De onvervangbare

boek vrijdag 16 november 2012

Simone Lenaerts

Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger België, Nederland en Luxemburg aan. De overmacht was zo groot dat het Nederlandse leger al na vijf dagen capituleerde. Het Belgische leger hield het langer vol, het vocht met meer verbetenheid want onze landgenoten waren niet vergeten hoe gruwelijk de Duitse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog te werk waren gegaan. Elf dagen na de inval bereikten de Duitsers de Schelde. Toen hergroepeerden de Belgische troepen zich achter de Leie, in het bijzonder in het gebied van Kortrijk tot Deinze. Daar werd het oppermachtige Duitse leger vijf dagen lang, van 23 tot 28 mei 1940 opgehouden, heel belangrijk om de aftocht van het Britse expeditieleger via Duinkerken deels te dekken. Daardoor konden ruim 300.000 Britse en Franse soldaten ontvluchten waaronder een groot deel van het officierenkorps dat nadien een belangrijke rol zou spelen in de verdere strijd tegen de nazi’s. Desondanks moest ons land plooien. Talloze gezinnen sloegen op de vlucht naar Frankrijk waar ze al snel werden ingehaald door het oorlogsgeweld. Meer dan 6.000 soldaten en burgers lieten tijdens die 18 dagen het leven. Uiteindelijk volgde op 28 mei de capitulatie en begon de bezetting die ruim 4 jaar zou duren.

Natuurlijk volgde er groot internationaal protest want Hitler was het kleine, neutrale België dat al zo geleden had onder de Grote Oorlog zonder scrupules binnengevallen. Frankrijk, Engeland, de Verenigde Staten en tal van andere landen protesteerden. Leopold III stuurde de dag van de inval ook een telegram naar het Vaticaan met de vraag dat de paus de Duitse inval in zijn katholieke land met de grootste nadruk zou veroordelen en zou eisen dat de bezetters zich zouden terugtrekken. Pius XII reageerde nog dezelfde dag met een telegram waarin hij de koning verzekerde dat hij voor ons land zou bidden. Ook kardinaal Van Roey maande de bevolking aan om het lot te ondergaan en zich niet te verzetten tegen de bezetters. Na de capitulatie was ons land dus door God en zijn plaatsvervangers op aarde in de steek gelaten en keerde er een ogenschijnlijke rust terug. De bevolking onderging gelaten de bevelen van de Pruisische generaal von Falkenhausen die door Hitler was aangesteld als militair gouverneur om de orde te bewaren en zoveel mogelijk menselijk en economisch potentieel aan te wenden voor de Duitse oorlogsmachine.

De bevolking viel uiteen in drie groepen. Veruit de grootste groep stond apathisch tegenover het hele gebeuren. Miljoenen burgers trokken zich terug op zichzelf en probeerden zo weinig mogelijk te maken te hebben met de oorlog en de bezetting. Het was een vorm van berusting, neerslachtigheid, onverschilligheid, onwetendheid, maar vooral onvermogen. Het ging om gewone mannen en vrouwen die probeerden een zo normaal mogelijk leven te leiden, zowel voor zichzelf als voor hun ouders en kinderen. Ze waren niet moedig, maar ook niet laf. Ze ondergingen het lot zoals de kerk en de gezagsdragers hen vroegen en probeerden in elk geval geen problemen te krijgen met de nieuwe machthebbers. Een kleinere groep ging regelrecht in de collaboratie, leden van Rex, het Verdinaso, het VNV en DeVlag. Katholieke geestelijken zoals Cyriel Verschaeve riepen studenten op om mee te strijden tegen het bolsjewisme en zich aan te sluiten bij de Waffen-SS, iets waar duizenden jongemannen gevolg aan gaven uit idealisme, uit opportunisme of zucht naar avontuur. Ze speelden ook een bijzonder kwade rol in de jacht op Joden en verzetsmensen. Het waren antisemitische nationalisten die op 14 april 1941 na de voorstelling van de film Der Ewige Jude de winkels en synagogen van Joden in Antwerpen stuksloegen. Het waren diezelfde collaborateurs die in de zomer van 1942 Joden verklikten en meehielpen bij razzia’s om ze af te voeren naar het Oosten. Het waren ook diezelfde collaborateurs die in tal van Vlaamse steden en gemeenten hun kans schoon zagen om met goedkeuring van de nazi’s de macht te grijpen en tegenstanders uit de weg te ruimen.

