Breendonk 1940-1945. De geschiedenis

boek vrijdag 10 december 2004

Patrick Nefors

Zestig jaar na de bevrijding was er nog altijd geen wetenschappelijke studie over het monument dat in BelgiŽ wellicht het meest herinnert aan de Tweede Wereldoorlog. Patrick Nefors die als historicus werkzaam is in het nationaal gedenkteken, heeft het nu gepresteerd. Hij is de eerste die over alle fasen van Breendonk schrijft en ook de wandaden van de repressieperiode niet verzwijgt. Hij begint met de bouw van de fortengordels rond Antwerpen vanaf 1859. Breendonk is gelegen langs de weg Antwerpen-Brussel, nog net in de provincie Antwerpen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef koning Albert I met het leger in dit fort tot 7 oktober; het fort hield stand tot 8 oktober 1914. Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde het opnieuw als militair hoofdkwartier van 10 tot 17 mei 1940. Hier voerden koning Leopold III en zijn ministers hun eerste gesprekken (15-16 mei) over wel of niet capituleren. Hier deden twee Britten een totaal verschillend beeld op van de koning: generaal Needham noemde hem zwak, volgens admiraal Keyes kende hij geen zwakheden.

Na de overgave van BelgiŽ, kreeg het fort in augustus 1940 zijn tweede functie. Het werd een Auffanglager of opvangkamp en later doorgangskamp van de SS. Volgens hen was het geen concentratiekamp, ofschoon de leefomstandigheden vergelijkbaar waren. Hun keuze voor Breendonk was logisch. Het was gelegen langs de autosnelweg, tussen de hoofdstad Brussel en de havenstad Antwerpen, waar ongeveer 90% van de Belgische joden woonden. Het tijdstip ook: in augustus 1940 signaleerde men de eerste gevallen van sabotage en verscheen het eerste nummer van het clandestiene dagblad La Libre Belgique. Vanaf september 1940 kwamen de eerste gevangenen. In de loop de jaren groeide dat aantal aan tot 3500 tot 3600, van wie 400 tot 500 joden. De gevangenen werden verplicht tot dwangarbeid, nl. het afgraven van een gigantische aardlaag van 250.000 tot 300.000 m≥, met als doel het fort om te bouwen tot een gevangenis en deze te verstoppen achter een hoge dijk.

Het kampregime was in 1940 nog redelijk en er werd zelfs nog een kerstfeest toegelaten. Vanaf 1941 evolueerde het van hard naar dodelijk. Zo kwamen heel gevangenen om door dwangarbeid, honger, mishandeling, foltering en executie. Vanaf de inval van Duitsland in de Sovjet-Unie in juni 1941, werd de groep talrijker. Meer dan 300 communisten en linkse militanten werden aangevoerd. Vanaf september kwamen de eerste Vlaamse SS-ers in Breendonk voor meer tucht en mishandelingen zorgen. Hun kopstukken waren Fernand Wyss, een worstelaar uit Antwerpen, verantwoordelijk voor 16 moorden of doodslagen en Richard De Bodt, een sluiswachter en wreedaard uit het nabije Wintam. Eind 1943 verbeterde de hygiŽne, dank zij nieuwe toiletten, een ziekenboeg en iets meer voedsel. In de zomer van 1944 voelden de Duitsers dat de oorlog op zijn einde liep. Ze brachten de gevangenen naar Buchenwald en op 4 september troffen de Britten een leeg fort aan met een opgebrand archief. De sporen van de folteringen, executies en ophangingen waren uitgewist. Pas in mei 1945 keerden de overlevenden terug naar BelgiŽ. Op 4 september 1944 begon Breendonk 3. Echte en andere verzetslui sleepten personen binnen die verdacht werden van collaboratie. Ook nu ging het er wreed aan toe, net zoals in Lokeren, Leuven en andere plaatsen. Er was nog geen staatsgezag om deze misbruiken te controleren of een halt toe te roepen. Van 30 december 1944 tot einde 1946 was het een officiŽle staatsgevangenis. Sinds 1947 fungeert Breendonk 4 als nationaal gedenkteken, sinds 6 mei 2003 in een nieuwe gedaante.

