Altijd mazzel

boek vrijdag 03 juni 2011

Maurice Swirc

Het woord ‘diaspora’ wordt doorgaans verbonden met de uitwijking en uitwijzing van grote groepen Joden naar andere continenten en landen. Dat deden ze doorgaans omdat ze zich in hun eigen land, of daar waar ze zich gevestigd hadden, niet langer veilig voelden of daartoe gedwongen werden. De Joodse gemeenschappen in de ontvangende landen zorgden ervoor dat hun tradities, gewoontes en specificiteit behouden bleven. Voor de Tweede Wereldoorlog leefden er wereldwijd nog 18 miljoen Joden. Tijdens de Holocaust werd ongeveer één derde van hen vermoord. Vandaag leven er nog ongeveer 13 miljoen Joden verspreid over de hele wereld, met grote concentraties in de VS en Israël, en heel wat kleinere gemeenschappen in voordien kosmopolitische steden en regio’s. De Joden zijn al eeuwenlang het mikpunt van haat en intolerantie van vooral christelijke gemeenschappen. Ze worden al eeuwenlang gediscrimineerd, vervolgd en vermoord. Zelfs na de overwinning op Hitler en het bekend raken van hun massale vernietiging door de Einsatzgruppen en in de vernietigingskampen in het Oosten bleven ze het mikpunt van discriminatie en uitsluiting. Het antisemitisme mag de voorbije decennia in Europa dan wel getemperd zijn maar ook vandaag kennen we nog steeds een wijdverbreide jodenhaat. Dat is vandaag vooral het geval in de islamitische wereld met de Iraanse president Ahmadinijad – die Israël en de Joden letterlijk van de kaart wil vegen – als voornaamste exponent.

De Joden leven verspreid over de hele wereld. Hoe ziet hun dagelijks leven eruit aan het begin van deze eenentwintigste eeuw? Welke herinnering hebben ze aan de Holocaust? Hoe gaan de Joden om met het Israëlisch-Palestijnse conflict? Op deze vragen probeert de Nederlandse journalist Maurice Swirc een antwoord te geven in zijn boek Altijd mazzel. Een wereldreis langs joodse gemeenschappen. Het resultaat is een boeiend reisverslag van de auteur langs steden en regio’s waar Joden in de loop van de geschiedenis een prominente plaats hebben bekleed en die ook nu nog in min of meerdere mate bestaan. Via persoonlijke gesprekken met lokale vertegenwoordigers geeft hij zo een intrigerend beeld van het hedendaagse jodendom in de diaspora. Die getuigenissen zijn niet eenvormig of eenduidig. Elke joodse gemeenschap probeert zich aan te passen aan de lokale en specifieke omstandigheden van het land, de taal, de traditie, zelfs de religie; maar tegelijk legt Swirc een gemeenschappelijk kenmerk bloot, namelijk het besef te behoren tot een bijzonder volk dat in het verleden, en zelfs vandaag nog moet opboksen tegen vooroordelen en regelrecht antisemitisme.

Swirc begint zijn queeste in Amsterdam waar hij zelf opgroeide. Aangetrokken door de tolerante omgeving kwamen in het begin van de zeventiende eeuw de eerste Portugese Joden zich daar vestigen. Tegen het begin van de Tweede Wereldoorlog leefden er 140.000 Joden in Nederland. Begin 1942 begon men de Joden en zigeuners op te pakken en samen te drijven in de doorgangskampen van Westerbork en Vught. Vanaf de zomer van 1942 werden vanuit deze kampen 107.000 Joden gedeporteerd naar de concentratie- en vernietigingskampen in het Oosten. Hiervan zijn ongeveer 101.800 vermoord of bezweken aan dwangarbeid, dat is 73 procent van het totaal aantal Joden van voor de oorlog, het hoogste percentage Joden in West-Europa. En dat gebeurde met medewerking van tal van overheidsambtenaren en zelfs van de Joodsche Raad, die handelde om ‘erger te voorkomen’. Ook koningin Wilhelmina sprak via Radio Oranje zelden over het trieste lot van haar joodse onderdanen en ze riep niet op om deze kwetsbare groep mensen te helpen. Het nieuws over de deportaties en massamoorden was in de loop van 1942 nochtans bekend. Toch blijven de meeste Joden koningsgezind.

