Niet voor de winst

boek vrijdag 18 november 2011

Martha Nussbaum

In vele van haar geschriften heeft Martha Nussbaum het over de betekenis van kunst en menswetenschap in de ontwikkeling van de menselijke geest. In Cultivating Humanity (1997) tekende zij al de krijtlijnen uit van het moderne onderwijs (liberal education) dat geënt moet zijn op kritisch zelfonderzoek en de mens moet vormen tot een betrokken, democratische wereldburger. In Upheavals of Thought (2001) beargumenteerde zij uitvoerig hoe literatuur, muziek en schilderkunst daarin een grote rol van betekenis kunnen spelen. In haar nieuwste boek Niet voor de winst herneemt Nussbaum dit motief met kennis ter zake en grote overtuigingskracht.

Het boek Niet voor de winst begint met een onheilstijding. In tijden van economische terugval, financiële instabiliteit en politieke machtsverschuivingen staat de moderne samenleving anno 2011 voor een grote uitdaging. Het is niet de economische of financiële crisis die de poten vanonder de moderne democratie zaagt, maar wel een crisis in het onderwijs. Nussbaum stelt vast dat de humane wetenschappen moeten inboeten in het onderwijspakket; een tendens die zij betreurt en gevaarlijk acht. De klemtoon ligt steeds vaker op de ontwikkeling van praktische vaardigheden die onmiddellijk economisch te kwantificeren zijn. Met kennis van de Slag bij Hastings of de Boerenkrijg, of van de verzen van Rilke en de schilderkunst van Caravaggio kom je op de fabrieksvloer en de internationale markten en beurzen niet ver. Aldus vallen geschiedenis en kunst in het onderwijs geleidelijk aan uit de boot. Daarmee gaat niet zomaar feitenkennis verloren. Ook belangrijke bronnen die het menselijke karakter kweken lijken te verdwijnen. Als we niet opletten, meent Nussbaum, levert het onderwijs binnenkort geen kritische, creatieve burgers meer af, maar enkel nog machines die hooguit een wisselstuk in de economische keten blijken te zijn.

Dat klinkt misschien wat paniekerig, maar Nussbaum slaagt er doorheen het boek opvallend goed in om een evenwichtige argumentatie op te bouwen en de relatie tussen democratie, kunst en geesteswetenschappen overtuigend weer te geven. Zo krijgt haar onheilspellende claim een grotere overtuigingskracht, alsook door het feit dat Nussbaum kan puren uit haar eigen ervaring in de Amerikaanse academische wereld en uit het ontwikkelingswerk dat ze in India van nabij volgt. Wat maakt een democratie stabiel en weerbaar? Die vraag vormt het eigenlijke, hoewel eerder impliciete, uitgangspunt van Nussbaums pleidooi voor een evenwichtig onderwijs. Een democratie steunt op de empathische vermogens van de burgers. Zonder empathie, geen democratie. In een moderne democratie moeten meningen kunnen verschillen, zonder te botsen. Dat kan enkel wanneer de burgers met elkaar in dialoog kunnen treden met respect voor hun onderlinge verscheidenheid. Een democratie is slechts stabiel voor zover die dialoog vlot verloopt op basis van het inlevingsvermogen en het wederzijdse begrip tussen de dialoogpartners. Om dit mogelijk te maken is het nodig om te begrijpen waar je zelf voor staat, alsook wie de ander is.

Niemand wordt geboren met zulk een zelfbesef en een besef van de menselijke intersubjectiviteit. Een kind wordt eerder narcistisch geboren. Het heeft geen besef van de ander als een ander ik, zoals Nussbaum mooi aangeeft aan de hand van (kinder)psychologisch feitenmateriaal. Door middel van spel en studie, ontwikkeling en onderwijs, moet dat besef ontwikkeld worden. Net hier blijken de menswetenschappen en de kunst een unieke rol te vervullen en een bevorderlijke invloed te hebben op de dialogische en kritische vaardigheden van het individu. De teloorgang van kunst en menswetenschappen in het hedendaagse onderwijs is dus ook de teloorgang van de empathie, de dialoog en het wederzijdse begrip waarop de democratie stoelt. Dat is, kort gezegd, de kern van Nussbaums vertoog.

Het fundamentalisme is ongetwijfeld de grootste vijand van de democratie. Dit fundamentalisme – in welke hoedanigheid ook – vertrekt vanuit de overtuiging dat er één waarheid is die alle andere meningen kan overreden en die het legitimeert om elke afwijkende mening hardhandig te bestrijden. Het beste wapen tegen zulk een fundamentalisme is dan ook het wegnemen van die fanatieke, monistische overtuiging. Dat is bijgevolg de essentiële taak waar het moderne, democratische onderwijs voor staat, en volgens Nussbaum kan het onderwijs deze taak op diverse manieren op zich nemen. Zo is er de socratische dialoog en zelfkritiek, die Nussbaum al in Cultivating Humanity als een pijler van een evenwichtige liberal education verdedigde en waarnaar ook in Niet voor de winst veel aandacht uitgaat.

