Nomade

boek vrijdag 19 maart 2010

Ayaan Hirsi Ali

Weinig mensen hebben de voorbije jaren zoveel discussie losgemaakt over de precaire positie van de vrouw in de islam als de Nederlandse activiste van Somalische afkomst Ayaan Hirsi Ali. Het leek de voorbije jaren wat stil rond haar, maar dat was maar schijn. Sinds ze in de Verenigde Staten woont en werkt houdt ze wereldwijd lezingen en stelt ze zich steeds verder op als de mondiale woordvoerster voor de rechten van moslimvrouwen. Daarvoor krijgt ze internationaal ook steeds meer waardering. In 2006 publiceerde ze haar autobiografische boek Infidel (in het Nederlands Mijn Vrijheid) waarin ze verhaalde over haar jeugd in het gewelddadige Somalië, haar verblijf in Saoedi-Arabië, Ethiopië en Kenia, haar vlucht naar Nederland, haar werk in het Nederlandse parlement, de moord op Theo Van Gogh en het conflict met minister Rita Verdonk rond haar Nederlanderschap. Het werd wereldwijd een groot succes. In 2008 kreeg Ayaan Hirsi Ali samen met Taslima Nasreen de Simone de Beauvoir-prijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan personen die zich volgens de jury hebben ingezet voor het verbeteren van de positie van vrouwen in de wereld. Datzelfde jaar won ze ook de Anisfield-Wolf Book Awards in de VS die wordt toegekend aan auteurs die een belangrijke bijdrage leveren in de strijd tegen racisme en voor diversiteit. Deze week verscheen haar nieuw autobiografisch boek Nomade waarin ze nog meer aspecten van haar leven belicht, in het bijzonder haar ervaringen in de Verenigde Staten.

Het boek start in een Londens ziekenhuis met het laatste bezoek aan haar vader waarmee ze de laatste twee decennia overhoop lag. Zo was hij diep beledigd omdat Ayaan weigerde te trouwen met de man van zijn keuze, door haar kritiek op de vrouwonvriendelijke islam en door het maken (met Theo van Gogh) van de film Submission. Maar zijn belangrijkste bezwaar was dat ze een afvallige was geworden. Het maakte hem en zijn familie in zijn ogen te schande. Tot een gesprek kwam het niet meer, hij lag in een coma en stierf enkele dagen later. Aan de hand van een beschrijving van haar andere familieleden bundelt Ayaan haar kritiek op tal van tradities die de vrijheid van de meeste moslimvrouwen inperken. Zij worden immers ‘gedwongen tot gehoorzaamheid, kuisheid en schaamte’. En de sluier ziet ze als een teken van apartheid, die vrouwen van mannen afzondert. Door zich te onderwerpen aan de koranische bepalingen veroordeelde haar hafzusje Shara zichzelf tot armoede. Zo begon ze wel met Engelse les te volgen, maar stopte daarmee omdat de kans bestond dat ze een diploma zou halen en zo een baan zou moeten aannemen en buitenshuis gaan werken, iets wat haar man, maar ook zijzelf niet zagen zitten. Op die manier stelde ze zichzelf buiten de samenleving.

Ook de relatie met haar alleenstaande moeder is gebrouilleerd. Ayaan geeft toe dat ze kampt met sluimerende schuldgevoelens, namelijk haar plicht om haar ouders te dienen en te gehoorzamen. Ze geeft goed aan hoe moeilijk het is voor heel wat vrouwen om zich los te rukken uit de verstikkende traditionele regels waarin ze zijn opgevoed. Ze voeren innerlijk een permanente strijd tussen loyaliteit tegenover hun ouders en clan enerzijds, en hun persoonlijke zoektocht naar geluk anderzijds. Heel openhartig schrijft ze dat ze wel begrijpt waarom veel van haar lotgenoten toch vasthouden aan hun religie, namelijk als een vorm van bescherming waarbij anderen voor hen bepalen wat goed of slecht is of ‘de mogelijkheid om even niet te hoeven nadenken’. Aan de hand van een portret van haar broer toont Ayaan dan weer aan hoe verschillend jongens en meisjes binnen de moslimwereld behandeld worden. Jongens mogen buitenshuis gaan, meisjes niet. Als de vader weg is neemt de broer zijn rol als hoofd van het gezin over, incluis het gebruik van geweld tegenover zijn zusters. Haar broer is verstandig maar slaagt er toch niet in om succes te boeken. En zo vergaat het ook de meeste van haar neven en nichtjes die wel in het Westen terechtkomen maar niet los raken uit hun groepsdenken en er niet in slagen persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen.

