Contre-prêches

boek vrijdag 20 april 2007

Abdelwahab Mebbeb

Op 19 september 2006 verscheen in Le Figaro een opiniestuk van Robert Redeker, professor filosofie aan het Lyceum Pierre-Paul-Riquet te Saint-Orans-de-Garneville bij Toulouse. Hierin werd ondermeer gesteld dat de koran een ongelooflijk gewelddadig boek is en het Westen onder het ideologisch toezicht van de islam is geplaatst. Een dag later sprak de islamistisch sjeik Yousef El Qaradawi, voorzitter van de Europese raad van de fatwa, en coryfee op de zender El Jazira, een fatwa uit over Robert Redeker. Sindsdien hebben de professor en zijn gezin de familiale woning moeten verlaten en leven zij ondergedoken onder ‘close protection’ van de Franse DST (Défense et Sécurité du Territoire), en heeft Robert Redeker het lesgeven moeten stopzetten.

Angstwekkende toestanden van die aard moeten ieder zinnig mens aanzetten om met luide stem verontwaardiging en revolte uit te schreeuwen. De lectuur van Contre-prêches steekt in dat opzicht een hart onder de riem want het boek van Abdelwahab Meddeb bewijst - tot spijt wellicht van de sjeik - het bestaan van een moslimstem en een weg van kritische hervorming, ook al ligt dat meer buiten dan binnen ‘de normen’. In zijn recentste boek verdiept en verfijnt de auteur de met zijn eerder boek La Maladie de l'Islam aangevatte diagnose van het integristisch gezwel dat de aan de letter van de Koran vast gekluisterde islam verteert, en doet hij een oproep om het theologische keurslijf af te leggen. Voorwaar een vrij en daarom vernietigend geluid voor alle fundamentalisten.

In een reeks teksten met min of meer geëngageerde commentaar en bedenkingen over controversiële en markante feiten uit de actualiteit met betrekking tot de islam (hoofddoeken, de aanslag van 11 september, de oorlog in Irak…) verwijst de auteur naar de culturele en historische rijkdommen waarop de islam kan bogen om terug aansluiting te vinden met zijn geschiedenis en zo een vreedzame confrontatie aan te gaan met de hedendaagse wereld. Meddeb herinnert eraan dat de islam bewezen heeft in staat te zijn – zowel in zijn geschiedenis als in zijn culturele capaciteiten – om veranderingen aan te kunnen. Door kritisch onderzoek zal de islam beter in staat zijn een stem van vrij onderzoek te laten horen wanneer het er op aankomt zich te verzetten tegen een geloof dat verknechting predikt en de mensen een verwerpelijk en dwaas lot toewijst.

In 500 bladzijden maakt Meddeb brandhout van een aantal hardnekkige vooroordelen en gevestigde ideeën over de moslimwereld. Hij nodigt uit tot een serene en intelligente reflectie over de islam, wars van ideologische beschouwingen, maar zorgvuldig onderbouwd door de talrijke beschikbare bronnen (koranverzen, soefimeesters, godgeleerden, filosofen, kunstenaars). Daarmee bevordert hij een beter begrip van de werkelijke actuele uitdagingen van de islam maar ook van de excessen waaraan die religie en de Westerse wereld zich bezondigen. Hij maakt ook een aantal algemene bedenkingen over de godsdienst op zich, zijn praxis, geschiedenis en spiritualiteit. Hij komt zelfs terug op sommige disputen die teruggaan op de eerste dagen van de islam, zoals de vraag of de koran al of niet gecreëerd werd. Het resultaat is indrukwekkend maar niet verwonderlijk want als kenner van de Arabische en Westerse wereld en als dichter en academicus kan men zich geen betere exegeet en criticus van de islam voorstellen.

De Contre-prêches bevat sterke stukken met argumenteringen, boordevol historische, artistieke en theologische referenties. Maar bovenal, Meddeb hanteert met maestria de delicate kunst van de nuance, een must bij een zo complexe en subtiele problematiek. Daardoor kan hij met grote sereniteit de meest polemische debatten over islam beslechten. Naar gelang de lezing vordert, realiseert men dat zijn schijnbaar losstaande ideeën zich feitelijk toespitsen rond een meer algemeen concept. De bestaande spanningen tussen de islam en de Westerse wereld wijzen op een dieper liggende crisis, namelijk een islam, verziekt en ten prooi aan fundamentalistische verzoekingen. Maar die rusteloze, gestoorde islam staat diametraal tegenover wat hij werkelijk is: een godsdienst bedoeld om het leven te huldigen.