Een nog kleinere groep kwam terecht in het verzet. Het waren idealisten, vaak nog jong, naïef en onwetend die instinctief aanvoelden dat ze het absolute kwaad moesten bestrijden. Organisaties als de Witte Brigade Fidelio, het Onafhankelijkheidsfront, het Leger van België (het latere Geheim Leger), de Gewapende Partizanen en de Groep G waren vanaf 1941 actief. Zij streden in bijzonder moeilijke omstandigheden actief en legden hun leven en dat van hun medestanders in de weegschaal om de Duitse bezetters te bestrijden. In totaal overleefden meer dan 16.000 verzetsstrijders en politieke gevangenen de oorlog niet. Die verzetsacties gingen van het verspreiden van sluikpers, het doorspelen van gevoelige informatie, het organiseren van vluchtlijnen, het helpen van onderduikers, en tenslotte het gewapend verzet. Zij werden van meet af aan bestreden door de bezetters en hun aanhangers. En een van de meest efficiënte middelen daartoe was het inzetten van verklikkers die uit overtuiging of omwille van het premiegeld, in het verzet infiltreerden en vernietigden.

Ik geef deze historische gebeurtenissen van pakweg 70 jaar geleden, om de nieuwe roman De onvervangbare van Simone Lenaerts te duiden. Het is een boek dat binnen enkele jaren, en al zeker binnen een decennium, niet meer kan geschreven worden. Laat mij eerst kort de inhoud schetsen. Het gaat om een grootmoeder Germaine die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet zat. Op een dag werd ze verraden, opgepakt en opgesloten in diverse kampen. Meer dan een halve eeuw later vertelt ze haar kleinzoon over de dramatische lijdensweg die ze heeft meegemaakt. En die kleinzoon is bezig met een toneelstuk over Kurt Gerstein, een lid van de Waffen-SS die de vergassing van Joden met eigen ogen gezien heeft. Dit is in een notendop de inhoud van De onvervangbare. Op het eerste zicht het zoveelste boek over zowat de meest gruwelijke periode in de menselijke geschiedenis, want hierover zijn al boekenkasten vol geschreven. En toch is het anders dan de andere boeken over dit thema.

Ik onderscheid vijf categorieën. Je hebt de autobiografieën of directe getuigenissen van mensen die de kampen en de nazi-gruwel persoonlijk hebben overleefd, denk aan Primo Levi, Gÿorgy Konrád, Elie Wiesel, Robert Antelme, en in ons taalgebied, Gerhard Durlacher en Regine Beer. Ten tweede zijn er tal van getuigenissen uit de tweede hand, vaak van kinderen en kleinkinderen van daders en slachtoffers die op zoek gingen naar wat hun ouders als hadden gedaan of meegemaakt, zoals het werk van Uwe Timm, Joachim Fest, Hannah Arendt en, in ons taalgebied, Joseph Pearce. Ten derde heb je de historici die de opkomst, de overheersing en de ondergang van de nazi’s en hun bondgenoten hebben beschreven zoals Raoul Hilberg, Saul Friedlander, Laurence Rees en, in ons taalgebied, Floris Bakels, Rudi Van Doorslaer en Lieven Saerens. Ten vierde zijn er de romanschrijvers die met al hun verbeeldingskracht de waanzin van het nazisme, de oorlog en de bezetting hebben beschreven aan de hand van fictieve personages, zoals Agota Kristof, Edgar Hilsenrath, Amos Oz en, in ons taalgebied, Simon Carmiggelt, Johan De Boose en Paul Verhaeghen. Het boek van Simone Lenaerts past in een vijfde categorie.