De hedendaagse houding van veel Nederlanders (maar ook van anderen) tegenover de Joden hangt nauw samen met het conflict in het Midden-Oosten. Tot 1967 waren de meesten pro Israël maar sindsdien is er steeds meer kritiek te horen, vooral vanuit progressieve en linkse hoek, schrijft Swirc, zelfs onder Joden. Zo wijst hij op het bestaan van de actiegroep Een Ander Joods Geluid onder leiding van Jaap Hamburger die in 2009 samen met antiglobalisten en moslimextremisten demonstreerde tegen de aanval van Israël op Gaza, waarbij leuzen werden geroepen als ‘Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas’, en sommige demonstranten kleding droegen met hakenkruisen erop. Zij kregen trouwens de steun van Gretta Duisenberg. De auteur wijst erop dat ‘de Holocaust nog steeds doorwerkt in het dagelijks leven van joden’, en hopelijk ook in dat van de Nederlanders, in het bijzonder van de islamitische nieuwkomers. Daar speelt het onderwijs een cruciale rol in. De overdracht van kennis over en de herinnering aan de vernietiging van de Joden onder het nazisme als een ‘logisch’ gevolg van een extreem antisemitisch, racistisch en nationalistisch discours, blijft absoluut noodzakelijk. Zeker op een ogenblik dat vooral in orthodoxe moslimkringen de Holocaust wordt afgedaan als een fabel of als propaganda.

Die kennisoverdracht bestond al helemaal niet in Oostenrijk. Daar leefden voor de oorlog nog 200.000 Joden die goed geassimileerd waren. Het antisemitisme was er nog virulenter dan in Duitsland.. De nazi’s kregen er de steun van de katholieke kerk. Oostenrijkse bisschoppen vonden het in 1938 uitstekend dat hun land tijdens de Anschluss overgeleverd werd aan Hitler en zijn nazitrawanten. Tijdens de Kristallnacht op 9 november 1938 werden duizenden winkels, huizen van synagogen vernield en geplunderd. De Joden sloegen massaal op de vlucht, maar 66.000 moesten blijven, van wie er bijna twee derde werd vermoord. Onmiddellijk na de oorlog verklaarden de Oostenrijkers zich de ‘eerste slachtoffers’ van het nazi-regime. Dat klopt niet. Volgens de historicus David Kertzer werd ‘de helft van de misdaden van de holocaust begaan door Oostenrijkers, ondanks het feit dat ze maar een tiende van de bevolking van het Derde Rijk vormden’. Tal van Oostenrijkers hadden zich de woning van gedeporteerde Joden toegeëigend en weigerden die later terug te geven. Pas in 1995, en onder zware internationale druk, werden de eerste bescheiden restitutiebetalingen gedaan aan joodse slachtoffers. Vandaag leven er nog veertienduizend Joden maar Swirc toont aan dat er van een echte verwerking van het verleden in Oostenrijk (nog) geen sprake is.

‘Van de 3,3 miljoen joden die in 1939 in Polen woonden, werden er 2,7 miljoen vermoord tijdens de Holocaust’, schrijft Swirc. Polen was en is een van de meest antisemitische landen en de katholieke kerk deed er volop aan mee. Van op de kansels van hun kerken spuiden pastoors in het hele land hun antisemitische gif dat doorheen alle lagen van de Poolse bevolking sijpelde. Ook na de oorlog werden de Joden die de kampen hadden overleefd bespot en vervolgd. Een van de meest treffende voorbeelden was de pogrom in het Poolse Kielce, in de zomer van 1946 waarbij tientallen Joden werden omgebracht door de lokale bevolking, met medeweten van de Poolse politie, het leger en de kerk. In 1967 vond er nog een door de communisten georchestreerde campagne plaats tegen de Joden (Gomulka noemde ze ‘de vijfde colonne’) waarop 20.000 onder hen het land verlieten. Het zijn zaken waarover de Poolse bevolking liefst zwijgt maar ook vandaag blijven verschillende Poolse politici inspelen op de antisemitische gevoelens bij de bevolking. In de straten van Lodz, waar tijdens de oorlog vanuit het getto talloze Joden werden gedeporteerd en vermoord, zijn er weer leuzen zichtbaar zoals ‘Juden raus’ en ‘Laat de joden branden’. In zijn boek Alle dromen van de wereld schrijft de Vlaamse auteur Johan De Boose dat er in de Poolse wind altijd een brandlucht hangt. De Joden, die er ooit één tiende van de bevolking uitmaakten, zijn er weg.

