In het zicht van de galg

boek vrijdag 15 juni 2007

Susan Neiman

Bestaan er morele wetten die altijd, overal en voor iedereen gelden? Volgens Kant weten we nooit vooraf hoe we in morele conflictsituaties zullen handelen, maar wel hoe we zouden moeten handelen. Daarbij kijken we naar zogenaamde ‘helden’ die ons voorgaan in de keuze voor menselijke waardigheid. Is dit abstract? Helemaal niet. Denk aan Joke Dillen, een 16-jarige babysit die bij een huisbrand de baby in haar armen nam en uit het venster sprong, waarbij ze er alles aan deed om het kind te redden. Zelf raakte ze toen heel zwaar verwond. Denk aan de Italiaanse veiligheidsagent Calipari die zichzelf voor het lichaam van de Italiaanse journaliste Giuliana Sgrena gooide en zo haar leven redde, ten koste van zijn eigen dood. Of denk aan de heldhaftige houding van de passagiers van de gekaapte vlucht naar het Amerikaanse Capitool op 11 september 2001, die de bestuurderscabine overvielen en het vliegtuig in een onherbergzame zone deden belanden, met de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat ze het daarbij niet zouden overleven maar veel andere levens zouden redden. Elk op zich waren het helden die hun eigen leven offerden voor dat van anderen. Het zijn die voorbeelden die ons als mens voor ogen staan als we zelf morele keuzen moeten maken.

Met dergelijke beelden voor ogen schreef Susan Neiman, filosofe en directeur van het Einstein Forum in Potsdam, de tekst In het zicht van de galg naar aanleiding van de Thomas Mores Lezing in 2005. Daarin neemt ze de ethiek van Kant als uitgangspunt. Het klinkt allemaal theoretisch maar Neiman verwijst snel naar bijzonder concrete en actuele situaties zoals het zelfmoordterrorisme en de rol van religie bij ons moreel handelen. Susan Neiman is zelf een joodse die werkt in de historisch beladen stad Berlijn. Haar stelling is dat het religieus fundamentalisme alleen aantrekkelijk is omdat er zo weinig anders wordt aangeboden. Daarbij verwijt ze de intellectuelen dat ze zich hebben teruggetrokken uit de publieke arena. Als overtuigde kantiaanse komt ze op voor de basisideeën van de Verlichting waarin elke mens zich een morele houding kan aannemen. Dat is volgens haar zeker het geval als mensen voor de keuze staan voor leven en dood. Net op dat moment kiezen mensen voor het moreel juiste en goede. In het zicht van de galg zullen mensen immers geen fouten willen maken. Het is een betwistbare stelling, al was het maar dat velen in het verleden stellingen innamen die onmenselijk waren, juist omdat ze oog in oog stonden met de galg.

Maar Neiman laat zich hier niet door van haar stuk brengen. Meer nog, ze zet zich af tegen elke vorm van religie omdat die morele keuzes net intransparant maken. Zo leveren religieuze fundamentalisten zichzelf uit aan het gezag. ‘Door het geloof hoeven ze niet zelf te kiezen en wordt hun leven door anderen bepaald.’ Hierbij verwijst ze naar Abraham die zo een prominente plaats bekleedde in de drie monotheïstische godsdiensten. De onvoorwaardelijke volgzaamheid van Abraham om zijn zoon te doden, ondersteunt fundamentalistische visies en staat haaks op de rationalistische visie van Kant die stelde dat Abraham eerst eens goed had moeten nadenken over de vreselijke daad die men hem opdroeg. Blijkbaar had Abraham bij het bestijgen van de berg elke moraal achter zich gelaten. Neiman die zelf meer kennis heeft van de joodse religieuze traditie stelt dat de mens beter in discussie gaat met God, al was het maar uit het besef dat tal van zogenaamd goddelijke bepalingen in feite mensenwerk zijn. Daarmee keert ze zich frontaal tegen het absolutisme van zogenaamde heilige teksten.

