Onsterfelijk links

boek

Paul Magnette

De socialistische en sociaaldemocratische partijen hebben het al lange tijd electoraal moeilijk. Hun linkse aanhang is na opeenvolgende verkiezingen gedaald en veel van hun vroegere kiezers stemmen tegenwoordig op rechtse en populistische partijen. Dat is opvallend want volgens heel wat economen en politici is de economische en financiële crisis die we sinds 2008 kennen, het gevolg van een neoliberaal en rechts conservatief beleid. De ongelijkheid tussen rijk en arm neemt voortdurend toe. Tegelijk voeren nogal wat regeringen al jarenlang een politiek van besparingen, schuldafbouw, inperking van de overheid, privatisering en liberalisering. Je zou zeggen dat dit de ideale omstandigheden voor links zijn om de kiezers te overtuigen van hun alternatief. Toch slagen de socialistische en sociaaldemocratische partijen er in Europa niet meer in om het grote publiek te overtuigen van hun belang en van hun politieke standpunten. Anders gezegd: links slaagt er niet langer in om met een wervend en aantrekkelijk project te komen en haar imago te vernieuwen.

Over de impasse waarin links zit, schreef de Waalse politicus Paul Magnette het pamflet La gauche ne meurt jamais dat onlangs in het Nederlands verscheen onder de titel Onsterfelijk links. Magnette is een boegbeeld van het socialisme in Franstalig België. Hij was voorzitter van de PS en is momenteel burgemeester van Charleroi en minister-president van Wallonië. Dat links door een van de grootste crisissen van haar bestaan gaat, heeft volgens hem te maken omdat ‘politiek en syndicaal links (bleef) vasthouden aan de groei-ideologie’. Daarbij werd links na de val van Berlijnse Muur verleid tot een zogenaamde ‘derde weg’ die volgens Magnette neerkwam op ‘een capitulatie voor de nieuwe geest van het kapitalisme’ en zijn linkse partijen niet langer tegen het establishment maar maken er grotendeels zelf deel van uit. Die uitspraken maken duidelijk dat de auteur zich afkeert van het kapitalistische model en dat hij van gelijkheid een strijdpunt wil maken, waarmee hij aansluit bij critici zoals Thomas Piketty, Richard Wilkinson en Anthony Atkinson.

In zijn boek gaat Magnette fel tekeer tegen het kapitalisme. Het buit de mens uit, zorgt voor rivaliteit tussen de naties, put natuurlijke hulpbronnen uit en vernietigt het milieu. Wat hij niet zegt is dat het kapitalisme, ondanks een aantal negatieve effecten, gezorgd heeft voor de enorme toename van de welvaart in de loop van de 20ste eeuw. Magnette hamert evenwel op de groeiende ongelijkheid. Om dat tegen te gaan is volgens hem meer wetgeving nodig want ‘tussen de zwakken en de sterken is het de vrijheid die onderdrukt en de wet die bevrijdt, een citaat dat hij toeschrijft aan Jean-Jacques Rousseau maar in feite afkomstig is van de activist Henri Lacordaire. Wetten zijn ook nodig om het secularisme van onze staat te bevestigen: ‘De mensen ervan overtuigen dat het verbod op het dragen van levensbeschouwelijke tekens door leraren of ambtenaren geen schending betekent van hun godsdienstvrijheid of identiteit, maar de neutraliteit waarborgt.’ Hiermee verschilt hij duidelijk van mening met tal van Vlaamse linkse politici die afkerig staan van een duidelijk grondwettelijk gebetonneerd secularisme.

We moeten weerstaan aan de kapitalistische geest, schrijft Magnette, want geld en de commercialisering grijpen dermate om zich heen dat ze een bedreiging vormen voor de fundamenten van ons sociale leven. En hij ziet voor links dan ook drie grote uitdagingen. Ten eerste ‘het inperken van het kapitalisme door te vermijden dat het zich uitbreidt naar activiteitsdomeinen waar het tot dan toe niet doorgedrongen was’, denk aan het onderwijs. Ten tweede het ‘garanderen dat werknemers rechten hebben in de ruimte die door de principes van het kapitalisme gedomineerd worden’. Ten derde ‘ervoor zorgen dat de winsten die geboekt worden door middel van kapitalistische logica eerlijk herverdeeld worden’, en door die aan te wenden voor openbare diensten en de sociale zekerheid. Concreet pleit hij voor de uitbreiding van de gratis dienstverlening, het beter betrekken van de werknemers in de strategie van bedrijven en het toegankelijk houden van de zorgverlening.

