van denken die zijn oorsprong vindt in het romantische nationalisme van de 19de-eeuwse denker Herder. Hierdoor ontstond het beeld van culturen die belangrijker zijn dan haar dragers en het beschrijven van culturele verschillen die onoverbrugbaar zijn in het dagelijkse samenleven van individuen. Deze traditionele multiculturele visie kan worden weerlegd wanneer we rekening houden met de rol van geschiedenis in het ontstaan van culturele identiteit. Het is het verleden en de geschiedenis als interpretatie van het verleden dat de sleutel biedt tot het concretiseren van de relatie tussen individu en cultuur. Door het construeren van bepaalde historische narratieven verbinden mensen zich tot een bepaalde cultuur. Zonder dit historische verhaal zou er geen sprake zijn van een gemeenschappelijke identiteit. Bijgevolg is het dan ook logisch om te concluderen dat botsingen tussen culturen vaak het resultaat zijn van botsingen tussen verschillende historische interpretaties.

Het is de praktijk van geschiedschrijving die in grote mate verantwoordelijk is voor het ontstaan van historische breuklijnen. Hiermee kom ik terug op het voorgaande citaat van Pagden. Om te verduidelijken haal ik het opnieuw aan: ďNow on the one side of the line were the Greeks who described themselves as the heirs to the oldest civilization of the West. On the other, were the Turks, who carried the burden of another kind of history.Ē Wanneer we deze Cypriotische realiteit vertalen naar het diversiteitprobleem in zijn geheel komen we bij het belang van geschiedenis binnen deze conflicten. Het multiculturele probleem is dan ook geen botsing van beschavingen in essentialistische zin maar een botsing van historische interpretaties. Interessant is het om deze situatie toe te passen op de hedendaagse Belgische situatie. Velen proberen het conflict tussen Walen en Vlamingen te verklaren vanuit economische of essentialistische culturele analyses. Weinig tot geen aandacht is er echter voor de verschillende historische narratieven die de actoren binnen het debat hanteren. Dat de Vlaamse nationalisten obsessief bezig zijn met het Vlaamse verleden en zoveel belang hechten aan het vertonen van nationalistische en historische symbolen berust niet op toeval. Het is het logische gevolg van een conflict dat in essentie te herleiden valt tot een botsing tussen verschillende historische interpretaties.

Het multiculturele debat in het westen heeft de laatste jaren veel inkt doen vloeien. Verschillende stromingen zijn te onderscheiden. Huntingtoniaanse essentialisten verwijzen naar culturen als snookerballen die regelmatig tegen elkaar opkletsen maar niet met elkaar verzoend kunnen worden. Hybriditeitsdenkers ontkennen de rol van culturen en beschrijven de wereld als bestaande uit alleen maar individuen die niet beschreven kunnen worden als onderdeel van bredere gehelen. Het paradigmatische voorbeeld van deze benadering vinden we in het boek Identity and Violence van Amartya Sen. Communitaristen bevinden zich binnen dit continuŁm in het midden. Enerzijds erkennen ze het belang van het individu, anderzijds kunnen ze niet aanvaarden dat cultuur geen enkele rol speelt. In de praktijk leidt dit vaak tot complexe pogingen om de relatie tussen individu en cultuur te herdefiniŽren zoals we terugvinden in Rethinking Multiculturalism van Bhikuh Parek. Al deze benaderingen ontberen echter het historische inzicht dat we terugvinden in het boek van Anthony Pagden en dat zich openbaart als een ware Gibboniaanse ervaring. Het is zijn nadruk op de rol van historische interpretaties binnen het ontstaan van conflicten dat nieuwe benaderingen kan opleveren voor de bestaande culturele diversiteit binnen westerse samenlevingen.

Uit het boek Worlds at War leren we immers dat het conflict tussen culturen grotendeels te herleiden valt tot een conflict tussen historische interpretaties. TheorieŽn over culturele diversiteit die geen rekening houden met de rol van geschiedenis dragen niet bij tot een beter begrip over de multiculturele problemen waarmee we ons geconfronteerd weten. Zowel de traditionele multiculturalisten, hybriditeitsdenkers en Huntingtonianen zijn daarom in hetzelfde bedje ziek. Allen onderschatten ze het belang van geschiedenis en missen zo de essentiŽle link tussen liberaal individualistische benaderingen van identiteit en het bestaan van culturele verschillen evenals de problemen die deze met zich meebrengen. Anthony Pagden is bijgevolg het equivalent van de blootvoetse broeders aan het Romeinse Capitool beschreven door Edward Gibbon. Anderzijds is hij ook een opvolger van Gibbon zelf. Een historicus die zorgt voor baanbrekende inzichten die de filosofie na hem blijvend zal beÔnvloeden. Concluderen moeten we dus met een paradox. De vaststelling is immers niet alleen dat geschiedenis zorgt voor het ontstaan van breuklijnen tussen culturen maar ook dat een betere en andere benadering van geschiedenis wel eens de sleutel zou kunnen zijn om de deur te openen naar ware pluralistische samenlevingen waarin individuen ondanks hun verschillende culturele aanhankelijkheden toch leren hoe ze met elkaar kunnen samenleven.


Recensie door Christophe Andrades



Literatuur



Hobsbawm, E., Ranger, T. (Eds.). (1992). The Invention of Tradition. Cambridge: Cambridge University Press.

Huntington, S. (1996). The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. New York: Simon & Schuster.

Parekh, B. (2000). Rethinking Multiculturalism. Cultural Diversity and Political Theory. Basingstoke: Palgrave Macmillan.

Porter, R. (1989). Gibbon: Making History. New York: St. Martinís Press.

Sen, A. (2006). Identity and Violence. The Illusion of Destiny. New York: W.W. Norton.






Pagden Anthony, Worlds at War. The 2500 Year Old Struggle Between East and West. Oxford: Oxford University Press, 2008.

Links
Mailto:Chris.Andrades@HISTORY.unimaas.nl
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be