Tegenstanders van de Verlichting wijzen naar de 20ste eeuw als een voorbeeld van een totaal gebrek aan menselijkheid. Die kritiek klopt niet. ‘De echte Verlichting gaat niet over blind optimisme maar over de strijd om hoop’, aldus Neiman. De volmaakte mensheid bestaat niet, alleen een geloof in de waardigheid van de mens. En de auteur verwijst naar Jean Amery en zijn Jenseits von Schuld und Sühne waarin hij het weldadig optimisme van de Verlichting met haar duurzame waarden vrijheid, rede, rechtvaardigheid en waarheid, als enige hoop tegen de barbarij ziet. In zijn interview met Susan Neiman wijst Bas Heijne op de logica van haar denken. Neiman is een overtuigde kantiaanse die stelt dat we religie niet nodig hebben om moreel te kunnen zijn. De grootste voorbeelden terzake zijn mensen die gewoon alle materiële verleidingen weerstonden en gewoon iets goeds deden omdat het goed was, en niet omdat ze er persoonlijk voordeel konden uithalen. Ze verwijst naar Nelson Mandela en Martin Luther King en plaatst die tegenover Bush en Bin Laden die ze beschouwt als fundamentalisten.

Susan Neiman is ook een bijzonder progressieve denkster. Ze verzet zich tegen Isaiah Berlin die ooit stelde dat we de dingen beter laten zoals ze zijn, omdat veranderingen dingen eerder erger maken dan beter. Een dergelijke houding verwerpt ze omdat die er zou toe leiden dat we naar niets beters meer verlangen. Net daarom kiest Neiman ongeremd voor een voortzetting van de Verlichting. Het is een moedig standpunt in een land (de Verenigde Staten) waar christelijke, fundamentalistische en apocalyptische ideeën steeds meer opgang maken. Net daarom gelooft Neiman zo sterk in een samenwerking tussen seculieren en rationalistische stromingen binnen de diverse religies. ‘Het gaat niet om geloven of niet geloven, maar om de vraag of de rede dan wel het fanatisme ons leven zou moeten sturen’, aldus de auteur. Zo maakt ze duidelijk dat er geen echte botsing bestaat tussen de religieuze neutraliteit van het Westen en de vermeende morele superioriteit van de godsdiensten.

Wat behoort een mens te doen? In het zicht van de galg zal dat afhangen van de moed van de betrokken persoon. Het is in feite een onmogelijke vraag. Denk aan de naziperiode. Daarin had je zowel fanatieke volgelingen als Adolf Echmann – de overgrote meerderheid – als verwoede tegenstanders zoals Sophie Scholl – een absolute minderheid. Die verhouding zou evenwel totaal anders zijn moest men de vraag stellen: ‘Wat zouden we moeten doen?. Dan zou bij zowat iedereen de universele morele wet van toepassing zijn. Maar zekerheid hierover hebben we niet. Neiman wijst er op dat de oorsprong van het morele kwaad ligt in de neiging van mensen om juist te ontkomen aan die universele algemene regels. Anders gezegd: religieuze teksten en bepalingen van een Partij of Leider leiden ertoe dat volgelingen hun persoonlijk geweten kunnen uitschakelen en zich kunnen wegsteken achter irrationele bepalingen om hun zin te doen. Met alle gevolgen van dien. De loop van de geschiedenis heeft aangetoond dat het volgen van een door hogere machten opgelegde moraal, leidt tot de gruwelijkste drama’s.

De tekst van Susan Neiman klinkt overtuigend, maar toch kreunt ze onder de kritische analyse van Grietje Dresen, een universitair docent ethiek en religie aan de Universiteit van Nijmegen. In haar commentaar verwijst ze naar de drijfveren van Mohammed B., de moordenaar van Theo Van Gogh, die meende dat hij ethisch ‘juist’ handelde. Dat komt omdat hij begrippen als goed en kwaad, leven en dood op een fundamenteel andere wijze ervaart. De focus op individuele rechten en vrijheden vormt ‘voor veel islamitische – maar evenzeer voor christelijke en communitaristische – critici de zwakte van de westerse moraal’, aldus Dresen. Dat neemt niet weg dat we onze ‘westerse waarden’ als onopgeefbaar moeten beschouwen. Wie bijvoorbeeld raakt aan het principe van de gelijkwaardigheid van elke mens, zou elke moord kunnen verantwoorden. In feite is de visie ‘in het zicht van de galg’ van Kant nog zo gek niet. Het betekent dat elke mens, als het erop aankomt, stelling kiest ten goede. Wie opteert voor het slechte, wordt (fictief) opgehangen. Die morele stok achter de deur lijkt me efficiënter dan de tien geboden, die men bij overtreding kan wegspoelen via de biecht. In het echte leven bestaat er geen biecht. Alleen het geweten. En dat kan zowel geruststellen als knagen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Susan Neiman, In het zicht van de galg, Damon, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be