Why Read Mill Today?

boek vrijdag 24 november 2006

John Skorupski

John Stuart Mill was als Engels filosoof en econoom een van de grote liberale denkers van de 19de eeuw. Hij werd in 1806 geboren in Londen als zoon van James Mill, ook een bekende filosoof en historicus uit de Klassieke School. Enkele gekende vrienden van James Mill waren Jeremy Bentham en David Ricardo, maar hij werd later ook beďnvloed door Auguste Comte en Alexis de Tocqueville. Vanaf zijn derde kreeg John Stuart Mill thuis lessen in lezen, schrijven, Grieks en rekenen. Vanaf zijn achtste leerde hij Latijn, algebra en meetkunde. Toen hij zeventien jaar oud was stichtte hij al een 'utilitarische’ vereniging. Na een zenuwinzinking op zijn eenentwintigste nam hij wat meer afstand van de ideeën van Jeremy Bentham. In 1859 schreef hij zijn magnum opus On Liberty. Hij leefde lange tijd samen met Harriët Taylor, een bijzondere vrouw met wie hij later trouwde en die een grote invloed had op zijn denken. In 1865 stelde hij zich kandidaat voor het Lagerhuis met een progressief en feministisch programma, werd verkozen en veroorzaakte twee jaar later een eerste parlementair debat over vrouwenkiesrecht. In 1869 publiceerde hij The Subjection of Women waarin hij zich als eerste politicus uitsprak voor vrouwenrechten waaronder het stemrecht voor vrouwen.

Belangrijk in zijn denken was de vrije competitie en gelijke kansen. Tegelijk pleitte hij voor sociale rechtvaardigheid en systemen van herverdeling. Maar centraal stond de vrijheid van het individu en zijn afkeer voor de onderdrukking van de staat. Hij hechtte veel waarde aan de vrijheid van meningsuiting. Dat beschouwde hij als een recht dat alleen om zwaarwichtige redenen kon worden beperkt, met name omdat het in een concreet geval botst met een ander grondrecht. De staat moest ook ‘onware’ meningsuitingen beschermen en het inzetten van dwangmiddelen weigeren om zo’n meningsuitingen te bestrijden. De staat diende neutraal te zijn. ‘Dit principe, dat het enige oogmerk dat de mensheid het recht geeft om individueel of collectief in te grijpen in de vrijheid van handelen van een van hen, hun eigen bescherming is; en dat de enige reden waarom men rechtmatig macht kan uitoefenen over enig lid van een beschaafde samenleving, tegen zijn zin in, de zorg is dat anderen geen schade wordt toegebracht’, aldus Mill. Hij was niet dogmatisch. Over de theorieën van Charles Darwin was hij enthousiast maar tegelijk stond hij kritisch over hun waarheidsgehalte. In diezelfde zin beoordeelde hij godsdiensten. Religies konden nuttig zijn, maar nooit een (morele) standaard.

Wat is het goede leven? Volgens Mill betekende het goede leven het beleven van geluk en de afwezigheid van lijden. En dat kon volgens hem alleen als er persoonlijke vrijheid bestond. Daarmee keerde hij zich tegen het altruďsme van Auguste Comte dat inhield dat men altijd behulpzaam moest zijn tegenover een ander, desnoods met uitsluiting van eigen interesses of voordelen. Het altruďsme mag geen morele verplichting worden maar moet spontaan en vrijwillig uitgaan van de mens zelf, aldus Mill. Cruciaal voor hem was de mogelijkheid voor de mens om zijn eigen persoonlijkheid te kunnen ontwikkelen. Alleen de meest volledige zelfontwikkeling van ieders mogelijkheden kon leiden tot de hoogste vorm van menselijk geluk. Wie zijn eigen levenswandel niet koos, maar zich enkel liet leiden door zijn omgeving steeg niet uit ‘boven het niveau van een aap die zich beperkt tot imitatie’. Wie dat wel deed, maakt gebruik van al zijn of haar vermogens, van al zijn of haar talenten en brengt die tot een hoger niveau doordat zij constant geoefend worden. En dat is ook goed voor de hele samenleving. ‘Hoe meer iemands eigen persoonlijkheid is ontwikkeld, hoe waardevoller hij voor zichzelf wordt, en hoe meer hij daarom in staat is waardevol voor anderen te zijn.’

