Alles voor de winnaar

boek

Dambisa Moyo

De Zambiaanse econome Dambisa Moyo werkte twee jaar lang bij de Wereldbank en acht jaar voor de internationale investeringsbank Goldman Sachs. In 2009 brak ze internationaal door met haar ophefmakende boek Doodlopende hulp die een schokgolf veroorzaakte doorheen de wereld van de hulporganisaties. Aan de hand van verschillende cijfers en concrete voorbeelden toonde ze immers aan dat ontwikkelingshulp niet helpt. Ondanks de één biljoen dollar hulp die de voorbije 50 jaar werd gegeven door rijke landen aan Afrika, is het continent nog steeds arm. Sterker nog, volgens de auteur zijn Afrikaanse landen juist arm vanwege al deze hulp. Ontwikkelingshulp heeft de armen armer gemaakt en staat economische groei in de weg. Het doodt de creativiteit, vernietigt lokale economieën en maakt het voor corrupte leiders eenvoudig om niet te moeten optreden. Al het met goede bedoelingen gegeven geld zorgde ervoor dat arme landen terechtkwamen ‘in een vicieuze cirkel van corruptie, marktverstoring en nog meer armoede’, aldus Dambisa Moyo.

Ook haar nieuw boek Alles voor de winnaar lijkt eenzelfde schokeffect te veroorzaken. Hierin heeft ze het over ‘de groeihonger van China en de gevolgen voor de rest van de wereld’ met betrekking tot de grondstoffen. Olie, gas, water, koper, nikkel, aluminium en andere zaken zullen in de toekomst steeds schaarser worden wat in het beste geval zal leiden tot hogere prijzen, maar in het slechtste geval tot geweld en zelfs regelrechte oorlogen. Die toenemende schaarste is volgens Moyo het gevolg van drie zichtbare evoluties: de mondiale toename van de bevolking, de economische groei in China (maar ook in tal van andere landen) en de toenemende verstedelijking waardoor er steeds meer vraag is naar consumptiegoederen en betere levensomstandigheden. Dat maakt dat machtige landen proberen om hun greep te krijgen op de nog beschikbare grondstoffen. En dat is wat China met zijn enorme financiële middelen ook doet. Zo koopt het eigendomsrechten over waardevolle gebieden af. Zoals een berg vol met koper in Peru (de Toromocho) en gronden die rijk zijn aan materialen in Congo. Ze kopen zelfs de eigendomsrechten van hele gebieden af om drinkbaar water te vergaren.

Al deze praktijken lijken heel normaal in een vrije markt. Maar in de realiteit handelen China en andere grote landen met de dictator of machthebbers van landen die beschikken over heel wat natuurlijke hulpbronnen. ‘Het gemak waarmee sommige overheidsfunctionarissen olie-inkomsten wegsluizen voor persoonlijk gebruik verklaart waarom enkele van de meest olierijke landen ter wereld tevens gelden als de meest corrupte’, zo schrijft Moyo. Ze heeft het over landen als Nigeria, Indonesië, Angola en Irak. De afnemers van die olie sluiten, met goedkeuring van hun regering, akkoorden met despoten die beschikken over de grondstoffen. Denk bijvoorbeeld aan Saoedi-Arabië en Nigeria. Hun autoritaire regimes worden gesteund door westerse landen in ruil voor olie en mensenrechten spelen daarin geen enkele rol. Maar Moyo richt zich vooral op China dat via financiële transacties, handel en investeringen steeds meer impact krijgt aan de bron. Zo investeert het land in havens om de toevoer van olie en andere grondstoffen te verzekeren.

Het belangrijkste deel van het boek gaat over de impact van China op Afrika. Wie denkt dat de westerse landen nog een rol van betekenis spelen in bijvoorbeeld Congo, dwaalt. Maar daarmee ontstaat een nieuw probleem. De VS bestempelen de praktijken van China als een nieuwe vorm van kolonialisme. Dat klopt maar gedeeltelijk, want China verovert geen gebieden zoals de westerse landen vroeger deden (denk aan de praktijken onder de Belgische koning Leopold II die hebben geleid tot de dood van miljoenen Congolezen), maar ze sluiten contracten af die op het eerste zicht leiden tot een win-win-operatie. Zo komen China met Afrikaanse landen tot akkoorden waarin ze stipuleren dat er tal van Chinezen als werknemers zullen optreden (ten koste van lokale werknemers). Sterker nog, er zijn aanwijzingen dat veel van die Chinese arbeiders in feite veroordeelde gevangenen zijn, alhoewel Moyo hiervoor meer bewijslast had mogen aandragen. Wat wel klopt is dat de Chinese bedrijven weinig of geen rekening houden met de minimale milieu- en arbeidsvoorschriften.

Het feit dat dit kan en dat daar relatief weinig protest tegen komt, vloeit natuurlijk voort uit de autoritaire manier waarop China zelf optreedt. De communistische machthebbers hoeven geen rekening te houden met kritische stemmen over schendingen van mensenrechten. Daarbij is het beter dan democratieën gewapend om snel strategische beslissingen te nemen die ten goede komen van de economische ontwikkeling van China. Dat kunnen landen zoals de VS, Rusland en Japan ook nog relatief eenvoudig, maar de lidstaten van de Europese Unie niet. Het is een bijkomende reden om zo snel mogelijk over te gaan tot een federaal Europa waarbij men een efficiënt buitenlands-, energie- en grondstoffenbeleid zou kunnen voeren.

Moyo heeft het ook over een toenemende, zelfs onhoudbare druk op de landbouw. Want die is tegenwoordig dermate intensief dat ze op zijn beurt een enorme druk zet op ons milieu. Eén van de immorele zaken in de internationale landbouw is dat er nog steeds veel protectionisme bestaat, zowel in de EU als in de VS. Zij stimuleren ‘een overproductie van voedsel op eigen bodem’, aldus Moyo die daarbij vaststelt dat ’40 procent van al het in de Verenigde Staten geproduceerde voedsel wordt weggegooid’. In elk geval bestaat er een verkeerde verdeling van het beschikbare voedsel in de wereld: “De naar schatting 1 miljard mensen op aarde die elke dag honger lijden vinden een bijna volmaakt tegenwicht in de 1 miljard mensen die voldoen aan de medische definitie van obesitas”. Maar het gewoon overhevelen van voedsel naar de arme landen lijkt ook geen oplossing. De dumping van overtollige producten op de Afrikaanse markten zorgen immers voor een ontwrichting van de lokale economieën.

Dat de impact van China wereldwijd toeneemt is geen nieuws. Het boek van Dambisa Moyo toont echter aan dat die impact veel groter is dan gedacht en dat het enorme land een grote voorsprong heeft op het vlak van het verwerven van grondstoffen. China heeft een massa geld, dus China koopt zowat alles wat waardevol is. Daarbij trekt het zich weinig of niets aan van ethische principes inzake arbeid en milieuvervuiling. In die zin past het communistische China en bikkelhard kapitalistisch systeem toe waarin het doel alle middelen heiligt.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Dambisa Moyo, Alles voor de winnaar, Business Contact, 2012

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be