Tot vanavond en lief zijn hoor

boek vrijdag 21 oktober 2005

Salo Muller

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de joden in het door de nazi’s bezette Europa geïntimideerd, gediscrimineerd, vervolgd en uitgeroeid. Zes miljoen onder hen overleefden de gruwelijkheden niet. Ze kwamen door ziekte en honger om in getto’s, werden doodgeschoten door de beruchte Einzatsgruppen of vergast in de speciaal daarvoor gebouwde vernietigingskampen. De Endlösung werd mogelijk door de medewerking van collaborateurs, lokale overheden en Joodse raden die de bevelen van de Duitse bezetters opvolgden en uitvoerden. In Nederland werkte dat blijkbaar bijzonder efficiënt. In zijn knap geschreven en gedocumenteerde boek Grijs verleden. Nederland en de Tweede Wereldoorlog toonde de Nederlandse historicus en journalist Chris Van der Heyden aan dat door haar plichtsgetrouwheid zowat het gehele Nederlandse administratieve en economische apparaat een gewillig instrument in de handen van de Duitsers was. Het percentage joodse gedeporteerden, ruim 70 procent, hoorde tot de hoogste van Europa (in België bedroeg het zo'n 43 procent). Toch waren er ook heel wat moedige mensen die om morele redenen weigerden mee te werken en - op gevaar voor eigen leven - joden verstopten. Een van de verstopten was Salo Muller, een fysiotherapeut die jarenlang voor Ajax werkte en hoofdredacteur is van het blad Fysioscoop. Over zijn ervaringen als verborgen joods kind schreef hij een indrukwekkend boek onder de titel Tot vanavond en lief zijn hoor…

Dat waren de laatste woorden van Mullers moeder toen ze haar zoontje in 1941 naar school bracht. Enkele uren later werd ze bij een razzia opgepakt en samen met haar man afgevoerd naar Westerbork, het tussenstation naar de eindbestemming Auschwitz. De beide ouders van Salo werden daar vermoord. Hijzelf werd als peuter en kleuter opgenomen in diverse families die hem soms goed, soms slecht behandelden. Het boek bevat tal van foto’s van de familie Muller. Van de ouders, de ooms en van Salo zelf. Ze tonen aan hoe gewone mensen met dezelfde wensen en verlangens naar een beetje geluk problemen kregen omwille van hun afkomst. In Nederland leefden voor de oorlog zo’n 140.000 joden. Ze voelden zich veilig in het land dat zich in het verleden steeds neutraal had opgesteld en dat de uitblonk in tolerantie en wederzijds respect. Maar dat veranderde helemaal tijdens de bezetting. Bij razzia’s in de steden en gemeenten werden talloze joden opgepakt. Steden die zich durfden te verzetten kregen moeilijkheden met de bezetters en veel gemeenteambtenaren werden ontslagen. Muller signaleert de zeldzame verzetshaarden zoals in Leiden waar niet-joodse hoogleraren en studenten demonstreerden tegen de Duitse orders.

Maar dat bleven uitzonderingen. Met medewerking van de Joodse Raad meldden duizenden joden zich aan en werden nadien uit hun huizen gesleurd voor deportatie naar het Oosten. Salo was toen een kind, maar beseft nu ten volle de verpletterende verantwoordelijkheid van diegenen die wisten wat er gebeurde maar hun mond hielden. Zoals paus Pius XII die uit opportunisme zweeg over de hem gekende wandaden. Nochtans waren er genoeg signalen. Hoge SS-officieren in Nederland hadden het in hun toespraken openlijk over de deportatie van de joden naar het Oosten, over hun uitdrukkelijke bedoeling om Nederland ‘joden-vrij’ te maken en over het feit dat dit geen ‘fraaie opgave’ was, maar een ‘noodzakelijke taak’ om Europa te vrijwaren voor de gevreesde ondermijning. Dat desondanks duizenden Nederlandse gezinnen bereid waren om op gevaar voor eigen leven joodse kinderen te redden mag dan ook als heldhaftig worden omschreven.