Toch bepleitte Mill geen absolute vrijheid. Persoonlijke vrijheid moet door de samenleving ingeperkt worden als ze anderen schaadt. Maar voor de rest geldt het principe: ‘Over zichzelf, over zijn eigen lichaam en geest, is ieder mens zijn eigen meester’. Hiermee onderscheidde hij zich van gelovigen die God als de absolute norm zien, van communitaristen die de mens ondergeschikt willen maken aan de samenleving, maar ook van zogenaamde neoliberalen en libertariërs die elk overheidsingrijpen afwijzen. Zo waren belastingen volgens Mill nodig voor herverdeling, pleitte hij voor een wettelijke beperking van de werkweek en hechte hij veel belang aan het onderwijs. In diezelfde zin was Mill voorstander van de pure democratie. Hij verdedigde decentralisatie, proportionele vertegenwoordiging en – bijzonder vooruitstrevend voor zijn tijd – het toekennen van stemrecht voor vrouwen. Aan de andere kant vreesde hij voor de ‘dictatuur van de meerderheid’ die de rechten van het individu zou kunnen onderdrukken. Hij verwierp elke vorm van bureaucratie die alles zou regelen en de vrijheid zou uithollen tot een loos begrip. Tenslotte waarschuwde hij binnen de democratie voor demagogie, dominantie door drukkingsgroepen en conformistische mediocriteit.

Zogenaamde neoliberalen en libertariërs verwijzen regelmatig naar klassiek liberale denkers om aan te tonen dat die niets moesten hebben van enig overheidsingrijpen. Dat klopt bij John Stuart Mill helemaal niet. Zo pleitte hij voor de leerplicht opdat kinderen gewapend zouden zijn om later ten volle hun eigen levensplan te invullen en betere manieren te leren over hoe te leven. Dat moest volgens hem gebeuren via scholen, universiteiten, musea, bibliotheken en andere manieren die publiek gefinancierd worden. Aan de ene kant propageerde Mill competitie tussen private ondernemingen maar aan de andere kant wilde hij ook herverdeling. Om mensen hun ‘essentials of human well-being’ te garanderen pleitte hij voor minimale niveaus van hulp voor alle burgers. In elk geval was hij ervan overtuigd dat het feit dat mensen in een samenleving leven, het onvermijdelijk maakt dat iedereen gebonden is om een bepaalde gedragslijn ten opzichte van anderen te volgen. Toch blijft het recht op zelfbeschikking zijn belangrijkste uitgangspunt. Hiermee stond hij lijnrecht tegenover communitaristen van links en van rechts, existentialisten, Nietzschianen en orthodoxe religieuzen.

‘Why read Mill today?’ zo luidt de retorische vraag van John Skorupski Het belang van John Stuart Mill is vandaag groter dan ooit. In een wereld waarin het religieus fanatisme opnieuw opgang maakt en neomarxistische antiglobalisten de vrijhandel afwijzen, is zijn boodschap brandend actueel. Zijn rationeel kritische houding tegenover elke visie die beweert de waarheid in pacht te hebben, is essentieel. Later zou Karl Popper dit idee verder uitwerken in zijn beroemde werk The Open Society and Its Enemies dat verscheen in 1945. De periode tussen de dood van Mill in 1873 en het einde van de Tweede Wereldoorlog had intussen aangetoond hoe juist zijn ideeën waren en hoe gruwelijk overheden kunnen zijn die de uniciteit en onaantastbaarheid van de mens niet erkennen. De liberaal John Stuart Mill was een van de meest progressieve mensen uit zijn tijd. Dat bewijst vooral zijn strijd voor de slavenemancipatie in Amerika, de Ierse kwestie, volksopvoeding, onderwijs, de afschaffing van de doodstraf en vooral de vrouwenrechten op een ogenblik dat bijna niemand daar aandacht voor had. Hij was de eerste mannelijke filosoof die duidelijk maakte dat vrouwen op alle gebieden evenwaardig zijn aan mannen en bestemde bijna de helft van zijn vermogen voor onderwijs aan vrouwen. Zijn ideeën inspireerden miljoenen mensen. Het is de reden waarom tal van vrouwen die ook vandaag nog onder het juk leven van traditionele religieuze en culturele bepalingen, zijn boeken moeten bestuderen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

John Skorupski, Why Read Mill Today?, Routledge, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be