Over zij en ik

boek

Marjoleine Oppenheim-Spangenberg

Over het leven in de concentratiekampen verschenen al talloze boeken en toch word ik elke keer opnieuw geraakt door de ervaringen van overlevenden en hun familieleden. In haar boek Over zij en ik vertelt de Nederlandse Marjoleine Oppenheim-Spangenberg de invloed van het kampentrauma dat haar moeder Riel te verwerken kreeg, op haar eigen leven. Riel zag er niet joods uit en beschikte over vervalste persoonsbewijzen zonder de heikele letter ‘J’ van Jood erin. Tot ze op een dag werd herkend door een zekere Richard Cieraad met wie ze samen op school had gezeten, en op wiens avances ze destijds niet was aangegaan. Maar Cieraad was nu een gevaarlijk en machtig man. ‘Hij was op zijn achttiende al lid geworden van de Nationaal-Socialistische Partij en was in 1939 opgeklommen tot blokleider in Oosterbeek.’ Het betekende het begin van een gruwelijke periode in het leven van haar moeder.

Eerst kwam Riel terecht in het doorgangskamp Westerbork van waaruit de Joden naar de vernietigingskampen Sobibor of Auschwitz in Polen werden gedeporteerd. Dat gebeurde al vroeg met haar ouders die in Auschwitz-Birkenau onmiddellijk na aankomst werden vergast. Riel zelf kreeg bescherming van iemand met een ‘bevoorrechte positie’ en werkte in het kamp als postbezorgster. Tot haar naam op een dag op de lijst van te deporteren personen staat. En dan doet ze iets wat na de oorlog zoveel controverse heeft uitgelokt. Ze slaagt erin om de Joodse Ordedienst, door sommigen Joodse SS-genoemd, haar van de lijst te schrappen en een andere te deporteren. Twaalf keer na elkaar. ‘Haar bevoorrechte positie dankte zij aan het feit dat ze een aantrekkelijke jonge vrouw was, Duits sprak en de juiste contacten had weten op te bouwen in het kamp,’ schrijft dochter Marjoleine. Het bezorgt me een wat akelig gevoel, want haar voorrecht betekende voor een ander een doodvonnis.

Uiteindelijk moet ze toch op transport en na een vreselijke treinreis in goederenwagons komt ze aan in Auschwitz waar ze geselecteerd wordt als proefkonijn voor medische experimenten door professor en gynaecoloog Carl Clauberg in opdracht van het bedrijf IG Farben. Maar eerst wordt ze zoals Primo Levi zo aangrijpend beschreven heeft, gedesinfecteerd, kaal geschoren en getatoeëerd. Opnieuw zoekt Riel de steun bij een liefje en beschermer die haar uit de klauwen van Clauberg weet te houden. Toen de Russen het kamp naderden werden de gevangenen in een dodenmars richting Bergen-Belsen gestuurd. Nauwelijks gekleed slaagde Riel erin de mars te overleven (wie te traag ging of viel werd doodgeschoten). ‘Bergen-Belsen was een lijkenmassa met hier en daar groepen bijna-lijken; de levenden.’ Ook die nachtmerrie overleefde Riel, al woog ze bij de bevrijding nog amper 33 kilogram.

