De best mogelijke wereld

boek vrijdag 26 november 2010

Steven Nadler

De meeste mensen op aarde geloven dat de wereld en de mens door God geschapen zijn. Over de manier waarop hij dat deed, bestaan verschillende versies. In de Bijbel (Genesis) wordt uitgelegd hoe dat gebeurde. Eerst schiep hij drie ruimtes: licht en duisternis, het uitspansel met de lucht eronder, en de zeeën en het vasteland. Daarna tooide God deze drie ruimtes met bewoners: de hemellichamen, de vissen en vogels, en de dieren en mensen. En op de zevende dag rustte hij uit. Aan de hand van het boek Genesis kon de Ierse aartsbisschop James Ussher in het midden van de zeventiende eeuw zelfs exact het moment berekenen waarop de schepping had plaatsgevonden. Hij kwam uit op zondag 23 oktober 4004 voor Christus om negen uur ’s morgens, en daar kan geen geoloog een dag aan toevoegen. In 1701 nam de Kerk van Engeland deze datum trouwens op in haar officiële Bijbel. Binnen de islam gaat men er van uit dat Allah eerst de engelen schiep, daarna de djinns en tenslotte de mens uit klei. De hemel werd volgens de Koran geschapen in zeven lagen. De aarde werd met planten bedekt en Hij schiep vogels in de lucht, vissen in het water en landdieren op aarde. In Genesis staat dat God zag dat wat Hij geschapen had goed was en zo was ook de mening van de kerk en haar leiders. Volgens de Duitse filosoof en wiskundige Gottfried Leibniz is de wereld zoals die is, zelfs de best mogelijke van alle werelden.

Over Leibniz en zijn tijdgenoten Antoine Arnauld en Nicolas Malebranche schreef de Amerikaanse filosoof Steven Nadler het boek De best mogelijke wereld waarin hij een beeld schetst van de intellectuele activiteiten in het Parijs van de tweede helft van de zeventiende eeuw. Eén van de centrale vragen die men toen wou beantwoorden was die van het kwaad. Waarom bestaan zonde en pijn in een wereld die is geschapen door de wijze en almachtige God? Waarom overkomen goede mensen slechte dingen en slechte mensen goede dingen? Wie of wat is God eigenlijk? Dat men in die periode over dergelijke thema’s nadacht hoeft niet te verwonderen. Gedurende de voorafgaande eeuw was Europa het slagveld geweest van gruwelijke godsdienstoorlogen tussen katholieke, lutheriaanse en calvenistische troepen die niet alleen veel mensenlevens kostte, maar ook de traditionele denkbeelden over God en de plaats van de mens op zijn grondvesten deed daveren. Leibniz werd geboren in 1646, twee jaar voor de Vrede van Westfalen die een eind moest maken aan de oorlogen, maar die ook nadien nog verder doorgingen. Als filosoof, natuurwetenschapper en wiskundige had hij zich tot ambitieus doel gesteld om de Europese christenheid te verzoenen.

Dat wou hij niet bereiken via een vredesverdrag, maar door het voeren van een nieuwe kruistocht, ditmaal tegen de Egyptenaren teneinde de oprukkende Turken te kunnen tegenhouden. Door samen te vechten tegen de ‘ongelovigen’, zo redeneerde Leipzig, zouden de Europese christenen hun verschillen kunnen overstijgen en zo opnieuw verenigd worden. Met dit plan trok hij in 1672 naar Parijs om er de Franse koning te overtuigen, maar die had daar weinig oren naar. In de Franse hoofdstad is op dat ogenblik een felle discussie bezig tussen de cartesianen en de aristotelische filosofen onder meer over het wonder van de eucharistie waarbij volgens de kerk de substantie van het brood letterlijk werd vervangen door het lichaam van Christus. Descartes die in 1650 stierf had dit betwijfeld en zijn boeken werden in 1663 op de Index van de Verboden boeken geplaatst. Leibniz leerde in Parijs het cartesianisme kennen en kwam er in contact met Nicolas Malebranche en Antoine Arnauld. Die laatste was een jansenist. ‘Ons geloof geldt de waarheid en niet het gezag, tenzij dit met de waarheid samenvalt. Anders zouden we, wanneer dit gezag zich vergist – en zoals iedereen weet kan dit pausen en bisschoppen in feitelijke kwesties heel goed gebeuren – verplicht zijn uit eerbied voor het gezag in onwaarheid te geloven’, aldus Arnauld waarmee hij in aanvaring kwam met de katholieke kerk.