Gaat het bij het integrisme waartegen Meddeb zich afzet dan enkel en alleen om een misverstand over teksten? Divergerende interpretaties van de koran zorgen alleszins ook vandaag nog voor verhitte discussies. Dat blijkt ondermeer uit de netelige kwestie van het vers van het zwaard waarin de integristen een rechtvaardiging van de Heilige oorlog vinden, terwijl, volgens de traditionele interpretatie van de koran, dit vers zou moeten opgeheven zijn door een ander minder gekende vers van de verdraagzaamheid. De boodschap die Meddeb wil meegeven is om fanatisme niet te beantwoorden met fanatisme. In zijn strijd tegen religieus fanatisme spreekt de auteur naar gelang de situatie, de taal van de theoloog, de filosoof, de poëet, de politieke columnist, de geschiedkundige, de socioloog, de kunsthistoricus en de linguïst. Tegenover het simplisme van het fundamentalistisch discours dat vandaag de dienst uitmaakt in de moslimwereld, stelt hij de rijkdom van de islamitische cultuur die zich van de 7de tot de 12de eeuw heeft kunnen ontwikkelen, tot op het ogenblik dat de ‘theologische vergrendeling’ de islam - naar zijn opvatting - tot een ‘dom en verwerpelijke geheel’ heeft gedegradeerd.

Vandaar de behoefte aan een onvermijdbare en heilzame anamnese. Zij moet de stilzwijgende afwijkingen en uitwassen, de dogma's overgenomen van ‘volgzame doctores’ en ‘bloeddorstige militanten’ aan de oppervlakte brengen. Er is geen heil te verwachten indien men niet voortdurend naar de bronnen terugkeert: de koran uiteraard, maar ook de grote godgeleerden van de islam, de soefis, de filosofen, de kunstenaars die doorheen de talrijke crisissen die de moslimwereld heeft doorgemaakt, steeds opnieuw bewezen hebben dat de islam in staat is zich aan te passen aan de ontwikkelingen van zijn tijd. Ofschoon Meddeb regelmatig verwijst naar de schatten van de Gouden Era van de islam aarzelt hij niet om bijzonder hard uit te halen naar de islamisten en hun obscurantisme.

De islam kan zich in zijn ogen slechts ontdoen van zijn archaïsme voor zoveer hij de bevruchting door de Europese cultuur aanvaardt. Europa moet zich niet aanpassen aan de islam, wel de islam aan Europa. De islam moet leren kritiek te verdragen, zelfs de meest kwetsende, zonder over te gaan naar moord en doodslag om zich te verdedigen. De islam moet kunnen verdragen dat de meest kritische in vraagstellingen aanvaardbaar zijn wanneer men de vinger legt op de contradicties tussen de evolutie van de wereld en de onveranderlijkheid van zijn zeden in islam. Slotsom; het is in Europa dat de islambelijder het manifest obsoleet aandeel van zijn erfenis moet inzien. Wat daarmee bedoeld wordt is vooral het blindelings verknocht zijn aan de letter van de korantekst.

Door het verwerpen van elke vraag en twijfel houdt de letterlijk genomen godsdienst de moslims in een staat van onwetendheid, sluit hij hem op in een dwangbuis van verplichtingen en verhindert hij het noodzakelijke overstijgen van taboes die de ware inhoud van de islam verminken. Zonder diepgaande exegese blijft het bewustzijn van het geloof aangevreten door een narcistische zelfvisie waardoor hagiografie met geschiedenis wordt verward en de verwerping van de realiteit en van het anders zijn onderhouden wordt. En zo bekijkt Meddeb met grote droefheid de bouwvallige vesting waarin de Arabische moslimwereld zich heeft opgesloten. Het is een kerker, vergrendeld met de onderwerping aan de letter van de korantekst, omdat in de ongeschapen koran de eeuwige en volmaakte god zelf aan het woord is. Door die stelling heeft de confiscatie door de officiële islam, dogma en cultus vanaf de 12de eeuw verstard: Een godsdienst die zichzelf als ultiem beschouwd (…) is een godsdienst die, letterlijk genomen, elke vraagstelling, elke twijfel onmogelijk maakt en een absolute waarheid vestigt en die geen betwisting duldt (…). Het volstaat dat de politieke structuur eenzelfde principe in zijn eigen toepassingssfeer overneemt opdat het werkingsveld van de politiek op zijn beurt overheerst wordt door die waarheid van onbetwistbare Eenheid. Herleid tot zo'n skelet, wordt de islam zowel politiek als religieus als een verdorrend en steriel perspectief beleefd …".