Om meer gelijkheid in de samenleving te bekomen wijst Magnette naar de voorstellen van de Britse econoom Anthony Atkinson die vorig jaar het boek Inequality. What can be done? publiceerde. Zo bepleit hij meer sturing door de overheid van technologische veranderingen, het voorzien in overheidsbanen tegen een gegarandeerd minimumloon, hogere uitkeringen, meer kinderbijslag, meer belastingen op erfenissen en schenkingen, het invoeren van een jaarlijkse vermogensbelasting en een wereldwijde belastingsheffing. Opvallend is ook zijn pleidooi voor een basisinkomen voor iedereen, iets wat Magnette onderschrijft, maar dat door andere socialisten dan weer kritisch wordt onthaald. Een ander klassiek thema dat door de auteur wordt opgeworpen is de vermindering van de arbeidsduur. Dat kan volgens hem honderdduizenden banen redden en zou een tegenbeweging vormen tegen het in zijn ogen rechtse discours voor langere loopbanen en het beperken van het vervroegd pensioen.

Dat betekent niet dat Magnette zich keert tegen ondernemers. Zo schrijft hij opvallend lovend over nieuwe economische organisatievormen zoals Uber en Airbnb, en vindt hij het goed dat betaalde werknemers buiten hun uren hun talenten als masseur, tuinman en schilder zouden benutten. Waarom zouden we deze golf van spontaan ondernemerschap belemmeren?, zo vraagt hij zich af. Maar op de volgende bladzijde maakt hij duidelijk dat dit alleen maar kan binnen strenge regelgeving. ‘Het is voor links daarom van essentieel belang om, zonder haar aantrekkingskracht te ontkennen, de zogeheten collaboratieve economie te demystificeren en manieren te vinden om collectieve regels in te voeren met daarin opgenomen rechten voor de werknemers die aan deze arbeidsvormen deelnemen,’ zo klinkt het nogal vaag en zelfs dubbelzinnig. Hier danst Magnette op twee benen. Hij beseft de mogelijkheden die de nieuwe technologieën ons aanreiken, maar wil tegelijk de oude verworvenheden niet weggooien.

Die dubbelzinnigheid lees je ook in zijn hoofdstuk over Europa. Links moet het Europese project blijven omarmen, maar datzelfde Europa is tegelijk een groot probleem. Magnette hamert op het gebrek aan ‘sociale en fiscale convergentie’ en het dogma van de Europese Unie inzake begrotingsdoelstellingen. Dat laatste is nochtans nodig, want zowat alle economen erkennen het belang van begrotingen in evenwicht en het inperken van de schulden omdat die de toekomst van de jongere generaties dreigen te hypothekeren. De auteur pleit voor een grootschalig herstelplan, een belasting op de financiële transacties en een transformatie naar een energiebeleid los van de fossiele brandstoffen. Ook op politiek vlak moeten er veranderingen komen, waarbij de auteur pleit voor een soort Tweede Kamer samengesteld uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen. Over de vluchtelingencrisis is Magnette dan weer bijzonder kort. Hij noemt het een ‘triest beeld’, maar in de drie zinnen die hij hierover schrijft, staat geen enkel voorstel van oplossing, terwijl juist dit dramatisch probleem een thema van links zou moeten zijn.

‘De fundamentele vraag blijft: kan links nog overtuigen?’ zo schrijft Magnette in zijn slot. Hij rekent alvast op de grote morele verontwaardiging tegen onrecht, de enorme voorraad altruïsme en de toename van het aantal vrijwilligers. Blijft de vraag hoe je die allemaal kunt mobiliseren en achter één groot positief en rechtvaardig project kunt scharen? Het zal maar lukken als ‘links opnieuw aansluit bij de geest van het oorspronkelijke socialisme, dat zich duidelijke en sterke doelen wist te stellen’, aldus de auteur die verwijst naar de geest van Jean Jaurès die als een rode draad doorheen het boek loopt. Alleen blijven die doelen ook na lezing van dit boek nogal oppervlakkig en vrijblijvend. ‘De vrije handel vervangen door eerlijke handel’ en ‘een industrieel beleid introduceren dat onze werkgelegenheid beschermt’, zijn bijvoorbeeld twee van zijn concrete doelstellingen. Dat klinkt goed. Maar hoe moet dat dan in de praktijk? Daar blijft de (linkse) lezer op zijn honger.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Paul Magnette, Onsterfelijk links, De Bezige Bij, 2016

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be