Caesar in GalliŽ

boek vrijdag 23 april 2004

Robert Nouwen

Horum omnium fortissimi sunt Belgae. De Belgen zijn de dappersten van alle GalliŽrs. Met die uitspraak zijn vele generaties leerlingen in ons land opgegroeid en ze leerden Latijn dank zij de verslagen van Caesar, die in foutloos en zeer toegankelijk Latijn geschreven zijn. We zijn Caesar dankbaar dat hij als eerste zo lovend sprak over de mensen ten noorden van de Seine, Marne en Moezel. Door zijn veroveringen werden de latere Nederlanden een onderdeel van het Imperium Romanum.

Robert Nouwen, doctor in de oude geschiedenis, plaatst nogal wat kanttekeningen bij de illustere generaal en politicus. Hij beschrijft vooral de jaren 60 tot 50 v.C., nu eens de veldtochten in GalliŽ, dan weer de binnenlandse politiek in Rome en hij toont herhaaldelijk aan hoe beide met elkaar verweven waren. Hij begint met een overzichtskaart van het Rijk, waar helaas veel te weinig plaatsnamen op staan. De detailkaartjes verderop in het boek maken dat enigszins goed.

De auteur schetst Caesars Ďcursus honorumí vanaf zijn geboorte in 100 v.C. en legt uit waarom hij militaire successen nodig had om in Rome consul te kunnen worden. Zijn concurrent Pompeius had die al wel en daardoor de eretitel Ďmagnusí (de grote) gekregen. Caesar sluit met Pompeius en Crassus een triumviraat en laat zijn dochter trouwen met Pompeius. Nouwen beschrijft ook het leger van Caesar: slechts 40.000 militairen; verder hulptroepen, geniesoldaten, medische staf en dieren. Samen goed voor 100 ton voedsel per dag. De GalliŽrs stonden er beter voor: 336.000 soldaten, dus ruim 8 keer zoveel als alle cijfers kloppen. Maar Caesars leger was beter getraind en had beter materiaal en een veel betere tactiek dan de GalliŽrs, Germanen en Britten.

De GalliŽrs en Britten onderhielden politieke en commerciŽle relaties en steunden mekaar in de strijd tegen Caesar. Zo waren er gelijkenissen in hun nederzettingen, agrarische economie, standenmaatschappijen, polytheÔsme. Caesar ondernam twee expedities tegen de Britten en twee tegen de Germanen. Daarmee maakte hij veel indruk en verhoogde hij zijn aanzien in Rome. De HelvetiŽrs werden de eerste slachtoffers en alle andere Gallische en enkele Germaanse stammen ondergingen hetzelfde lot. Telkens bedacht Caesar een voorwendsel om de oorlog gerechtvaardigd te noemen. Zijn Romeins publiek maakte het hem niet moeilijk: elke oorlog was rechtvaardig voor zover het de roem van Rome en de omvang van het Rijk vergrootte.

De balans van de campagne was minder mooi. Minstens 600.000 GalliŽrs sneuvelden op de slagvelden alleen. Daarbij kwamen dan nog executies, verkoop aan slavenhandelaars die het leger volgden, etnische zuiveringen en volkerenmoord, verwoesting van boerderijen, velden, dorpen en nederzettingen. Zo beschrijft de auteur ook het afhakken van handen bij de verdedigers van Uxellodunum in Aquitania. De beroemdste Gallische veldheer Vercingetorix werd meegesleept naar en door Rome, dan zes jaar gevangen gezet en uiteindelijk gewurgd. De Britse leider Vercassivellaunos onderging waarschijnlijk hetzelfde lot. Gegevens over Romeinse gesneuvelden verzwijgt Caesar zoveel mogelijk. In zijn boek Cťsar et la Gaule raamt Goudineau ze op slechts 40.000, tegenover 1 miljoen gesneuvelde en vermoorde GalliŽrs en evenveel GalliŽrs die als slaaf verkocht werden. Daar kwam nog bovenop een jaarlijkse belasting van 40 miljoen sestertiŽn, zodat de ontwrichting van de Gallische economie dramatische vormen aannam.

Tijdens de winter van 52-51 v.C. verwerkte Caesar in enkele weken zijn jaarlijkse oorlogsverslagen tot de bekende Commentarii de bello Gallico en zond ze vanuit zijn winterkwartier Bibracte naar Rome. Het werden acht boekdelen, ťťn per jaar. Caesar wou zijn lezers overtuigen van zijn kwaliteiten als militair strateeg, zijn prestaties en zijn weldaden tegenover het Romeinse volk.

Nouwen besluit met een hard eindoordeel over Caesar, een summiere beschrijving van GalliŽ na de oorlog en als inwoner van Tongeren met een stukje over de Tungri. De epiloog handelt over de manier waarop het onafhankelijke BelgiŽ vanaf 1830 omging met Caesar, Ambiorix en Boduognat. Ze kregen een prominente plaats in alle geschiedenisboeken, elk een standbeeld en in Velzeke organiseert men om de 25 jaar Julius Caesarfeesten (de recentste waren in 1998).

Nouwen noemt Caesar ďťťn van de moorddadigste mannen uit de geschiedenisĒ. Dit lijkt me fel overdreven; laten wij het houden bij ďuit de Romeinse geschiedenisĒ. Hij zou hem zelfs voor een oorlogstribunaal willen dagen en sommigen willen zijn lectuur zelfs uit ons leerplan schrappen. De opstellers van het nieuwe leerplan behouden hem gelukkig als verplichte lectuur, met als argument dat zijn teksten geschikt zijn om diepere motieven van verslaggeving in politiek en reclame te onderscheiden. Zo krijgt de leerling de kans om zelf te zoeken naar voorbeelden van manipulatie.

Caesar is ook belangrijk voor zijn etnografisch werk. Zo maakt hij een goed onderscheid tussen GalliŽrs en andere Kelten, tussen GalliŽrs en Germanen. Hij geeft een nauwkeurige beschrijving van tientallen volksstammen in GalliŽ, GermaniŽ en Engeland, toont aan welke domineerden en wie als vazalstaat fungeerden, en welke relaties er waren tussen Gallische en Britse stammen. Nouwen hecht wel heel veel belang aan de recente archeologische vondsten in zijn provincie: het zwaard van Schulen zou aantonen dat de Kelten overgeschakeld waren op een langer type. De Ďgroteí goudschat van Heers (bestaande uit 78 munten van de Eburonen, 21 van de NerviŽrs, 1 van de Trevieren, 1 van de Veliocasses) zou bevestigen dat die stammen een alliantie tegen Caesar gesloten hadden. Dat is niet uitgesloten, maar er kunnen ook nog andere verklaringen zijn.


Recensie door Jef Abbeel

Robert Nouwen, Caesar in GalliŽ, Davidsfonds, 2003, 208 blz.

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be