Maar hoe kan men bepalen wat in de Koran achterhaald is? Om te beginnen moet men ophouden te geloven dat de koran het woord van god zelf bevat en dit omdat het dogma van de niet geschapen koran de rationaliteit en de kracht van het islamitisch denken verstard heeft. In zijn strijd tegen het geheugenverlies of amnesie, verwijst Meddeb naar de Mutazilite school die in de 9de tot de 11de eeuw de stelling verdedigde van een geschapen koran, een goddelijk woord geopenbaard in een menselijke taal. In dit verband verwijst de auteur ook naar de Soedanese denker en theoloog Mahmoud Mohammed Taha die vijfentwintig jaar geleden terechtgesteld werd omdat hij een onderscheid maakte tussen het deel van de koran dat vandaag nog steeds geldig is en een ander dat intussen achterhaald is. Het eerste zit in de verzen uit de Mekka-periode die een principiële en universeel waarde bezitten. Het andere betreft de periode van Medina met teksten die oorlogszuchtiger en veel meer juridisch en politiek geïnspireerd zijn. Voor Meddeb gaat het hier om een materie die gebonden is aan tijd en omstandigheden en die beantwoordt aan de mentaliteit van een vervlogen era: daarom, weg wedervergelding, slavernij, alcoholverbod, lijfstraffen en de minderwaardige positie van de vrouw!

Dit laatste vooral is een thema waarop de auteur meermaals terug komt omdat de positie van de moslimvrouw symbool staat voor de huidige steriliteit van de moslim cultuur. Meddeb haat de sluier en is vertwijfeld bij het zicht van jonge meisjes die menen daarmee hun identiteit te moeten bevestigen, maar in feite vaandeldragers worden van het merkteken van vrouwelijke minderwaardigheid en belediging. Waar in 1926 pioniersters in Cairo ostentatief in het publiek de sluiers afgooiden, ziet men nu grote groepen gesluierde vrouwen, omkaderd door baardige mannen, defileren in Parijs, de stad van de Verlichting. En zo krijgt men een uiting van vrijwillige onderwerping, premisse van elk soort despotisme en een frappante illustratie van de verschuiving van de modernisering van de islam naar een islamisering van de moderniteit. Maar omdat deze devaluatie in de koran zelf geworteld is, inzonderheid het vers dat het primaat en de superioriteit van de man op de vrouw vestigt (vers 34, Soera IV), zijn pogingen om de gedachte van gelijkheid te doen samenvallen met de letter van de koran totaal onmogelijk. Daarom komt de auteur tot het besluit dat de enige oplossing om de gelijkheid tussen de geslachten te herstellen erin bestaat te aanvaarden dat alle bepalingen van koran en traditie in deze obsoleet zijn en niet behoren tot het principiële gedeelte van de koran maar tot de materie die aan tijd- en omstandigheden is gerelateerd. Die achterhaalde bepalingen zijn daarom voorbijgestreefd door de ethische, politieke sociale en economische vooruitgang. In één woord: door de evolutie van de mensheid.

De auteur is vertrouwd met de ideeën van de Verlichting en de soefimystiek zodat zijn pleidooi voor vrije wilsuiting en heilbrengende transgressie niet verwondert. Overdaad en buitensporigheid in het interpretatieve streven kan de letter bevrijden van een betekenis die haar inperkt. Die inspanning is volgens Meddeb weliswaar reeds geleverd, maar vandaag, zwaait algemene amnesie de plak in islam. Als ervaren pedagoog herinnert hij aan de grote rijkdom die de islam van de 7de tot de 12de eeuw gekend heeft, een tijd waarin de theologische traditie nog niet gereduceerd was tot een waakhond die elk theoretisch onderzoek verbiedt. Want inderdaad is het onvoorwaardelijk aanvaarden van het dogma de erfenis (…) van de duistere eeuwen die een banvloek hebben uitgesproken over discussies en controverses waarover de ouderen, die er na noeste geestesarbeid in geslaagd waren de inhoud van hun geloof te structuren, zo dikwijls verdeeld waren. Het is pas in de 12de de eeuw dat correcte en vooral conforme praxis definitief de bovenhand kreeg. Dit conformisme heeft na een eerste marginalisering, het doodvonnis uitgesprongen over al het denkwerk dat de Mutaziliten school tussen IX en de XI de eeuw heeft gepresteerd: zo werd het graf gedolven voor drie eeuwen bruisend intellectuele activiteit die ondermeer tot uiting komt in de discussie over de koran als gods woord.