Salo Muller beschrijft hoe hij als kind werd ondergebracht bij diverse families. De beroemde Piet Bosboom bracht hem zelfs naar Friesland om er uit de handen te blijven van de Duitsers. Het bijzondere aan de Endlösung was immers de weldoordachte en systematische manier waarop het ganse proces van vervolging en vernietiging gebeurde. De voorbereiding en uitvoering werd mee mogelijk gemaakt door de joden zelf. De Duitsers richtten in zowat alle door joden druk bewoonde steden, getto’s en doorgangskampen Joodse Raden op die het bevel kregen om de sinistere plannen van de nazi’s ten uitvoer te brengen. Zo registreerden ze de joden, voorzagen ze van een gele ster en riepen hen op om zich aan te melden voor deportatie. In zijn boek verwijt Salo Muller de Joodse Raden dat ze de joden nooit hadden aangeraden om te vluchten of zich te verzetten. ‘Jullie Raden hebben ons voorgelogen, misleid, gekrenkt, vernederd en mishandeld’, zo schrijft de nog steeds geëmotioneerde auteur. Het enige waar ze op aanstuurden was dat de joden de Duitse voorschriften stipt zouden naleven. Meer nog, ze veroordeelden iedereen die joden lieten onderduiken. De Joodse Raden stelden registers op om de joden in kaart te brengen. Ze stelden zelf dodenlijsten op en werkten loyaal mee met de Duitse bezetters.

Salo werd uiteindelijk ondergebracht bij Friese boeren die hem behandelden als hun eigen kind. Op die manier ontsnapte hij aan de vervolgingen waarbij joden massaal naar de kampen in Amersfoort, Ommen, Vught en Westerbork werden gevoerd. In zijn boek beschrijft de auteur een weerzinwekkende gebeurtenis van geestelijk gestoorden die op transport werden gezet naar Auschwitz. Mensen met een geestelijke stoornis die allemaal werden vergast. Salo vraagt zich dan ook af waarom de geallieerden die toch gedetailleerde kennis hadden over wat er in Auschwitz gebeurde, het kamp en de toevoerlijnen niet bombardeerden. De vraag blijft ook zestig jaar na de feiten onbeantwoord. Toen de oorlog voorbij was konden de joden hun schuilplaatsen verlaten maar doorgaans waren ze alles kwijt, niet alleen hun familie maar ook hun bezittingen en huizen. Op dit punt verloren velen hun geloof. ‘Ik moest van geloof niets meer hebben’, zo schrijft Salo Muller, en wie het boek leest kan hem ook begrijpen. Wie laat dergelijke jonge kinderen alleen over aan hun lot? Welke ‘rechtvaardige’ God staat toe dat onschuldige kinderen het slachtoffer worden van dergelijke wandaden?

Na de oorlog studeerde Salo voor fysiotherapeut en werd de verzorger van het voetbalteam van Ajax. In die periode leerde hij ook Conny kennen. Zij verloor haar ouders toen ze vijftien maanden oud was. Die werden vermoord in het vernietigingskamp van Sobibor. Ook zij werd illegaal ondergebracht en ingeschreven in het trouwboekje van moedige mensen. In 1963 trouwden ze. Het was een emotionele gebeurtenis waarbij de echtgenoten moesten denken aan al die vermoorde en niet terug gekeerde familieleden waaronder hun eigen ouders. Later kregen ze kinderen en kleinkinderen en, zo schrijft Salo Muller, misschien vormen zij wel het begin van een grote familie. Opmerkelijk is hier het woord ‘misschien’, alsof de auteur die als kind zoveel heeft meegemaakt nog niet kan geloven dat zijn nakomelingen in vrede zullen opgroeien. Zijn vrees is niet helemaal onterecht. In tal van landen neemt het antisemitisme immers toe, de haat tegen de joden wordt in het Midden-Oosten met de paplepel ingegeven en de joden worden opnieuw beschuldigd van alle kwalen van de wereld.

Het boek van Salo Muller is van uitzonderlijk belang. Het is een van de laatste getuigenissen van iemand die het absolute kwaad van nabij meemaakte. Binnen enkele jaren zullen er geen rechtstreekse getuigen over de Tweede Wereldoorlog meer zijn. Daarom verdient dit boek zoveel aandacht. Het beschrijft op indringende wijze het fanatisme waarmee de Duitsers hun vermeende vijanden te lijf gingen en hoe niet alleen volwassenen maar ook kinderen het slachtoffer werden van hun raciale denkbeelden. Dit boek hoort in elke boekenkast te staan naast het Dagboek van Anne Frank. Opdat de toekomstige generaties zouden weten hoe heel wat kinderen omwille van hun joods zijn bedreigd werden. En hoe ze, dank zij een aantal moedige Nederlanders, ontsnapten aan de waanzin.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Salo Muller, Tot vanavond en lief zijn hoor, Houtekiet, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be