De onvervangbare is immers geen gewone roman. Het bevat geen fictieve namen van kampen waar de verzetsstrijdster uiteindelijk terecht komt. Dat is ook niet nodig, want elk kamp en zo waren er meer dan duizend het Derde Rijk en de bezette gebieden, was een verschrikking. Simone is ook karig met het aanduiden van concrete plaatsen, stations, spoorwegen en andere specificaties. En toch weet ik dat zowat alles wat ze heeft neergeschreven, gebaseerd is op waargebeurde zaken. Zo kan ik aan de hand van allerlei details opmaken dat haar hoofdpersonage Germaine lange tijd vastzat in het concentratiekamp van Ravensbrück, het grootste detentiekamp voor vrouwen. Alle details kloppen: dat van de hardvochtige houding van de bewakers, de urenlange appèls op de verzamelplaats, de voor dieren bestemde inrichting van de barakken, de smerige latrines, de stinkende ziekenboeg, de verschrikkelijk knagende honger en dorst, de drang ook naar een beetje menselijkheid en compassie, maar vooral de strijd om te overleven in de hel die Ravensbrück was.

Dat was zo. Kijk naar de televisiedocumentaire De Laatste Getuigen van realisator Luckas Vander Taelen die met veertien Belgen, 7 Joden en 7 niet-Joden, terugkeerde naar de concentratiekampen. Onder hen bevond zich Nina Kerckhoven. Zij werd geboren in Mechelen in 1923 en werd op haar 17de lid van de verzetsgroep het Geheim Leger. Ze werd op 17 juni 1942 aangehouden in Mechelen. Ze was kampgevangene in Ravensbrück en Mauthausen en kwam pas op 11 juni 1945 terug. In de reportage komt Ravenbrück aan bod: “Van de 132.000 vrouwen en kinderen in dit kamp zijn er 90.000 gestorven. Ongeveer 60.000 bezweken aan de onmenselijke omstandigheden, ondervoeding, ziekten, epidemieën zoals tyfus, enzovoort. Ongeveer 30.000 werden vergast of gefusilleerd of stierven aan de gevolgen van medische experimenten die hier vooral op jonge Poolse vrouwen werden uitgevoerd.” Ook de andere laatste getuigen vertelden over hun kampleven, over het ondragelijke werkritme, de beestachtigheid van de bewakers, het voortdurende gebrek aan voedsel, de vernederingen, het willekeurig doodschieten van gevangenen die niet langer konden volgen tijdens de dodenmarsen, de plotse bevrijding en de onzekere reis naar huis waar ze hun familie terugzagen, soms toch, niet altijd.

Simone Lenaerts heeft dergelijke voorvallen, waarvan ik weet dat individuele gevangenen ze ook echt meemaakten, verweven in een ingenieus verhaal waardoor het de fictie overstijgt tot een unieke getuigenis. Elk feit dat ze beschrijft, is gebeurd met de honderdduizenden die in de kampen vastzaten. Daarmee spoort ze met een vijfde categorie boeken over de Holocaust en de gruwelen van het nazisme, namelijk die romans die gebaseerd zijn op waargebeurde feiten zoals De welwillenden van Jonathan Littell, HHHH van Laurent Binet, De oorsprong van het geweld van Fabrice Humbert en in zekere zin zelfs Het verdriet van België van Hugo Claus. Alle details kloppen, de plaats en de gebeurtenissen liggen historisch vast, alleen de figuranten zijn ontsproten aan de verbeelding van de auteur. Maar die figuranten hebben echt bestaan en hebben datgene wat Germaine, de verzetsvrouw in dit boek, ondergaat, ook effectief ondergaan. In die zin is deze roman een eerbetoon aan al die moedige mensen die zich tijdens de oorlog weigerden neer te leggen bij de nieuwe orde.

