Olie op water

boek

Helon Habila

Herinneringen mogen dan al niet veel meer zijn dan impressionistische blikken geworpen door het raampje van een rijdende auto, zoals een van de personages uit Helon Habila’s Olie op water zegt, minder pijnlijk worden ze er door dit inzicht niet op. En zeker niet wanneer het herinneringen zijn aan een vanzelfsprekend paradijs dat op een paar decennia verdwenen is. De man die het meest onder deze herinneringen afziet is Zaq, een voormalig sterjournalist die niet genoeg afstand kon houden van de gruwelijkheden die hij dagelijks om zich heen zag en zijn pijn daarom probeerde te verdrinken in een sloot whisky.

Wanneer Isabel Floode, de vrouw van een Brits petrochemicus in Port Harcourt ontvoerd wordt, krijgt Zaq de opdracht het binnenland in te trekken op zoek naar de militanten die haar voor een flink losgeld willen vrijlaten. En hij krijgt er ook nog een maatje bij, Rufus, een jonge fotograaf die journalist is geworden en het klappen van de zweep nog niet echt kent. Samen met een gids en zijn zoon varen ze de rivier op, door het mangrovewoud. Hun boot beweegt traag door de oliefilm op het water, tussen de vissen die met hun blinkende buik naar boven drijven en onder de takken waarin dode, met olie besmeurde vogels hangen, de vleugels wijd opengespreid. Tussen de bomen zien ze hier en daar verlaten boortorens, en in de verte een affakkelinstallatie. De enige levende wezens zijn de muggen die hen onophoudelijk steken.

Toen Joseph Conrad eind negentiende eeuw in Heart of Darkness Marlowe via de Congo-rivier op zoek liet gaan naar de illustere Kurtz, wou hij niet alleen iets zeggen over de duisternis in het hart van ieder van ons, maar had hij ook een bittere kritiek op de koloniale slavernij voor ogen. De blanke man buitte het zwarte continent op alle mogelijke vlakken uit, toonde Conrad, en wie Habila’s Olie op water leest, zal moeten vaststellen dat er nog niets veranderd is. Zaq en Rufus passeren voorbij brandende heiligdommen en kapotgeslagen beeldentuinen, vallen in handen van Nigeriaanse militairen die hun gevangen rebellen dagelijks met benzine overgieten om ze nadien in de zon te laten drogen en komen uiteindelijk in contact met ‘de professor’, een kleine boef die zich opgewerkt heeft tot militantenleider en een waar terreurbewind geïnstalleerd heeft in de regio rond Port Harcourt.

Heel subtiel beschrijft Habila welke invloed de oliewinning heeft, en dan doelen we niet alleen op de milieuschade. Ook voor de bevolking is deze vorm van hebzuchtig neokolonialisme immers nefast. Verpletterd tussen het spervuur van militairen en militanten worden hele gemeenschappen gedwongen te verhuizen, steeds meer naar de stad toe, om vroeg of laat te worden opgeslokt. Ze zijn als mensen die uit een bus stappen en opgaan in het drukke stadsverkeer, zoals Habila het treffend beschrijft. En ook op blanken heeft de hedendaagse duisternis zo zijn uitwerking. Er is de constante vrees voor ontvoering, maar ook de stille, erotische kracht die uitgaat van de zwarten eist zijn tol in de vorm van overspel en echtscheiding.

En dat brengt ons weer bij Olie op water, wat ondanks alle engagement toch eerst en vooral een roman is waarin concrete personages de hoofdrol spelen. De combinatie van de zachtjesaan stervende Zaq en de vol bewondering naar hem opkijkende Rufus staat garant voor een aantal emotioneel geladen scènes, zeker wanneer de jongeling ontdekt dat zijn grote voorbeeld niet altijd zo voorbeeldig heeft gehandeld. In zekere zin zou je Olie op water daarom ook kunnen zien als een Bildungsroman waarin - om op een positieve noot te kunnen afsluiten - getoond wordt hoe Rufus precies door alle desillusie en geweld die hij krijgt te verduren toch een sterker mens wordt.


Recensie door Marnix Verplancke

Deze recensie verscheen eerst in De Morgen

Helon Habila, Olie op water, Nieuw Amsterdam, 2013, 256 p., 19,95 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be