Eindelijk buiten

boek vrijdag 24 oktober 2008

Ann Meskens

‘Als flaneur vind je allerlei merkwaardige dingen, terwijl je niets zoekt. Tot het flaneren behoort immers het wegdromen, het zichzelf vergeten. En je moet jezelf vergeten om gelukkig te kunnen wandelen’, aldus de Duitse schrijver Franz Hessel. Ik moest denken aan dit citaat bij het lezen van het boek Eindelijk buiten van de intrigerende filosofe en Tati-gepassioneerde Ann Meskens. Zij woont in Mechelen, een stad van bijna 80.000 inwoners aan de oevers van de Dijle, dat in de loop van de zestiende eeuw onder Margaretha van Oostenrijk het bestuurlijke centrum vormde van de Nederlanden en waar toeristen zich tegenwoordig vergapen aan tal van cultuurhistorische gebouwen. Mechelen was jarenlang een verkommerde, sombere en uitgeleefde stad, tegelijk een thuis voor heel wat allochtonen van Marokkaanse afkomst. De voorbije jaren kent de stad evenwel een heropleving. Tal van straten en wijken zijn verfraaid, de leegstand wordt aangepakt en onder de Grote Markt kwam er een parking waardoor de onvermijdelijke auto’s in het overvolle centrum uit het straatbeeld verdwenen. Het is hier dat Ann Meskens, regelmatig in gezelschap van haar zoontje, op stap gaat en er ‘filosofische stadswandelingen’ maakt.

‘Laat me maar wandelen. Het denken volgt wel’, zo schrijft Ann Meskens die zichzelf bestempeld als een ‘freewheelende ethica’ en dat mag je gerust ernstig nemen. Haar bespiegelingen en overpeinzingen bij het wandelen langs straten, pleinen, steegjes en markten zijn immers niet oppervlakkig maar behandelen eigentijdse vraagstukken zoals de verhouding tussen individu en massa, het consumentisme, de vermeende aantrekkingskracht van het platteland, en het verlangen naar de goeie ouwe tijd. Maar naarmate het boek en dus de wandeling vordert gaat ze ook dieper in op moeilijke morele kwesties zoals het belang van de herinnering en het medelijden. Dat doet ze op een schijnbaar lichtvoetige manier, bijzonder leesbaar en toch verwijzend naar tal van gekende, maar niet altijd gemakkelijk te doorgronden filosofen zoals Plato, Socrates, Montaigne, Kant, Rousseau, Nietzsche, Heidegger, Sontag en de vorig jaar overleden Jean Baudrillard. Het resultaat is een koppeling van frivoliteit met speelse gedachten, van nieuwsgierigheid met een zoektocht naar menselijke drijfveren, en van schijnbare alledaagsheid met een enorme eruditie.

Dat Ann Meskens belezen is, blijkt uit het gemak waarmee ze in de vijvers van de filosofie graait en diepgaande gedachten als zilvervissen uitstalt. Ze steekt haar liefde voor het geschreven woord niet weg. ‘Het was vanaf het begin juist de gulzigheid naar het leven die me naar de boeken en het lezen dreef’, en dat wordt in dit wandelboek ook heel duidelijk. Wat haar drijft is het onbekende, het nieuwe, ‘het steevaste verlangen voorbijgangers te kruisen’. En dat kan het best in de stad. Daarmee keert ze zich tegen de cultuurpessimisten met hun nostalgie naar de vermeende ongerepte natuur en de idealisering van het platteland, zoals Heidegger en Knut Hamsun ons voorhielden. ‘Al is de lucht er zuiverder, ik stik op het platteland’, schrijft de filosofe. Verstikkend zijn er immers de tradities en gewoontes, de roddel en achterklap, de afkeer voor vernieuwing en vooruitgang. Hier ligt ook de kern van het conflict tussen conformisme en individualisme, tussen bekrompenheid en breeddenkendheid, tussen het eigen volk eerst en het kosmopolitisme waarvan Kant een van de wegbereiders was en Heidegger zijn absolute tegenbeeld.