Toen ze thuiskwam in de luchthaven van Eindhoven voelde ze nauwelijks enige interesse van de Nederlanders. ‘Er was geen compassie. Een kille ontvangst. Wat moesten ze met ons? Er was niets meer. Holland was leeggeroofd. We waren alleen maar tot last.’ En zoals zoveel andere overlevenden van de concentratiekampen weigert ze lange tijd te spreken over wat er met haar tijdens de oorlog gebeurd is. Ze verloor door de nazi’s 38 familieleden waaronder haar ouders, grootmoeder en tal van ooms, tantes, neven en nichten. ‘Ze was thuisgekomen in haar eentje, iedereen was weg, haar ouderlijk huis was weg en zij had zelf iets meegemaakt dat buiten het normale stond en wat zij niet kon delen. En dus zweeg ze.’ schrijft Marjoleine. Haar moeder huwde maar vader slaagde er niet in ‘haar zwaarmoedigheid te verlichten.’ Ze gingen uit elkaar en Riel huwde Loe de Jong, de bekende historicus, die ook zijn voltallige familie verloor, en ook zwijgzaam was. Later ontmoette Riel en haar man koningin Beatrix, prins Claus en hun kinderen. Samen met Loe, Claus en de prinsen trok ze in 1985 naar Auschwitz-Birkenau. Het is een mooie passage in het boek, maar nog mooier zijn de herinneringen van Marjoleine aan haar moeder, hun niet vanzelfsprekende band, de impact van het drama op haar eigen leven. De lezer moet het zelf ontdekken.

Toch wil ik nog iets toevoegen over IG Farben waar Riel terechtkwam om er medische experimenten te ondergaan. In het boek Het kartel van de hel gaat Diarmund Jeffreys hier dieper op in. ‘Op 27 februari (1933) maakte de IG 400.000 Reichsmark over aan de nazipartij’, schrijft Jeffreys. Het was een bijdrage van het bedrijf aan het naziregime om te zorgen voor een stabiel sociaal, politiek en economisch klimaat, en die schenkingen namen heel snel toe. Al eind november 1940 een besloot IG Farben een buna-fabriek te openen in het oosten van Polen.. Op die plaats met toegankelijke spoorlijnen en ver weg van het Duitse hinterland werd een concentratiekamp gebouwd. Hier ontstond de symbiose tussen de IG Farben en haar fabrieken in Auschwitz. ‘De IG gebruikte de (Auschwitz)gevangenen zo snel op dat de nazi-autoriteiten de aantallen nauwelijks konden aanzuiveren’, schrijft Jeffreys. Intussen was de Endlösung op volle toeren gekomen door massale vergassingen met het product Zyklon B dat massaal geleverd werd door een dochterbedrijf van IG Farben.

In een andere afdeling van het bedrijf werden medische experimenten uitgevoerd op (vooral vrouwelijke) gevangenen die de nazi’s hiervoor rechtstreeks betaalden, en er werden onderhandelingen gevoerd met kampcommandant Höss over het ter beschikking stellen van vrouwelijke gevangenen om er nieuwe farmaceutische producten op te proberen. Het is daar dat Riel terechtkwam. Het staat vast dat de hoogste leiders van IG Farben op de hoogte waren van deze praktijken. Verschillende onder hen hebben het kamp één of meerdere malen bezocht, eind december 1943 werkten meer dan 2.500 Duitse burgers (doorgaans personeel van IG) in de Buna-Werke (waar Primo Levi terechtkwam) en in andere afdelingen in Auschwitz. Er bestaan tal van foto’s, documenten, offertes, bestelbonnen, facturen en ander bewijsmateriaal van de innige samenwerking van IG Farben met het moorddadige regime van Adolf Hitler.

In de laatste dagen van het Derde Rijk doken de bedrijfsleiders van IG Farben achter de westerse linies onder. Pas maanden later zouden 23 onder hen worden opgepakt en voor de rechtbank gesleept. Zowat alle beschuldigden beweerden dat ze van niets hadden geweten. Uiteindelijk zouden maar enkele onder hen lichte gevangenisstraffen krijgen, maar ook die kwamen al snel weer vrij en de meeste onder hen namen daarna opnieuw plaats in de bestuursraden van de belangrijkste Duitse industrietakken. ‘Tot op de dag van vandaag heeft geen enkel Duits bedrijf dat tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruik heeft gemaakt van slavenarbeiders zich formeel tegenover de overlevenden verontschuldigd,’ schrijft Jeffreys. Het is een onthutsende vaststelling.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Marjoleine Oppenheim-Spangenberg, Over zij en ik, De Geus, 2013

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be