Simone Lenaerts heeft met deze roman de existentiële kern van de verraders en de beulen van de verzetsstrijdster Germaine goed begrepen en uitstekend verwoord. De onvervangbare toont in dat opzicht de zwartste kant van de menselijke ziel. Wat de Germaine in deze roman ondergaat en wat vele mensen in de kampen werkelijk ondergingen tart immers elke verbeelding. Het begint met het verraad en het oppakken van haar man en van haarzelf. Die geliefde wordt vreselijk gefolterd. Voor wie wil weten hoe dat gebeurde, bezoekt best het Fort van Breendonk. Ook hier kloppen alle details. Nadien wordt ze met de trein plots afgevoerd naar het Oosten. Ze wordt een van de vele Nacht und Nebel-gevangenen, mensen die spoorloos verdwenen en waarover het thuisfront normaal niets meer hoorde. Dan volgden de kampen. Germaines naam werd gewist en vervangen door een nummer. Ze kreeg een typisch blauwwit gevangenenpak dat in zowat alle concentratiekampen gedragen werd. Ze moest keihard werken, op het onmenselijke af, labeuren ten bate van de vijand. En er waren de SS-Helferinnen, de Schrikgodinnen, vrouwelijke bewakers die hun sadisme botvierden op de gevangenen. Ook zij hebben echt bestaan, denk aan Kommandoführerin Irma Greese die na de oorlog werd veroordeeld tot ophanging.

Opnieuw gingen ze op transport, dagen en nachten lang en kwamen toe in een nog veel groter kamp. Ze moesten er hun kledij afgeven, hun haar werd afgeschoren, ook hun schaamhaar. Bewakers wroeten in hun aarzen op zoek naar verborgen juwelen. Ook dat was realiteit zoals Primo Levi beschreef in zijn boek Is dit een mens? En dan opnieuw slavenarbeid, ditmaal in de oorlogsindustrie. Nog zo een waar gebeurd feit waarover echter heel weinig geweten is. Nochtans hebben bedrijven zoals Siemens, BMW, Porsche, BASF, Bosh, en natuurlijk IG Farben en Krupp samengewerkt met de nazi’s. Deze ‘liaison dangereuse’ leidde zelfs tot aparte concentratiekampen waar de gevangenen zo snel stierven dat de nazi’s ze nauwelijks konden aanvullen. Tussen haakjes: slechts enkele van de bedrijfsleiders die uit hebzucht hun ziel verkochten aan de duivel, zouden na de oorlog gestraft worden, de meeste onder hen namen opnieuw plaats in de bestuursraden van de Duitse industrie, en geen enkel Duits bedrijf dat gebruik maakte van slavenarbeid heeft zich tot vandaag formeel verontschuldigd. Maar nog is de lijdensweg voor Germaine niet voorbij. Zo moest ze op het einde puinruimen in een stadje tussen de bommenregen door. Tot ze nog 36 kilo woog.

Na de oorlog werden allerlei verenigingen en vriendenkringen van weerstanders opgericht. Vandaag zijn die zo goed als verdwenen. “Wie interesseert zich er nog voor”, zo laat Simone Germaine zich afvragen. Met het wegvallen van de laatste directe getuigen bestaat evenwel het gevaar dat ook de herinnering aan wat er in de concentratiekampen heeft plaatsgevonden, verdampt. Vergeten maakt immers deel uit van het leven. Dat is een van de tragedies van de geschiedenis. Vooral jongeren weten steeds minder over wat er zich pakweg 70 jaar geleden heeft voorgedaan. Ondanks het internet en andere informatiebronnen is de kracht van het vergeten één van de gevaarlijkste tendensen van onze tijd. Vraag aan scholieren wat Auschwitz, Dachau of de Goelag betekent en je stoot op een onthutsend gebrek aan kennis. Dat is spijtig, maar ook gevaarlijk. Het is immers belangrijk dat elke nieuwe generatie kennis verwerft over totalitaire ideeën en regimes en hun nefaste gevolgen voor de democratie en de vrijheid. Het is dan ook noodzakelijk dat op alle scholen, ook in het technisch en beroepsonderwijs, meer geschiedenisles wordt gegeven over de vreselijke gebeurtenissen in de twintigste eeuw in het algemeen en de vernietiging van de Europese Joden in het bijzonder. Wat waren de oorzaken van de opkomst van het nazisme? Vanwaar kwam die fanatieke rassenpolitiek? Welke doelstellingen hadden Hitler en zijn volgelingen voor ogen? En op welke manier hebben ze zes miljoen Joden en vele anderen kunnen vernietigen? Weet u hoeveel uren les geschiedenis onze kinderen wekelijks krijgen? In het ASO 2 uur, in het TSO 1 uur, in het BSO 0 uur. Dat moet veranderen. We moeten ingaan tegen de kracht van het vergeten. Dat kunnen we door geschiedenis te onderwijzen, door musea te bezoeken, door boeken, films en documentaires te maken. Die dragen in belangrijke mate bij tot het aanscherpen van het bewustzijn van de komende generaties. In ons land zijn er drie plaatsen die elke scholier, en eigenlijk elke burger, zou moeten bezoeken, om te begrijpen wat het nationalisme en het nazisme hebben aangericht: Flanders Fields in Ieper over de waanzin van de Eerste Wereldoorlog, het fort van Breendonk waar vooral politieke andersdenkenden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gevangen gehouden, gefolterd en vermoord. En het nieuw Museum over de Holocaust en Mensenrechten recht tegenover de Dossinkazerne in Mechelen waar ruim 25.000 Joden en zigeuners werden bijeengebracht om afgevoerd te worden naar het Auschwitz-Birkenau.

