Het boek Dreigingsniveau 4. Hoe verandert terreur ons leven? is het gevolg van een idee uitgewerkt door de gekende strafpleiter Walter Damen, die als redacteur fungeert in deze bundeling van lezenswaardige essays. In zijn voorwoord legt hij uit hoe hij – geconfronteerd met vragen zoals ‘waarom wil iemand de verdediging van een terreurverdachte op zich nemen?’ –vaak dient uiteen te zetten hoe elementair de rechten van een verdediging zijn in een democratische rechtsstaat. Damen verdedigt niet enkel terreurverdachten omdat iedereen recht heeft op verdediging, maar ook omdat hij hoopt iets te leren uit de beweegredenen van terreurverdachten. Ook ik vind het cruciaal om diepere inzichten te krijgen in de beweegredenen van individuen om op korte en lange termijn met oplossingen voor de dag te komen.

Damen vroeg aan een aantal experten om hun licht te laten schijnen over de problematiek van terreur. Het resultaat is een veelzijdige bundeling van essays. Meer concreet: deze essaybundeling bevat essays van Jos Vander Welpen (voorzitter van de Liga voor de Mensenrechten), Jean-Jacques Cassiman (professor emeritus in de genetica), Brahim Laytouss (imam en hoofd van de Islamic Development and Research Academy), Hendrik Vos (hoogleraar politieke wetenschappen), Chris Dillen (hoogleraar en forensisch gerechtspsychiater), Joëlle Rozie (hoogleraar strafrecht), Walter Weyns (professor sociologie) en Fernand Van Neste (professor emeritus in de rechten).

Jean Jacques Cassiman maakt kort en krachtig duidelijk dat terroristen geen biologisch gedetermineerde wezens zijn maar dat elk gedrag steeds het resultaat is van een complex samenspel tussen individuele eigenschappen en omgevingskenmerken. Hoewel het gedragsgenetisch onderzoek ons al heel veel heeft bijgeleerd, is nog veel te onderzoeken. Het idee dat politiek en/of religieus geweld het resultaat is van complexe interacties tussen individuele en omgevingskenmerken is in het weinige empirische onderzoek dat voorhanden is ook al enigszins aangetoond. En aangezien aan vele individuele eigenschappen een genetische component verbonden zit, is dat ook zo voor een aantal factoren die als co-determinant van terrorisme kunnen gelden. De genetica kan daarom enkel (of juist vooral) in een interdisciplinaire setting (in samenspraak met bijvoorbeeld psychologie en sociologie) een bijdrage leveren aan het begrijpen van politiek en religieus gemotiveerd geweld. In elk geval is het Jean-Jaques Cassiman te doen om vereenvoudigde beelden en foutieve deterministische voorstellingen te ontkrachten en dat is een goede zaak, want eenzijdig denken is nooit goed.

Jos Vander Velpen bespreekt de evolutie van onze vrijheden, die in een rechtsstaat van fundamentele aard zijn. Individuele vrijheden vormen de hoeksteen van een democratische rechtsstaat en het is verbijsterend hoe snel de publieke opinie en politici bereid zijn toegevingen te doen op dat gebied. De bijdrage van Vander Velpen zet aan tot denken hoe veel verder we als samenleving bereid zijn op te schuiven met betrekking tot het weggeven van onze vrijheden in ruil voor controle? Fundamentele spanningen tussen positieve en negatieve vrijheden, tussen het recht op veiligheid en zelfontplooiing, vrijheid van doen en laten verdienen een genuanceerd antwoord. Het is onbegrijpelijk vast te stellen dat clichématige mantra’s als ‘wie niks te verbergen heeft, hoeft toch niks te vrezen’ zo populair blijven. Los van de morele vraag hoe goed of slecht dit is voor een democratie, is er de objectieve wetenschappelijke vaststelling dat te veel vrijheden afstaan in het licht van de terrorismebestrijding valse gevoelens van veiligheid creëren en dus krijgt de burger gebakken lucht voor weggegeven verworvenheden.

Er is nog geen enkele samenleving ontdekt die is gevrijwaard van politiek en religieus geweld. Nu zal ik de laatste zijn om te ontkennen dat uitzonderlijke maatregelen om uitzonderlijke reacties vragen, maar het begrip ‘uitzonderlijk’ wordt al veel te snel heel ruim geïnterpreteerd en voor je het weet ontspoort zoiets. Velen liggen inderdaad al lang niet meer wakker van de Snowden-affaire en gelijkaardige zaken. Onze mensenrechten, waar we zo hard voor gestreden hebben, mogen we zo maar niet opgeven. Het is perfect mogelijk om binnen de lijnen van de mensenrechten problemen van ernstige criminaliteit aan te pakken. Het vergt moed en duurt langer dan een technische ingreep, waarvan het effect nihil is. In de huidige context is zo een bijdrage dus echt wel nodig en verdient deze een wijde lectuur.

Chris Dillen neemt ons vervolgens mee in de wereld van de psychiatrie en verwijst naar de gekende en klassieke experimenten die aantonen dat mensen veel sneller in staat zijn geweld te gebruiken dan men zou denken. Het Millgram experiment en het experiment van Zimbardo spreken wat dat betreft boekdelen. Onder impuls van autoriteit kan zowel het goede als het kwade in de mens worden geactiveerd. Is de mens daarom van nature slecht? Hedendaags onderzoek nuanceert een eenzijdig antwoord. Op basis van de tekst van Dillen is het pessimisme, met name het idee dat de mens enkel slecht is allerminst te verdedigen.