Het meest intrigerende deel van het boek is de geschiedenis van het jodendom in Rusland. Daar is het antisemitisme nog steeds een belangrijke maatschappelijke factor. Graffiti met hakenkruisen en slogans ‘De Holocaust is een leugen’, vernielingen van Joodse eigendommen en Joodse begraafplaatsen komen er vandaag nog regelmatig voor. Nochtans begon het onder het Sovjetregime bijzonder hoopvol. Zo hief Lenin in 1917 alle beperkingen voor de Joden op die bestonden onder de tsaren maar die tolerantie bleek van korte duur. De joods-Russische schrijver Isaac Babel die beroemd werd met zijn bundel Rode Ruiterij, was getuige van de diepgewortelde jodenhaat bij zowel Russen, Oekraïners als Polen in de jaren twintig. Als snel verboden de Sovjets het gebruik van het Hebreeuws werden honderden synagogen en scholen gesloten. Opvallend is dan ook dat Stalin in 1934 in het Verre Oosten van Siberië dichtbij de grens met China de stad Birobidjan liet oprichten als centrum van een Joods Autonome Regio waar het Jiddisch aanvaard werd als een van de officiële talen. Blijkbaar wilde Stalin voorkomen dat de joodse intelligentsia naar Palestina zou emigreren. Enkele tienduizenden Joden werden gedeporteerd vanuit Wit-Rusland en Oekraine, en er kwamen ook idealisten naartoe vanuit andere landen. Het werd evenwel geen Joods paradijs, en ook deze regio kreeg te maken met opeenvolgende antisemitische uitbarstingen. Swirc beschrijft hoe joodse burgers op straat werden aangevallen en synagogen en joodse scholen vernield. ‘Veel wijst erop dat Stalin daarmee op het punt stond een eigen Holocaust in gang te zetten’, aldus de auteur, zo werden heel wat Joden afgevoerd naar de Goelagkampen. Na de val van het communisme trokken de meeste overblijvende Joden uit Birobidjan naar Israël. Vandaag wonen er nog 4.500 Joden op een totaal van 200.000 inwoners.

De volgende stopplaats is Fès in Marokko waar vandaag nauwelijks nog Joden wonen. Toch leefde hier vroeger een grote joodse gemeenschap. Al in de zevende eeuw woonden er zogenaamde Berberjoden. Een nieuwe golf kwam er in 1492 toen zowel moslims als Joden verdreven werden uit het ultrakatholieke Spanje en er volgens de officiële geschiedschrijving in harmonie met elkaar leefden. Dat laatste is wat overdreven want ook de toenmalige sultans dwongen de Joden om in aparte wijken te wonen. Toch waren de Joden er in Marokko beter aan toe dan in tal van Europese landen. Zo verzette koning Mohammed V zich in 1941 en 1942 tegen de deportatie van zijn Joodse onderdanen naar de vernietigingskampen van de nazi’s. De grote omslag kwam er met de oprichting van de staat Israël en de daaropvolgende conflicten met de Palestijnen. Swirc verwijst naar pogroms die in het jaar 1954 uitbraken in Casablanca en rabat waarbij Joden werden vermoord. Daarop volgde een ware exodus. De kleine lokale joodse gemeenschappen zijn momenteel trouwe dienaren van het koningshuis die hen bescherming biedt. Al lijkt die veiligheid maar wankel. ‘Als de koning ooit zou besluiten zijn bescherming op te heffen, is het hier meteen afgelopen met de joodse gemeenschap. (…) Ik kan je verzekeren dat iedereen hier bang is’, zo vertelt een van de gesprekspartners aan de auteur.

Een ander land waar Joden een veilig onderkomen zochten was Argentinië met de grootste joodse gemeenschap van Latijns-Amerika. Swirc bezocht er de merkwaardige stad Bariloche in het zuidwesten, dichtbij de Chileense grens. Het is bizarre plek want het was tevens een vluchtoord voor nazi-misdadigers (Duitsers, Oostenrijkers, Kroaten en Oekrainers) die er met de hulp van dictator Juan Peron en de katholieke kerk een nieuw bestaan konden opbouwen. Het stadje kreeg pas internationale bekendheid toen de oorlogsmisdadiger Erich Priebke er werd ontmaskerd. In dit zogenaamde ‘Beieren van de Andes’ bevinden zich momenteel heel wat weinstubes en Weense restaurants, en hier komen de Oranjes (onder meer Maxima en Willem-Alexander) regelmatig op verlof. Swirc schetst daarbij een onthutsend beeld van het juntabewind waarin de vader van Maxima, Jorge Zorreguieta, een prominente rol speelde als staatssecretaris en later minister van Landbouw. De junta heeft ongeveer dertigduizend politieke tegenstanders opgepakt, gefolterd en vermoord waaronder een onevenredig groot aantal Joden. ‘Antisemitisme vormde een geïntegreerd onderdeel van het wereldbeeld van het juntabewind’, aldus de auteur. Maar de felste reacties tegen de Joden kwamen er na de ontvoering door Israël van Adolf Eichmann uit Buenos Aires. Zowel de Argentijnse regering als de katholieke kerk protesteerden ertegen en er ontstond een felle anti-joodse sfeer. Vele duizenden Joodse intellectuelen sloegen toen op de vlucht.

