Ongeloof’

boek vrijdag 28 januari 2011

Nigel Farndale

Daniel is een 38-jarige nematoloog, wat betekent dat hij zich heeft toegelegd op de studie van de oudste wormen die er op aarde zijn en waarvan de genetische code helemaal beschreven is; een recht door zee-man dus die je echt geen blaasjes wijsmaakt. Hij woont samen met Nancy, een tandartse en heeft met haar een dochtertje van negen, de aan diabetes lijdende Martha. Om te vieren dat ze net tien jaar samen zijn heeft Daniel in het geniep een reis naar de Galapagoseilanden geboekt en onder het mom dat ze zijn Duitse oom en tante moeten oppikken op Heathrow lokt hij Nancy mee naar de luchthaven, en uiteindelijk ook naar het Ecuadoriaanse Quito, waar ze dienen over te stappen op een klein propellertoestel dat hen naar Darwins zevende hemel zal brengen.

Zowel Daniel als Nancy hebben een geprivilegieerde achtergrond, zo zeer zelfs dat ze hun hond de naam Kevin hebben gegeven, alleen maar om in hun vuistje te kunnen lachen iedere keer Nancy’s ouders een beetje met de neus opgetrokken deze doordeweekse naam dienen uit te spreken. Daniel komt dan weer uit een familie waarin het leger centraal staat. Zijn vader vocht in de eerste Golfoorlog en verloor er een stuk van zijn oor en zijn gehoor, zijn grootvader sneuvelde de dag na D-Day en kreeg postuum het Victoria Cross en zijn overgrootvader stierf tijdens de slag om Passendale, een van de grote mislukte Britse pogingen om een ultieme doorbraak te forceren, begonnen op 31 juli 1917 en geëindigd drie maanden later, met als resultaat een terreinwinst van acht kilometer die vier maanden later alweer werd opgegeven.

Beide zijden samen verloren meer dan 450.000 man, compleet overbodig natuurlijk, maar het nageslacht zal hen voor altijd eren als helden. En zo ook Daniels vader, die het maar niets vindt dat zijn zoon voor een academische carrière heeft gekozen. Heb ik me daar een oor voor laten afschieten? zou je zijn wanhoop kunnen samenvatten, en dat Daniel het in zijn branche in feite verder heeft geschopt dan hij doet er dan niet toe. De bioloog is immers ook een befaamde tv-personaliteit, de presentator van The Selfish Planet, een reeks over de geschiedenis van de natuurhistorie.

Dit precaire emotionele en psychologische evenwicht raakt fataal verstoord wanneer er iets mis gaat met het vliegtuig dat Nancy en Daniel naar de Galapagoseilanden brengt. Een van de motoren begeeft het en het toestel stort in zee. Daniel weet zich uit het zinkende wrak te redden, over Nancy heen die totaal in paniek aan haar veiligheidsgordel zit te trekken. Eens aan het oppervlak, en in het volle besef dat hij zonder zichzelf in gevaar te brengen weer het wrak in kan duiken, keert hij terug, bevrijdt hij Nancy en redt hij nog een andere reiziger. Genoeg moed om als een held geprezen te worden, dat spreekt voor zich, ook al weten Nancy en Daniel dat hij aanvankelijk alleen aan zichzelf dacht, kennis die uiteindelijk een bom onder hun relatie zal leggen.

Op psychisch vlak veroorzaakt dit een bijtende knauw in Daniels persoonlijkheid. Heeft hij in tegenstelling tot zijn voorvaderen dan echt geen ruggengraat, zoals zijn vader al meermaals heeft gesuggereerd? Is hij een lafaard in plaats van een held? Het zijn vragen die hem niet loslaten, evenmin als de verschijning die hij meent gezien te hebben toen hij net na de vliegtuigcrash drijvend in zijn reddingsvest op zoek ging naar hulp: “Een jongeman met een uit steen gehouwen glimlach en bolle, ver uiteenstaande ogen liep niet meer dan tien meter van hem vandaan over het water en wenkte zacht met zijn hand. Met zijn tengere bouw, olijfkleurige huid, en zijn omtrek, wezen en massa was de man compleet aanwezig, ook al was dat onmogelijk. Alleen zijn hoofd en schouders waren zichtbaar - hij droeg geen zwemvest - en na een hoge golf verdween hij in de diepte”. Vervolgens verloor Daniel het bewustzijn, en hij kwam pas weer bij toen een schildpad hem naar het strand van een van de Galapagoseilanden sleepte. Wat moet een Dawkinsiaans atheïst als Daniel daar nu mee? Is er dan toch meer dan de wetenschap, of is hij stilaan gek aan het worden?

Naast romancier is Nigel Farndale een bekend journalist, werkzaam voor The Sunday Times en auteur van gevierde interviews met grootheden als Mick Jagger, Woody Allen, de Dalai Lama, Price Charles en Hillary Clinton. Gaat zo iemand de religieuze toer op? Niet echt zo blijkt, want in zijn boek staat God niet centraal, maar wel de menselijke geest die zichzelf graag voor het lapje houdt. Parallel met Daniels verhaal brengt Farndale immers dit van zijn overgrootvader Andrew die in de Ieper Salient een nog duisterder versie van Daniels psychologsche crisis doormaakte, wat de beste pagina’s van het boek oplevert. Als geen ander weet Farndale immers het leven in de loopgraven te tekenen in al zijn wreedheid en misère, waarbij de soldaten soms blij zijn te mogen sterven. Dan zijn ze eindelijk verlost van het water, de kou en de alomtegenwoordige, agressieve ratten.

Rond het lot van Andrew hangt een mysterieuze waas. Hij was begin augustus 1917 gesneuveld, dacht iedereen, maar dan duiken er plots brieven op, Franse nog wel, en gericht aan ene Alida, waarin Andrew het heeft over hun kind. Dat is toch volstrekt onmogelijk aangezien de jonge rekruut een maand voor zijn afreizen naar het slagveld getrouwd was met een Brits meisje? Of misschien toch niet, en slaagde Andrew erin aan de Vlaamse hel te ontkomen, en was hij bij nader inzien dan toch niet de held waarvoor zijn familie hem altijd had gehouden. Daniels psychisch medicijn is dus in een ver verleden gebrouwen, maar het werkt, en stilaan komt hij er weer bovenop. Meer zelfs, hij steekt samen met zijn immer kritische vader het Kanaal over om een tocht langsheen de slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog te maken, wat de beide mannen voor het eerst sinds lang weer bij elkaar brengt.


Recensie door Marnix Verplancke


Nigel Farndale, Ongeloof, vertaald door Monique Eggermont, Mouria, 2010, 416 p., 22,50 euro

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be