‘Leibniz, Arnauld en Malebranche vormen de Grote Driemanschap van het intellectuele leven op het Europese vasteland in de tweede helft van de zeventiende eeuw, misschien alleen geëvenaard door Hobbes, Locke en Newton in Engeland’, schrijft Nadler. Hiermee gaat de auteur ietwat onbegrijpelijk voorbij aan andere invloedrijke filosofen die in die periode aan de slag waren in Nederland, namelijk Pierre Bayle, en vooral Spinoza met wie Leibniz trouwens correspondeerde. Die twee laatsten hadden zich immers, anders dan Leibniz en co, ingezet voor verdraagzaamheid, een redelijke benadering van de godsdienst, en een kritische lezing van de Bijbel. Terwijl Leibniz zijn theodicee verkondigde met de stelling dat we op de best mogelijke van alle werelden leven, begon men vraagtekens te plaatsen achter de visie dat God almachtig, alwetend en algoed is. Waarom nam God het kwaad niet weg? Waarom kwam hij met zijn almacht niet tussen bij de vele schendingen van de goddelijke geboden? En nog fundamenteler: ‘waarom is er ook maar enig kwaad in Gods schepping?’ Bayle opperde zelfs ‘dat een samenleving van atheïsten deugdzamer kan zijn dan een samenleving van belijdende christenen’. Maar Leibniz bleef erbij dat ‘aangezien God oneindig wijs is, (hij) feilloos weet welke wereld de beste is; en aangezien hij oneindig goed is, schept hij die’.

Dat betekent volgens Leibniz bijvoorbeeld dat we misschien wel pijn en tegenslag te verduren krijgen, ‘maar alleen omdat dit alles uiteindelijk leidt tot geluk’. Ook Malebranche schreef enigszins cryptisch dat Gods werk ‘zo volmaakt als mogelijk is, echter niet in absolute zin maar in verhouding tot de middelen volgens welke het is uitgevoerd’. Later zou Voltaire in zijn roman Candide ou l'optimisme brandhout maken van deze visie. Het idee van ‘de best mogelijke wereld’ kreeg vooral in de twintigste eeuw een finale klap toegediend met Ieper, Nurenberg, Auschwitz, Hiroshima en Sarajevo als voornaamste voorbeelden van wat we hooguit een ‘theodicee van de apathie’ zouden kunnen noemen. Dat Leibniz zelf twijfels moet gehad hebben over zijn ideeën blijkt uit zijn interesse voor Spinoza. Die had in zijn Theologisch-politiek traktaat betoogt ‘dat de Bijbel niet van goddelijke oorsprong is, maar een louter menselijk literair werk’ en dat de openbaring en wonderen producten van de verbeelding waren, waarmee hij zich de woede van zowel Joden en christenen op de hals haalde. Hij werd dan ook aanzien als een afvallige en openlijk verketterd. Ook door Leibniz zelf het Traktaat omschreef als ‘het afgrijselijke boek’, Malebrache noemde Spinoza ‘die onheilige man’ en Arnauld omschreef hem kortweg als ‘een zuivere atheïst’, in die tijd zowat het ergste dat men over iemand kon zeggen.

Dit boek van Nadler geeft wel een goed beeld van de grote twijfels die in de 17de eeuw ontstonden rond de vermeende rechtvaardigheid van God. Die vormden de aanzet van heel scepsis tegenover de ethische waarde van de goddelijke beveltheorie. Want mocht men niet moorden omdat het God het verbood of omdat de rede ons zegt dat dit moreel niet juist is? Pas met Immanuel Kant en zijn categorische imperatief komen we in een rationeel systeem waarbij de rede de grondslag vormt van de ware moraliteit. Al blijven er tot de vandaag religieuze obscurantisten en fundamentalisten actief die het woord van God als alleenzaligmakend beschouwen.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Steven Nadler, De best mogelijke wereld, Atlas, 2009, blz. 352

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be