Brahim Laytouss heeft echt vervolgens over terreur vanuit zijn diepgaande kennis van de islam en als hoofd van de Islamic Development And Research Study. Laytouss heeft het over een Europese islam, een islam die niet conflicteert met de Westerse waarden. Hij begint met een uiteenzetting over hoe IS concepten uit de Islam misbruikt en door het gekende mechanisme van de ‘knip-en-plak ideologie’ tracht zo veel mogelijk zieltjes warm te maken voor de gewapende strijd. Laytouss haalt echter nog een aantal andere argumenten aan om een punt te maken: IS is verschillende keren van naam veranderd, hetgeen suggereert dat de groepering zelf zeer instabiel is en eigenlijk niet echt weet wat ze wil (behalve dan via terreur een machtsvacuüm vullen en leven als een soort van criminele organisatie).

Laytouss gaat dieper in op de verschillende religieuze betekenissen die aan het concept jihad kunnen worden gegeven. Hij linkt de jihad aan het verbod te doden en houdt vervolgens een pleidooi voor een rationele islam, die een Europees referentiekader heeft. Volgens Laytouss is een Europese Islam relevant en vormt dit een belangrijke uitdaging. Hij roept daarbij op tot zelfreflectie en bespreekt de rol van de Belgische Moslim Executieve. Zijn kritische zelfreflectie (die overigens gebaseerd is op een eerder in De Tijd verschenen stuk) is zeker de moeite om te lezen. Het is een uitnodiging tot dialoog en rationalisering van de islamitische godsdienstbeleving.

Hendrik Vos kijkt kritisch naar Europa en stelt vast dat het Europa aan daadkracht ontbreekt. Dat is al vaker gezegd en we kunnen maar hopen dat Europa zichzelf heruitvindt vooraleer er nog grotere barsten dreigen te ontstaan. Vos haalt de heikele punten aan zoals de versnippering en de moeizame uitwisseling van informatie. Het is natuurlijk belangrijk dat de diverse lidstaten elkaar vertrouwen wanneer zij informatie uitwisselen. Hoewel ik merk dat er via allerhande netwerken zoals RAN (Radicalisation Awareness Network) wel inspanningen worden gedaan (bijvoorbeeld om onderzoeksexpertise kennis samen te brengen) zal het nog lang duren eer Europese instellingen op een vlotte en niet al te bureaucratische manier informatie kunnen delen. Dit is allerminst eenvoudig want hier botsen verschillende belangen, met name het recht op vrijheid en privacy en het recht op veiligheid.

Een gezamenlijk beleid is natuurlijk inhoudelijk logisch. Met coherente beleidsvoering voorkomt men dat inconsistente beslissingen worden genomen. Vos eindigt misschien wat zwartgallig omdat hij schrijft dat zonder Europees beleid de Kalasjnikovs weer zullen knallen. Met een gecoördineerd Europees beleid (bijvoorbeeld de gezamenlijke verstrengde aanpak van de wapenhandel) zullen het misschien wel geen Kalasjnikovs zijn die knallen. Bommen kunnen ongetwijfeld ook in een Europa met een sterk Europees beleid nog knallen. Maar de kansen dat zoiets gebeurt verkleinen wanneer er een gezond evenwicht is tussen een sociaal structureel en situationeel beleid, dat voorzien is van heldere structuren, een helder en niet miste verstaan wettelijk kader en gelijke toepassing in de diverse lidstaten.

Joëlle Rozie heeft het vanuit haar expertise als hoogleraar Strafrecht aan de universiteit van Antwerpen en hoofdredacteur van het tijdschrift Nullum Crimen Sine Pene (geen misdrijf zonder straf) dan weer op haar beurt over het strafrecht en de rol daarvan binnen de terrorismebestrijding. De functies van het strafrecht worden tegenover de roep om hardere straffen geplaatst en Rozie hamert er op dat een strenger strafrecht niet noodzakelijk tot meer successen zal leiden. Deze hardnekkige mythe blijft wel leven bij de bevolking. Niet zwichten voor het populisme en het vermijden van de steekvlampolitiek zijn aanbevelingen die ieder democraat zich ter harte moet nemen, zelfs wanneer een weerbare en open democratie zwaar op de proef wordt gesteld. Weerbaarheid is essentieel, maar tegen welke prijs? Walter Weyns bekijkt terreur door de ogen van Elias Canetti, een Nobelprijswinnaar voor de Literatuur. Hij schrijft vanuit cultuurkritisch oogpunt en reflecteert over de terreur als schijnbare macht. Bij wijze van afsluiter hebben Walter Damen en Fernand Van Neste het over het natuurrecht als antwoord op jihadisme en terreur.

De vraag is wie dit boek dient? De echte specialist is van de hier gebrachte standpunten waarschijnlijk al op de hoogte. Het boek is helder geschreven en is daarom informatief voor diegene die zich een genuanceerde opinie wil vormen over de besproken thema’s. De standpunten die verdedigd worden zijn ook de moeite om verder over te reflecteren. Daarom kan ik me voorstellen dat dergelijke teksten ook bruikbaar zijn als leidraad voor discussies in de derde graad van het secundair onderwijs of in een bacheloropleiding maar ook voor beleidsmakers en professionals op de werkvloer die met de dagelijkse problematiek geconfronteerd worden.


Lieven Pauwels

De recensent is kernlid van Liberales en directeur van het Institute for International Research of Criminal Policy (IRCP), Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, UGent.

Links
mailto:Lieven.Pauwels@UGent.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be