Maar wat is nu eigenlijk de relevantie van deze discussie? De stelling van de preëxistente, niet geschapen koran als woord van god zelf, en daarom niet te overtreffen, staat haaks op de Mutazilite visie die in de koran een boodschap ziet die geopenbaard werd in mensentaal. Het boek dat de mensen koesteren is dan ook geen hemels boek maar een vertaling ervan in de Arabische taal. Maar dan, zo besluit Meddeb, staat de geactualiseerde letter ook bloot aan het fragiele, het weifelende van de menselijke relativiteit. Op ethisch vlak heeft de thesis van de geschapen koran verregaande gevolgen. Immers, wie verwijst naar het onkenbare van god verwijst meteen naar vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens. Zodoende, besluit Meddeb kan teruggrijpen naar de kwestie van de geschapen koran bijdragen tot het traceren van om- en dwarswegen om de kern van amnesie te omzeilen die onze mentale achterstand heeft veroorzaakt - een amnesie die de energie verstard van ieder mens van moslim afkomst.

Meddeb grijpt het bevrijde woord met beide handen. Voor hem ligt daarin de sleutel tot de ondergeschiktheid van het godsdienstige aan de politiek, voorwaarde van de democratie die in aanvaring komt met de autoritaire emiraten en het islamistisch fanatisme van het kalifaat. Europa moet zich op zijn grondgebied niet aanpassen aan de islam, maar wel het tegendeel en door de bevruchting door zijn Europese erfenis zal de islam zich kunnen hervormen. Dit zijn wel degelijk duidelijke oproepen om het identitaire en religieuze te overstijgen. Uiteraard moet men zichzelf blijven maar tevens de ruimte durven betreden die zich opent om de scène van de wereld te bewandelen.

Bij wijze van besluit. De kritiek die zo nodig is voor de actualisering van de islam is op gang gebracht en zal voortgaan, alle banvloeken en weerstanden ten spijt. De inzichten die daaruit volgen gaan gestaag, ook al belast de actuele criminaliteit het debat met een tragische dimensie. De geschiedenis is nu eenmaal tragisch en aan die beproeving kan ook de islam niet ontkomen. In afwachting moet het woord zich zonder enige dwang kunnen uitdrukken, om ook de meest gevoelige thema's aan te snijden en taboes en verboden te overstijgen want daarin ligt de waarachtige uitdaging voor de doodsverzuchtingen. De auteur verklaart met overtuigde stem dat de islam het leven heeft weten huldigen en dat hij dat ook vandaag nog kan. In Europa en in de wereld staat de islam nu op het kruispunt van vooruitgang en archaïsmen, van de spanning tussen mensen die geloven in de waarden van democratie en vrijheid en zij die ten prooi aan blind fanatisme die waarden verwerpen in naam van een mythisch beroep op wat zij de goddelijke soevereiniteit noemen.

Meddeb is een agnostische moslim en een zeer goed kenner van de moslimtraditie. Hij wil de min of meer verlichte moslims een soort verhelderende mix aanbieden van informatie en nogal indirecte kritiek op de islam van islamisten en godvruchtige gelovigen. Hij stelt dat de geschiedenis leert dat extremistische fenomenen het nooit gehaald hebben en het islamisme hoe schadelijk en duurzaam ook, uiteindelijk ook zal overwonnen worden. Dat is de intieme overtuiging van de auteur. In zijn benadering als socioloog, theoloog of kunsthistoricus beperkt hij zich niet tot een diepgaand onderzoek naar de oorzaken van het integristisch kankergezwel. Hij reikt daarenboven een aantal remedies aan voor het herstel van de islam. Binnen de islamitische traditie is al heel wat fundamentele kritiek geleverd; het is nu aan de moslims om het lichtend deel van hun erfgoed nieuw leven in te blazen en zo het fanatisme een definitief halt toe te roepen.


Recensie door Erik Willaert

Abdelwahab Mebbed, Contre-prêches, Seuil, 2006

Links
mailto:e.willaert@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be