De mooiste en meest emotionele tekst is een brief aan haar grootmoeder waarin ze het traditionele denken van de stamcultuur plaatst tegenover de kracht van de open samenleving. Van het gejuich binnen de moslimfamilie als een jongen geboren wordt en het mokken als het ‘maar’ een meisje is, tegenover de vreugde voor elk kind in de westerse samenleving. Van het gebrek aan wil om aan een betere toekomst te werken in de meeste moslimlanden tegenover het creatieve vermogen van Nederlanders om problemen op te lossen en zaken uit te vinden. Van het wantrouwen dat gelovigen hebben ten aanzien van onbekenden, tegenover het vertrouwen van ongelovigen wanneer ze met anderen in contact komen. In het deel over haar tijd in Nederland, waarin ze evolueerde van een moslima naar een atheïste, spreekt ze met veel gevoel en liefde voor het land waar ze zelfstandig aan de slag ging. Eerst werkend aan de lopende band, nadien als tolk. ‘(Nederland is) de veiligste plek waar ik ooit had gewoond, en ik was nergens zo gelukkig geweest als daar’, zo bekent ze. Maar aan die tijd kwam een einde toen ze quasi letterlijk weggejaagd werd, nota bene door haar partijgenote minister Verdonck. Daarop beschrijft ze de manier waarop dit verlopen is, een vorm van politiek gekonkel door een opportunistische politica die op die manier hoopte meer stemmen te halen bij de voorzittersverkiezingen van haar eigen liberale partij. Zo werd Ayaan stateloos (wat later weer ongedaan werd gemaakt), en in diezelfde periode ook dakloos. De medebewoners van haar appartement slaagden er immers in om haar via de rechtbank buiten te krijgen, omdat haar beveiliging hun ‘overlast’ bezorgde.

Uiteindelijk trok ze naar de VS om er te gaan werken voor het American Enterprise Institute (AEI), een conservatieve denktank, alhoewel Ayaan schrijft dat ze zichzelf niet beschouwd als conservatief. Net zoals Friedrich Hayek zichzelf omschreef in zijn tekst ‘Why I’am Not a Conservative’ wil ze het status quo immers niet conserveren, maar juist radicaal veranderen. Met haar strijd voor het recht op zelfbeschikking van moslimvrouwen voert ze trouwens een uitgesproken progressieve strijd die in het verlengde ligt van de strijd tegen de segregatie van de zwarten in de VS, de strijd tegen Apartheid in Zuid-Afrika, de strijd voor vrouwenrechten in de jaren zestig en zeventig, en later de strijd voor homorechten. De ware conservatieven zijn in deze problematiek juist de zogenaamde ‘progressieve’ feministes en politici die in naam van het cultuurrelativisme hardnekkig zwijgen over de manifeste misbruiken binnen de orthodox-religieuze en orthodox-culturele kringen. Ze zwijgen over de gedwongen huwelijken, de genitale verminkingen, de gedwongen klederdracht, de verstotingen en de eremoorden. De ware conservatieven zijn diegenen die toegeven aan de terreur van radicale gelovigen, die de koranische wetten belangrijker vinden dan de liberale grondrechten.