Tussen de hoofdstukken in staan een aantal markante foto’s afgebeeld. Het doet me denken aan S.W. Sebald die in zijn eigen stijl, een vorm van documentaire fictie, afbeeldingen gebruikt als ankerpunten in zijn (en onze) amorfe hersendelen waar geheugen en verbeelding elkaar raken en verlaten. In haar boek Kijken naar de pijn van anderen maakte de Amerikaanse schrijfster Susan Sontag duidelijk hoe beelden kunnen aanzetten tot het aanwijzen of omhelzen van geweld en bespreekt ze bekende afbeeldingen van wreedheden – van de schilderijen van Goya tot foto’s van lynchpartijen, foto’s uit Dachau, van meer recente gruweldaden in Bosnië, Rwanda en beelden van de aanslagen 11 september. Maar die foto’s bieden aldus Sontag niet veel steun als het erom gaat het gebeurde te begrijpen. De kracht van de herinnering die uitgaat van een foto spoort niet altijd met het krijgen van meer inzicht. Foto’s verworden aldus tot op zichzelf staande iconen. Ann Meskens gaat hier dieper op in en wijst er terecht op dat foto’s, maar ook filmbeelden en klanken, onze historische herinnering bepalen. Neem Mila Jovovich die de rol speelde van Jeanne d’Arc en als dusdanig de illustere Franse heldin als het ware representeert. Nog erger lijkt me de aanslag die Milos Forman heeft gepleegd op de reputatie van de componist Antonio Salieri in zijn film Amadeus. Niet alleen als de - in hoofde van de filmbezoekers - moordenaar van Mozart, maar vooral als hét symbool van artistieke mediocriteit.

Men zegt soms dat boekenlezers in een ivoren toren leven, als kluizenaars die beter eens buiten zouden komen om wat andere mensen en landen te ontmoeten. Dan zouden ze wat minder wereldvreemd zijn. Dat is onzin. Boeken lezen is wandelen en reizen op zich. In tegenstelling tot de snap-shot-toerist die thuis de gemaakte digitale foto’s overloopt om te bekijken wat hij eigenlijk niet gezien heeft, haalt de lezer uit zowat elk goed boek veel meer. Wat niet wegneemt dat reizen inderdaad verrijkend kan zijn, maar dan liefst op het tempo van Montaigne, die tijdens zijn beroemde reis door het Italië van 16de eeuw tot in het detail de kwaliteit van een eetmaal en een bed in een herberg beschreef, een soort Michelingids avant la lettre, die in sommige gevallen nog steeds juist blijkt te zijn. Vanop de Grote Markt kijkt Ann Meskens naar de imposante Sint-Romboutskathedraal en bedenkt dat de bouw ervan veel langer heeft geduurd dan de Borobudur, de boeddhistische tempel in Midden-Java die ze blijkbaar ook bezocht maar waarvan ze zich afvraagt of ze die bezocht omdat ze net als veel toeristen aan een ‘behouds- en restauratiedrift lijdt’? En of ze dat monument wel gezien, of liever ‘begrepen’ heeft? Zelf herinner ik me hoe Amerikaanse toeristen met hun lange armen de vingers van de in gebed verzonken boeddhabeelden onder de stenen klokken in de Borobudur konden aanraken, iets wat de lokale bewoners met hun korte armen niet konden, terwijl die laatste écht geloven dat je pas dan gelukkig zult zijn. De wreedheid van het lot, de menselijke anatomie en de mystiek.