Naast het historisch overzicht bespreekt de auteur het leven in het kamp, de sfeer, honger, dwangarbeid, kledij, hygiŽne, medische zorg, mishandeling, foltering en executie. Daarna volgen portretten van leidinggevende Duitsers, Vlaamse SS-ers en andere collaborateurs. Ook worden twintig slachtoffers voorgesteld, zoals zwemmer en zakenman Martial Van Schelle, communist Jacques Grippa en de latere artsenleider Andrť Wynen. Vervolgens gaat Nefors in op Breendonk na de bevrijding. Tienduizenden zwarten werden in 170 centra geÔnterneerd en veelal mishandeld, zeker in Breendonk, waar de executiepalen en de galg heropgericht werden en vooral vrouwen het slachtoffer waren van sadistische mishandelingen, onder andere door vrouwen. Hier kwam pas een einde aan toen de geallieerden protesteerden.

In zijn geschiedenis als gedenkteken schommelde het aantal bezoekers: een record van 109.731 in 1949, een dieptepunt met 40.066 in 1958; sindsdien stijgt het weer. Momenteel gaan er zelfs stemmen op om een schoolbezoek te promoten of te verplichten. Nefors besluit met commentaar bij kunst, literatuur, toneel en film over Breendonk. De bijlagen zijn ook interessant: graden en kentekens van Waffen SS, Wehrmacht en Belgisch leger, de namen van de in Brussel overleden en gefusilleerde personen, met hun herkomst, geboorte- en sterfdatum. Verder een plattegrond, een bibliografie en een register. In deze bibliografie ontbreekt Jos Vander Velpen, En wat deed mijn eigen volk? Breendonk, een kroniek. Nefors beperkt zich tot wetenschappelijke studies en vermijdt vulgariserende, geŽngageerde geschriften, die niet verwijzen naar bronnen. Elders in het boek staan ook nog tabellen, b.v. van de deportaties naar concentratie- en uitroeiingskampen in Duitsland en Polen.

Het boek heeft uitsluitend sterke kanten: Nefors slaagt erin afstandelijk te blijven, de feiten weer te geven zoals ze waren. Als anderen schreven of beweerden dat de Duitsers iets doelbewust deden, accepteert hij dat pas als zulke complottheorieŽn terug te vinden zijn in Duitse bevelschriften. Hij behandelt verklaringen van overlevenden met tact, maar controleert of ze niet overdreven zijn. Zo vernemen we dat er wel medische verzorging was, dat de folterkamer bestond vanaf de herfst van 1942 en nog niet vanaf het begin, dat de solidariteit onder de gevangenen klein was in plaats van groot. Maar ook zo, gezuiverd van overdrijvingen, is duidelijk hoe erg de dwangarbeid, honger, terreur, slagen, verwondingen, folteringen, executies en deportaties waren. Uit de profielen van de daders kunnen we ook afleiden dat omstandigheden zoals een autoritair regime, de oorlog, het depersonaliseren van gevangenen kunnen leiden tot wreed wangedrag. Neforsí prestatie is des te groter, omdat het archief over de kampperiode in brand is gestoken en omdat er tijdens de ergste periode van de repressietijd (van 4 september tot 11 oktober 1944) niets opgeschreven werd. Die repressie was ook een schande, maar niet zo gruwelijk als de veel langere nazi-tijd. Dit boek mag niet ontbreken in bibliotheken van leraren geschiedenis, scholen en gemeenten.


Recensie door Jef Abbeel

Patrick Nefors, Breendonk 1940 Ė 1945. De geschiedenis, Standaard Uitgeverij, 2004.

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be