Wij behoren tot de eerste generatie die nooit een oorlog heeft gekend, gelukkig maar. Ik stoor me aan het toenemende nationalisme en euroscepticisme waarbij men voorbijgaat aan het feit dat we vandaag al 67 jaar leven in een situatie van ongekende vrede en welvaart, en dit nadat we in het Avondland gedurende 2.000 jaar elkaar de kop insloegen. De vrede die we vandaag kennen, lijkt voor heel wat mensen, vooral voor jongeren een evidentie. Maar geloof me, dat is niet zo. Wat in Duitsland in de jaren dertig is gebeurd, kan opnieuw gebeuren. De democratie moet elke dag opnieuw verdedigd worden tegen de sirenenzang van extreemrechts met zijn simplistische slogan ‘Eigen volk eerst'. We mogen niet denken dat het onvoorstelbare niet opnieuw zou gebeuren. In zijn boek De verdronkenen en de geredden schrijft Primo Levi hierover het volgende: “Het is gebeurd tegen alle verwachtingen in: ongelooflijkerwijs is het gebeurd dat een heel volk, een beschaafd volk dat de opbloei van Weimar nog maar juist achter de rug had, zich achter een charlatan schaarde om wie men nu alleen nog maar kan lachen; en toch is Adolf Hitler gehoorzaamd en bejubeld tot de catastrofe toe. Het is gebeurd en kan dus weer gebeuren; dat is de kern van wat we te zeggen hebben”, aldus Primo Levi die ook waarschuwt voor de profeten en verleiders met hun mooie woorden maar in werkelijkheid aansturen op machtswellust, fanatisme en onverdraagzaamheid.

Ik wil nog iets kwijt over de weerstanders. Ik vind dat die al te weinig aandacht krijgen. Het minste dat we kunnen doen, is dat we de mensen die tijdens de oorlog hun leven in de weegschaal gooiden, voor zolang het nog kan koesteren. Ward Adriaens, de conservator van de Kazerne Dossin en auteur van verschillende boeken over het verzet, is terecht van oordeel dat ons land en onze gezagsdragers wat meer respect zouden mogen betonen voor de moed van de vele weerstanders en politieke gevangenen die door de nazi’s en collaborerende Belgen werden opgespoord, opgepakt, gemarteld en vaak gedeporteerd en vermoord. “Van de 44.000 politieke gevangenen die de Duitsers in België gemaakt hebben, zijn er zo'n 14.000 gecrepeerd in concentratiekampen. De overblijvers sterven in een hoog tempo. Elke week staat er wel een overlijdensbericht in de krant. Daar blijft het bij. Over hen staan er geen grote verhalen in onze kranten, terwijl ze dat wel verdienen. Dat zijn mensen die hun leven geriskeerd hebben om onze waarden te verdedigen. Het kan toch niet dat we veel van die mensen eenzaam en alleen laten sterven, zoals nu gebeurt. Wij vergeten onze helden. In andere landen, zoals in Groot-Brittannië doet men dat met veel meer respect. Als daar een oudstrijder sterft, komt er een delegatie van het British Legion langs. Ze komen een lied zingen, dragen een gedicht voor… Er bestaat in Groot-Brittannië een hele traditie rond de herdenking van oorlogshelden. En die traditie wordt echt gedragen door de bevolking. Dat terwijl men hier al raar kijkt als iemand een Belgische vlag bovenhaalt”, aldus Ward Adriaens. Hij heeft volkomen gelijk.