Tijdens zijn reizen naar de diverse diaspora merkt de auteur ook vaak een tweeslachtigheid onder de Joden zelf. Dat is het geval in Zweden waar de geassimileerde Joden wantrouwig stonden tegenover de arme Oost-Europese Joden die er voor en tijdens de oorlog op de vlucht sloegen. Uit het boek blijkt ook de grote ambivalentie over de rol van de Zweedse regering zelf die steeds prat ging op haar neutraliteit en in de persoon van Raoul Wallenberg die tienduizenden Joden redde, een nationale held vond. Zweden was tijdens de oorlog echter ook de belangrijkste leverancier van ijzer aan nazi-Duitsland. Ze bezorgden het Derde Rijk ook auto’s, oorlogsschepen en bommenwerpers en ze gaven Hitler de toestemming om troepen en materiaal te vervoeren over Zweeds grondgebied naar het bezette Noorwegen. Maar Zweden hielp ook heel wat Joden. Zo namen ze honderden Noorse Joden in bescherming en vingen ze in oktober 1943 bijna alle Deense Joden op. De houding van de andere Scandinavische overheden en Joden is al even opmerkelijk. In Noorwegen hielp de politie om zoveel mogelijk Joden af te voeren, in Denemarken werden de nazi’s in hun opzet juist geboycot. Opmerkelijk en weinig bekend is ook het feit dat Finse troepen schouder aan schouder met de nazi’s vochten tegen de Sovjets. Vandaag leven er nog kleine populaties Joden in Scandinavië en ook hier zijn neemt het antisemitisme weer toe. Zo wijst Swirc op de vernieling van de joodse begraafplaats, het bekladden van de synagoge en het lastig vallen van joden in Oslo.

Dat hét jodendom bestaat, blijkt duidelijk uit het laatste hoofdstuk waarin Swirc de situatie van de Joden in de VS beschrijft, het land waar zijn vader lange tijd leefde en stierf. In New York leven atheïstische rabbijnen, ultraorthodoxe gemeenschappen en een gaysynagoge zonder problemen naast elkaar. De eerste sefardische Joden kwamen vanuit Nederland in 1654 toe in Nieuw-Amsterdam op het zuidelijkste puntje van Manhattan. Vanaf het einde van de negentiende eeuw kwam er stroom vluchtelingen vanuit Oost-Europa toe, waaronder heel wat orthodoxe asjkenaziem. Momenteel leven er 5,6 miljoen Joden in de VS waarvan slechts een minderheid verbonden is aan een joodse instelling of pratikeert, maar ook hier kent men antisemitisme. De auteur verwijst naar een onderzoek waaruit blijkt dat 20% vindt dat Joden teveel invloed hebben en 27% nog steeds gelooft dat de Joden verantwoordelijk zijn voor de dood van Jezus Christus. En alhoewel de meeste Joden zich veilig wanen in het multiculturele en tolerante New York is er sinds de aanslagen van 9/11 toch een gevoel van angst en kwetsbaarheid binnen hun kringen geslopen.

In elk geval is de auteur er in geslaagd een levendig beeld te schetsen van de diversiteit van de joodse gemeenschappen in de wereld en hun interne verschillen. Toch blijft de lezer met een onbehagelijk gevoel achter. Ondanks de kennis van de Holocaust, de algemene afwijzing van elke vorm van racisme en de acceptatie van de mensenrechten, blijft het antisemitisme wereldwijd een factor van betekenis. Het is dan ook de verdienste van Swirc om aan de hand van voorbeelden uit een ver en minder ver verleden duidelijk te maken tot welke waanzin dit kan leiden.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Maurice Swirc, Altijd mazzel, Boom, 2010, blz. 388

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be