Ayaan voelde zich snel thuis bij het AEI waar ze naar eigen zeggen kan zeggen en schrijven wat ze wil. Maar omwille van de bedreigingen leeft ze wel in een kooi. ‘Ik mag dan wel symbool staan voor de vrijheid van vrouwen, maar vanwege de doodsbedreigingen aan mijn adres moet ik leven op een manier die welbeschouwd onvrij is’, schrijft ze. Ze is voortdurend onderweg, van de ene lezing naar de andere doorheen dat enorm uitgestrekte land, doorgaans met het vliegtuig, en meer dan ooit voelt ze zich dan ook een nomade, als een ontwortelde die geen vaste thuis heeft. En net zoals in Nederland, moet ze ook hier vechten tegen ongeloof, scepsis en afkeer. Ongeloof bij nogal wat naïeve Amerikanen die bijna niet kunnen geloven dat ook in hun eigen land, binnen orthodox-religieuze groepen, praktijken gebeuren die gewoon onmenselijk zijn. Het wijst erop dat het cultuurrelativisme niet louter een Europees probleem is. Maar ook scepsis en afkeer bij islamieten die haar verwijten dat ze alle gelovige moslims in diskrediet brengt. Waarop Ayaan fel repliceert dat ‘een godsdienst, de islam, die is gebaseerd op een boek, de Koran, dat vrouwen fundamentele mensenrechten ontzegt, letterlijk achtergebleven (is),’ en, zo voegt ze er nog aan toe, ‘deze uitspraak is geen belediging, maar een mening’. En net zoals in Europa ziet ze hoe de pure islam in Amerika steeds zichtbaarder wordt, onder meer in de vorm van gesluierde schoolmeisjes, en een forse toename van het moskeebezoek onder jonge moslims. De radicalisering is volop bezig, ook in de VS.

‘De kern van de botsing van normen en waarden tussen de stammencultuur van de islam en de westerse moderne wereld bestaat uit drie universele passies: seks, geld en geweld’, schrijft Ayaan. Moslimmeisjes moeten maagd blijven en worden gebruikt om allianties te smeden. In feite zijn ze het persoonlijk bezit van vader, broers, ooms en grootvaders. Daarom worden ze onderdrukt, en juist die onderdrukking is in haar ogen het grootste obstakel voor de integratie en ontwikkeling van moslimgemeenschappen in het Westen. Daarnaast wijst ze erop dat veel nieuwkomers niet met geld om kunnen. Tegelijk groeit er bij autochtonen ongenoegen over de immigratie door de indruk dat nieuwkomers misbruik maken van het sociaal systeem. Maar Ayaan keert zich in deze kwestie in twee cruciale zinnen frontaal tegen extreemrechtse politici die haar zouden willen recupereren voor hun bedenkelijke agenda’s. ‘Ik ben geen voorstander van immigranten en hun kinderen het land uit te zetten, zoals sommige populistische politici beweren. Ik beveel westerse samenlevingen ook niet aan hun grenzen te sluiten of helemaal te stoppen met sociale voorzieningen’, schrijft ze. Beter is het om arme migranten aan te moedigen ‘nieuwe opvattingen en zienswijzen te leren die hen in staat zullen stellen armoede achter zich te laten’. Ten slotte heeft ze over het vele geweld dat binnen de moslimwereld gebruikt wordt, zowel thuis door vaders als door onderwijzers op school. ‘De islam is niet alleen een geloof, het is een manier van leven, een gewelddadige manier van leven’, schrijft Ayaan, waarbij ze wijst op het enorme Arabisch-islamitische antisemitisme.

Wat moet er dan gebeuren? Ayaan pleit regelrecht voor een Verlichtingsproject voor de islam waarin het kritisch denken centraal staat en het individu controle over zijn of haar eigen leven krijgt. In die zin is ze het niet eens met de stelling dat alle culturen gelijkwaardig zijn. Culturen waarin vrouwen gelijke rechten hebben, zijn gewoon beter dan culturen waarin vrouwen onderdrukt worden. Daarom moeten liberalen een beschavingscampagne voeren door ‘mensen te informeren en te scholen, en vrijheid, in de geest van de Verlichting, voor iedereen aantrekkelijk te maken’, zegt Ayaan. Waarbij ze de harde conclusie trekt dat de islam in feite ‘onverenigbaar (is) met de principes van vrijheid die de kern van het Verlichtingsdenken vormen’. Ze roept op om niet langer te aanvaarden dat moslims zoals Salman Rushie, Taslima Nasreen, Irshad Manji en Wafa Sultan bedreigd worden omdat ze kritiek uitoefenden op de islam. Ze bespreekt de gruwelijke praktijk van de eremoorden waar jaarlijks minstens 5.000 vrouwen het slachtoffer van worden (niet alleen in de islam, maar ook bij sikhs en Koerden). En ze wijst met een beschuldigende vinger naar de westerse feministen die daarover zwijgen. ‘Als feminisme nog iets wil betekenen, moeten vrouwen met macht hun energie steken in het helpen van vrouwen en meisjes die kampen met de pijn van genitale verminking, die het gevaar lopen te worden vermoord (…) die als slaven worden behandeld, die worden gestigmatiseerd, verminkt en verhandeld zonder dat er naar hun wensen wordt geluisterd’.