De Duitse filosoof Theodor Adorno zei vlak na de oorlog wel dat het na Auschwitz niet meer mogelijk was om gedichten te schrijven: ‘Nach Auschwitz eim Gedicht schreiben, ist barbarisch’. Deze uitspraak is vaak gebruikt als argument dat Auschwitz en de Endlösung der Judenfrage niet langer onderwerp van literatuur en kunst mocht zijn. Maar zo heeft Adorno het helemaal niet bedoeld. Sterker nog, in zijn essay Opvoeding na Auschwitz benadrukte hij de noodzaak om voortdurend les te geven over de Holocaust. “Dat Auschwitz niet nog eens zal vóórkomen, is de allereerste eis die men aan opvoeding dient te stellen”, aldus Adorno. En om die reden vond hij dat zwijgen geen optie was. En dus dat spreken, schrijven en dichten over de anus mundi levensnoodzakelijk is, willen we niet opnieuw vervallen in de barbarij.

Ook vandaag, in deze tijden van morele verwarring, hebben we meer dan ooit nood aan mensen die met hun verbeelding, via gedichten of romans, de stemming, de driften en gevoelens van de voormalige protagonisten blootleggen. We hebben geen nood aan stilzwijgen of berusting, maar aan een luide stem en engagement. En dat is juist de kern van De onvervangbare. Met haar meeslepende stijl slaagt Simone erin om de lezer in haar verhaal te trekken en onder te dompelen in de ongemakkelijke sfeer van weleer. In een letterlijk hels en bijna ondragelijk tempo verhaalt ze over de vernedering, de mishandeling en de pijniging van een eenvoudige vrouw die deels uit liefde, deels uit idealisme besloten had om in het verzet te gaan tegen de Duitse bezetters. Het begint op een doodgewone dag waarop ze wordt opgepakt en in een oogwenk beroofd wordt van alle rechten die haar voordien beschermden tegen willekeur en onderdrukking. Het begint met eenvoudige ondervragingen en kleine pesterijen, maar mondt finaal uit in afschuwelijke en mensonterende taferelen die Germaine moet ondergaan omdat ze het had aangedurfd om zich te verzetten.

Simone Lenaerts heeft niet alleen een goed boek geschreven, maar ook een noodzakelijk boek. Het verhaal van Germaine is er een van mededogen, liefde, solidariteit en moed. Dat zijn universele eigenschappen maar we komen ze al te zelden tegen, zeker in tijden zoals vandaag waarin zelfzucht en onverschilligheid de medemenselijkheid en de samenleving ondermijnen. Ik ben ontroerd dat ze deze warme gevoelens tegen de tijdsgeest in opnieuw onder de aandacht brengt, namelijk het liefhebben van de ander omwille van zijn mens-zijn en niet omwille van zijn afkomst, geloof, volk of natie. Want daar gaat het om. Je treedt hiermee in de voetsporen van wijlen Louis Paul Boon. Die schreef in een brief aan Willem Elsschot ooit het volgende: “Ik heb de mensen lief, en niet de vaderlanden.” En hij voegde er de volgende aan toe: “Ik walg van die dingen. Vandaag of morgen zullen zij weer door onze straten trekken met hun leeuwenvlaggen, hun benagelde botten, hun roffelende trommen.” Dit boek, vol warmte en genegenheid, vormt daartoe het gepaste antidotum. Ik raad iedereen aan om het te lezen, niet uit compassie, maar uit noodzaak.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Simone Lenaerts, De onvervangbare, De Geus, 2012

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be