Socrates trok met zijn kritische vraagstelling (de befaamde ‘maieutica’) het bestaan van absolute waarheden in twijfel. De enige zekerheid waarover hij meende te beschikken was net het gebrek aan absolute zekerheden. Iets van die houding moet volgens Nussbaum ook in het onderwijs gekweekt worden door middel van groepsdiscussies en dialoog. Ze geeft het concrete voorbeeld waarbij leerlingen de opdracht krijgen om in klasdiscussies een mening te verdedigen die niet de hunne is en op zoek te gaan naar solide argumenten voor die andere mening. Zulke oefeningen ontwikkelen niet enkel het besef dat er andere meningen zijn, maar ook dat die andere meningen gegrond kunnen zijn. Dat kan weer de verdraagzaamheid en het begrip stimuleren zonder dewelke een democratische samenleving niet kan. Het is net in dit opzicht dat ook de geesteswetenschappen een pijler van de democratie en het democratische onderwijs blijken te zijn. Kennis van geschiedenis, aardrijkskunde, antropologie, psychologie, en dergelijke kan het besef van de intermenselijke verscheidenheid stimuleren. Het leren over andere tijden, culturen en landen stimuleert het denkvermogen en de verbeeldingskracht, omdat we ons geconfronteerd zien met een leefwereld die niet de onze is.

Het erkennen van de ander als een ander ik is de basis van de empathie en maakt het mogelijk dat mensen vredevol met elkaar kunnen omgaan: ik kan mij immers indenken en inleven in de positie van de ander als een ander ik. Daardoor kan ik het kantiaanse paradigma onderschrijven dat ik de ander niet wil aandoen wat ik niet wil dat mij wordt aangedaan. De democratie steunt op dat paradigma en perspectief dat niet in economische winsttermen uit te drukken is, maar net het bijproduct van de geesteswetenschappen en de kunst. Kunst is immers een derde middel waarmee het individu uitgenodigd wordt om het perspectief van de ander aan te nemen: het gaat erom dat het individu uit zijn eigen beperkingen treedt en zowel de menselijke intersubjectiviteit als pluriformiteit erkent, respecteert en uiteindelijk ook waardeert.

Kunst kweekt wat Nussbaum de ‘narratieve verbeelding’ noemt: het zich kunnen verbeelden in de ander. Kunst is de uitbreiding van de interpersoonlijke speelruimte en versterkt de verbeeldingskracht en de emotionele intelligentie die toelaat om ons in te leven in de positie van een ander. In het voorlaatste hoofdstuk van Niet voor de winst gaat Nussbaum daarop dieper in, met bijzondere aandacht voor de vormende kracht van muziek. Dat is natuurlijk een bekend motief in de muziekfilosofie. We kunnen verwijzen naar denkers als Scruton, Jerroldson en Davies die elk op hun manier benadrukken hoe muziek een dialogische, sympathie en empathie kwekende, functie heeft. Dat werd ook door de Franse filosoof Vladimir Jankélévitch poëtisch omschreven. Hij meende immers dat de muziek een dialoog van menselijke harten is die leidt tot een désarmement des coeurs.

Nussbaum merkt onder andere op dat kinderliedjes het kind al op erg jonge leeftijd uitnodigen om het perspectief van een ander levend wezen in te nemen. Dat is niet enkel de ontdekking van de ander, maar het is ook zelfontdekking, hetgeen Nussbaum al in Upheavals of Thought benadrukte in haar analyse van de invloed van muziek (in het bijzonder Mahler) op de empathische vermogens van de luisteraar. De ontdekking van de ander laat ook toe om de blinde vlekken uit ons zelfbesef weg te nemen. Nussbaum maakt daarbij ook gebruik van de fraaie case study van een koor in Chicago. Het koor bestaat hoofdzakelijk uit kansarme zwarten, maar door liederen te zingen van Bach of zelfs country, groeit een breder perspectief. Het schept een verbondenheid met een hen vreemde leefwereld.

Aldus komt Nussbaum tot de conclusie dat met het onderwijs ook de dialoog, het intermenselijke respect, de empathie en het voortbestaan van de democratie op het spel staan. De humane wetenschappen kweken vaardigheden die voor de democratie van groot belang zijn, maar het zijn de niet-exacte wetenschappen en de kunst die steeds vaker moeten wijken voor technische vakken en exacte wetenschappen. In plaats van te gaan voor een onderwijs dat enkel gericht is op economische winst (en vandaar ook de titel Niet voor de winst) moeten we gaan voor een onderwijs dat gericht is op burgerschap. Vandaag de dag is vooral het eerste type onderwijs aan een opmars bezig, maar dat volstaat niet om het individu voor te bereiden op een zinvol bestaan.

Gedegen onderwijs moet volgens Nussbaum gericht zijn op burgerschap en -zin, op bekwaamheden die het individu helpen om een zinvol leven te leiden in de maatschappij waarin hij zich bevindt. De inzet van het onderwijs is, al zegt Nussbaum dat niet letterlijk, met andere woorden de positieve vrijheid: het vermogen van het individu om zelf vorm en zin te geven aan zijn bestaan. Nussbaums vertoog heeft misschien een idealistische ondertoon, maar dat maakt het ook net persoonlijk en bezield. Niet voor de winst is een overtuigend en overtuigd pleidooi voor een evenwichtig democratisch onderwijs.


Recensie door Alicja Gescinsca


Martha Nussbaum, Niet voor de winst: waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft, Ambo, 2011, 213 blz.

Links
mailto:gescinska@gmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be