Het sterkste deel van haar wandelboek handelt over de herinnering, zeg maar het vergeten van het verleden. ‘Ik ben bang voor die verschrikkelijke kracht in de mens: zijn verlangen en vermogen tot vergeten’, zo schrijft Varlam Sjalamov. Ook Ann Meskens is zich hiervan bewust en stelt zich de vraag waarom we bijna niets meer weten van toen we nog erg klein waren? ‘Er zit veel verlies op geschiedenis’, schrijft ze, zowel op de persoonlijke als op de meer algemene geschiedenis. Daarmee spoort ze met het oordeel van Gyorgy Konrad. ‘Vergeten maakt deel uit van het leven. Vraag maar eens aan mensen rondom u wat ze nog weten van de Dertigjarige Oorlog waarbij miljoenen mensen stierven in de 17de eeuw. Toch ben ik niet zo pessimistisch. Het is moeilijker geworden om alles te vergeten dank zij de foto’s, de films, de literatuur en de media. Neem de beelden van de stapels lijken in de concentratiekampen. Die zullen nooit verdwijnen.’ Dat laatste is evenzeer waar en moeten we koesteren, zelfs in het volle besef dat dit niet het gehele verhaal is. Een treffend voorbeeld ligt net in Mechelen zelf, namelijk in de Dossinkazerne waar een klein museum getuigt van de vreselijke Endlösung der Judenfrage. Vanuit deze plek, op nauwelijks 150 meter van het bisschoppelijk paleis, werden tijdens de oorlogsjaren zowat 25.000 Joden en zigeuners gedeporteerd naar het Oosten om er vernietigd te worden.

In dat museum krijgt men schokkende teksten, beelden en getuigenissen te zien en te horen. Maar zijn die voldoende om de mens te weerhouden opnieuw in barbaarsheid te vervallen? We kennen het antwoord al: neen. Ondanks Auschwitz en Hiroshima hebben we intussen Rwanda, Srebrenidza en Darfur gekend en zijn er op dit ogenblik massamoorden bezig in Centraal Afrika. Daar verhelpen geen afschrikwekkende beelden tegen. Ann Meskens verwijst naar het fotoboek Kriege dem Kriege!. In dit boek uit 1924 gaf Ernst Friedrich met honderdtachtig foto’s heel scherp de gruwel weer van de Eerste Wereldoorlog. Door het tonen van afgrijselijke beelden van gedode en zwaargewonde soldaten hoopte hij te zorgen voor een schokeffect zodat er nooit meer een oorlog zou uitbreken. Net als Erich Maria Remarque die in zijn boek Van het westelijk front geen nieuws de zinloosheid van de oorlog beschreef, kreeg Friedrich het aan de stok met nationalisten en soldatenveteranen. Enkele jaren later begon de waanzin opnieuw.

Ann Meskens zoekt met haar zoontje een schuilplaats onder een parasol omdat het zonnetje te fel schijnt. Het besef van de kwetsbaarheid van zo’n jong wezentje stelt haar in staat na te denken over de broosheid van het leven en van onze beschaving. Flanerend langs de straten ziet ze die kwetsbaarheid overal, niet in het minst bij levende wezens. De oude statige gebouwen, de kathedraal, de pleinen en de straten lijken robuuster, maar ook dat is maar schijn; daar kunnen de inwoners van tal van Europese steden die de verschrikkingen van de oorlog hebben meegemaakt, over meespreken. ‘Het leven is een voortdurend gevecht tegen de inkrimping van je levenscirkel’, aldus Gyorgy Konrad in zijn boek Het verdriet van de hanen, en drie zinnen later heeft hij het over een ‘chronisch tijdgebrek’. Deze uitspraak geeft goed aan dat wie ouder wordt zich beter bewust is van die kwetsbaarheid, ook en vooral van die van jezelf. De favoriete bezigheid van Konrad is wandelen, liefst op zijn eentje ‘in het gezelschap van zijn vroegere ik en af en toe een blik werpen op de persoon die hij ooit is geweest’. Ann Meskens volgt zijn voorbeeld op de cadans van haar eigen hartslag. Deze literaire parel leest als een reisgids, maar dan wel een voor de geest.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ann Meskens, Eindelijk buiten, Lemniscaat, 2007

Links
Mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be