Waarna ze oproept tot een wereldwijde campagne ‘tegen de waarden die dit soort misdaden toestaat’. Want als we dit niet doen dan laten we de kernwaarden in de steek die aan de basis liggen van de westerse samenleving: de gelijkwaardigheid van elke mens, de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat en het recht op zelfbeschikking. Hoe belangrijk het probleem is blijkt uit de situatie van miljoenen vrouwen in landen als Saoedi-Arabië, Iran, Irak, Pakistan, Afghanistan, Somalië, Egypte, enzovoort, maar ook van vrouwen in de moslimgemeenschappen in onze eigen contreien. Voor die campagne steekt ze als atheïste merkwaardig genoeg de hand uit naar de westerse christelijke kerken die ze oproept om mee te helpen om onze kernwaarden te verdedigen. ‘Een confrontatie van het westerse en het islamitische waardesysteem is niet te vermijden’, schrijft Ayaan, sterker nog, de botsing is al volop bezig. Het is fout te denken dat moslims die de westerse waarden van vrijheid en verdraagzaamheid hier leren kennen automatisch de moderniteit accepteren. Het is ook nodig hen te laten inzien dat de vreedzame geestelijke leider Jezus te verkiezen is boven een boosaardige Mohammed, aldus Ayaan. Deze visie overtuigt niet. Ze schrijft zelf over de opmars van Amerikaanse christelijke nationalisten die evenzeer vijandig staan tegenover wetenschap (zoals de evolutietheorie) en abortus, en die bijbelse bepalingen in de wetgeving bepleiten. De parallellen met radicale moslims zijn hier duidelijk, en er schuilt ook een gevaar. ‘Christenen en moslims zijn meer aan elkaar verwant dan aan de seculiere wereld. Op een dag zullen ze zich verenigen en de waardigheid van de mens uit hem knijpen zoals je een tube tandpasta leeg knijpt’, aldus de Nederlandse schrijver Guus Kuijer. De juiste weg lijkt me die naar een ‘universele seculiere moraal’ als grondslag voor een harmonieus samenleven van mensen met diverse religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen.

Maar misschien is dat al te utopisch, en beseft Ayaan beter dan wie ook de kracht van tradities en zoekt ze naar ‘verlichte’ medestanders, gelovigen en niet-gelovigen die wereldwijd een nieuw Verlichtingsproces op gang kunnen trekken, of minstens een dam kunnen opwerpen tegen het obscurantisme van radicale geloofsovertuigingen. In haar brief aan haar ongeboren dochter geeft ze alvast aan hoe zij haar kinderen zou opvoeden. Door ze via het onderwijs kennis door te geven, door hen alle mogelijkheden te geven om te leren, door hen op te voeden tot vrije en zelfbewuste burgers die uiteindelijk zelf hun prioriteiten zullen bepalen. En heel belangrijk: ook het besef dat je de vrijheden die je bezit niet alleen voor jezelf moet behouden, ‘maar ook dat je die vrijheden moet delen met mensen die ze niet hebben’. Waarmee Ayaan al die zelfverklaarde progressieven die vanuit hun cultuurrelativisme en politiek opportunisme tal van vormen van vrouwenonderdrukking wegmoffelen of goedpraten, een verdiende draai om de oren geeft.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ayaan Hirsi Ali, Nomade, Augustus, 2010

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be